vrijdag 31 augustus 2007

grondprijzen in Alanya

Is er iemand onder de lezers die verstand heeft van de prijzen van landbouwgrond aan de Turkse kust? De NRC van 30 augustus had een verhaal over Nederlanders die zich voor hun pensioen aan de Turkse kust hebben gevestigd. Dat begon met een alinea die me intrigeert.

De journalist meldde dat Turkse vrouwen langs de kust puisant rijk zijn geworden terwijl hun broers wat verder van de kust voortploeteren op hun akker. Reden: bij de erfenis kregen de vrouwen de laagwaardige verzoute landbouwgronden langs het strand, de broers hielden de goede landbouwgrond aan de voet van de bergen. Toen kwamen de projectontwikkelaars, en nu zijn de vrouwen in goede doen. Prachtige intro, zo'n ironische loop van de geschiedenis.

Maar is dat echt zo? Dat die broers nog boeren geloof ik wel, maar zou het niet op heel dure grond zijn? In Nederland stijgt in zo'n geval de grondwaarde tot kilometers in het achterland, omdat ook daar vroeg of laat gebouwd zal worden, als was het maar voor de rijker geworden eigen bevolking. En in gebieden als Las Vegas, waar weinig ruimtelijke ordening is en ruim gebouwd wordt, zie je de urban sprawl ook over grote afstand. Ik kan me dus haast niet voorstellen dat het in Alanya alleen de 500 meter langs het strand is, dat in waarde stijgt en daarnaast helemaal niet. En ook niet dat de ouderlijke bedrijven kilometers lang waren zoals in het Oldambt. Maar je weet nooit. Wie kent de situatie ter plekke en kan het bericht in de NRC bevestigen met wat prijzen?
de eigen foto is niet uit Turkije (staat nog op het lijstje, maar niet Alanya) maar uit Domburg

donderdag 30 augustus 2007

quiz time

Als een boer een ton van zijn eigen vermogen in zijn bedrijf investeert, dan is dat niet gratis. Hij had dat geld ook op de bank kunnen zetten, en dan bv. 4% rente ontvangen. Dat is de opportunity cost, in dit geval dus 4.000 euro per jaar. De opportunity cost van een activiteit is de waarde van alles wat je op moet geven om die activiteit te ondernemen.

Simpel concept, het is niet moeilijk om econoom te zijn. Hoewel: het wordt al wat moeilijker als het om de eigen arbeid gaat. Bij kostprijsberekeningen nemen we dan even makkelijk het CAO loon, maar sommige boeren hebben dat alternatief helemaal niet. Als er veel werkeloosheid is, of je bent 58 en maakt geen enkele kans bij een sollicitatie bij de plantsoenendienst, dan ligt je opportunity cost veel lager. Dat is trouwens een van de reden dat oudere ondenemers rustig doorboeren en niet stoppen, los van allerlei vermogenstechnische, sociologische, antropologische en psychische redenen, maar daar zitten we hier niet voor.

Test
Om even te testen of je het concept echt begrepen hebt hier een geweldige testvraag, die goed wordt beantwoord door 7,4% van de studenten die de introductie cursus economie doen (je kunt die cursus dus beter niet volgen en gewoon wat gokken, een beetje informatie is erger dan geen informatie):

Je hebt op naam een gratis toegangskaartje gewonnen voor een eenmalig concert van de Rolling Stones in de Arena, dat je niet door kunt verkopen.
Alleen was je van plan deze avond naar het eenmalige reunieconcert van ABBA te gaan. Je zou zelfs wel 50 euro voor zo'n kaartje over hebben, en voor 40 euro heb je er al eentje.

Wat is de opportunity cost van je bezoek aan de Rolling Stones????? Is dat nul, 10, 40 of 50 euro?

Antwoorden (die op internet zijn terug te vinden voor de zoekers, binnenkort een geweldige site over dit onderwerp) in de reacties hieronder.
[Ter toelichting voor Matthijs en anderen: klick hieronder op "0 reacties" en je krijgt een schermpje om je antwoord te geven. Dan moet je een lettercombinatie overtypen die checkt dat je een mens bent en geen machine en dan kun je afsluiten]

woensdag 29 augustus 2007

actuele debatten

In de NRC heeft de Kleine Aarde gepleit voor regionalisering van de voedselvoorziening. Dinsdagavond schreef Jan A. Schulp daar een uitstekend weerwoord op onder de titel 'Wie verlangt er naar De Aardappeleters'. Een goede economische analyse van een bioloog waarin de uitvoerbaarheid van een beleid wordt afgeserveerd dat tegen consumentenwensen ingaat, veel minder en ongezonder voedsel produceert, risicovol is omdat je bij misoogsten niet kunt importeren en fysiek zware arbeid oplevert.

Interessant was ook het debat maandagavond op TV bij Netwerk over de export naar Ghana van pluimveevlees dat hier als inferieur wordt ervaren (vleugels, poten) en daar de locale producenten het brood uit de mond stoot. Dat ligt natuurlijk gevoelig: het gaat om eten, de 'kippen-industrie' staat hier ten lande toch al niet als de meest duurzame bedrijfstak bekend, creeren we zo daar geen werkeloosheid die we juist met de ontwikkelingshulp proberen op te lossen, en het woord 'dumping' valt ook al onmiddelijk, terecht of niet. En dan was er nog een bijrolletje voor het IMF dat de Ghanese regering adviseert / dwingt tot vrijhandel.





Ik moest even denken aan een trip die ik 25 jaar geleden naar West-Afrika maakte en met een daar werkzame vriend bij een lokaal stamhoofd werd ontvangen. De Chief zag ons als belangrijke mensen en bood me naar locale traditie de beste delen van de kip aan. Ik was liever niet vooraf geinformeerd welke delen dat waren (iets van de maag en strottehoofd als ik me goed herinner, zeker geen filet). Waaruit ik twee dingen leerde: transparantie heeft zijn grenzen en 'wat het beste' is, is cultuur bepaald.

Een aantal ontwikkelingsspecialisten was er maandagavond als de kippen bij om voor de cameras te verklaren dat het hier om dumping ging, dat dit niet kon en zelfs dat de consument in Nederland maar minder kip moest kopen. Alsof er dan minder export naar Ghana plaats zal vinden. Niemand vertelde dat hij of zij door de Ghanese ambassade was belobbied voor actie. De Nederlandse staatssecretaris kwam met een m.i. juiste reactie: wij gaan daar niet over, als de Ghanezen hun invoerrecht willen verhogen (of in de Ghanese markt Ghanese in plaats van Hollandse producten willen kopen) hebben ze daar het volste recht toe en het is niet aan ons dat even bevoogdend te beslissen.

En blijkbaar laat de Ghanese regering zijn oren hangen naar de (stedelijke) bevolking die de kipdelen koopt, niet naar de producenten (die me voor Afrikaanse omstandigheden ook niet echt klein en arm overkwamen). En hij wees er nog even op dat Ghana inmiddels wel fruitsalades met ananassen naar Nederland exporteert (mede dankzij een project waaraan ook het LEI nog heeft bijgedragen als ik me goed herinner).

Zie hier de markt aan het werk: zij specialiseren zich in ananassen en fruitsalades, de Brazilianen en Nederland in pluimveevleesdelen. Bijna iedereen blij, behalve producenten die moeten omschakelen. Dat is nooit makkelijk, gaat gepaard met moordende concurrentie en kan tot tijdelijke werkeloosheid leiden. Sommige ondernemers trekken het zich zo persoonlijk aan, dat er aan onderdoorgaan. Het kan er toe leiden dat een beroep in een land verdwijnt. Wij hebben geen lantaarnopstekers meer (verouderd) en geen vliegtuigbouwers (naar Frankrijk en de VS verdwenen, bij mijn weten). Maar door de toegenomen welvaart zijn er weer allerlei nieuwe beroepen (van videojockeys tot mobiele telefoon software programmeurs). Probleem is dat een belangrijk deel van die beroepen van de toekomst nu nog niet bekend is. Hoewel dat voor Ghana nog wel te voorspellen is. Het had de TV documentaire gesierd als ze ook een Ghanese official en zoiets als een Ghanese consumentenlobby hadden geinterviewd waarom er geen invoertarief wordt ingesteld.

De foto is een still uit de film Our Daily Bread
J.A. Schulp: wie verlangt er naar De Aardappeleters?, NRC 28.7.2007

dinsdag 28 augustus 2007

mobiliteit toch een issue?

Van de week suggereerde ik hier dat weinig mensen zich nog druk maken over het probleem van de (ontbrekende) mobiliteit in Nederland, maar dat had ik misschien toch mis. Ik begrijp dat de Telegraaf er een aantal ochtenden zijn chocoladeletters op de voorpagina aan besteedt.

Het toppunt lijkt me dat nu ook de benzinepomphouders zich er mee gaan bemoeien: ze zeggen schade te hebben van de files en willen dat van de overheid vergoed zien. Gekker moet het niet worden, ik zie bij files altijd veel mensen afslaan voor koffie en ijs (en om langs het tankstation heen te sluipen en zo wat autos in te halen). En door de files wordt er meer benzine verbruikt, en dus verkocht.

Maar, zo legde een meneer van de belangenlobby Beta op BNR uit: niet bij de pompstations langs de weg. Er komen per uur minder mensen langs, en de mensen die laat zijn door de file tanken later elders (ik dacht nog dat de mensen tankten als de bezinemeter op rood staat), maar bovenal: kopen geen koffie en broodjes worst want ze willen tijd inhalen.

En hier zien we het onverwachte effect van de ontwikkeling van het tankstation: eerst deden ze je tank vol met benzine, toen mocht je het zelf doen want dat was goedkoper, vervolgens gingen ze er snoep en broodjes en later nog veel meer bij verkopen, en nu moeten ze het hebben van de winkel en cafetaria-omzet en mag je er als je dat wilt ook nog benzine bij nemen. En zulke winkels hebben last van files, zelfs zoveel dat dat beetje extra benzine bij de collega om de hoek de branchevereniging er niet van weerhoudt schadevergoeding te gaan eisen.

