donderdag 29 december 2011

Bier-economie

Er is een grote groep economen die zich bezig houdt met de economie van wijn, en een paar jaar geleden hebben collega-economen in Leuven, bierhoofdstad van de wereld, zich ook op de bier-economie gestort. In de kerst-editie van The Economist blaast men ook een partijtje mee met een poging de vraag te beantwoorden waarom nu juist Belgie wereldleider is in de biercultuur.
Allereerst natuurlijk omdat Belgie net als Tjechie in de gerst-gordel ten noorden van de wijngebieden ligt, en voor wijn niet geschikt is. De waterkwaliteit is er hoog. Ook hop groeit er goed hoewel dat in Belgie minder een rol speelt.
De grote promoter van bier was de katholieke kerk - de monniken waren de bierbrouwers, vaak zelfs in bierbrouwende bedrijfjes. Deels als gezonde drank tijdens de vasten, maar ook als inkomstenbron, zeker bij groot onderhoud van de abdijen. Nog heden ten dage want volgend jaar brengt Westvleteren 70.000 'six packs' van zijn zeer moeilijk verkrijgbare Westvleteren 12 op de markt om het dak van de abdij te kunnen repareren.
De kerk was behoudend en geen voorstander van de overschakeling op hop, hoewel dat hier en daar wel gebeurde. Ze hield vast aan het gruit, de kruidenmengsels waarop ze het monopolie had. Hop werd afgedaan als te duivels. Juist die kruidenmengsels bevatten veel diversiteit en leenden zich voor expermimeteren.
Later gingen ook de belastingen een rol spelen. Op de import van wijn zat een forse invoerheffing. En waar Nederland zich aan de jenever zette, was dat na de afscheiding in Belgie veel minder het geval, ook door forse accijnzen. En dus leidde dit tot expermimenteren met bieren met hoge alcoholpercentages. Sommige brouwers zat ook in de politiek, dus de political economy hielp.

Kortom mooie institutionele verklaringen voor Belgie als bierland.
The Economist 17.12.2011: Brewed force
Een reactie plaatsen