zondag 8 november 2009

bloembollen nu

Wie komend voorjaar het beeld hier links in de tuin wil hebben, moet nu met bloembollen aan de slag. Doe het voor de sector, want die heeft het niet best. Deels door de economische crisis en de valuta, maar ook door een autonome trend, zo vertelde me pas een insider.
In deze drukke tijd moet de tuin niet teveel tijd kosten, dus een zgn. Aziatische tuin met veel gele kiezelsteentjes en een enkele bamboe is helemaal vet. De trend van de onderhoudsarme tuin werd jaren geleden al voorspeld, o.a. in een LEI rapport, met de suggestie daarin passende alternatieve producten te ontwikkelen. Zo hier en daar is dat wel gebeurd en kunnen we nu in het voorjaar een bakje bloeiende blauwe druifjes kopen. Maar daar moet duidelijk nog een schepje boven op.

zaterdag 7 november 2009

bedrijfsgrootte en kavelgrootte

De Natuurbalans 2009 besteedt natuurlijk veel aandacht aan het landelijk gebied. Dat is grofweg het deel van Nederland ten Noorden van de triple A grens Alkmaar - Amersfoort - Arnhem zo blijkt uit een kaartje (figuur 6.1) van het boekje. En nog een paar cirkels bij de 3 G's: Goes in het Zuidwesten, rond Gorinchem (Betuwe en Waarden) en rond Gennep (Noord Limburg en Oost Peel).

De Natuurbalans laat zien hoe het aantal grote bedrijven (meer dan 100 nge) al jaren alleen nog maar relatief in aantal stijgt, maar in absolute termen zo rond de 25.000 blijft steken. En het laat in figuur 6.7 zien hoe de gemiddelde bedrijfsgrootte in ha sterk stijgt (van 15 ha in 1980 naar bijna 30 ha nu), maar de gemiddelde kavelgrootte over die hele periode zo ongeveer constant is op 6 a 7 ha.
Het ondersteunt mijn geliefde stelling dat schaalvergroting en landschapskwaliteit vrij weinig met elkaar te maken hebben, zeker als je grotere stallen en schuren goed inpast in het landschap. Ofwel dat er een mythe is dat schaalvergroting van bedrijven automatisch ruilverkaveling en landschapsaantasting is.
Toegegeven dat is een beetje een klei- en veengronden opvatting. Op de zandgronden zie je dat kavels eigenlijk heel groot zijn (kavels definieer ik als omringd met sloten of houtwallen) maar wel bezaaid zijn met veel percelen (die slechts door een prikkeldraadje zijn gescheiden of op het zicht met twee sjalonstokken waarbij links van de virtuele lijn gras staat en rechts snijmais). En percelen worden wel makkelijk samengevoegd.
Daar komt nog bij dat solitaire bomen in zo'n landschap nog wel eens willen verdwijnen en worden vervangen door exemplaren langs wegen en waterlopen. Op het oog wordt het daar wat minder kleinschalig van. En dat is jammer voor fietsers en wandelaars (en misschien ook natuur, dat weet ik niet). Voor liefhebbers als mijzelf die van de grote ruimte van de klei en het veen houden, gaat er weinig verloren.

Voor meer van dit soort inzichten, lees de Natuurbalans 2009 van het Planbureau voor de Leefomgeving.

vleesdialoog in de UK

De discussie over vlees en klimaat was tot nu toe wel een erg Nederlandse discussie. En leek daarmee wel weer erg op Nederland gidsland en een verkapte discussie over de intensieve veehouderij onder het codewoord eiwitdialoog.
Gisteren was ik in Brussel en daar maakte een top-ambtenaar van DG-Agri me attent op het feit dat Lord Stern (een guru in de klimaatwereld) in de Times dit onderwerp heeft aangesneden. De lord heeft later gezegd misquoted te zijn en mijn gesprekspartner vond dat het landbouwbeleid nu al wel genoeg gedaan had door het houden van schapen en vleesvee in bv. de UK fors terug te dringen door de decoupling, terwijl het grasland of de herbebossing als carbon sink fungeert.
Maar het debat lijkt dus niet meer uniek Nederlands. De Times kan het niet laten er ook een artikeltje bij te zetten over het vegetarisme uit 1851. Een tijdelijke hype of een voorbode.....

vrijdag 6 november 2009

Water en CO2

Een paar leestips over landbouw en milieu: The Economist van 24 oktober stond vol met artikelen over dit onderwerp. Een groot verhaal over de waterproblemen in Californië waar boeren, stedelingen en milieugroep elkaar in de greep houden rond weinig duurzaam watergebruik. En waar een politicus vindt dat bepaalde bedreigde vissoorten thuis horen in het rijk van de dinosaurussen.

