zaterdag 4 december 2021

Mondkapje

In Azië lopen ze al wat langer met mondkapjes dan hier. Misschien doordat ze zich meer bekommeren op het effect van hun eigen hoesten op de gemeenschap, ze zijn tenslotte veelal wat minder individualistisch. Of de luchtvervuiling is er erger dan hier. In het alleraardigste boekje Japan in honderd stukjes van Paulien Cornelisse las ik nog twee overwegingen. De ene is verlegenheid, zoals sommigen hier graag een zonnebril opzetten.

Maar in Japan bovenal het feit dat ongeveer 1 op de 5 mensen hooikoorts heeft van de Japanse Cederboom. Na de oorlog hebben de Japanners besloten veel van hun oerbossen te kappen zodat er de ceder kon groeien, die gaf meer hout. Ze hebben 4 miljard van die bomen geplant. Maar nauwelijks geoogste want inmiddels kwam het hout uit Zuidoost Azië. De oplossing zou natuurlijk zijn om terug te gaan naar het oerbos, maar men schijnt zijn kaarten te zetten op een ceder die geen pollen produceert. 

Leuk sinterklaascadeautje overigens, vooral ook voor wie er ooit is geweest. 

donderdag 2 december 2021

Boeren met toekomst

 


Bij de Rli schreven we het advies Boeren met toekomst. Vanochtend vroeg mocht ik het al toelichten bij BNR, NPO_Radio 1 en Omroep Friesland. Wie het zoekt en per ongeluk hier terecht gekomen is: je vindt het advies hier op de Rli website. 

dinsdag 30 november 2021

complottheorieën

 Aan mythes en complottheorieën in deze coronatijd geen gebrek. Voor wie daar over na wil denken, hierbij nog een leestip: het boek Stikvallei dat Frank Westerman in 2013 publiceerde bij De Bezige Bij. Ik kwam er eindelijk aan toe om het eens te lezen, de aanleiding was een andere: het is deze maand 40 jaar geleden dat we in een Lada Niva met een bevriende SNVer vanuit Bamenda de 300 km lange Ringroad in Engelstalig N.W. Kameroen afreisden. Met de klok mee via Wum en op bezoek bij Fons en langs de Fulani van de Grassfields.

Vijf jaar later zou het deel van de Ringroad bij het Nyos-meer rampgebied worden. Er kwam een gas vrij uit het meer waarbij vrijwel alles wat in de vallei leefde, het leven liet. Westerman maakte er al in de jaren 90 een VPRO radiorapportage over, en dat werd daarna dus het boek Stikvallei. 

Het begint met een mooie inkijk in de wetenschap: diverse deskundigen willen er als eerste zijn om een publicatie te scoren en vervolgens blijken er twee scholen met ieder hun eigen theorie te ontstaan. De wetenschap biedt dus geen uitsluitsel over wat er echt gebeurd is. En inmiddels heeft de bevolking zo zijn eigen geruchten: waarom waren de Israëli als eerste ter plekke (omdat ze een lift kregen van hun regeringsleider die net op staatsbezoek ging) en de Fransen daarna? Zou het kunnen dat ze het meer gebruikten voor het testen van een nucleaire bom? Geruchten die er bij de animistische bevolkingsgroepen met hun religies over geesten in meren en straffende voorouders ook nog wel bij konden. En nog extra aantrekkelijk zijn geworden nu de verhoudingen tussen het Frans- en Engelstalige deel van Kameroen een dieptepunt hebben bereikt. Life is larger than logic concludeert een van de aanwezigen met instemming van de auteur. 

Het boek was voor mij dus dubbel interessant. Allereerst omdat het je laat nadenken over mythevorming en complottheorieën als ook de rol van wetenschap daarin. Lees het alleen al daarom. Maar voor mij was het ook een herinnering aan een vakantie met fantastische ervaringen (het huisblad van de KLM heeft ooit het verhaal over onze bijzondere terugtocht vanuit Douala naar Brussel met Sabena  gepubliceerd - Such a bad experience never again heette dat toen in reizigerskringen, en de Lonely Planet heeft me in zijn acknowledgements in de jaren 90 nog enige tijd bedankt vanwege een verbeterde plattegrond van Bamenda). Toch de dia's nog maar eens opzoeken. 

zondag 28 november 2021

Van Gogh NP i.o.

