zaterdag 5 april 2008

notities uit de intercity

Gisteren reisde ik naar Brussel, waar met een workshop een aftrap werd gegeven voor een driejarig project om de kostprijzen van agrarische producten beter te kunnen berekenen. Mijn bijdrage bestond eruit om vanuit de historie wat vragen bij het begin van dit project op te roepen. Zo waren kostprijzen in de jaren 50 en 60 heel belangrijk in het landbouwbeleid, terwijl het nu meer lijkt te gaan om het maken van nieuwe regels voor beheer van het landelijk gebied of het maken van kwaliteitsproducten. Maar wellicht maken kostprijzen ook op dat vlak een comeback. We gaan het uitzoeken.
De treinreis was een goede gelegenheid om even bij te lezen. Met instemming las ik de column van Jeroen de Koe in het Agrarisch Dagblad [3.4.2008] die naar aanleiding van de aanleg van het Wieringenmeer er op wijst dat dit meertje op de totale Nederlandse, Europese of wereldproduktie echt geen effect heeft. Hij wijst er ook nog op dat hij zelden hoort dat uit productie nemen erg is als er hoge prijzen voor woningbouw of industrie worden betaald, ofwel: hoe zuiver is de argumentatie.
Voedselprotesten
The Economist [29.3.2008] bericht over het feit dat hoge voedselprijzen op verschillende plekken in de wereld tot protesten en rellen leiden. Dat heeft weer tot gevolg dat sommige regeringen de grenzen voor export sluiten, waardoor de wereldmarktprijs verder oploopt en de productie binnenlands minder wordt gestimuleerd dan zou gebeuren zonder export-restricties. Het bontst maakt Argentinie het: dat vervalt in zijn oude gedrag om de export sterk te belasten via de instrumenten die in een crisissituatie een paar jaar geleden waren ingesteld. Het geld wordt besteed aan sociale voorzieningen in Buenos Aires. En dat net nu de boeren de verwachting hadden eens goed te gaan verdienen, na dalende prijzen en een zware periode waarin het land door een crisis geholpen moest worden. Met als gevolg dat de boeren er nu echt aan het muiten zijn geslagen met wegblokkades.
Ook de voedselhulp wordt op veel plekken onbetaalbaar. Het Amerikaanse beleid moet het daarbij ontgelden. "Een slimme manier om een dollar belastinggeld om te zetten in 50 cent die een ngo mag besteden" zo zegt een econoom van Cornell. Plus nog het feit dat voedselhulp vervoerd moet worden met Amerikaanse schepen en dat er al weer een nieuwe, veel geld kosten farmbill op stapel staat.
Het blad bespreekt verder nog een studie van de uit landbouweconomen kringen afkomstige Kym Anderson en Alan Winters: die rekenen uit dat de waarde van een Doha deal (de WTO onderhandelingen) minimaal 300 miljard dollar per jaar is, en vermoedelijk een veelvoud. Nog veel slimmer is wanneer we in de rijke landen 500.000 immigranten per jaar opnemen, zodat in 2025 3% van de bevolking uit immigranten bestaat. Daar verdienen we wereldwijd dan 675 miljard dollar mee. Zelfs als de dollar minder waard wordt (dan loopt dit bedrag trouwens in dollars op), kun je daar heel wat voedselsubsidies van betalen. Geert W. zou er veel veel betere films mee kunnen maken, en Rita V. een hoop politieke feestjes organiseren. Kortom: er ligt geld op straat, waarom rapen we dat niet op?
Tot slot nog een leuk feitje: Nieuw Zeeland verdient inmiddels meer aan de export van wijn dan van wol. En als de Italianen nog even doorgaan met het vervalsen van wijn, zal dat niet minder worden.
Een reactie plaatsen