donderdag 13 september 2007

landbouweconomie in het oostblok

Vorige week blogde ik hier over mijn bezoek aan Hongarije. Nog een inzicht daaruit wil ik wel even delen. Begin jaren 90 waren zeer velen van mening dat binnen afzienbare tijd er enkele toonaangevende landbouwuniversiteiten van het niveau Wageningen in het voormalige oostblok zouden zijn en dat er minstens zoveel wetenschappelijke seminars gehouden zouden worden dan in het westen. Te meer daar het daar veel goedkoper is om een paar dagen een congrescentrum te huren. Wat dat organiseren van die seminars betreft lijkt het tegendeel waar te zijn. En hoewel er bekende landbouwuniversiteiten waren en zijn, halen ze toch niet het niveau van Wageningen of enkele Amerikaanse universiteiten, zo heb ik de indruk.
Waaruit blijkt dat landbouweconomen de markt waarin ze zelf opereren in ieder geval niet erg best analyseren. Wat er gebeurt is, lag achteraf erg voor de hand als je kijkt naar de prikkels op micro-niveau. De beste studenten gingen en gaan nog steeds naar het westen (waaronder Wageningen) en blijven daar ook vaak hangen. En de schaarse toponderzoekers komen om in het (betaalde) onderzoek voor de Wereldbank, FAO, EU en anderen die zich met de ontwikkeling van die landen bezighouden.
Beide groepen hebben dus wel wat beters te doen dan het organiseren van seminars of het opbouwen van een universiteit. De groep er tussen in, heeft veelal de houding van het westen te willen leren, maar er niet mee te willen co-innoveren. Daar voelt men zich niet goed genoeg voor (onterecht overigens is mijn ervaring, ook afgelopen dagen bij een Pacioli workshop in Finland).
Kortom door de afnemende afstand was een brain-drain op individueel niveau aantrekkelijk en gebeurde er op macro niveau niet wat velen hadden verwacht. Of dat erg is, is de vraag. Het kan zijn dat het onderwijs voor goede studenten ter plekke te kort schiet. Misschien zouden dubbelaanstellingen van hoogleraren hier en daar een oplossing zijn.
Een reactie posten