Woensdag mocht ik in Eersel op de Vencomatic campus (mooi bedrijf) wat vertellen over verdienmodellen. Alle reden een paar dagen in Brabant te gaan wandelen en wel in het Van Gogh Nationaal Park in oprichting, voorheen ook bekend als het Groene Woudt. De Brabantse variant op het Groene Hart tussen de steden Tilburg-Waalwijk, Den Bosch-Rosmalen en Eindhoven-Helmond. De steden breiden zich uit naar buiten, het binnengebied wordt steeds meer natuur en recreatie. Het gebied van Kampina, ofwel de Kempen, een naam die teruggaat op de Romeinen.

Enfin wij wandelden de 14 vennenroute bij Oisterwijk, op het landgoed De Utrecht . Zo genoemd naar de verzekeringsmaatschappij die in 1899 de Heidemij inschakelde om de woeste gronden te ontginnen, er veel boerderijen stichtte en productiebos aanlegde en het laatste stuk in de jaren 30 maar woest liet, Het is nu in handen van rechtsopvolger asr. Het was het gebied van de bandieten van de Bockereijders die hun naam aan een leuk café gaven. En verder liepen we langs de Beerze (mooie middeleeuwse watermolen) en in de Loonse en Drunense duinen langs de Rustende Jager met iets verderop het bankje de Rustende Wolf, en de Brabantse Sahara. Allemaal aanraders, de meeste wandelingen waren van Natuurmonumenten. Komende dagen meer fotootjes.

vrijdag 26 november 2021

Paper in Agricultural Systems


Vers van de pers, een paper over digitalisering en landbouwbeleid. Twee jaar geleden organiseerde ETH Zurich een workshop met experts voor een scenariosessie. Het resulteerde in dit paper dat nu in Agricultural Systems is gepubliceerd. Open Acces, je vindt het hier.

zaterdag 20 november 2021

Opkopen, afwaarderen of een 25 jarig contract voor natuurinclusief.

 De blog van vandaag is een kopie van een post of Foodlog. Daar hadden we een discussie over de vraag of de overheid nu veel geld moet stoppen in het opkopen en afwaarderen van gronden en dus ook de grondmarkt met veel geld moet injecteren, of dat het ook anders kan. Ik sloot het wat mij betreft af met een samenvatting:

Onze gedachtewisseling overziend, denk ik dat het mechaniek wel helder is. We hebben als samenleving sommige milieu-issues jarenlang op zijn beloop gelaten, cq. er dienen zich met de klimaatafspraken versneld nieuwe aan en daarvan kun je de kosten niet allemaal afwentelen op boeren of grondbezitters. Dus is een groot programma gewenst.

Daarbij zal op tal van pekken (met name rond N2000 gebieden en in de veenweide) een extensiever grondgebruik nodig zijn (omdat met techniek niet alles lukt). Extensiever wil niet zeggen dat er niets meer kan, de emissie hoeft ook niet naar nul. Frans heeft wat voorbeelden gegeven van wat er dan nog wel kan, en dan is de Lely Sphere nog buiten beeld gebleven. Dus bedrijfsprocessen moeten anders, maar dat wil niet meteen zeggen dat die activiteit niet meer kan (bv. melkvee in veenweide) laat staan dat een bedrijf moet stoppen, een bedrijf kan ook andere activiteiten ontplooien.

Dan zijn er in het proces twee uiterste opties, en de oplossing zal wel in een gemengd model liggen afhankelijk van de situatie. Het ene is de door Frits nog eens uitgelegde methodiek van BBL met opkopen van grond en weer uitgeven in pacht met natuurpacht-achtige condities of terug verkopen met een kwalitatieve verplichting . Herman stelt daarbij waarderingsproblemen aan de orde, mij lijken die mee te vallen. Ik heb in afgelopen 15 jaar drie maal een taxatie van gronden van dichtbij meegemaakt (vrijwillige kavelruil, verkoop via taxatie, erfeniskwesties) en ben wel onder de indruk van de gedegen beargumentering van agrarisch taxateurs over de grondwaarde van een perceel (afgeleid uit kadaster gegevens, met grote kennis van grondbemonstering, ontsluiting etc). En uitgeven lukt nu ook bij natuurpacht en je kunt natuurlijk ook altijd potentiele kopers of pachters laten bieden.