Interessant mechanisme voor iedereen die geinteresseerd is in terugkoppelingsmechanismes in ons maatschappelijk systeem en de transities daarin. Ik hoop dat het in de modellen voor mobiliteitsscenarios zit.
De foto toont wat verkeersstromen in Portland, OR.

lijstje: beleidsparadigma's voor de landbouw

De lopende, wereldwijde discussies over de relatie tussen landbouw en overheidsbeleid kent vier met elkaar concurrerende beleidsparadigma's, zo stelden William Coleman, Wyn Grant en Tim Josling in hun boek Agriculture in the New Global Economy (Edward Elgar, 2004):

  1. een afhankelijkheids paradigma (dependent paradigm): landbouw is een breekbare bedrijfstak, die beschermd moet worden van buitenlandse concurrentie, ook om zelfvoorziening van voedsel te garanderen.

  2. een concurrentie paradigma (competitive paradigm): landbouw kan de concurrentie wel aan en handelsvrijheid moet bevorderd

  3. een multifunctionaliteits paradigma (multifunctionality paradigm): landbouw is er om publieke goederen zoals landschap, en milieubeheer te produceren, naast voedsel

  4. een wereldwijd productie paradigm (globalized production paradigm): landbouw is een onderdeel van een productieketen (supply chain) die internationaal van karakter zijn.

Persoonlijk lijkt me het vierde het meest recht doen aan de werkelijkheid en economisch ook de meest welvaartsgenererende (wat niet wegneemt dat er soms locaal ook goederen uit het derde paradigma te produceren zijn). Maar er zijn anderen die andere keuzes voorstaan.

maandag 27 augustus 2007

Kennis maken met de toekomst

De toekomst is grotendeels onvoorspelbaar, althans op lange termijn, maar je kunt wel proberen gezamenlijk beelden uit te wisselen van hoe het zou kunnen gaan, en wat we voor kennis we dan missen. Of je nu de uitbreiding van Almere ontwerpt (en iets met stadslandbouw wil doen) of de toekomst van de veevoersector. Bij WING process consultancy in Wageningen verscheen daarover een leuk boekje: Kennis maken met de toekomst - omgevingsscenario's en de articulatie van nieuwe kennisvragen. Als opdrachtgever van het project ben ik bevooroordeeld, maar: van harte aanbevolen, en pas de methodiek toe - het werkt echt!

D. Brunt, J. Tersteeg, P. Berkhout, P. Ravensbergen, P. Luttik: Kennis maken met de toekomst, WING Process Consultancy, Wageningen, 2007

boer en belastingen

Belastingen en boeren zijn twee werelden. Boeren hebben nu eenmaal een opleiding gekozen om planten te telen of vee te houden, niet om belastingdeskundige te worden. En al helemaal niet om belasting te betalen, zelfs niet bij een hoog inkomen, zo suggereert recent onderzoek o.a. in kringen van de OECD. Maar een modern ondernemer hoort wel enige basiskennis van belastingen te hebben en vooral van de wijze waarop hij er in zijn bedrijf zijn voordeel mee te kunnen doen. Of miminaal om zinvol met zijn adviseur te overleggen. Juist om bij een hoog inkomen niet teveel te betalen.

Daartoe hebben twee van die adviseurs nu een goed leesbaar boekje geschreven: Boer en belastingen - fiscale aspecten van de landbouw. Een oude bekende, de directeur van de GIBO Groep, Fried Frederix, stuurde het me toe. En een van de auteurs, Peter Ceelen is een oud-dorpsgenoot die ik tot mijn genoegen ook van tijd tot tijd in het landbouwwereldje mag ontmoeten. Mogelijk moet je mijn oordeel dus met een korreltje zout nemen, maar ik vond het interessant om te lezen. En goed leesbaar voor een niet-deskundige met leuke voorbeeldjes.

Economen zijn nogal eens kritisch over het hele vak van belastingrecht omdat het een dienstverlening is die op nationale schaal niet zo heel veel lijkt toe te voegen. Het lijkt vooral een spel om te zorgen dat een bepaalde persoon of beroepsgroep niet te veel betaalt. Nu is de essentie van economie juist dat mensen met elkaar 'spelletjes spelen' dus moet je juist als econoom ook niet al te raar staan kijken bij zulke games. Het deed me deugd dat de auteurs in hun voorwoord dan ook stellen: "Fiscaliteit is een spel. Maar om het spel goed te kunnen spelen is een goede kennis van de regels noodzakelijk". Ondernemers die de klok zelf een beetje willen laten luiden (om de auteurs nogmaals te citeren), lezen dit boek.


P.H.M. Ceelen en E.H.E.F. Sloot: Boer en Belastingen, SDU Amersfoort, ISBN 978-90-6476-162-1

zondag 26 augustus 2007

veehouderijproducten en milieueffect

Van het Ministerie van VROM kreeg ik afgelopen weken een boekje toegestuurd met het verslag van de "Debattenreeks 2006/2007 Toekomstagenda Milieu". Ik blogde al eens eerder over de bijeenkomst waaraan ik heb meegedaan: De landbouw verandert: milieueffect voedsel
Het is een nuttig en openhartig boekje. Er staat een goed verhaal in over succesvolle beinvloeding van de EU agenda: we doen dat vaak goed en krijgen 85% van onze punten er door, zoals bij de Bodemrichtlijn, maar zeuren dan vooral over die andere 15% en ook nog op onprofessionele wijze zodat we in Brussel niet begrepen worden en hier de invoering problematisch laten worden.
Verder natuurlijk een transitieverhaal van Jan Rotmans die denkt dat de duurzaamheid van "onderstroom naar draaggolf" gaat. Ik help het hopen, maar rond bijvoorbeeld mobiliteit is het ei van columbus richting consumentengedrag nog niet gevonden of ziet hij dan iets wat ik niet zie. Het lijkt er volgens mij eerder op dat we een deel van de files hebben geaccepteerd want je kunt nu toch prima bellen en internetten in de file en verder blijven we onze hoop zetten op technische aanpassingen zoals elektrisch, minder CO2 uitstoot etc. Lijkt me overigens niets mis mee. Ik hoor op feestjes mensen nog wel praten over duurzamer eten maar niemand over mobiliteit, zelfs laat komen door file is geaccepteerd.
Wat betreft de landbouw constateert het boekje dat dit land 3 sterke sectoren heeft: chemie, water en landbouw. Maar met landbouw is er wel veel mis uit duurzaamheidsoogpunt. Niet alleen staan de Peel en de Gelderse Vallei in de top 6 van gebieden met ernstige milieuproblemen, voor een aantal veehouderijproducten geldt ook dat de consument per bestede euro veel milieuproblemen koopt of veroorzaakt.
Het boekje bevat een grafiek uit een TNO onderzoek (EIPRO studie) waarin de op een horizontale as alle consumentenbestedingen staan, teruggebracht tot 100% of 1000 euro. Melk, gevolgte (van de gekweekte soort), kaas en vlees maken daar zo'n 5% of 50 euro vanuit. Alle producten zijn gerangschikt naar oplopende milieu-impact, bij wijze van spreke ook van 0 tot 100. En dan staan genoemde vier producten achteraan in de hoek: tussen 93 en 99: veel impact per euro.
Nu zou je kunnen zeggen: zie je wel ons eten is te goedkoop en als het nu duurder wordt door lagere productie dan gaat de milieu-impact lekker omlaag. Maar dat is flauw. Je kunt de grafiek beter interpreteren (althans VROM gaat er zo mee aan de slag) dat hier maatregelen nodig zijn die de milieu-impact verminderen, en dan mag het eten best wat duurder worden. In deze grafiek snijdt het mes dan zelfs aan twee kanten.

Ministerie van Vrom: Debattenreeks 2006/2007 Toekomst Agenda Milieu, 2007

zaterdag 25 augustus 2007

Bomen over Plantarium

We fietsten vandaag even naar de Plantarium in Boskoop, de vakbeurs van de boomkwekerij. Mede gelokt door de gratis toegang voor lezers van Groei & Bloei die op de laatste dag ook tegen vriendelijke prijzen plantjes mogen kopen op de beurs, dan is dat ook weer opgeruimd.

Stands uit verschillende landen, ook de boomkwekerij is een internationale business. Zelfs de Duitse Baumschule lijken de Friedhofgartenbau achter zich gelaten te hebben. Een aantal Italiaanse en Spaanse exposanten hadden prachtige oude geknotte olijfbomen in de aanbieding. Zet ze in je voortuin, kiezels eronder en je hebt een klimaatbestendige, onderhoudsarme tuin. Lijkt me een trend. Ik las in het beursblad dat de topman van de Rabo de beurs heeft geopend en de sector een gouden toekomst heeft voorspeld (krediet geen probleem lijkt me), want in het kader van de bestrijding van de CO2 is de aanplant van bomen helemaal booming. En we gaan in de tuin zitten in plaats van reizen denk ik er dan maar even bij. Onder de olijf. In de olie met een mediterraan wijntje.
Dat mode belangrijk is in de business zie je ook bij de stands van toeleveranciers. Er zijn gespecialiseerde bloemenfotografen voor de catalogi en folders. En verpakkingsontwerpers. Dit is een creative industry.

Bewegwijzering

Creatief lijkt ook de bewegwijzering op het betrokken industrieterrein van Boskoop , dat op het grondgebied van Hazerswoude ligt. Het is ooit door de ruimtelijke ordeningsdiscussies heen geloosd als ICT-terrein toen dat in de mode was, maar het lijkt me vooral een logistiek centrum (ik weet het, logistiek drijft op ICT). De straatnamen heten naar buurlanden (Denemarkenstraat etc.) en dat leek me nu niet zo creatief voor een ICT terrein, maar het voordeel werd me duidelijk: de kavelnummers / huisnummers staan op bordjes met de betrokken vlag. Je wordt dus steeds bevestigd dat je in de gezochte straat zit (of niet). Op de terugweg fietsten we door de 150 jaar oude Zuidplaspolder langs de 6e tochtweg (er is ook een 7e maar die weet bijna niemand te vinden), de 5e, de 4e etc. Lijkt ook niet creatief maar heeft het grote voordeel van de Amerikaanse steden dat het aangeeft welke richting je opmoet. Daartegen afgezet zijn die landennamen geen vooruitgang.

swifterbant cultuur

De hazelnootoogst is begonnen, maar het leukste nieuws kwam deze week uit Swifterbant. Bij een perceel zilveruitjes is daar de oudste akker van Nederland gevonden. Uit 4400 - 4300 voor Christus. Toen er nog niet geploegd werd, maar met een hertengewei haklandbouw werd bedreven. Een paar honderd jaar later werd er in Denemarken geploegd, al bijna duizend jaar eerder (5300 vChr) was er landbouw op de Limburgse loss, maar een akker is er tot nu toe niet aangetoond, alleen beweiding.
Wetenschappelijk is interessant dat tot nu toe de akkerbouw niet werd teruggevonden mede omdat archeologen (geindoctrineerd door de huidige omgeving?) bij akkerbouw grote graanvelden voor ogen hadden, en het gaat hier om rivierduinveldjes van misschien 100 m2, zo begrijp ik uit de krant. Vooringenomenheid in waarnemen moet je dus uitschakelen. Anderzijds hangt het ook erg van definities af: 100 m2 zouden we nu natuurlijk moestuin of tuinbouw noemen. De archeologen hadden ook best een persbericht kunnen verspreiden dat tuinbouwmatige gerstteelt teruggevonden is. Alles heeft zijn context.