Boeren in de States lobbyen sterk tegen een klimaatovereenkomst: het zou diesel en kunstmest te duur maken, en daarmee het level playing field zouden aantasten (was diesel al niet erg goedkoop in de VS?), En omdat er veel landbouwstaten zijn, en alle staten 2 senatoren leveren, is invloed verzekerd. Er zijn al tegemoetkomingen voor lokale energie-cooperaties en de belofte dat de landbouw door de USDA gereguleerd zal worden in plaats van door de Environmental Protection Agency. Dat maakt blijkbaar wat uit.

Tot slot meldt het blad nog wat recente literatuur: een VN rapport dat afrekent met de duurzaamheid van biobrandstoffen: alleen die suikerriet in Brazilie kan de test doorstaan. En twee papers uit Science. Jerry Melillo c.s. rekenden uit wat de effecten zijn van een efficiente vorm van biobrandstoffen: grassen in Afrika. Dat blijft de eerste 40 jaar per saldo CO2 uitstoten in plaats van vastleggen, vooral door het in cultuur brengen van de gronden en het toedienen van kunstmest. Tim Searchinger cs. analyseerde Kyoto en stelt vast dat het biobrandstoffen bevoordeelt omdat de uitstoot door het in cultuur brengen (en dus o.a. kappen van bos) niet meegeteld wordt. Perverse prikkels zijn al weer ingebakken, zo constateert The Economist. Misschien is het idee om de vaste bijmengverplichting variabel te maken zo gek nog niet ……..

donderdag 5 november 2009

Lijstje: Mythes in de ESB


ESB, voorheen Economisch Statistische Berichten, bracht ter gelegenheid van Wereldvoedseldag (16 oktober) een special uit: Boer zoekt toekomst. Een zeer lezenswaardig dossier. De column in dit nummer werd geschreven door prof. Gerrit Meester, die 5 mythen aangaande de landbouw benoemt:

  • De landbouw verdwijnt uit Nederland / Europa als de bescherming door de overheid afbreekt
  • Door de vaste productiefactoren past de landbouw zich maar langzaam aan aan veranderingen in vraag en aanbod
  • Kleine bedrijven en extensief beheer zijn beter voor het milieu dan grote, intensieve bedrijven
  • Het landbouwbeleid zorgt er voor dat de consument duur uit is
  • Dieren zijn slechter in het maken van eiwit dan planten

Lees de ESB om te zien waarom ze niet waar zijn – wat de laatste betreft: dieren zijn inefficiënt omdat ze ook onderhoudsenergie nodig hebben. Als de column meer ruimte had gehad, had er nog een zesde mythe bij gekund, zo blijkt uit een artikel van Eveline van Leeuwen (VU):

  • Landbouw is de belangrijkste sector voor het behoud van inkomen en werkgelegenheid op het platteland

Wie werk en inkomen op het platteland wil beïnvloeden kan dat beter de detailhandel bevorderen of de publieke sector uitbreiden. Die zetten veel vaker mensen uit de regio aan het werk.

G. Meester: Mythen rond landbouw
E. van Leeuwen: Landbouw en de lokale Nederlandse economie
Beide in: ESB Dossier Boer zoekt toekomst, oktober 2009.

woensdag 4 november 2009

de bio-industrie is het land uit.