De andere mogelijkheid is dat je niet opkoopt / onteigent, maar meteen een kwalitatieve beperking oplegt, en boeren daar komende 25 jaar voor compenseert met een betaling per jaar die de schade van die beperking vergoedt. Je zou dat een contract voor natuurinclusief boeren kunnen noemen, of bij veenweide Boeren met verminderde CO2 uitstoot. Dat moet dan natuurlijk een 25-jarig contract zijn dat bij grondverkoop mee overgedragen kan worden (zoals bij ruilverkavelingsrente) of dan kan worden afgekocht door de boer. De hoogte van die schade is misschien lastiger vast te stellen, maar het lijkt me dat daar wel aan kunt rekenen: je weet hoeveel kVEM er nu gemiddeld van zo'n ha komt en hoeveel in de nieuwe situatie, en wat de kosten zijn van additionele drijfmestafvoer als je die niet meer op die percelen mag aanwenden. Voor stallen geldt dan eventueel de verplaatsingskosten of de kosten van uitstoot-reductie.

Ik heb de indruk dat de eerste mogelijkheid nu in discussies nogal domineert. De tweede mogelijkheid zou m.i. meer serieuze aandacht verdienen: je stopt niet in 5 jaar tijd een enorm bedrag in de grondmarkt, wat voor een deel elders weer grondprijzen doet opjagen (vervelend voor jonge boeren) en zo aanzet tot intensivering, Boeren kunnen hun grond houden en je hebt mogelijk minder onteigeningsprocedures etc. En je ontwikkelt sneller nieuwe bedrijfssystemen die meer natuur-inclusief zijn. Misschien blijft er bij pachtboeren ook meer bij de boer hangen, bij opkoop gaat mogelijk meer naar de grondeigenaar (tenzij je dat goed regelt, daar mag ook wel even over nagedacht). En je hebt een minder grote overheidsgrondbank nodig.

Maar toegegeven: economen hebben een bias in het kijken naar oplossingen waarin de markt (en dus de boeren met hun gebiedskennis) zelf een grotere rol speelt dan veel op de overheidskaart te zetten..

Al met al zullen beide opties wel aan de orde zijn, maar het lijkt me dat de politiek de voor- en nadelen van beide goed voor ogen moeten hebben. Het lijkt om veel geld te gaan... (niets is zo gevaarlijk als een overheid met gratis geld, zo twitterde iemand vandaag).

dinsdag 16 november 2021

het varken

Een boeksignalering: de Noor Kristoffer Hatteland Endresen, historicus en schrijver, publiceerde het boek Het Varken (Atlas Contact). Het is een vertaling uit het Noors, het orgineel heet Litt som oss, wat zoets betekent als Een beetje zoals wij, waarmee je weer ziet dat het Noors/Deens en het Engels best wat gemeen hebben.

Onder de titel  Het varken is niet meer wat 't geweest is publiceerde Gemma Venhuizen in de NRC van gisteravond (15.11.2021) een vraaggesprek met de auteur. De schrijver stelt dat het brein van het varken nu kleiner zou kunnen zijn dan vroeger, want het is minder hard nodig in de gedomesticeerde vorm dan toen het dier nog in de bossen zijn voedsel bij elkaar moest scharelen. Akeren heette dat, zo las ik toevallig juist bij B. Slichter van Bath, die ik aan het herlezen ben omdat ik me in de Middeleeuwen verdiep. Varkens stonden toen nog dichter bij het wilde zwijn, ze waren harig, snel en winterhard. Tot ver na de middeleeuwen kon je ze zonder oefening nauwelijks onderscheiden van wilde zwijnen, zo meldt de schrijver. Op een eilandje bij de Amerikaanse staat Georgia zijn ze nog te zien. 