Het lijkt ver weg, maar het is dus nog maar ruim 6000 jaar geleden, en de hele economische ontwikkeling van Noord-west Europa zoals wij die kennen moest dus nog beginnen. Geen wonder dat we niet kunnen voorspellen en ons zelf niet voor kunnen stellen hoe de wereld er over honderd jaar uitziet - ondanks alle scenario en backcasting technieken die dat gewenste inzicht moeten verschaffen. Inmiddels wordt er in ieder geval in grote delen van de wereld al weer niet meer geploegd voor de graanteelt. We volstaan met schijfeggen - het gemechaniseerde hertengewei.

Het bericht maakt ook een einde aan een persoonlijke illusie. Toen we in 1964 in Flevoland gingen wonen, voelden we ons de eerste bewoners van dat land. Een paar jaar later werd aan de Rivierduinweg / Vuursteenweg de Swifterbantcultuur opgegraven. Maar we konden in ieder geval alle bezoekers vertellen dat we de eerste akkerbouwers waren. Dat blijkt valse voorlichting te zijn geweest zo blijkt dus nu, wat nu dus ook weer is rechtgezet.

De foto van het moderne graanveld is niet in Swifterbant genomen.

vrijdag 24 augustus 2007

Rol GLB

Gisteren constateerde ik dat de discussie op het LNV forum over de toekomstige rol van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) na 2013 nog niet bruist van de fantastisch nieuwe inzichten. Het ontbreekt me aan de tijd (er moet nog veel gebeuren komende weken) me daar mee te bemoeien en bovendien hoop ik op een goed debat vanuit de burgerij in plaats van dat allerlei betrokken deskundigen (daar reken ik me ook maar even toe) zich de discussie toe-eigenen.
Maar twee dingen vielen me op waarvan ik het toch niet kan nalaten ze dan hier maar even te noteren. De eerste is dat iedereen voor een GLB dat in 2013 wordt ingevoerd en dus misschien in 2020 uit de kinderziektes is, maar automatisch aanneemt dat er open grenzen voor export zijn en de wereldhandel onomstreden is (ik kan me van sommige topondernemers en lobbyisten in de discussie althans niet voorstellen dat men heimelijk op het tegenovergestelde hoopt). Gezien de huidige praktijken, tendenzen in WTO en in bv. de Franse en Amerikaanse politiek lijkt me dat het openhouden en verder open krijgen van grenzen prioriteit 1, 2 en 3 moet zijn. Als belangrijkste waarde voor het GLB zou ik dan ook voor willen stellen "Vrijheid van handelen". Dat houdt wat mij betreft dan ook ruimte voor ondernemerschap in, met een knipoog naar de Lissabon-agenda.
Die open grenzen zijn van groot belang voor de Nederlandse welvaart, allereerst voor de export van allerlei goederen en diensten (zoals de kennis van onze pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen). Het WTO landbouwdossier mag daar geen hinderpaal bij zijn. Maar het is ook van groot belang voor onze voedings- en genotsmiddelenindustrie zelf, en daarmee ook voor boeren en tuinders. Waar blijven we anders met die varkens, tulpen, aardappelen en kaas?
Bij de creeren van markten horen wel standaards. Zoals de succesvolle EU standaard voor biologische landbouw - over de hele wereld nagevolgd. En er horen minimum-product eisen bij, zoals ook voor voedselveiligheid, dierwelzijn en diergezondheid. Die mogen hoog zijn. Ik was vorig jaar in Australie op een bedrijf en die klaagden aanvankelijk over de hoge EU eisen voor rundvlees, maar ze voldeden er toch maar al te graag aan. Anders moest het vlees voor minder geld naar Japan!
Wel moet ik de hoge verwachtingen van strijders voor dierwelzijn wat temperen. Daar worden we het in het GLB in Europa al niet over eens, de Grieken en Bulgaren kijken daar echt anders tegen aan dan de Nederlanders en de Engelsen. Laat staan wereldwijd. Als je daar vergaande veranderingen wil, breng ze rustig in in de GLB onderhandelingen maar regel het dan ook maar gewoon regionaal of nationaal, bv. via de ruimtelijke ordening of extra eisen. Maar doe het dan niet zo dat we bepaalde productiewijzen hier verbieden om het vlees tegen lagere standaards uit Bulgarije of China te halen.
Veel meer hoeft er wat mij betreft met het GLB niet bereikt te worden. We hebben al natuurbeleid, energiebeleid en regionaal beleid dus dat hoeft niet ook nog eens een keer in het GLB. Veel van dat beleid (vooral rond natuur, openhouden platteland, bescherming landschap) kan trouwens beter nationaal of regionaal worden geregeld met een staatsteuntoets. Ik kan me althans geen beeld vormen wat mijn Brusselse parlementsleden moeten regelen voor de natuur in Duitsland of in Finland (landen waar ik nog wel eens kom), laat staan van Letland of Oostenrijk.


inkomenstoeslagen
Het tweede dat me opvalt is dat maar weinig mensen discussieren over de inkomenstoeslagen. Misschien omdat dat meer een uitvoeringsinstrument is dan een toekomstig doel van het GLB. Maar ik had gehoopt dat iemand er een goed doel voor kan verzinnen, zoals ik hier al vaker heb betoogd. Inkomensbeleid is het niet en kan dat niet zijn, dat kun je veel beter nationaal regelen lijkt me. Wat dat betreft is de 50jaar oude GLB doelstelling verouderd. Ik blijf het buitengewoon prettig vinden dat ik als mede-eigenaar van een akkerbouwbedrijf 10.000 euro per jaar van de Europese belastingbetaler krijg. Zolang de regeling er is, zullen we de premies ook lekker aanvragen.
Maar ik kan het een Hongaarse burger (als ik daar over twee weken ben) die er via de btw aan mee betaalt niet uitleggen. En ook niet mijn buurman die veel actiever met voedingsmiddelen is dan ik, duidelijker bijdraagt aan het Hollands cultuurlandschap dan wij met onze graanteelt, en sterker van het weer afhankelijk is dan wij, maar geen cent krijgt van de EU - omdat hij stroopwafels op de markt in Oud-Beijerland en Haarlem verkoopt.
Wellicht moet ik uit de discussie afleiden dat iedereen zich wel kan vinden in het idee dat ze in 2020 verdwenen zijn, afgezien van die (nationale) betalingen voor landschapselementen. Of dat in de rest van Europa een realistische uitkomst van de hervorming in 2013 wordt gezien, betwijfel ik.

donderdag 23 augustus 2007

Landbouw in de NRC

De prijzen van sommige levensmiddelen stijgen iets en de NRC was er gisteravond als de kippen bij om in een hoofdredactioneel commentaar maar te pleiten dat dan meteen het landbouwbeleid wel op de hellling kan, dat is toch maar een blokkade in internationale liberalisatie-onderhandelingen.
Het is wel erg snel daar bij de eerste melkprijsstijging mee te komen. De geinterviewde Friese boer was wat realistischer met zijn verwijzing naar de daling in afgelopen jaren en de supermarktoorlog. Bij een paar meevallers van grote advertenties eisen wij lezers ook niet of standepede de abonnementsprijs van de krant naar beneden kan. Eerst maar eens even kijken of het structureel is, en anders andere argumenten voor een hervorming in het debat brengen. En zo wordt de Health Check van volgend jaar geen health check van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid maar van de prijsontwikkeling op de markten.

[tussen haakjes: dat standepede zit bij ons in de spreektaal voor onmiddelijk, tot mijn verbazing staat het niet in VanDale en een Google search geeft aan dat het wel gebruikt wordt maar vermoedelijk zuid-nederlands (en mogelijk dus ook Zeeuws) is want er zitten veel .be websites in de lijst]

Overigens had de krant er ook wel op kunnen wijzen dat er meer van dat soort besluiten in tijden van crises worden genomen dan als het goed gaat. Herziening van het landbouwbeleid is zo iets als een reorganisatie. Alleen heel goede managers werken daaraan als het goed gaat. Verreweg de meesten verschuilen zich achter de crisis of zien dan pas wat er moet gebeuren. Net politici. Zolang het geld niet op is, gebeurt er meestal niet veel. De NRC suggestie had dus beter gepast op het LNV forum met de discussie over het GLB na 2013. Ook omdat het daar nog niet erg bruist van fantatische nieuwe inzichten of debatten.

woensdag 22 augustus 2007

altruisme in drievoud

Onbaatzuchtigheid (altruisme, het tegenovergestelde van egoisme) komt niet meer zoveel voor als vroeger, denken velen. Het bewijs daarvoor heb ik nooit gezien, maar als het zo is krijgen economen het makkelijker. Want die gaan er vanuit dat mensen dingen doen uit eigen belang, dat het daarmee automatisch goed komt met het algemeen belang en vinden het dus maar lastig dat er mensen zouden zijn die ook wel eens onbaatzuchtig handelen.