Dat we dat nog mogen meemaken: de bio-industrie verdwijnt uit Nederland. Geen wensdromen van mijn kant, maar een constatering van Wakker Dier, Varkens-in-Nood, Bont voor Dieren en vele andere groepen die het niet zo op de varkens- en kippenhouderij hebben voorzien.
Je begrijpt dat hier een addertje onder het gras zit: het gaat alleen om woordgebruik. Vijftig jaar geleden noemden we deze bedrijfstak de Veredelingslandbouw, omdat ze deed wat aanbevolen werd in het proefschrift dat ik hier gisteren besprak: waardeloze bijproducten opwerken tot wat eetbaars.
Dat edele doel leidde ook tot minder gewenste praktijken, en de actiegroepen die dat -terecht- aan de kaak stelden voerden de term Bio-industrie in. Boeren reageerden door een forse campagne te voeren om de termen mestvarkens en mestvee uit het Nederlands (maar niet uit het Vlaams) te verbannen. In de jaren tachtig kregen we bij de werkgroep die het meitellingsformulier maakte het dringende verzoek ons taalgebruik even aan te passen. Vleesvarkens en vleesvee waren de gewenste termen, mesten kwam weliswaar overeen met dik voeren, maar deed het publiek teveel aan het mestprobleem denken.
En nu is geconstateerd dat het publiek de biologische landbouw niet meer kan onderscheiden van de bio-industrie. Dat is natuurlijk niet de bedoeling, ook al is de omvang van sommige biologische bedrijven vele malen groter is dan de onschuldige klant zich beseft.
Hoewel ook deze week weer een NRC journalist het niet kon laten over organische landbouw te schrijven, is het invoeren van de Engelse term organic als hip etiket in de winkel blijkbaar mislukt of nog niet ver genoeg.
En dus rest maar een ding voor de aktiegroepen: bio-industrie vervangen door vee-industrie. Geen vlees-industrie want dat is weer wat anders. Verbetert mogelijk de verstandhoudingen met de sector ook enigzins. Tip voor boeren die borden over de Groene Leugen op hun land hebben gezet: je doet er goed aan de term bio-industrie te blijven gebruiken, dat strooit lekker verwarring. Desnoods als geuzennaam.
Zo blijkt maar weer: taal is zelden onschuldig.

dinsdag 3 november 2009

Meer vlees

Vlees blijft de gemoederen bezighouden. Gisteren, op weg van de oude zeesluis van Zwartenhoek (foto, zie de blog van gisteren) naar huis hoorde ik op BNR dat de Deense regering serieus een vet-taks gaat instellen. Dat mag voor de vaste lezers van deze blog geen nieuws zijn, een rapport dat daartoe aanzette meldde ik hier al in mei 2008.

Ook bij een lunchlezing op LNV spraken we vandaag over vlees. Emiel Elfering (RuG, nu CLM) kwam zijn proefschrift toelichten. Dat heeft indertijd de pers gehaald omdat hij uitrekende dat we na de BSE crisis de 10% van het veevoer dat uit slachtafval bestond, in paniek vervangen hebben door 10 miljoen ha soja. En dat alles omdat de temperatuurmeters in het VK te laag stonden afgesteld bij de verwerking van het slachtafval tot veevoer (het zgn. renderen). Overigens wordt er weer op gestudeerd dit terug te draaien. Maar dat terzijde.
Elfering legde uit dat zijn aanbeveling om het eten van vlees te minderen niet afhankelijk is van het feit of je de vervuiling aan zuivel of aan vlees toerekent, een vraag die ik hier vorige week opriep.
Verder had hij een sterk punt door er op te wijzen dat de marginale hoeveelheid vlees (zeg de laatst verkochte 10%) niet op basis van bijproducten uit de voedingsmiddelenindustrie of op basis van niet-alternatief aanwendbaar gras, maar op basis van soja of granen wordt geproduceerd. Het bleek zelfs netjes uitgerekend: 70% van ons krachtvoer bestaat uit bijproducten, van de bijproducten gaat 2/3e in veevoer. Als je alleen de bijproducten uit de levensmiddelenindustrie voor de nederlandse consumptie neemt, en je voert dat aan varkens, dan zou iedereen nog gewoon 135 gram varkensvlees per dag kunnen eten, en dat wijkt weinig af van het FAO dieet advies. Zoals CLM op zijn site stelt: helemaal vegetarier worden is geen bijdrage aan het wereldvoedselprobleem of het klimaatprobleem. Een beetje minder vlees wel.
Blijft nog de vraag of deze planningsaanpak ook de uitkomst is als je een carbon-taks op dierhouderij zou zetten: maken mensen als ze de keuze krijgen tussen duurder vlees of duurdere benzine, dezelfde keuze als de plannende computer? En loopt dat dan gelijk op met de gezondheidsresultaten die Denemarken beoogt, of zijn er toch verschillende soorten vlees?
Emiel Elferink: Meat, milk and eggs; Analysis of animal food environmental relations, RuG. 2009

