maandag 17 februari 2020

Structuurverandering in de Europese landbouw

Enkele collega economen uit Bonn hebben zich gebogen over de structuur van de landbouw en hoe die verandert. Met een nieuwe methode waarbij ze de marktaandelen van groepen bedrijven (bedrijfstype * 2 grootteklassen) bekijken en proberen te verklaren waarom die aandelen veranderen. Helaas gebruiken ze maar weinig grootteklassen, dus het gaat vooral om switchen tussen productierichtingen, dat verklaart wel wat van de uitkomsten. Die zijn vooral interessant als je West- en Oost Europa vergelijkt.
De structuur hangt allereerst vooral af van de structuur in het verleden. Die is in het westen al beter uitgekristalliseerd (en verklaart daar 52%, tegen 29% in het oosten en dus 36% gemiddeld. Subsidies verklaren in het oosten meer: 10% (en 5% in het westen). Ze zijn daar mogelijk dus wat gevoeliger voor veranderingen in het GLB. Macro-economische en demografische ontwikkelen verklaren 7% resp. 4% in het westen en zijn met 11% en 8% belangrijker in het oosten. Prijzen en inkomens verklaren 12% hier en 29% in het oosten van de EU.

S. Neuenfeldt, A. Gocht, T. Heckelei and P. Ciaian: Explaining farm structural change in the European agriculture: a novel analytical framework. In: ERAE 46*5, december 2019

zaterdag 15 februari 2020

Industrieel Museum Zeeland

Vorig weekend waaiden we uit in Zeeuws-Vlaanderen. Een van de fans van deze blog wees ons op het Industrieel Museum Zeeland in Sas van Gent. In 1990 werd de fabriek van SuikerUnie dat in 1966 werd gevormd en waarin de Coöperatieve Beetwortel Suikerfabriek CBS opging) na 90 jaar gesloten. Nu is het een mooi museum. Komende week dus wat illustraties bij de blogposts die uit het museum komen.
Warm aanbevolen, de vrijwilligers laten machines voor je draaien en je leert er veel over de ontwikkeling van de industrie. De historie wil dat die oorspronkelijk in Wallonië zat en met de afscheiding van België kwam dus de industrialisatie in ons land op gang. De textiel in Tilburg en Twente. En de Waalse kapitalisten streken neer in de kanaalzone. Volgens sommigen met het oog op het koloniseren van de linker Schelde-oever. Maar zover is het niet gekomen.

vrijdag 14 februari 2020

de FAAM Vlaggen

Een maand geleden waren hier wat posts over de King Atlas. Hiernaast een plaatje van het Vlaggenboek van concurrent De FAAM uit Breda. Je kon de vlaggen bij de snoepjes sparen en in het boek plakken. Interessant is de lijst van landen in het boek, met vlaggen voor de belangrijkste Indonesische eilanden.

zondag 9 februari 2020

schaalvergroting in Wisconsin.

Nu de gemoederen in de Nederlandse veehouderij hoog oplopen, is het wellicht goed om je af te vragen in welke mate ook de grote structuurveranderingen daar een rol in spelen. Niet alleen dat de structuur van onze economie verandert, maar ook die tussen grote en kleine bedrijven. De cijfers uit Amerika zijn nog wat aansprekender dan bij ons. The Economist van 25 januari berichtte over Wisconsin, dat zichzelf nog altijd op de kaart of althans de nummerborden zet als America's Dairy State (hoewel al heel lang die titel in Californië thuis hoort).
De consolidatie van kleine bedrijven in grote gaat daar volop door. Er zijn er nog 7.000 melkveebedrijven. Tweederde van de melkplas komt inmiddels van bedrijven groter dan 200 koeien, de grootste hebben er 5.000. Dat is te zeggen, op 1 plek. Het blad geeft Pinnacle dairy als voorbeeld: 5.000 koeien maar in eigendom van Tuls Dairies, dat 7 van die bedrijven in Wisconsin en Nebraska heeft. Dit soort bedrijven profiteert van technologie, schaalvoordelen en gemakkelijker toegang tot de kapitaalmarkt, zo stelt het artikel Het is ook typerend voor een slinkende markt: de Amerikaan drinkt nog maat iets meer dan de helft zo veel melk als in 1975.
De melk in Wisonsin gaat vooral in kaas en de wei wordt geëxporteerd naar China voor varkensvoer. Dat zit dus met de varkenspest even niet mee. Net zo min als de handelsoorlogen. Een bedrijf van 220 koeien vond de melkrobot dan wel weer handig (arbeid er uit) en diversificeert in toerisme.  Sommigen gaan in bio om de marge op te krikken. En verder natuurlijk geklaag over de leeglopende dorpen (maar of dat nu aan Amazon.com of de melkmarkt ligt?)
Mijn indruk voor Nederland: you ain't see nothing yet.