En dus is het een boeiend onderwerp van studie. Er waren tot nu toe verschillende vormen van altruisme bekend, die toch eigenlijk een vorm van (economische) ruil waren. En nu wordt een nieuwe verklaring met ver strekkende gevolgen voorgesteld, zo lees ik in The Economist. De eerste vorm is de makkelijkste: ik help je vandaag, maar ga er van uit dat jij me dan in de toekomst nog eens helpt bij iets waar ik moeilijk mee zit. Dat heet wederkerig altruisme: jij vlooit mij, ik vlooi jou (you scratch my back, I'll scratch yours). Dat is gebaseerd op vertrouwen en een goed geheugen voor gunsten.

De tweede is het selecteren van verwanten of onderdanen. Vriendjespolitiek. In de regel om invloed te verwerven (bijvoorbeeld voor je eigen ideeen) of status of macht. Je geeft dus wel wat weg, maar je krijgt ook wat terug. Gerelateerd aan vriendjespolitiek las ik gisteren nog een mooie definitie van Ambroice Bierce (the Devil's Dictionairy, 1935): "een vuurtoren is een hoog gebouw aan de kust waar de overheid een lamp en een vriendje van een politicus neer heeft gezet"

De derde en voor economen lastigste vorm die we al kenden is de onbaatzuchtigheid tegen volstrekt onbekenden, zoals bij het geven van aalmoezen en weldadigheidswerk. Als verklaring wordt wel aangedragen dat dit de reputatie van iemand bevordert, en dan krijg je er dus ook wat voor terug. Maar met dat 'wat' kun je niet veel, misschien krijg je nog eens een lintje. Evolutionair psychologen hebben nu aangetoond dat die reputatie aan sex en voortplanting gekoppeld is, een veel sterkere prikkel. Het zou in feite aandachttrekkende consumptie (conspicuous consumption) zijn. Het is daarmee een zelfde verschijnsel als de pauwenstaart. Bij Darwin denkt iedereen aan survival of the fittest, maar er is ook survival of the sexyist. Met een kostbaar signaal als een mooie staart laat de pauw zien over grote reserves te beschikken. Door evolutie wordt dat versterkt en de staart in volgende generaties steeds mooier.

Nu wisten we al dat snelle auto's ook snelle vrouwen aantrekken en onbaatzuchtigheid in bijvoorbeeld de vorm van weldadigheidswerk is dus ook zo'n kostbaar signaal. Onderzoekers van de universiteit van New Mexico deden een paar slimme experimenten waarbij ze lieten zien dat mannen in een romantische stemming bereid zijn veel geld te besteden aan extravanganza die ze konden showen, en vrouwen veel tijd aan vrijwilligerswerk. Ook dat is uit de biologie te verklaren: mannen hebben er belang bij hun sterke genen te tonen, vrouwen dat ze ze kunnen baren en grootbrengen. En beide investeren zo in een zo goed mogelijke partnerkeuze.

Als je er over doordenkt wordt hier dus beweert dat onze hersenen (met al hun functies als taal en creativiteit) op dezelfde manier ontstaan zijn als de pauwenstaart. Het Bijbelse voorschrift de aalmoezen te verstrekken zonder het reputatiemechanisme op te roepen (ook al hadden ze toen nog geen snelle autos, maar met snelle kamelen zal het ook wel werken) is nog niet zo gek, maar eigenlijk ook niet zo best is voor de ontwikkeling van de mensheid.

Ontleend aan The Economist, 4.8.2007 "Blatant benevolence and conspicuous consumption"

dinsdag 21 augustus 2007

weer futures

Termijnmarkten op agrarische produkten worden sterk beinvloed door weersverwachtingen, en inmiddels bestaan er ook futures op het weer. Voor de spelers op die markt is een bericht uit Science over het weer in de komende jaren wellicht van belang. Klimatologen schijnen hun modellen altijd met een set startwaardes door te rekenen die wel aannemelijk zijn, maar niet aan de historie zijn ontleend. Vreemd, maar nu is een groep klimatologen op het lumineuse ;-) idee gekomen om maar eens met de echte data van de afgelopen jaren te gaan rekenen. Dan blijkt dat de modellen op basis van startwaardes uit de jaren 80, de jaren 90 goed voorspellen.

Dat maakt het boeiend te weten wat er gebeurt als je de modellen start met de waardes van een paar tiendaagse perioden in 2005. Van februari 2007 tot en met 2009 blijft het koel in de wereld, en tussen 2010 en 2014 wordt het warmer dan het recordjaar 1998. Campingbezoekers van afgelopen "zomer" zullen het graag geloven, de klimaatdiscussie zal zo nog wel even doorgaan, en misschien moeten we t.z.t. de future aardappelen april 2011 in de gaten houden.

Ontleend aan The Economist 18.8.2007: Modelling the climate: tomorrow and tomorrow

economische ontwikkeling en subsidies

Waar de Westeuropese landbouw gestuurd wordt met subsidies en die in de DDR met het plan (zie de blog van gisteren) doemt automatisch de vraag op of de huidige subsidies in Oosteuropa zinvol zijn. Hier liggen immers gebieden waar de werkeloosheid hoog is en landbouw een belangrijkere rol speelt in de regionale economie dan bij ons - alhoewel zelden meer dan 10%.
Effectief lijkt het in ieder geval wel: er stroomt geld van rijkere gebieden in het westen naar armere gebieden en als dat wijs wordt gebruikt zoals indertijd in Spanje en Ierland dan leidt het tot welvaart en is het goed besteed. Of het naast effectief ook efficient is om dat via de landbouw te doen is een vraag waar een aantal algemeen-economen nog maar eens op moet studeren. Je financiert in ieder geval een sector die er is en ook wel blijft, en niet een fabriek die na een paar jaar failliet gaat.
Maar er is het risico van een bouw-boom, zoals je dat net na de Wende zag: er wordt veel gebouwd en daarna is het weer over en zakt de economie in. Momenteel worden er tot vreugde van de bouwers veel bio-energie installaties neergezet. Goede zaak als we daar braakland beter mee gaan benutten, maar de vraag voor de economische ontwikkeling is hoeveel werkgelegenheid het duurzaam oplevert. Vermoedelijk meer dan het telen van granen die naar de wereldmarkt worden verscheept.

Kapitaalintensief
Toch lijkt de landbouw hier het nadeel te hebben bijzonder kapitaal intensief te zijn: er zijn hoge investeringen per arbeidsplaats. Zelfs als je de grond en oude gebouwen niet telt, en alleen de tractoren en combines, dan is de investering per man veel groter dan bijvoorbeeld voor een secretaresse (bureau en een PC van 1000 euro, daar heb je bij John Deere niet veel voor) of iemand in een call-centrum die telefoontjes afhandelt.
Loonsubsidies zoals bij Melkertbanen zouden dus wel eens efficienter kunnen zijn dan premies per ha die bij de grondeigenaar belanden en boeren niet aanzetten tot arbeidsintensievere gewassen maar verder laten mechaniseren. Overigens heeft Oost-Duitsland dan nog het voordeel dat veel grond ook bij lokale gezinnen in eigendom is, die het aan de bedrijven verpachten. Dat is elders ook wel anders.
Bovenal is in Duitsland, zo niet in Europa, de inflexibiliteit van de arbeidsmarkt en de papierwinkel waar we ondernemers in zijn algemeenheid mee lastig vallen het echte probleem. Subsidies blijven daarbij een lapmiddel.

Laaghangend fruit
In het wilde oosten rondkijkend krijg je de indruk dat het langzaam vooruit gaat, maar laaghangend fruit lijkt er niet te zijn in de economische ontwikkeling. Wel is de Strueobst oogst in volle gang. Duitse monniken zijn ooit begonnen met het planten van fruitbomen rond de kerk en langs de wegen, en toen de stad vol was ook op speciale Obstwiesen buiten de stadsmuren. Boeren en later wegbeheerders deden hetzelfde. West Duitsland is er in de jaren 50 mee gestopt maar in Oost-Duitsland zet men ook nu nog fruitbomen langs nieuwe wegen. Of op een compensatie-wiese in de buurt als dat veiliger is of beter uitkomt. En leuk voor Nederlanders: je mag gratis plukken. Dat is toch een mooie en hoogst praktische startsubsidie voor een appelsap- of appeltaart- producent, zou je denken.

maandag 20 augustus 2007

Karl Marx

Vorige week was ik dus in Duitsland, vandaar dat ik de Frankfurter Allgemeine (zie de vorige blogs) las. Ik was al verschillende keren over de rondweg van Berlijn gereden en daar met een bord geattendeerd op het Freilicht museum in Altranft, reden om er nu maar eens heen te rijden.
Het is simpel te vinden: je rijdt bij Amsterdam of Amersfoort de A1 op en die brengt je min of meer rechtdoor op de oostelijke rondweg van Berlijn. Na dat bord neem je de afslag en draai je de regionale weg op, en na pakweg 60 km ga je bij weer een bord rechtsaf en je bent er. Waarmee ik niet wil suggereren dat het een reis waard is. Maar wel een omweg.
Het plaatsje bevat een aantal aardige gebouwen die in een openlucht museum zouden kunnen en het slot met het echte museum heeft een aantal stijlkamers en een expositie over het verleden van de streek. Daarin domineert de boerderijbouw. Ik had wat meer over de geschiedenis van dit poldergebied verwacht - daar leerde ik uit een boek van David Blackbourn meer van. Ik blogde er dit voorjaar al eens over: De landbouw verandert: natuur in de Oderbruch.
En de Nederlander zoekt natuurlijk naar wat informatie over de Wende in deze regio, maar op het vlak van de Ostalgie komt het museum niet veel verder dan het vermelden van de val van de muur in 1989 in een tijdschaal, als ook het vertrek van de 'GUS-armee' een jaar of vier later. Hier ligt nog een markt, maar het zal nog wel gevoelig liggen.
Wel zijn er alleraardigste filmpjes uit de vorige eeuw, waaronder ook over de landbouw ten tijde van de DDR. Eentje daarvan bevat een fraaie tekst die de economische systemen in perspectief plaatst: de commentator meldt dat waar de West-Duitse boeren deden wat de Brusselse subsidies hen opdroegen, de Oost-Duitse deden wat het "Plan" voorschreef.
Het herinnerde me aan al die oost-europeanen die begin jaren 90 naar Den Haag kwamen om de liberale landbouweconomie van het kapitalistisch systeem uitgelegd te krijgen en na afloop moeilijk kijkend vertrokken.

