woensdag 22 augustus 2007

altruisme in drievoud

Onbaatzuchtigheid (altruisme, het tegenovergestelde van egoisme) komt niet meer zoveel voor als vroeger, denken velen. Het bewijs daarvoor heb ik nooit gezien, maar als het zo is krijgen economen het makkelijker. Want die gaan er vanuit dat mensen dingen doen uit eigen belang, dat het daarmee automatisch goed komt met het algemeen belang en vinden het dus maar lastig dat er mensen zouden zijn die ook wel eens onbaatzuchtig handelen.

En dus is het een boeiend onderwerp van studie. Er waren tot nu toe verschillende vormen van altruisme bekend, die toch eigenlijk een vorm van (economische) ruil waren. En nu wordt een nieuwe verklaring met ver strekkende gevolgen voorgesteld, zo lees ik in The Economist. De eerste vorm is de makkelijkste: ik help je vandaag, maar ga er van uit dat jij me dan in de toekomst nog eens helpt bij iets waar ik moeilijk mee zit. Dat heet wederkerig altruisme: jij vlooit mij, ik vlooi jou (you scratch my back, I'll scratch yours). Dat is gebaseerd op vertrouwen en een goed geheugen voor gunsten.

De tweede is het selecteren van verwanten of onderdanen. Vriendjespolitiek. In de regel om invloed te verwerven (bijvoorbeeld voor je eigen ideeen) of status of macht. Je geeft dus wel wat weg, maar je krijgt ook wat terug. Gerelateerd aan vriendjespolitiek las ik gisteren nog een mooie definitie van Ambroice Bierce (the Devil's Dictionairy, 1935): "een vuurtoren is een hoog gebouw aan de kust waar de overheid een lamp en een vriendje van een politicus neer heeft gezet"

De derde en voor economen lastigste vorm die we al kenden is de onbaatzuchtigheid tegen volstrekt onbekenden, zoals bij het geven van aalmoezen en weldadigheidswerk. Als verklaring wordt wel aangedragen dat dit de reputatie van iemand bevordert, en dan krijg je er dus ook wat voor terug. Maar met dat 'wat' kun je niet veel, misschien krijg je nog eens een lintje. Evolutionair psychologen hebben nu aangetoond dat die reputatie aan sex en voortplanting gekoppeld is, een veel sterkere prikkel. Het zou in feite aandachttrekkende consumptie (conspicuous consumption) zijn. Het is daarmee een zelfde verschijnsel als de pauwenstaart. Bij Darwin denkt iedereen aan survival of the fittest, maar er is ook survival of the sexyist. Met een kostbaar signaal als een mooie staart laat de pauw zien over grote reserves te beschikken. Door evolutie wordt dat versterkt en de staart in volgende generaties steeds mooier.

Nu wisten we al dat snelle auto's ook snelle vrouwen aantrekken en onbaatzuchtigheid in bijvoorbeeld de vorm van weldadigheidswerk is dus ook zo'n kostbaar signaal. Onderzoekers van de universiteit van New Mexico deden een paar slimme experimenten waarbij ze lieten zien dat mannen in een romantische stemming bereid zijn veel geld te besteden aan extravanganza die ze konden showen, en vrouwen veel tijd aan vrijwilligerswerk. Ook dat is uit de biologie te verklaren: mannen hebben er belang bij hun sterke genen te tonen, vrouwen dat ze ze kunnen baren en grootbrengen. En beide investeren zo in een zo goed mogelijke partnerkeuze.

Als je er over doordenkt wordt hier dus beweert dat onze hersenen (met al hun functies als taal en creativiteit) op dezelfde manier ontstaan zijn als de pauwenstaart. Het Bijbelse voorschrift de aalmoezen te verstrekken zonder het reputatiemechanisme op te roepen (ook al hadden ze toen nog geen snelle autos, maar met snelle kamelen zal het ook wel werken) is nog niet zo gek, maar eigenlijk ook niet zo best is voor de ontwikkeling van de mensheid.

Ontleend aan The Economist, 4.8.2007 "Blatant benevolence and conspicuous consumption"
Een reactie plaatsen