zaterdag 8 februari 2020

Verzuiling in Zeeland

We sluiten een weekje lezen in het CBTB gedenkboek 1918 * 1948 af. Overigens verscheen in 2001 een dik boek Op Goede Gronden met de hele geschiedenis van de Nederlandse Christelijke Boeren en Tuinders Bond. Dat hou je tegoed, of lees het zelf.
Mijn laatste blogpost gaat over de verhoudingen tussen de standsorganisaties. Die was verre van harmonieus, hoewel er ook goed werk samengewerkt in de nationale lobby. Vooral het KNLC moet het ontgelden. Dat vond die verzuiling maar niets en heeft altijd gestreefd naar 1 organisatie. De CBTB brak daar in 1918 onderuit en dat werd ze niet in dank afgenomen. Eind jaren dertig deed KNLC coryfee H.D. Louwes (ook oprichter van het LEI) vanuit het KNLC nog een poging de boel weer bij elkaar te brengen. Diepenhorst schrijft er zeer vilein over. Ook de samenwerking in de Stichting voor de Landbouw net na de oorlog als voorloper van het Landbouwschap wordt kritisch bezien. Het wordt neergezet als een construct dat door geïnterneerde topmensen in afzondering bedacht is (niet onjuist) en niet aansluit bij het gevoel van het volk dat die interneringssaamhorigheid niet heeft ervaren
Een van de provincies waar de concurrentie wordt gevoerd is Zeeland waar een aantal actieve protestanten en een Nederlands Hervormde dominee overtuigd lid zijn van de aloude Zeeuwse Landbouw Maatschappij (ZLM, een KNLC club). Het gedenkboek beschuldigt de ZLM ervan dat bij de opkomst van de CBTB begin jaren 20 juist uitgesproken protestanten (lees: gereformeerden zo vermoed ik) ging benoemen in lokale en centrale besturen. En ook na de Tweede Wereldoorlog wordt men van iets dergelijks beticht: ZLM voorzitter Doeleman was blijkbaar in de ogen van velen niet anti-Duits genoeg geweest en werd na de oorlog vervangen. CBTB auteur en 30 jaar voorzitter prof. Diepenhorst vindt dat hem daardoor leden worden onthouden, want anders waren er mensen overgestapt van de ZLM naar de CBTB.
Full disclosure: ik herken helemaal dat ik uit een Hervormd gezin naar de Openbare School ging, de Christelijke school was voor de gereformeerde broeders. Iets wat later in Flevoland niet iedereen begreep. Interessant fenomeen, die verzuiling.

vrijdag 7 februari 2020

Andere tijden: boeren zijn huiszoekingen beu

Vandaag de dag klagen boeren dat ze strenger worden gecontroleerd op natuurvergunningen dan de industrie, 100 jaar geleden had men ook al te klagen. Het betreft de strijd van de CBTB  (en vermoedelijk andere standsorganisaties) tegen het beleid van minister Posthuma tijdens WO I. "Het eerste protest door het Hoofdbestuur tegen het door hem gevoerd beleid betreft de ergelijke huiszoekingen, die op grote schaal bij de boeren plaats vonden ot handhaving van het beruchte verbod op het achterhouden van granen voor het eigen-gebruik der boeren."

Groot was dan ook de vreugde toen de oorlog afgelopen was en er op twee vleesloze dagen na, weer geslacht mocht worden.

donderdag 6 februari 2020

staatsbemoeienis

".. het vraagstuk der Staatsbemoeienis. Onder de loden druk van de Staatsoverheersting gaan land- en tuinbouw gedrukt. Geen stap kan de boer of tuinder doen, of hij struikelt over de Staatsambtenaar."  Het citaat is niet recent. Het is 100 jaar oud. Het was een van de redenen in 1918, nog ten tijde van WO-1, om de CBTB op te richten.

Ook interessant is te lezen welke overwegingen de oprichter prof. Diepenhorst in 1948 qua economie aandraagt over de reden waarom in begin van de vorige eeuw de organisatie van boeren nodig werd. Ik citeer wat zinnen (pagina 27):

  • al voor de eerste wereldoorlog vertoonde ons agrarisch leven een nieuwe gestalte, die met de naam modernisering van land- en tuinbouw wordt aangeduid
  • daar is de verbreiding van het landbouwonderwijs. Eeuwenlang werd de land- en tuinbouw beoefend naar van geslacht op geslacht overgeleverde practische eervaringen. Allengs ontwikkelde zich de landbouwwetenschap en voor hare popularisering wer in het laatst der negentiende en het begin der twintigste eeuw onnoemelijk veel gedaan.
  • Een andere factor is de uitbreiding en vergemakkelijking der verkeersmiddelen. Ver-afgelegen streken, die schier onbereikbaar waren, werden door aansluiting op spoor of tram met de centra van ons maatschappelijk leven in verbinding gebracht. Niet alleen belangrijk voor kunstmest en veevoer, maar vooral voor afzet.
  • Door al deze en andere factoren was in het plattelandsleven een belangrijke ommekeer gekomen. Het gemoedelijke rustige, kalme verdween, de patriarchale tint, die zo lange tijd de grarische verhoudingen kleurde, verbleekte aanmerkelijk. Het boerenleven rustte veel sterker dan vooreheen op een commerciele grondslag, waarbij een nauwkeurig afbakenen van rechten en verpichtingen niet kon worden gemist.
  • en dan was er dus de oorlog met zijn staatsbemoeienis en de vraag hoe het verder moest.