Voor wie graag op internet informatie op zoekt en dat denkt te kunnen: waar is de foto gemaakt en hoe heette die plaats in DDR tijden?

FAZ: bioboeren geen exoten

Dezelfde FAZ van vrijdag jl besteedde aandacht aan de biologische landbouw. Bioboeren zijn geen exoten meer, zo kopte het liberale dagblad uit Frankfurt. Met de economie groeit ook de markt voor biologisch, nu 3% van de markt. De jaren dat het aanbod sneller groeide dan de vraag (door een boer in de FAZ de 'Kunast-Blase' genoemd, naar de ambiteuze Groene minister van Landbouw) zijn voorbij en sinds eind 2005 stijgen de prijzen duidelijk.

Zo'n 5% van het areaal in Duitsland is nu bio, en de FAZ heeft dan ook een bedrijf gevonden van 300 ha. Het blad wijst er op dat de biologische landbouw gezien de hoge subsidies per ha voor de algemene middelen nog al duur is, en daarbij passend verklaart betrokken ondernemer dat wat hem betreft de subsidies via een overgangstermijn wel volledig kunnen verdwijnen.

Zijn argument is vooral dat niet de boeren maar de ambtenaren en consultants van de premies leven, zoals degenen die de subsdiegerechtige oppervlakte nameten. Op driehonderd ha mag er niet meer dan 2 ha verschil zijn en dat zou meer dan de 'Messtoleranz' zijn.

administratieve lasten
Economen hebben het ook niet zo op subsidies en delen het probleem van administratieve lasten. Toch lijkt me dat die 2 ha te overkomen is. Toegegeven: agrarische oppervlaktes zijn moeilijker te meten dan je denkt. In de jaren 80 hadden we in Brussel eens een hele discussie over Portugese boekhouddata van een klein bedrijfje waar de percelen samen veel groter waren dan het totale bedrijf. Dat Portugese bedrijf had een veelhoekig hellend perceel met verschillende gewassen waarvan sommige na elkaar werden geteeld, andere tussen elkaar, en sommigen zelfs "over" elkaar (zoals zaaien onder dekvrucht: graszaad of karwij al inzaaien voor het vorige gewas, veelal graan, is geoogst). Maar erger nog: op het eind van het perceel stond een muur waartegen druiven groeiden en boven op die muur was er nog een halve meter grond waarin olijvenbomen stonden die voor de helft boven het perceel hingen en voor de helft boven een licht glooiende rotshelling die van niemand was. Ga er maar aanstaan om de oppervlakte te bepalen.


GPS in Hessen
Ondanks deze ervaring vermoed ik dat je heden ten dage met gps-technologie in Hessen toch een heel eind komt. En het zou toch te gek zijn als de Duitse of EU wetgeving die 2 ha als absoluut per bedrijf neemt, en niet een afwijking van bv. 1%. Ten slotte zijn die bedragen die worden uitbetaald ook niet op de cent nauwkeurig te onderbouwen. Al met al lijken me er goede redenen subsidies af te bouwen, waaronder administratieve lasten, maar de Messtoleranz is wel zo ongeveer het laatste waar ik aan denk. Ik vermoed trouwens dat iemand met 300 ha denkt dat hij de concurrentie wel aankan. Wat hem siert.

En in ieder geval is de boodschap van de FAZ (en ik had dezelfde indruk uit discussies in Nederland) aan ondernemers dat er op dit moment in de biologische voedingsmarkt ruimte is. Resultaten uit het verleden zijn de enige garantie voor goede beslissingen over de toekomst.

FAZ: Bio-Bauern sind keine Exoten mehr. 17.8.2007 De foto nam ik eerder dit jaar in Servie

zondag 19 augustus 2007

de natuur komt naar je toe

Soms moet je een ingesleten idee bij het vuilnis zetten. Zoals de gedachte dat je natuur in natuurgebieden of op het platteland vindt en dat de stad slechts doods asfalt biedt. Onzin dus, het groene buitengebeuren lijkt in de toekomst voor (op zijn minst sommige) natuur niet meer nodig. Nergens broeden er in Duitsland zoveel nachtegalen als in Berlijn. In delen van Munchen komen net zoveel vlinders voor als in eerste klas natuurgebieden. Vogels lijken geen last te hebben van vliegtuiglawaai, vossen en wilde zwijnen zijn er in verschillende steden te vinden, niet alleen in Berlijn waar je dat nog aan verwaarloosde DDR natuur zou kunnen wijten.

Logisch
De Frankfurter Algemeine dook vrijdag in dit verschijnsel. Geraadpleegde biologen hebben een paar simpele evolutionaire verklaringen: in de stad zijn er voor deze soorten minder vijanden (probeer eens een jachtvergunning voor de Kurfustendamm te krijgen), er is een groot aanbod van voer en bovenal: het is er warmer. Het zijn vooral warmte-minnende soorten die zich aanpassen aan het stadsleven, met de halsbandparkieten als meest bekende exotische voorbeeld. Er is dus ook hoop voor overleving in een warmer klimaat noteert de FAZ. Steden kenmerken zich ook door eilandjes van natuur, en sinds Darwin zijn excursie naar de Galapagos eilanden weten we dat eilanden als niches goed zijn voor biodiversiteit.
Biologen vertellen ook nog dat de geindustrialiseerde landbouw met (ik citeer maar even)monocultures, bestrijdingsmiddelen, overbemesting en verontreinigd grondwater de natuur het platteland af drijft. Kan zijn, maar wie zoals ik afgelopen dagen even langs wat maispercelen rijdt, krijgt toch de indruk dat in ieder geval wilde zwijnen hier nog volop actief zijn. Misschien zijn er wel gewoon te veel en trekken ze de stad in...

FAZ: Sie kommen, 17.8.2007. De chipmunk op de foto komt overigens uit een natuurgebied in Oregon

komkommertijd

Komkommerseizoen. Ewoud Sanders legde maandag in de NRC uit dat dit begrip heel weinig met de tuinbouw te maken heeft. Het komt vermoedelijk uit de Engelse kleermakerswereld waar men een paar eeuwen geleden in de zomer al weinig zaken te doen had omdat de adel buiten de stad was. 'Cucumbers are in season' was de uitspraak. Via de financiele wereld werd het een gevleugelde uitdrukking voor een 'ebb tide'. En dus niet voor kranten die bij gebrek aan nieuws dan maar tuinbouwfoto's gaan plaatsen.

dinsdag 14 augustus 2007

boeren is kunst (en betaalt niet)

Je kunt moeilijk beweren dat boeren geen kunst is - dus is het wel kunst, en dat is niet best voor het inkomen. Een beetje rare redenering ter intro, maar toch zijn er wel mensen die beweren dat boeren en kunstenaars met elkaar gemeen hebben dat ze hun werk zo graag uitoefenen dat ze er ook een 'psychisch inkomen', naast een geldelijk inkomen, aan ontlenen. Persoonlijk vind ik de term 'psychisch inkomen' niet de sterkste in de economie, het komt me een beetje over als datgene wat we niet uit wat anders kunnen verklaren, maar dat terzijde.

Het punt is nu dat de econoom Baumol recent bij de opening van een tentoonstelling van kunst door bekende economen beredeneerd heeft dat kunst altijd een beleggingsrendement op zal leveren dat lager ligt dan dat van bv. staatsobligaties vanwege dat psychisch inkomen. Als mensen uit hobby-overwegingen blijven produceren dan wordt de markt blijvend overvoerd met producten. Goederen worden dan niet schaars. Het weblog van Peter van Bergeijk (ook op de tentoonstelling vertegenwoordigd) vertelt er meer over in Economendagboek: krantenknipsels wealt of creations III. Het is dus te hopen voor de boeren dat de aardappelproducenten niet al teveel lijken op de producent van de aardappeleters.

maandag 13 augustus 2007

Giffin goed gevonden

Landbouweconomen hebben er aardigheid in als een onderwerp uit de landbouw doordringt tot de algemene economische theorie. Granen waren altijd een leuk voorbeeld, waarvan Ricardo het bekendste voorbeeld is. Ik heb er al eens een lijstje van gemaakt.

Vaak beredeneren en/of bewijzen economen wat, en dan komt het in de theorie. Dat in tegenstelling tot de wiskunde, natuurkunde en scheikunde waar men op basis vermoedens uit de theorie een hypothese formuleert en er soms decennia over doet de hypothese te bewijzen. Het is dus nog aardiger (want veel economen spiegelen zich graag aan de 'harde' wetenschappen) als nu eindelijk het vermoeden dat er Giffin-goederen bestaan, bewezen wordt. En het is helemaal passend in deze tijd als de granen in het VK en Amerika worden opgevolgd door het voorbeeld van rijst in China.

Het nieuws: Greg Mankiw meldt op zijn blog dat Robert Jensen en Nolan Miller (Harvard) aangetoond hebben dat Giffen-goederen ook echt bestaan.

Meestal wordt er meer verkocht van een goed of dienst waarvan de prijs naar beneden gaat. Maar bij Giffin goederen, wordt er dan juist minder verkocht. Dat kan omdat het effect van een lagere prijs bestaat uit twee sub-effecten: een substitutie-effect en een inkomens-effect. Het substitutie-effect houdt in dat als wijn ten opzichte van bier goedkoper wordt, er kopers zijn die switchen van bier naar wijn. Het inkomenseffect houdt in dat zij (en vooral degenen die altijd al wijn kochten) geld over houden, ze hebben meer inkomen te besteden en voor hun zelfde inkomen kunnen ze nu meer wijn kopen. Beide effecten werken in de regel gelijk op.

Maar Sir Robert Giffin (1837 - 1910) bedacht een bijzondere situatie: als een goed inferieur is (dat wil zeggen we kopen er minder van als we rijker worden, zoals bij speklappen) dan is het inkomens-effect tegengesteld aan het substitutie-effect. Nu is dat laatste meestal groter, maar als een goed weinig substituten heeft en het inkomen niet al te hoog (zodat je een verandering in de prijs van een produkt wel merkt als inkomenseffect), dan zou dat niet zo zijn. Giffin meende dat waar te nemen bij de broodverkopen in arme wijken van Londen: als de prijs steeg, kocht men er meer van. Door de prijsstijging kon men zich geen vlees meer veroorloven, en kocht men maar meer brood.