Maar vanaf de 16e eeuw werden de bruine of roze varkens steeds meer gekruist met Chinese zwarte zwijnen., die vetter waren. Exit slanke en snelle oervarkens. Daar komen ook de grotere donnkere vlekken op varkens vandaan. Begin 20ste eeuw vonden de Denen het huidpigment onsmakelijk en selecteerden allen lichtroze dieren en die werden even dominant als de Denen zelf in de fokkerijwereld. Ook de varkensharen verdwenen. In de stallen was de vacht niet meer nodig (sterker: nadelig in de zomer want varkens hebben geen zweetklieren) en toen de varkensharen ook niet meer in borstels verwerkt hoefden te worden omdat nieuwe (kunst)materialen opkwamen konden die er ook af. 

maandag 15 november 2021

vegetarianisme

 

Het magazine van de Volkskrant van afgelopen zaterdag recenseerde het restaurant De Kop van 't Land, op het eiland van Dordrecht en al decennia vegetarisch. Aanleiding voor de schrijver om een aparte kader op te nemen met een alleraardigst citaat:

"Als er iets in de mode is, dan is het wel het vegetarianisme " Alleraardigst omdat het citaat uit De Telegraaf komt en uit 1900. De levenswijze was uit Duitsland komen overwaarien want in Berlijn waren eind 19e eeuw al tientallen vegetarische restaurants, bezocht door "vrouwen die medicijnen of sociologie studeren en zich wensen te emanciperen, socialisten en volgers van dr. Kneipp". Het eerste Nederlandse vegetarische restaurant was Pomona in de Nieuwstraat in Den Haag. Het zou later opgaan in het Parkhotel. Het werd in 1899 geopend door een groep dames als uitvloeisel van de Tentoonstelling van Vrouwenarbeid. 

bron: Hiske Versprille - Vroege Vega's in: Volkskrant Magazine, 13.11.2021

zondag 14 november 2021

De onzichtbare hand

Een aanrader: het boek De Onzichtbare Hand van Bas van Bavel. Niet helemaal nieuw, het is al een tijdje uit en is bovendien een vertaling van zijn Engelstalige publicatie. Maar daarom niet minder interessant. Het gaat, zoals de ondertitel al aangeeft, over "hoe markt economieën opkomen en neergaan". 

Zijn theorie is dat er vier fasen zijn in een markteconomie.  Hij onderbouwt die met intrigerende voorbeelden uit achtereenvolgens Irak, Italie en de Nederlanden. Met ook nog een toepassing op de Europees-Amerikaanse tijd vanaf de industriële revolutie. Zijn fasen en de kenmerken:  

1.       Open Samenleving

a.       Sociale opstanden die macht van hofstelsel ed afbreken; leiden tot toenemende vrijheid en zelforganisatie van gewone mensen. Feodalisme en horigheid verdwijnt.

b.       Voornamelijk nog allocatie (toewijzing) van grond, kapitaal, arbeid via feodale instellingen naast goed ontwikkelde product (output) markten

c.       Innovatie, levenstandaard en steden groeien

d.       Groei van markt van grond en arbeid op basis van open instituties.

2.       Dominante markten

a.       Markten vormen dominante mechanisme in de toewijzing van grond, arbeid en kapitaal, terwijl ander systemen als gilden en gemene gronden worde weggedrukt via staatsmacht

b.       Groei economie

c.       Door ondermijnen van de associaties van gewone mensen worden waarden als wederzijds vertrouwen, samenwerking en gelijkwaardigheid verdrongen door marktwaarden

3.       Toenemende ongelijkheid

a.       Financiele markten groeien, factormarkten volledig dominant

b.       Nieuwe ongelijkheid komt op, niet door erfrecht of feodale macht maar door marktmacht. Concentratie vermogens.

c.       Stagnatie levensstandaard. Gewone man profiteert niet meer van de groei.

d.       Burgers en staten meer afhankelijk van marktelites door financiering

e.       Economische ongelijkheid wordt omgezet in politieke: marktelites kopen politieke en militaire macht.