woensdag 5 februari 2020

aantal maakt macht

Wie nog argumenten zoekt om uit te leggen waarom het belang van de agrarische sector groter is dan je op het eerste gezicht misschien denkt, bouwt op een oude traditie. Bij de landbouwcrisiswetgeving ontstond in de jaren 30 een discussie dat de maatregelen van nationaal belang moesten zijn, en dus niet gericht op een specifiek boeren belang. "De tegenwerping dat toch blijkens de officiële statistiek slechts een percentage van 23% (sic! - kjp) der bevolking bij de Nederlandse landbouw betrokken is, kan misleidend werken. Het percentage wordt verkregen door uitsluitend boeren, tuinders en landarbeiders daaronder te rekenen; maar met evenveel recht zijn ook betrokkenen bij de aardappelmeelfabricage, cartonbewerking, suikerbereiding, de smeden, timmerlieden, wagenmakers te plattelande daar toe te brengen, samen vormend een percentage van meer dan 50%". Een passage op p. 280 van het CBTB gedenkboek die nog gevolgd werd door een beschouwing over plattelandsontwikkeling in provincies zonder industrie.
Of overigens al die industrieën belang hadden bij steun aan boeren kun je je afvragen.

dinsdag 4 februari 2020

Het land was vol

Ons land is te dicht bevolkt en wanneer er gebieden zijn met groter levensmogelijkheden, moet emigratie naar deze gebeden, waar zulks maar even mogelijk is, geschieden. Dat is geen recente tekst van PVV of FvD, ik lees het in het CBTB gedenkboek uit 1948 waarin men de opvattingen van de standsorganisatie over emigratie bespreekt (p.111)
Met alle voor- en nadelen erbij; het verzwakt wellicht het ledental (en voor protestanten nog meer dan voor andere standsorganisaties zo wordt verondersteld), en het zijn de besten van ons volk die weggaan de minder goeden niet. "Communisten gaan zo goed als nimmer emigreren Helemaal nooit naar Rusland". en "Onze Christelijke volksgroep is immers de meest energieke geweest wanneer het om emigreren en koloniseren gin". En dat is goed voor de ontvangende gebieden. Kortom de Christelijke Emigratiecentrale genoot alle steun.

maandag 3 februari 2020

Over de oprichting van de CBTB

Het gedenkboek 1918-1948 kwam in familiebezit omdat enkele familieden de (blijkbaar Christelijke) landbouwwinterschool Toornvliet bij Middelburg volgden. Het cursusjaarn 1950/51 kreeg na twee jaar les het boek van het bestuur. Met de opdracht:
Kennis is macht, laat haar welig tieren
op de bodem van wijshied en voorzichtigheid.

De CBTB kwam voort uit de visie van Abraham Kuijper die de kleine luiden emancipeerde. In 1891 organiseerde hij het Chirstelijk Sociaal Congres en sprak er zijn rede Het Sociale Vraagstuk en de Christelijke Religie uit. Het leidde tot een Christelijke werkgeversvereniging. Patroonsvereniging in de terminologie van die tijd en naar Belgisch katholiek voorbeeld. Onder de naam Boaz. Opgericht in het Bible-hotel in de Warmoesstraat in Amsterdam, met als annekdote dat het management geen bijbel kon overhandigen om uit voor te lezen - tot na lang zoeken een dienstbode uitkomst bood.

In 1918 werd besloten de CBTB af te splitsen. Boaz stond toen onder leiding van H. Colijn. die prof. Diepenhorst (VU, dat hoeft geen toelichting) opdracht gaf dat te bewerkstelligen. Tot begin jaren 30 was het geen groot succes. men werd wel meteen erkend (ministers draafden op voor de jaarlijkse ledenvergadering) maar het aantal leden kwam de 3000 niet te boven. Er was veel verloop, wat pas minder werd toen er goed provinciale en vooral plaatselijke organisaties waren.

