dinsdag 13 december 2011

De hongerige stad

Het boek Hungry City van Carolyn Steel, een internationale bestseller uit 2008, had ik tot voor kort ondanks wat aanbevelingen genegeerd. Er verschijnen aan de lopende band boeken over de voedselketen - je kunt tenslotte niet alles lezen. Inmiddels werd me de Nederlandse vertaling "De hongerige stad"  - tot stand gekomen door bemoeienis van het LNV Innovatienetwerk- ter leen in handen gegeven, dus nu is het er toch van gekomen.
Daar heb ik geen spijt van want het is een goed boek dat ik je kan aanraden. Steel bekijkt als archtitecte het issue vanuit het ontwerp van de stad en herinnert ons er nog eens aan dat een stad zo groot kan worden als de voedseltoevoer aankan. Ze laat zien hoe steden ook rond voedselaanvoer ontworpen zijn en met wat voor problemen ze hebben geworsteld, inclusief de afvoer van mest en eventueel hergebruik daarvan.
Ze is op zijn best - of misschien moet ik zeggen dat ik dat het meest leerzame aspect van het boek vind- in de historische verhalen. Zo wist ik niet dat het de Nederlanders zijn geweest die het telen van veevoer als akkerbouwgewas hebben uitgevonden. Als productiviteitsmaatregel.
Zo zijn er tal van verhalen over de relatie tussen stad en ommeland. Door de goedkope transportkosten is dat ommeland nu wel heel groot geworden en hebben stadsbewoners daar niet meer zoveel betrokkenheid bij. Dat roept blijkbaar het spook van Rome op, waar dat op zeker moment ook het geval was en de verre gewesten nog wel voedsel naar de stad stuurden (terwijl Rome zich omringd had met mulifunctionele landbouw en andere lusthoven) maar de aftakeling van de decadente stad in gang werd gezet.

Voor een auteur verbonden aan de London School of Economics biedt het boek in zijn verklaringen van de mooi beschreven feiten soms verrassend weinig economie en economische redeneringen. Maar dat is mogelijk beroepsdeformatie van deze recensist.


Steel komt niet echt met een oplossing en misschien zelfs wel niet met een heldere probleemdefinitie. Ze voert de tuinsteden op en heeft een lovend woord voor het Nederlandse Pig City en natuurlijk gaan we straks via internet kopen en thuis laten bezorgen. Het ontbreken van zo'n zware epiloog met toekomst-ontwerp is misschien ook wel verfrissend en haar allerlaatste punt lijkt me zeer terecht: het gaan om voedselcultuur, die moet weer terug komen.
 
Met die kanttekeningen: goed dat dit toch in het Nederlands is vertaald en een mooi boek om wat te leren van de relatie stad en platteland door de eeuwen heen.
Een reactie plaatsen