Blijkbaar was dat voorbeeld omstreden, want Mankiw citeert zonder tegenspraak genoemde auteurs die claimen dat ze nu bij rijst in een Chinese provincie voor het eerst met goede statistische tests het bewijs hebben geleverd, pakweg een eeuw na het werk van Giffin. En dat nadat men jaren gezocht heeft bij meer obscure goederen en diensten. Mooi vak toch, die landbouweconomie.

zondag 12 augustus 2007

Lijstje: food (and drinks) hits

Lijstjesliefhebbers in Dronten, Emmen en waar dan ook: opgelet. We gaan een lijstje maken van (zomer)hits over eten en drinken. Aanleiding is de zomerhit 2007 Mange du Kebab van de Parijs-Turkse Kebabverkoper Lil'Maaz (http://www.mangedukebab.com/). Dat kan niet de eerste hit geweest zijn over eten of drinken. Wat te denken van:


  1. Strawberrry fields forever (the Beatles)

  2. Green onions (Booker T and the MGs)

  3. Red red wine (Neil Diamond)

  4. Knolraap en lof, schorseneren en prei (drs. P.)

  5. Het ei (Jaap Fischer)

  6. Het bananenlied (Andre van Duijn)

En verder? Geef je aanvullingen hieronder in de reacties. Vooralsnog hebben we geen strakke criteria dus ook iets van de Red Hot Chili Peppers, iets over Icecream en de allermooiste zomerhit ooit, Spirits in the sky van Norman Greenbaum zijn niet kansloos voor een klassering.

zaterdag 11 augustus 2007

tomaten in de krant

De zaterdagbijlage van de NRC biedt vandaag een goed verhaal over de tomatenbedrijfstak in dit land. Over wasserbomben, marktgericht veredelen, telen en organiseren, de zinloosheid van investeren in Spanje en schaalvergroting. En het start in Zevenhuizen. Kenners lezen weinig nieuws, en dat is een compliment voor een verhaal over een bedrijfstak in transitie.

Tony in Twello

De klassieke plattelandsjongere anno 2007 bestaat niet meer. De stadse jongerencultuur (het jargon schrijft voor dat je het over urban culture met pimps en rap hebt) heeft allang de dorpen bereikt. Zo meldde de NRC op 28 juli. Elk dorp heeft wel een Tony Montana, de cultfiguur / kruimeldief/mafiabaas uit de film Scarface.

Verschillende plattelands- en landbouweconomen, waaronder ikzelf, wijzen er al een tijdje op dat het platteland en de landbouw in Nederland inmiddels stadslandbouw en business-as-usual zijn. Rolmodel Tony Montana is de zoveelste aanwijzing, hoewel ik met weemoed terugdenk aan de klassieke plattelandsjongerenvereniging, in mijn geval J19nu.
Als er overigens nog een staat in de VS is die een landelijk karakter heeft met een hoofdstad die helemaal niet op New York of Miami lijkt, dan is het wel Montana. What's in a name.

NRC: Pimps en ho's in Heuvelland, NRC 28 juli 2007

vrijdag 10 augustus 2007

Liever vandaag dan morgen

Er loopt nog steeds een forse discussie over de economische gevolgen van de klimaatsverandering en daarmee wat je er nu al aan moet doen. Dat komt omdat de toekomst voor economen verder weg is dan voor sommige technische wetenschappers. Mensen hebben nu een keer tijdsvoorkeur: ik krijg liever 100 euro vandaag dan over een jaar. In de tussentijd zet ik het wel op de bank. Dus disconteren we bedragen in de toekomst met de rentestand.


De discussie gaat nu over het feit hoe hoog die rentestand moet zijn. In de bekende Stern Review over het klimaatsprobleem die de Britse overheid eerder dit jaar publiceerde, wordt met 0,5% gerekend, veel minder dus dan de normale marktrente. In Science van 13 juli jl. heeft de Yale econoom William Nordhaus daar de vloer mee aangeveegd.


Een rentevoet dicht bij nul betekent dus dat klein ongemak nu als een ramp voor de lange termijn wordt ervaren, ook de kosten ervan over 30 jaar tellen nu mee. Economen lijkt het handiger om te zorgen dat je nu zo je geld investeert dat de mensen in Bangladesh rijker worden zodat ze in de toekomst dijken kunnen bouwen (of in steden hogerop kunnen gaan wonen) dan dat je het nu al in dijken investeert die je pas over 100 jaar nodig hebt. Maar tegenstanders vinden dat soort afwegingen "onethisch" omdat je aan de huidige generatie een hogere waarde toe lijkt te kennen dan aan de achterkleinkinderen.
Ethisch lijkt het leuk de achterkleinkinderen in de berekeningen even zwaar te laten wegen maar empirisch leidt het tot onzin - zo stelt de econoom Tol in de NRC (Stern rekent uit dat de klimaatsverandering 20% van het wereldinkomen gaat kosten voor nu en voor altijd, maar Nordhaus wijst er op dat de helft daarvan na het jaar 2800 zo meldt de NRC)

Ontleend aan de NRC van 21 juli: Economisch klimaat. De eigen foto toont Mount Hood bij Portland, OR, waar je nu nog kunt snowboarden in de zomer.

de waarde van een boom

Zomersnoei: een paar te laag hangende takken van bomen in mijn tuin moeten er nu toch maar af. Nederland is geen bosbouwland, maar onze bomen zijn per stuk veel meer waard dan die in Finland. Bij Finse collega's leidt dat vaak tot blikken van ongeloofwaardigheid, maar dat komt omdat ze bij bomen alleen maar aan hout denken, en niet aan de waarde.
New York City heeft zijn 600.000 bomen laten taxeren op 122 mljoen dollar, ofwel 150 euro per boom. Die waarde is opgebouwd uit 11 miljoen voor het filteren van de lucht, 28 miljoen besparing op energie omdat er nu minder airconditioning nodig is, 36 miljoen vanwege het vasthouden van water bij pieken in de regenval, en 53 miljoen "estetische voordelen", waaronder vermoedelijk hogere huizenprijzen (ooit gekeken naar de waarde van een flat die aan Central Park ligt?).
Elke dollar geinvesteerd in bomen in the big apple zou $ 5,6 opleveren. Mooie berekening die in ieder geval helpt om het beleid van de gemeente New York te verkopen.
.
Ontleend aan The Economist van 7.7.2007: Green gold. Foto genomen aan het Crater Lake NP, OR.

donderdag 9 augustus 2007

and the wind plays markets

Economen hebben ontdekt dat de waarde van windenergie groter is dan gedacht. De marginale kosten van wind, als de molen er een keer staat, zjn vrijwel nul - als het maar waait. Dit betekent dat de dure energie-uit-gas uit de markt wordt gedrukt en dat op winderige dagen de prijs op de vrije (spot) markt fors lager ligt.
The Economist meldt in zijn editie van 7.7.07 dat ons eigen Nuon over 2005 schat dat de prijs daalt van gemiddeld ruim 45 euro per megawatt-uur naar minder dan 30 euro als het goed waait. Deense economen claimen dat door dit effect windenergie in Denemarken dit jaar voor het eerst meer oplevert dan het kost.

The Economist 7.7.2007 The economics of renewables.
Op de eigen foto een 'kissing bridge' uit Oregon. Gebouwd in de twintiger jaren met overkapping tegen wind en regen, vooral om het brugdek minder te laten slijten. Maar zoals de nickname aangeeft, als snel geliefd bij verliefden.

globalisering van ons eten: oude koek

Globalisering als kenmerk van deze tijd is een thema dat hier regelmatig aan de orde is. Voor ons voedsel is dat eigenlijk al verleden tijd. Na 10 millennia voedselglobaliserng is nu alles wel zo'n beetje overal verkrijgbaar. De Romeinen kenden geen tomaten en mais, maar ze nemen nu een centrale plaats in bij de Italiaan. India is de grootste teler van pinda's, ook al een Zuidamerikaans gewas. China is de grootste producent van tarwe (uit het Midden-Ooosten) en van aardappelen (uit de Andes). En Brazilie domineert in koffie (uit Ethiopie) en suiker (uit Nieuw Guinea).
Kenneth F. Kipple heeft dit allemaal beschreven in 'A movable feast: ten millenia of food globalisation'. De globalisering in de landbouw is dus voltooid. Elders (ik weet alleen niet meer waar) las ik ergens dat nu in het fushion cooking niet alleen de producten maar ook de maaltijden internationaliseren en standaardiseren als lego-blokkjes. De keuzes op de kaart lijken uit te kristaliseren in een combinatie van een 'drager' (aardappelen, rijst, pizza, brood, couscous) en een topping/dressing (Thai, Indian, Italian etc).

Boekbespreking 'A movable feast' in The Economist 7.7.2007
Op de (eigen) foto de Columbia river in Oregon met de Bridge of God. De Columbian river werd bij Cascade Locks lang na de Columbian Exchange van gewassen en dieren bevaarbaar gemaakt om Oregon beter bereikbaar te maken en de tolbrug is genoemd naar de Indiaanse uitdrukking voor de aardverschuiving die ooit de rivier blokkeerde en de oversteek vergemakkelijkte.

woensdag 8 augustus 2007

kruiskippen

Cultuur is een onderschatte factor in de veranderingen in de Nederlandse landbouw. Let dus op kunstenaars (en journalisten) die zich met trends in de landbouw bezighouden, wat ze er van maken en hoe het publiek er op reageert.
Een mooi staaltje van kunst rond de globalisering van de landbouw werd in de NRC van 10 juli beschreven. De Vlaamse kunstenaar Koen Vanmechelen kruist op tentoonstellingen kippen van all over de world om te laten zien hoe we op weg zijn naar een kosmopoltische kip. Het project heet dan ook The Cosmopolitan Chicken en bestaat niet alleen uit de dieren en hun documentatie, maar ook uit sculpturen, tekeningen en schilderijen.
Ook als het resultaat mooi is, kruist Vanmechelen door. Je moet niet al te angstvallig vasthouden aan het bestaande. Er is maar een weg vooruit: niet een multi-culturele maar een intermulticulturele samenleving waarin we niet naast maar met elkaar leven. Dat de Vlaming of de Hollander daarbij verdwijnt, daar valt mee te leven. Die komt vast een keer terug in een andere gedaante in een volgende generatie. "Kruisen is de enige kans op overleving" zo meldt de website van de kunstenaar. Wellicht ook een mening waar Geert Wilders wat van kan leren ;-)
Ik ben benieuwd hoe het publiek hier op reageert en dat verwerkt in opvattingen over de veehouderij. Nog tot 13 augustus in het Centraal Museum in Utrecht.