4.       Neergang

a.       Rigide sociale hiërarchie

b.       Wordt aantrekkelijker voor elite om te investeren in niet-rendabele (status)activiteiten als kunst en architectuur.  En te beleggen in nieuwe markten elders

c.       Financiële markten raken gescheiden van reële economie. Levenstandaard gaat dalen

d.       Vermogensongelijkheid en bbp pieken.

e.       Markt elite wordt feodaler en zet macht in om nog rendement uit activiteiten te persen via dwang (rasphuis, slavernij, kolonisatie).

f.        Burgermllities worden vervangen door betaalde soldaten

g.       Toegang tot politieke ambten en burgerparticipatie neemt af. Erfelijkheid, Heren17

h.       Er ontstaan wel sociale revoltes maar worden gemakkelijk neergeslagen door huurlegers. Bieden geen alternatief.

i.         Economie stagneert en raakt in verval.

donderdag 11 november 2021

Bij den NCB

Gistermiddag was ik te gast in Gemert, bij de ZLTO die de 125-jarige herdenking van de oprichting van haar rechtsvoorganger, de NCB, vierde. Een genoeglijke middag met veel bekenden. Eus deed de interviews en de uitsmijter was een reincarnatie van de roemruchte Pater van den Elsen (met een s, en niet met een z zoals ik per ongeluk op Twitter meldde).   Dat was lachen, zo aan de vooravond van de 11e van de 11e kan dat toch alleen in het Zuiden. Hoewel er veel ernst in zijn toespraak zat over de huidige situatie waarin boeren in de defensief zijn, Van reactief naar verbindend vooruit, zo benadrukten verschillende geïnterviewden. 

dinsdag 9 november 2021

Bij de VLB

 


Gistermiddag gaf ik 2 uur college voor assistent-accountants van de VLB die zich verder bekwamen in ondernemerschap en bedrijfsadvisering. Over enkele landbouweconomische concepten die veel verklaren en over de trends waarin de landbouw zich bevindt. Voor wie me volgt weinig nieuws, ik gebruik die slides in soms wat aangepaste vorm al een jaar in het onderwijs en voor lezingen, voortbordurend op mijn afscheidsrede van WUR. Maar er blijkt steeds vraag naar. Slides staan op SlideShare.

zondag 7 november 2021

Infra voor elektrisch

 Collectieve infrastructuur wil nog wel eens de bottleneck zijn voor vernieuwingen. Een elektrische auto is 1 ding, een netwerk van laadpalen voor wie door Europa reist is misschien wel de echte bottleneck. Dit is geen recent voorbeeld. The Economist van vorige week (30.10.2021) komt in zin rubriek Graphic Detail met dit voorbeeld van ruim 100 jaar geleden

In het Amerika van voor de roaring twenties was er een behoorlijke concurrentie tussen elektrische auto's en benzineauto's. Ja ook toen al. De elektrische voortuigfabrikanten maakten reclame met rijkere vrouwen die het schone karakter, de afwezigheid van uitlaatgassen en het gemak van rijden aanprezen.  Maar in de jaren 1900- 1910 verloor de EV het van de benzineauto. Veelal wordt dat geweten aan de hogere kosten en de beperkte afstand die de auto's konden afleggen. Maar een paper van Josef Taalbi en Hana Nielsen (ook al van Lund University) denkt dat dit vooral kwam door gebrek aan infrastructuur, in dit geval goede wegen waardoor de batterijen goed bleven werken.

De auteurs bekeken 37.000 automodel-jaarcombinaties en het blijkt dat de benzine en elekrische variant van een model vaak hetzelfde waren geprijsd. Dat lijkt dus geen verklaring. Rond 1910 konden de elektrische modellen 145 km afleggen zonder van batterij te wisselen. Als dat het probleem was geweest hadden er net zo makkelijk batterij-wisselsystemen opgezet kunnen worden als benzinestations en paardenwisselstations voor de postkoetsen. 