maandag 2 november 2009

Ramptoerisme in de Hedwige

Hiernaast een fotootje uit de Hertogin Hedwige polder. We brachten een weekend door in een mooie oude boerderij in Westdorpe (dat is in het westen van Oost Zeeuws-Vlaanderen). Naast een bezoek aan het nabije Gent ook reden om eens even in Hulst en omstreken naar de omstreden Hedwige te gaan kijken. Een mooie polder, zoals zo vele in die streek. Ook in deze tijd van het jaar met de al kale populieren, andere bosjes met herfstloof en boeren die bieten rooien. Hoewel er ook een paar lelijke plekken te vinden zijn aan deze rafelrand van Nederland en de polder niet mooier is dan al die andere in de buurt. Ook het Verdronken land van Saeftinge lag er mooi bij. Moeilijk voor te stellen dat het Verdronken land van Hedwige er straks ook zo uit zal zien.
Er wordt trouwens meer natuur gemaakt in Zeeuws-Vlaanderen. We bekeken de uit 1789 stammende zeesluis van Zwartenhoek. Nu fraai gerestaureerd, zij het met Chinese natuursteen in plaats van de onbetaalbaar geworden Belgische – waar niets op tegen is want menigeen doet dat op eigen terras ook zo. Vanaf de sluis is er zicht op de nieuwe tuinbouwkassen, waar het overigens volgens onze gastvrouwe in deze crisis en gezien de forse afstand tussen Westdorpe en het Westland nog geen storm loopt.
Langs de kreek die bij de sluis de plaats van de zee heeft ingenomen wordt natuur ontwikkeld - niet ter compensatie van de verdieping van de Westerschelde, maar ter compensatie van de verglazing van de polders bij Terneuzen.
In dit geval zonder protestborden. Minder hypocriet dan het misschien lijkt. Ik raak er steeds meer van overtuigd dat het probleem niet de natuurontwikkeling zelf is, maar het feit dat de lokale bevolking niet in kan zien hoe je er geld mee kunt verdienen. En geld verdienen is toch al lastig in het leeglopende Zeeuws-Vlaanderen. Afgezien dan van de markt voor mooie oude boerderijtjes om een weekendje weg te zijn.

zondag 1 november 2009

einde melkquota in zicht


De column van vandaag staat op Ziezo.biz: over de handel in melkquotum

zaterdag 31 oktober 2009

FAO Policy Briefs


De FAO is gestart met een reeks interessante 'policy briefs'. Voor wie op Hervormingsdag inspiratie zoekt op beleid te hervormen: Zie hun site

vrijdag 30 oktober 2009

Kom van dat dak af?