Meals to come

Over de toekomst van ons voedsel is al veel nagedacht. Warren Belasco bestudeerde de geschiedenis van de toekomst van ons eten en publiceerde vorig jaar 'Meals to come - a history of the future of food'. Een fantastisch boek.

Het pakt de draad op bij Thomas Malthus (1766-1834) die een probleem formuleerde door te stellen dat de bevolking harder groeit dan de productie van voedsel. Om precies te zijn: meetkundig versus rekenkundig. Er zou dan ook altijd een (ver)hongerende klasse zijn, die er voor zorgt dat de bevolking niet groter wordt dan de aarde kan dragen. Oorlogen met strijd om voedsel (en water) en hongersnoden helpen een handje. Het bleek een krachtig beeld.


Maar naast de groep Malthusiaanse wetenschappers en idealisten die pleitten voor 'minder vorken op tafel' (door hongersnoden of geboortebeperking) was er door de jaren heen ook de groep die pleitte voor 'betere tafelmanieren' (een eerlijker verdeling van voedsel, faire prijzen voor koffie etc.) en de groep die benadrukte dat de mensheid zo ingenieus is dat ze wel zorgt voor een 'grotere en betere taart' op tafel.
.
Al ten tijde van Malthus spraken de Engelsman Godwin ('tafelmanieren') en de Fransman Condorcet ('grotere taart'), die Malthus inspireerde tot zijn essay, zich uit voor de andere ontwikkelingspaden.
Meals to come laat zien hoe in allerlei fasen van de 200 jaar geschiedenis deze drie visies door elkaar verknoopt zijn in nieuwe ontwikkelingen (tot de maaltijdpillen, astronautenvoer, algenteelt en slow food aan toe) en zijn gebruikt als promotie-argument (ook voor het verkrijgen van onderzoeksgelden). Interessant is ook Belasco's analyse van de belichting van voedsel op de wereldtentoonstellingen en in de futuristische (utopia's en disutopia's) literatuur. Zo blijkt de varkensflat als 68 verdiepingen tellende plantage al lang in de science-fiction voor te komen.
.
Langzame innovatie
Alle discussanten in 200 jaar waren het er over eens dat de bevolking zou groeien, voedselprijzen zouden stijgen, en daardoor de vleesconsumptie zou dalen. De discussie ging er vooral over of het zou leiden tot honger (gebrek aan taart), revolutie (gebrek aan tafelmanieren), of modernistische (sterk van gangbaar afwijkende , disruptieve) innovatie (meer taart).
Geen van drieen is gebeurd. Voeding kenmerkt zich blijkbaar door langzame maar gestage innovatie. En vooral ook door gestage produktiviteitsstijging want de taart is gegroeid, we voeden meer mensen met grofweg de gerechten van toen bij veel lagere voedselprijzen.
Wie op dit vlak nog iets wil voorspellen (en in het bijzonder met een Malthusiaanse inslag) leze eerst dit boek.
.
Warren Belasco: Meals to come - a history of the future of food. University of California Press, 2006

dinsdag 7 augustus 2007

Foodlog


Maandag stond er een reactie op deze blog waarin op Foodlog.nl werd gewezen. Wie wat bij wil praten of (kritische) meningen wil spuien over actuele voedselzaken heeft daar een goed forum, zo lijkt me. Ik heb links een link aangebracht.
Mijn reisimpressies uit de VS heb ik inmiddels gegeven. Resteren nog wat 'uitgelezen' bijdragen, uit de reislectuur en de bladen bij thuiskomst.

ethanol economie

Op het Amerikaanse landbouw-economencongres was er bovenal veel aandacht voor ethanol, of meer algemeen: bio-energie. Na anderhalve dag kreeg een presentator van een paper over inkomens de lachers op zijn hand met de introductie: "ik vermoed niet dat u met zijn allen voor de kwaliteit van mijn werk naar dit zaaltje bent gekomen, maar u wilt natuurlijk ook wel eens wat anders dan bio-ethanol".
Hoe goed de economische modellen ook zijn ("economen doen het met een model" zeiden ze de vroeger op de Erasmus in Rotterdam al), ze worden vooral ingezet op onbekend terrein, en dus kun je er van alles uitkrijgen.
Als je met de huidige technologie de ambitieuze overheidsdoelen doorrekent, stijgen de graanprijzen nog tot ongekende hoogte (en kun je je met de NY Times afvragen waarom we nog landbouwbeleid nodig hebben). Maar velen waren het er over eens dat het niet de bedoeling van de overheid zou zijn om de graanprijs boven bijvoorbeeld de 4 dollar te drijven. Wally Tyner van Purdue University had dan ook een fraai paper met beleidsalternatieven, zoals het afbouwen van steun als de olieprijs oploopt en ethanol concurrerend is. Zijn presentatie bevatte veel break-even grafieken die aangeven bij welke olieprijs ethanol-uit-mais lonend is, met of zonder bepaalde overheidssteun. Ik leerde eruit dat de graanprijzen in de toekomst meer gaan fluctueren: als de fabriek er een keer staat, dan moet hij ook grondstof (Prijs-ongevoelige vraag) en bij een tegenvallende oogst gaan prijzen van granen voor andere doelen (zoals brood) en voor de last moment aankoop voor ethanol zelf, meer fluctueren. Risicobeheer wordt dus belangrijker.
.
Switch
En dan was er natuurlijk gespeculeer over en gereken aan de tweede generatie technologie: ontwikkel een gewas dat bij uitstek geschikt is voor energiewinning in plaats van een bestaand gewas dat voor veevoer is ontwikkeld. Cellulose switchgrass (wie de Nederlandse naam kent mag het zeggen) is dan de gedoodverfde kandidaat en de Uni van Tennessee experimenteert er mee.
De conclusies waren negatief: te lage opbrengsten per ha. Persoonlijk leek me over zeer lange termijn het gat misschien nog wel te dichten met veel gentechnologie e.d. (het effect van 2% jaar op jaar productiviteitsverbetering over 20 jaar wordt al snel onderschat), maar het is de vraag of boeren er van zullen profiteren. Switchgrass groeit, als je het een keer gezaaid hebt, vanzelf en komt elk jaar terug (het is net riet) en vraagt dus nauwelijks management.
Uit beschouwingen over contracten volgt dan dat het meer op de houtindustrie dan op de graanteelt lijkt. De houtindustrie kent geintegreerde ondernemingen die zelf wel even oogsten of laten oogsten als het zover is, en hebben geen boeren nodig om te zien of de bomen er nog staan en niet wat kunstmest nodig hebben. Als het die kant opgaat met de energiewinning uit de landbouw, kon de steun van de landbouw ook wel weer eens afbrokkelen, zo constateerden we onder de koffie van Starbucks.
.
Million $ farms
Maar dat past misschien wel in de trend naar grote bedrijven. In een heel andere sessie discussieerden we over million-dollar-farms, zo'n typisch amerikaanse uitdrukking om aan te geven dat er steeds meer hele grote bedrijven ontstaan. Guru Michael Boehlje (ook Purdue) had voorbeelden van bedrijven die via een replicatie-strategie meerdere vestigingen hebben van bv. 1000 koeien ieder voor het beleveren van een supermarktketen met biologische melk.
Aansluitend gingen we na wat dat betekent voor het doen van onderzoek, omdat veel databronnen dan wegvallen. Dat probleem wordt overschat en te gemakkelijk wordt dan geroepen dat de overheid of het statistisch bureau dat moet oplossen. Een onderzoekster uit de autoindustrie liet zien dat er ook andere manieren, vooral door samenwerking, zijn om inzicht te krijgen in de ontwikkeling van een bedrijfstak.
.
AgEcon Search bevat de papers, voor wie meer wil weten

maandag 6 augustus 2007

amerikaanse economen

In Portland, Oregon, USA vond eind juli het AAEA congres plaats van Amerikaanse landbouweconomen. Ik mocht er een analyse van de concurrentiekracht van de Europese en Amerikaanse voedings- en genotsmiddelen industrie presenteren. De Amerikanen doen het beter dan de Europeanen. Stijging van de arbeidsproductiviteit (meer omzet per man) en liberalisatie van de landbouw zou helpen.
Wij zullen het verder moeten hebben van nicheproducten, specialties zoals Europese kaas en whisky. Vandaar mijn enthousiasme voor de kwaliteitsproducten bij de Safeway, met hun European Style brood (zie de blog van gisteren). Hopelijk levert CSM de ingredienten en technologie. En misschien kunnen we niet alleen voor de microbrouwerijen (die in de VS net zo floreren als de koffiehuizen) de technologie inzetten. Koffie en bier geven aan dat je ook innovatie krijgt en consumenten tot kopen stimuleert bij een kleinere productieschaal. Blijkbaar zijn Unilever en General Foods niet de enige business modellen.
Wie het paper en al die andere papers van het congres wil lezen kan terecht bij de zoek- en archiefmachine AgEcon Search. Morgen nog een paar indrukken uit het congres.

Op de eigen foto het beeld Portlandia aan het gelijknamige niet onomstreden postmoderne kantoorgebouw in Portland, OR.

de amerikaan en dierwelzijn

Niet alleen organic (zie mijn blog van gisteren) staat in de aandacht van de amerikaanse consument, maar ook dierwelzijn. De New York Times van 25 juli had twee grote pagina's (in de Dining Out section!) over hoe activisten voor dierenrechten (zoals PETA) van de marge naar mainstream bewegen en zowel wetgeving als gedrag van consumenten en producenten beinvloeden. Het gaat dan o.a. om issues als forced-feeding bij foie gras, kistkalveren en aangebonden zeugen.
Een enquete van Label Networks onder 5000 jongeren tussen 13 en 24 gaf in 2006 aan dat PETA de meest populaire non-profitorganisatie was waar men vrijwilligerswerk voor zou willen doen. Tweede in de lijst kwam het Rode Kruis.
De NY Times constateert wel dat er nog een groot gat zit tussen de 'animal lovers and animal lovers that love to eat them' - zoals SlowFood. Maar de dierenrechtenactivisten zien dat niet meer als een probleem: 'we're not really in philosophical alignment, but we like to think we're in strategic alliance'. Want volgens sommige chefs leidt een beter dierenleven ook tot een beter biefstukje. En ook PETA ziet in dat het verbieden daarvan ze niet verder helpt in het bereiken van hun doelen.

zondag 5 augustus 2007

Amerikaanse consument goes european

Afgelopen weken toerden we door Oregon (USA). Dat is aan te raden, gezien de gevarieerdheid van de staat en de stand van de dollar. Het bracht ons ook in de supermarkten.