De auteurs keken daarom naar de marktaandelen per lokatie. In regio's waar de wegen van goede kwaliteit waren en de elektrische energievoorziening op orde, kwamen de meeste EVs voor. Maar in plattelandsgebieden waar de wegen niet altijd waren geasfalteerd en de elektrificering ver achterliep, kocht bijna iedereen benzine. Daar was men al aan bezine gewend voor de motoren (en tractoren) op de boerderij. 

Als men in 1902 had kunnen beschikken over de hoeveelheid elektriciteit van 1922, dan zou in 1920 71% van de auto's een elektrische zijn geweest, en er door auto's 44% minder CO2 zijn uitgestoten. Alleen de lange afstandsrijders zouden voor benzine hebben gekozen. Les voor vandaag: zorg snel voor goede infrastructuur. 

zaterdag 6 november 2021

Introductie steenkolen voor textielclusters

De Conferenece of the Parties (COP) vergadert deze weken voor de 26ste keer over het klimaat, in Glasgow. Uit alle stukken pak ik dit weekend twee aardige inzichten die ik in relevante artikelen tegen kwam, beide uit The Economist van 30 oktober.

De eerste gaat over de stoommachine die er voor gezorgd heeft dat we aan steenkolen zijn verslaafd. Wat ik niet wist is dat de eerste stoommachines helemaal niet zo concurrerend waren in energieprijs. Ze werden vooral binnengehaald vanwege  een clustereffect: daardoor konden de textielfabrieken uitbreiden op de plek waar ze stonden en hoefden ze niet te worden verplaatst naar gebieden waar nog (water)energie was. 

Het idee dat de stoommachine meer energie aan de industriele revolutie leverde dan water, is onjuist, dat gold pas vanaf hat eind van de 19e eeuw. Andreas Malm van de Universiteit van Lund (Zweden) heeft in zijn boek Fossil Capital (2015) aangetoond dat er nog een heleboel potentieel zat in waterkracht toen steenkolen rond 1800 begonnen te domineren. Naar schatting werd maar 10% van het potentieel in de Engelse Midlands gebruikt. Er waren ook nog tal van vernieuwingen in de oude technologie van het waterrad en ze hadden voordelen (zoals niet ontploffen). 

Maar het voordeel van stoom was dus dat je de fabrieken kon uitbreiden waar ze stonden. Geschoold personeel hoefde niet te verhuizen, de baas niet te reizen. Er er traden agglomeratie-effecten op in die grote steden (maar dat bleek pas later, dat zal voor de investeerders geen grote rol hebben gespeeld). Maar dat was wel goed voor de ontwikkeling van de stoommachine en die kon daarna ook voor transport worden ingezet (rail, stoomschepen). 

De stoommachine is dus niet de start van de industriële revolutie, maar heeft hem versneld. niet door goedkope energie, maar door clustervoordelen op te roepen. 

bron: Economist, Special report Stabililsing the climate, 30.10.2021

donderdag 4 november 2021

Terug naar Jorwert

 Nieuwe maand, nieuwe retro-boekbespreking voor BoerEnBusiness. Dit keer over Geert Mak en Jorwert. Zie alhier.

aardappeleters

 

Op Twitter circuleerde een grafiekje waariut blijkt dat aardappelen veel milieuvriendelijker zijn dan rijst of pasta, ook als je de wat hogere emissie bij de bereiding meeneemt. En naar aanleiding van een special in The Economist over de innovaties in voedsel, meldt een briefschrijver de uitgave van 30 oktober dat Frederik de Grote van Pruisen verordineerde dat de inwoners aardappelen moesten telen. Maar dat werkte niet. Mensen klaagden dat dit voedsel zo slecht was dat zelfs de honden er geen brood van lusten. Frederik ging over op wat je nu de Tesla-methode zou kunnen noemen: hij verordineerde dat de aardappel een koninklijke groente was die alleen in zijn tuinen bewaakt door soldaten mocht worden geteeld. Al snel werden er aardappelen gestolen en door boeren geteeld. Status werkt. De briefschrijver raadt de huidige royals aan hier een voorbeeld aan te nemen als het gaat om insecten.