Zoals gisteren hier geblogd, was ik in Boston. Daar gebruikten we ons modelletje om met de gurus bij te praten over system-dynamics, over de noodzaak voor vergroten van de landbouwproductiviteit door uitgebalanceerde kennissystemen (terwijl we daar meer aan veranderen dan op studeren) en de rol en toekomst van het gezinsbedrijf in die systemen.
Stadslandbouw is ook hot in Boston. Er zijn de nodige restaurants die er op voorstaan vooral met verse groenten van het seizoen uit de omgeving te koken. En de stad zelf werkt aan het bevorderen van landbouw binnen de stadsgrenzen. Omdat er nauwelijks grond is, is ‘roof top farming’ een van de speerpunten. Regelgeving wordt aangepast (6 kippen mag weer, bijen, hard nodig voor de fruitoogst, ligt nog moeilijk), ook in de bouwvoorschriften. Waarbij er dan competing claims zijn met zonne-energie want er zijn ook al voorschriften dat daken zodanige hellingshoeken moeten hebben dat de zonnepanelen van de toekomst er eventueel op kunnen worden gemonteerd. Maar bij platte daken is dus (fysiek) draagvlak voor groenteteelt aan de orde. Helpt ook in het koelen van gebouwen en opvangen van water. Blijkbaar zit de schrik van een energiecrisis waarbij groentes niet meer uit Californie of Florida kunnen worden aangevoerd, er diep in. De stad heeft ook kaarten waarop voedselwoestijnen worden gelocaliseerd: arme wijken waar nauwelijks voedsel, laat staan groente en fruit te koop is. Vaak oude wijken die ongeschikt zijn voor roof top farming overigens.
Boston zelf is aan te bevelen. Ik bestede een zonnige zondag aan de stad en dat is beslist te kort. Een havenstad waar nog het nodige bewaard is gebleven van de oude Engelse kolonie en de onafhankelijkheidstrijd, zij het soms tussen de moderne glazen wolkenkrabbers, maar dat heeft ook zo zijn charme. Met opnieuw ingerichte docklands. En aan de overkant van de Charlesrivier ligt Cambridge. Met de metro zit je zo op MIT en Harvard. Leuk om er eens over de campus te wandelen en bij Harvard Coop je boekenvoorraad aan te vullen. De lage dollar helpt. En oktober is de tijd om te gaan want het herfstloof is in de stad al prachtig, daarbuiten moet het fantastisch zijn.

donderdag 29 oktober 2009

De club van Rome en ons vlees

Boston behoort tot de interessantere Amerikaanse steden. Ik was er afgelopen dagen voor een workshop die we organiseerden met mensen van MIT, de bekende locale Ivy League universiteit en nog een aantal anderen. Aanleiding was ons recente rapport over het kennis- en belangenbehartigingssysteem in Nederland. Daarin gebruikten we een system-dynamisch modelletje. Een techniek die populair werd via het MIT rapport Limits to the growth uit 1972, in Nederland beter bekend als het rapport van de Club van Rome, zoals de toenmalige laaggeprijsde Aula pocket met nummer 500 getiteld was.
Op de heenvlucht herlas ik het voor het eerst na 35 jaar. De computerfiguren, zoals we ze zelf toen ook op grote vellen met COBOL en FORTRAN programma’s genereerden, doen lekker nostalgisch aan. Maar de inhoud blijft actueel: er blijven vragen over de uitputting van grondstoffen. Wat toen vervuiling heette is nu het klimaatprobleem (een vervuiling met CO2).
Kritiek op het rapport is altijd weer dat de uitputting van voorraden en sterfte door vervuiling niet is uitgekomen (hoewel: de schaarste van 2008 kun je zo in sommige grafieken zetten), en dat er weinig feedback mechanismes inzitten. Dat laatste is niet helemaal terecht: er werd juist veel gemodelleerd om te zien wat het effect is van feedback mechanismes. Misschien is ook de productiviteitsontwikkeling onderschat: hoewel de chip van Gordon Moore net uitgevonden was besteedde het rapport helemaal geen aandacht aan ICT, laat staan aan biotechnologie. Die ICT hielp weer bij globalisering en dat betekende dat mensen gingen zien dat we allemaal onderdeel zijn van die ene aarde, en er maar 1 hebben. Wat mogelijk weer bijdraagt aan een gezamenlijke aanpak.
Ook markt- en organisatorische oplossingen komen in het boek niet voor. De auteurs waren technologen en de Club van Rome pleitte in een nawoord voor planning. Vreemd genoeg niet voor het beprijzen van externe effecten.
Misschien was het boek juist zo’n succes omdat de aandacht voor milieu net main stream begon te worden en tot actie ging leiden. Een feedback mechanisme in zichzelf.