zaterdag 1 februari 2020

De achterstelling van het platteland

"Met uitzondering van korte jaren na de Franse tijd, was er steeds in ons vaderland een betrekkelijke minachting voor het platteland. De grote bijdragen, welke handel en scheepvaart geleverd hadden tot de welvaart van ons land, hadden er toe geleid dat men de handels- en havensteden ging beschouwen als het eigenlijke Nederland en het platteland als een soort achterland. Een achterland nuttig voor de aanvoer van melk, spek en eieren: maar toch acherland. Terwille van handel en scheepvaart werd in de economische politiek nauwelijks gerekend met de belangen van de landbouw, trouwens ook niet van de industrie".
Die tekst komt niet uit een brochure van de Farmer Defence Force, maar uit een jubileumboek van een van de voorlopers van LTO, de Christelijke Boeren- en Tuinders Bond CBTB. In 1948, bij het 30 jarig bestaan schreven oprichter prof. Diepenhorst en Chr. van den Heuvel op verzoek van het bestuur een gedenkboek. Ik trof het aan in het Zeeuws familie-archief.
Deze passage (p. 74/75) komt uit een bespreking over de relatie in de jaren 30 van de CBTB met de bond Landbouw en Maatschappij die ontstond op basis van fysiocratische ideeën en de bloed- en bodem ideeën die door de Duitse nazi's zo gepropageerd werden. De CBTB vond het begrijpelijkerwijze lastig enerzijds te strijden tegen deze lastige ideologie en anderzijds wel op te komen voor het platteland. L'histoire se repete...

donderdag 30 januari 2020

Voetbalplaatjes

Bij de Albert Heijn staan ze weer: een nieuwe generatie kinderen die je voetbalplaatjes willen. Niets nieuws. In het familiearchief kwam ik een mooi blikken Hudson doosje van sigaartjes tegen met daarin een oud kaartspel. Ook te gebruiken als kwartet. Hier een afbeelding van Cor van 't Hart, die in 1947 als verdediger bij Ajax begon en meteen landskampioen werd, zo leer ik uit de wiki. En al snel naar Frankrijk (Lille a.k.a. Rijssel) vertrok want daar had je een prof-competitie.

maandag 27 januari 2020

Flevoland in wording

Vooruit, nog 1 kaartje uit de oude doos van het Zeeuwse familiearchief. Een andere kaart uitgegeven door de firma Tonnema voor hun pepermuntmerk KING. Waaruit blijkt dat de namen voor Flevoland en de Markerwaard nog provisorisch waren. Ze heetten hier nog Z.O. Polder en Z.W. Polder. En de Knar van de gelijknamige latere dijk staat er ook op.
Ik trof overigens ook nog een kaart aan uit 1959 van een AVRO radiospel voor de jeugd waarin Flevoland-Oost onder die naam inmiddels droog gevallen was.

zondag 26 januari 2020

De kostprijsdalingsmachine

Een korte en krachtige geschiedenis van het kapitalisme, zo noemt NRC dit weekend een nieuw boek van  Raj Patel en Jason Moore: Een geschiedenis van de wereld in 7 goedkope zaken (Boom).
In hun ogen gaat het om samenleving versus natuur, waarbij alle zwakke waarden (slaven, indianen, vrouwen, kinderarbeid) in de laastste categorie vallen. Het draair om producten steeds goedkoper maken en dat gaat ten koste van iets. Een materialistische visie die in de praktijk natuurlijk niet een zero-game is.
De zeven goedkope zaken in hun titel zijn: natuur, arbeid, levens, voedsel, zorg, energie en geld. Nederland is verslaafd aan goedkope energie zo is de diagnose: in 1636 voerde amsterdam meer dan 8.000 scheepsladingen turf aan, en er zou een rechte lijn lopen naar Shell.
In de lange 16e eeuw (1450 - 1640) ontstond het kapitalisme uit de kleine ijstijd, die aanzette tot de kolonisatie. Maar ook de vernieuweningen in de landbouw in Engeland en Nederland droegen bij aan het huidige systeem. Gaan we lezen..

zaterdag 25 januari 2020

Urkerland

Onlangs publiceerde ik hier wat foto's van oudere kaarten uit het Zeeuwse familiearchief. Hier nog eentje van net na de oorlog waarin de Noordoostpolder nog Urkerland heette. Een uitgever op Urk heeft er nog strategisch gedacht een krant naar vernoemd, die nog steeds bestaat. Het heeft blijkbaar de nodige tijd geduurd voor de namen van de polders stabiel waren. Noord Oostelijke of Noord Oost Polder was al eerder in omloop want in de oorlog stond de NOP bekend als het Nederlandsch Onderduikers Paradijs. Maar na de oorlog was dus enige tijd Urkerland favoriet. Mascotte (van de vloeitjes waarin je de shag deed om een sjekkie te draaien) gaf een aantal verkeerskaarten uit. Nummer 1 ging over Noord-Nederland en gaf dus mooi aan hoever je de polder al in kon. Daaruit moet het jaar of te leiden zijn, dat de kaart niet geeft....