Je hoort veel over Wal-Mart. De hypermarkt die ik bezocht, sprak in het geheel niet aan - het is vooral veel non-food. In de plattelandsstadjes van Oregon is Safeway de leidende supermarktketen en ik was zeer verrast over het concept. Je komt binnen via de bloemen, die er voor Nederlandse begrippen dan wel niet uit zien en duur zijn, maar toch. Gewoontegetrouw (om versheid van de winkel te benadrukken) komt dan de groente. Groot assortiment waar nodig vers gehouden door automatische bevochtiging in plaats van door scholieren met de plantenspuit. Ook veel aandacht voor biologisch dat tussen de gangbare producten wordt aangeboden en waar veel reclame voor gemaakt wordt (foto). Bij het brood aandacht voor brood in Europese stijl (Old world bread - foto) en daarna nog een hele counter met luxe kant en klaar maaltijden. Ook bij de droge kruidenierswaren veel ruimte voor gourmet hoekjes zoals voor de koffie (ook met een Starbucks merk en Starbucks heeft ook een koffieshop in het gebied van de kassa's). Verder een goede keuze van wijn (die niet veel onder doet voor die bij bv. Carrefour in Frankrijk), vis en (europese) kaas. Kortom, naar mijn gevoel luxer dan bij Albert Heijn en veel meer gericht op kwaliteit in europese zin dan 15 jaar geleden. Een mooie exportmarkt ook.

Lijstje: mark kurlansky’s best

Portland heeft de grootste onafhankelijke boekhandel in de VS, een kruising tussen Donner en De Slegte (wat betreft tweedehands en spartaanse winkeluitrusting). We kochten er een Penguin pocket van Mark Kurlansky, de gevierde schrijver van biografien over voedingsmiddelen. Dit keer het boek waar hij mee doorbrak: Cod, over de teloorgang van kabeljauw. Ofwel visserij-politiek en economie in een notendop.

.
Mijn favoriete top 3 van Kurlansky’s, in volgorde van opkomst:

  1. Cod – A biography of the fish that changed the world
  2. Salt – A world history
  3. Oesters van New York - een stadsgeschiedenis (the big oyster – history on the half shell)

zaterdag 4 augustus 2007

GLB van de toekomst

Tot slot van mijn blogs ter ondersteuning van de GLB-na-2013 discussie memoreer ik nog maar even twee artikelen van eigen hand die voor de meningsvorming uit economisch perspectief wellicht nuttig kunnen zijn.

Drie jaar geleden publiceerde ik een artikel in SPIL waarin ik een beeld schetste van een veehouderij van de toekomst die als normale bedrijfstak is georganiseerd:

Veehouderij in Nederland in transitie: van ondersteunde sector naar business-as-usual
in: SPIL 207-208, 2004

En in een editorial in het blad EuroChoices van twee jaar geleden schilderde ik voor een internationaal publiek wat er de afgelopen jaren is veranderd. Ter afsluiting van mijn bijdrage aan de discussie enkele passages in het Engels daaruit:

The storylines [in the newspapers] offer several lessons. Anticipating the WTO negotiations, the European Union changed farm commodity subsidies into direct payments. This is a step forward, but the problem remains that these payments still reflect the outdated agricultural policy mindset from the middle of the last century. In the long run that policy is unsustainable, because circumstances have clearly changed.

The times when farmers were living along unpaved tracks, without cars or telephones, are long behind us. Today they are in the network; satellites have even brought access to the internet. Social security is now available, and also for farmers without income and wealth. Agricultural policy as a tool to fight regional poverty is therefore outdated; especially as farmers are now a small proportion of the local work force. And although poor farmers certainly exist, poverty problems in the banlieue of the big cities (and not only in France) seem to be a bigger problem for society.

Food (and dollars) are not as scarce as they were after the Second World War, as Europe has become a net exporter of food. This implies that agricultural policy as a tool for economic policy or as a security issue is an outdated concept too, although some may want to argue this point.

The new Single Farm Payment reflects the historically justified but now outdated agricultural policy. Further changes, after or before 2013, are needed. Those who want to maintain the flow of subsidies should give them an objective that is sustainable in the future. Public services are then the most important candidate. Governments can help to organise the supply of nature, open-air recreation, water management and other public goods, but that does not justify a flat rate payment for all land.

Farmers, we might say, are normal entrepreneurs, and so the supply of such ‘green services’ should fit into their farm strategy. In the supply of such services, the market can play an important role. Most likely larger farms can maintain our riversides and hedges at a lower cost then smaller ones; and presumably the scale of holdings has only a small influence on the landscape (assuming hedges, ditches and other landscape elements are adequately protected). There is, moreover, an interesting question if the payments for such services should be decided upon in Brussels or if, according to the principle of subsidiarity, these should be decentralised. It is unlikely that the voter in Latvia or Lerida has a good picture of the nature development needed at the L├╝neburgerheide, and therefore subsidiarity or co-financing could make sense. Regionalisation of such a landscape policy does not necessarily hurt the common market for food products.

Targetting: doelgericht landbouwbeleid

Een realistischer idee voor een gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2013 (dan het idee waarover ik gisteren blogde in het kader van de discussie op de LNV website) is het OECD idee van 'targetting': geef de betalingen aan boeren een duidelijk doel. Of verschillende doelen, hoewel economen geen voorstander zijn van 1 beleidsinstrument voor een lappendeken van doelen.
.
De vraag is dan natuurlijk 'welke doelen' - en daar gaat ook de chat-site van LNV over. Het inkomensdoel is achterhaald, en anders is het belastingstelsel en de sociale verzekering daarvoor een beter instrument. Natuur wellicht, maar daar hebben we al het natuurbeleid en Natura-2000 voor. Landschap - daar geldt iets dergelijks voor. Bovendien kregen we dat in het verleden gratis dus waarom zouden we daar nu grondbezitters voor moeten gaan betalen, en -zoals Cees Veerman- al eens opperde: waarom kan dat niet nationaal worden (mee-)gefinancierd.
En dan is er nog dierwelzijn, maar daarvoor zou ik liever zien dat minimum-eisen aan alle vlees worden gesteld (ook het geimporteerde) in plaats van betalingen om gedrag dat we niet gewenst vinden, niet meer te vertonen.
Kortom - wie verzint er wel een goed doel voor die directe betalingen. Of is het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid er net als het Transportbeleid "alleen maar" om te zorgen dat de gemeenschappelijke markt functioneert. Niet meer, maar ook niet minder.

De lappendeken (quilt) fotografeerde ik in Moro, Oregon, USA

vrijdag 3 augustus 2007

The Road to Serfdom

Een interessant aangrijpingspunt voor de discussie rond het landbouwbeleid is ook 'The road to serfdom' van Friedrich Hayek. Ik kom daar bij toeval op omdat ik deze klassieker, opnieuw uitgegeven door Routeledge, afgelopen weken als vakantielectuur las.
Hayek werd in 1899 in Oostenrijk geboren, kreeg er nog een goede dosis liberale 19e eeuwse economie mee en verhuisde later naar de VS en Cambridge, Engeland. Tegen het einde van WO II publiceerde hij daar The Road to Serfdom, waarin hij uiteenzette waarom centrale planning van de economie niet alleen niet werkt maar ook gevaarlijk is.
Centrale planners beslissen over inkomens en ontwikkelingsmogelijkheden van mensen en dat is niet alleen in strijd met waarden als de vrijheid van de mens tot beslissen en ondernemen, maar het leidt ook tot dwang: gedwongen beroepskeuze, verplichte banen en uiteindelijk moet er wel een totalitaire staat uit ontstaan. Waarmee Hayek zich fel afzette tegen socialisme, corporatisme en voortzetting van de oorlogsplanning in vredestijd.
Zijn werk maakte wel indruk (hij kreeg in 1974 de Nobelprijs voor Economie), maar je kunt -zeker in de landbouw- niet zeggen dat zijn raad erg is opgevolgd. Het verhaal gaat dat mevr. Tatcher erg gecharmeerd was van Hayek's oevre en tijdens een kabinetsvergadering een exemplaar van een boek van Hayek uit haar befaamde handtasje haalde, er mee op tafel sloeg en geergerd zei: "This is where we believe in". Realpolitiek doet me vermoeden dat mevr. Fischer-Boehl of mevr. Verburg dat in de GLB discussie niet na zullen doen.

energie- of landbouwbeleid?

Als er toch gechat wordt over het landbouwbeleid na 2013 (zie de blog hieronder), is het eerste punt ten principale of het landbouwbeleid nog wel nodig is. In de USA las ik de New York Times die op 25 juli een hoofdredactioneel commentaar wijdde aan de recente voorstellen voor de nieuwe Amerikaanse Farm Bill: "that would perpetuate an outdated and hugely expensive system of price supports and direct payments". De NY Times vraagt zich af (en USA Today deed dat begin deze week ook) of dit nog nodig is nu door het energiebeleid prijzen van sommige agrarische produkten sterk zijn opgelopen. Met andere woorden: je zou het landbouwbeleid dus door energiebeleid kunnen vervangen - althans als je energiebeleid nodig vindt.

donderdag 2 augustus 2007

dienstmededeling

afgelopen weken waren er weinig blogs van mijn hand. Ik zat in Oregon, USA voor een bezoek aan het amerikaanse economen congres en enkele weken vakantie. Komende dagen halen we de schade in en plaats ik de inmiddels geschreven stukjes die in de nationale parken niet uploadbaar waren.