Volkskrant over vlees
Delta Airlines (die steeds meer NorthWest vervangt) gaf me de Volkskrant van zaterdag mee. Met daarin veel aandacht voor Kopenhagen en op de voorpagina een discussie over vleesconsumptie. Dit mede naar aanleiding van de Milieubalans van het Planbureau voor de Leefomgeving.
Ik vind het een verwarrende discussie, die we nu blijkbaar in het openbaar moeten gaan voeren. Verwarrend omdat er veel op een hoop wordt gegooid, vergelijkbaar met discussies waarin beschikbaarheid van voedsel (er is genoeg), toegang tot voedsel (de armen hebben te weinig koopkracht), gebruik van voedsel (sommigen eten teveel, andere maken biofuel, er wordt veel weggegooid) en crisissituaties door elkaar worden gegooid omdat ze allemaal over voedsel gaan. Maar dat op een hoop gooien draagt niet bij aan een oplossing en goed beleid. Er is zelden 1 remedie voor meerdere problemen. Hooguit heeft een remedie voor een probleem ook positieve neveneffecten voor andere problemen,
Wat ik er tot nu toe van begrijp is dat sommige mensen voor hun eigen gezondheid best wat minder vlees zouden kunnen eten, en in het bijzonder roodvlees. Dat moeten ze vooral doen, en dat zou bevorderd kunnen worden. Maar die vorm van consumentenvoorlichting rond gezonde voeding (die nu eens niet van de Gezondheidsraad maar uit de milieuhoek komt) heeft vermoedelijk maar weinig effect op het klimaatsprobleem.
Dierlijke productie gaat met veel milieuvervuiling gepaard en daar ligt een grotere overheidstaak. Net als bij het mobiliteitsvraagstuk zijn technische oplossingen daarbij vermoedelijk veel kansrijker dan gedragsveranderingen (zoals we die bij bont of roken hebben gezien). Maar alles helpt en wie dus niet alleen wat vaker de fiets dan de auto wil nemen maar ook af en toe erwtjes in plaats van karbonaadjes eet, moet dan niet laten. Of je er de Amazone mee redt is de vraag: dat moet komen van het handhaven van het oerwoud in een nationaal park, een beetje minder vraag naar rundvlees of soja gaat dat niet oplossen. Al was het maar omdat de rest van de wereld nog even door eet. Maar ook omdat de prikkel niet groot genoeg is: een wat hogere melkprijs redt de landbouwgrond in ons Groene Hart ook niet uit handen van de projectontwikkelaar.
Nog ingewikkelder wordt het als je gaat kijken naar de vleessoorten onderling: rundvlees of kip. Rundvlees vervuilt wereldwijd veel meer dan kip. Maar de vraag is of dat juist voor Nederland niet een verkeerde berekening is. Want kippen en varkens eten granen en die kunnen we als mens ook eten. Maar runderen, geiten en schapen eten vooral grassen, op veenweide-gronden, berghellingen en pampa’s, waar je niet of beter niet (remember the dust bowl in the US) met een ploeg voor de graanteelt kunt komen. Vooralsnog is dat dus goedkoop eiwit, waarvan we de milieuvervuiling maar het beste kunnen tolereren zolang niet alle eiwit uit andere bronnen komt. Het gras is immers niet alternatief aanwendbaar, en het niet gebruiken ervan heeft dus negatieve effecten op de wereldvoedselvoorziening.
Voor Nederland komt daar nog bij dat het overgrote deel van ons rundvlees een bijproduct van de melkveehouderij is. Je moet de vervuiling daarvan niet toerekenen aan het vlees maar aan de zuivel: voor een melkveehouder brengt dat vlees heel weinig op in verhouding tot de melk, dus zolang er vraag is naar zuivel (en daarvan gebruiken we in de wereld nog altijd veel te weinig) lopen die dieren er – al moet het vlees naar de afvalverwerking of onze milieuvervuilende huisdieren (daar horen we trouwens opvallend weinig over).
Het NOS Journaal maakt het onlangs nog ingewikkelder door er op te wijzen dat het klimaateffect van het roodbonte MRIJ-vee veel minder slecht is dan van de zwartbonte Holstein-Frisian koeien. Maar die kleur zie je niet aan een lapje vlees of in de prijs. De prijs in de EU van vlees ligt door het landbouwbeleid overigens hoger dan op de wereldmarkt, in vergelijking tot bijvoorbeeld fruit. Een steak eet je dus goedkoper in de VS of het Midden-Oosten. Waarmee er dus al een kleine belastingheffing is, maar die gaat door de liberalisering wel verdwijnen.
Wie een lendelapje minder neemt is voor zichzelf wellicht goed bezig, maar het kan een teleurstelling worden als je denkt er zo niet de wereld, dan toch de Amazone mee te redden van alle ellende.
Ook in deze beschouwingen in de Volkskrant miste ik het economische inzicht dat je de markt zijn werk moet laten doen: kun je de vervuilende producties niet gewoon onderdeel maken van het cap-and-trade systeem dat in andere bedrijfstakken zijn werk doet? Of kun je ter vervanging een accijns of een hogere btw opleggen voor de milieuschade van de productie? Dat maakt het een stuk makkelijker voor de winkelende consument en het bespaart een hoop krantenpapier over wat je nu wel of niet moet eten.
Enfin, het artikel was een goede opmaat om met onze Amerikaanse collega’s te praten over institutionele analyses van de soyateelt in Brazilie en de mogelijke rol van de gezinsbedrijven ten opzichte van de grootlandbouwbedrijven. Komende dagen meer uit Boston.

PS ik schreef dit stukje zondag in Boston. Bij terugkomst las ik vanavond prof. Henriette Prast in de NRC die denkt dat het van norm verandering moet komen omdat ze twijfels heeft bij belastingen en campanges, maar wel veel verwacht van het default effect: we moet niet vragen of iemand vegetarisch is, maar of er nog carnivore dieetwensen zijn. Er zijn nu te hoge kosten van psychologische afwijking als je aangeeft voor vegetarisch te gaan.

woensdag 28 oktober 2009

Landbouw in Gapminder

Een tijdje geleden wees ik hier op Gapminder als een mooie site die grafieken maakt. Nu ook met landbouw - zie hoe de oogsten in Nederland en elders zich afgelopen eeuw ontwikkelden.

dinsdag 27 oktober 2009

Nederlandse grond ligt in de VS

Nederlanders bezitten maar liefst 1,5 miljoen ha grond in de VS. Na Canada zijn we de grootste grondbezitter bij Uncle Sam, zo meldde het Agrarisch Dagblad (10.10.2009) op basis van USDA cijfers.
Je vraagt je af wat daar achter zit. Dat kunnen toch niet alleen Nederlandse boeren zijn, zouden die echt 372.000 ha in Alabama bezitten? Mogelijk beleggen ook Nederlandse pensioenfondsen en Rienk H. Kramer, of vanwege ons belastingklimaat (en dat van de Antillen?) alhier gevestigde Amerikaanse organisaties in de VS.
Maar ongetwijfeld zijn er ook (ge-emigreerd?) boeren bij, bv. wat betreft de 184.000 ha in Michigan. More research is needed....

maandag 26 oktober 2009

smart grids

Als electriciteit schaarser en dus duurder wordt, gaan mensen er vanzelf op besparen. Zo zijn er kansen voor smart grids, waarin alle apparaten bemeterd worden. Nu is het aloude electriciteitsnet gevoelig voor storingen en gaat het met verliezen gepaard. En die moeten worden opgespoord via consumenten die klagen dat de stroom het niet doet.
In Amerika en Europa gaat 10% van de electriciteit verloren via lekkage of diefstal. In derde wereldsteden is dat wel de helft. Alleen al de VS heeft jaarlijkst 150 miljard dollar aan black out kosten.
Deskundigen schatten op basis van pilotprojecten dat als je consumenten real time informatie geeft over stroomverbruik, dat met 6,5% zou dalen. Als prijzen zouden varieren met piekverbruik, zou de besparing 10 a 15% zijn. En dubbel zoveel als apparaten ingesteld kunnen worden om bij hoge prijzen zichzelf automatisch uit te schakelen. Verbruik wordt daardoor gelijkmatiger en dure piekcapaciteit is minder nodig.
En dan hebben we het nog niet over terugleveren van zonnepaneel energie of het 's nachts opladen van de electrische auto en fiets. Zo werkt dat in de economie.

The Economist: Smart Grids, Briefing 10.10.2009