zaterdag 8 september 2007

Bericht uit Hongarije

Hongarije is een land van herders. Dat leerde ik deze week van een gids in het paleis van Sissy in Godollo toen ze op een schilderijtje wees. Waarmee het kwartje viel, want eerder was me al duidelijk geworden dat het bereiden van goulash een mannenkarweitje is, en dat dorpen op de poesta niet altijd door akkerbouwgronden maar ook door schapenweilanden worden omringd.
In de regel leidde in de geschiedenis akkerbouw tot het stichten van dorpen, veehouderij was veel meer een nomadische activiteit. De wet van Von Thunen legt ook uit dat rond een dorp de activiteiten met de hoogste waarde plaats vinden, en laagwaardige activiteiten meer op afstand. Dat vertaalt zich in hoge grondprijzen rond de stad (die ook dwingen tot hoogwaardige activiteiten zoals groenteteelt), en lage grondprijzen op afstand. Kuddes schapen in de bergen of op heidevelden vond je dan ook vaak op afstand van het dorp.
.
Toen ik woensdag in koud en regenachtig weer enkele bedrijven in Oost-Hongarije bezocht, viel me op dat je vlak bij de dorpen ook wel de oude poesta vindt, met slechte gronden waarop schapen grazen. En waar de Hongaren hun ruiterkunsten uitoefenden - en uitoefenen. Er is dus wellicht een tijd geweest dat juist wol en vlees veel opbrachten en toch tot het stichten van dorpjes leidde.
En de mannen die meerdere dagen de poesta op waren met hun kudde, maakten boven een vuurtje een eenpansmaaltijd: de goulash. Voortreffelijk als die op hout gestookt is, zo bleek. Het verbaasde me dus niet dat Hongaren op schilderijen veel als herders werden afgebeeld.

Bi-polair
De Hongaarse landbouw kenmerkt zich enerzijds door kleine bedrijfjes in de ruim opgezette dorpen. Huizen met ca. 1000 m2 grond, waarop een paar koeien, een paar varkens, een koppel kippen, wat kalkoenen of ganzen en ook nog vleesvee wordt gehuisvest, naast de groenteteelt. Intensief en niet zonder milieu-effecten. Maar de dorpjes zijn dus erg ruim en groen. Deels zijn deze bedrijven op zelfvoorziening gericht en in het oude communistische systeem waren ze een belangrijke private activiteit die in de middaguren werd beoefend, na het werk in de ochtend op de cooperatie (en vaak ook met wat middelen die aan de cooperatie werden onttrokken, zo bleek me bij wat interviews begin jaren 90). Het is een bedrijfsvorm die vermoedelijk langzaam uitsterft, maar voorlopig nog van groot belang is, zeker in aantallen bedrijven (en dus politieke stemmen). En dus vermoedelijk ooit ontstaan uit die herders die vanaf hun huisperceel de poesta optrokken met hun kudde.
Anderzijds zijn er de grote bedrijven. Ik had het genoegen een akkerbouwbedrijf van 2000 ha te bezoeken, een gereorganiseerde cooperatie. Hoewel ik verdere reorganisaties niet uitsluit, er was nog altijd 30 man personeel, wat alleen vanwege het oude machinepark wellicht nog rendabel is.
De strategie was vooral om grond aan te kopen (circa de helft was pacht, zo begreep ik), wat me niet onverstandig lijkt omdat de grondprijzen met de stijging van de directe toeslagen nog wel zal oplopen. Wat dat betreft had de directeur de strategie wel voor elkaar. Er was een zeer slechte oogst, en Hongaarse bedrijven werken veel met marketing contracten waarin prijzen al vast liggen (zo bleek ook de dag erna op een workshop in een EU project over risico management) zodat er niet veel van prijsstijgingen wordt geprofiteerd. Grondprijzen zouden dan ook ongeveer stabiel zijn op zo'n 4.000 euro, waar ze bv. in Oost Duitsland en Polen duidelijk stijgen. Blijkbaar zijn de bio-ethanol verwachtingen nog niet hoog gespannen in het oosten van Hongarije. Bovendien mogen buitenlanders geen grond kopen en in Hongarije alleen natuurlijke personen, en dan maar 300 ha.

Risico's
Ik was in Godollo dus voor een project over risico's. Dat die er wel zijn met de marketing contracten en slechte oogst bleek uit het feit dat een Hongaarse collega me vertelde dat nu 40% van de nieuw verkochte tractoren na een paar maanden wordt teruggehaald wegens betalingsproblemen.
Boeren houden overigens in de EU goed rekening met risico's in de keuze van hun bedrijfsvorm en bedrijfsopzet, zoals ook hun balansstructuur. Wat me in de workshop weer opviel is dat het voor sommigen heel lastig is om in te zien dat feitelijke resterende inkomensrisico's (die overblijven na de maatregelen die boeren al nemen in hun bedrijfsopzet) heel wat anders is dan de oogstrisico's die het gevolg zijn van weer en ziektes. Boeren zijn niet gek en kennen die weer- en ziekterisico's over het algemeen beter dan onderzoekers en ambtenaren, en houden er in hun bedrijfsvoering terdege rekening mee.
Blijft over de vraag of het landbouwbeleid dan wat moet doen aan de zeer onverwachtse, onverzekerbare risico's die boeren niet voorzien. Het antwoord lijkt ja, maar het wordt nog een puzzle om daar goede instrumenten zonder al te veel neveneffecten bij te bedenken.

Sissy
Tot slot: als je ooit in de buurt van Buda of Pest (het zijn twee stadsdelen) bent, ga dan even naar het paleis in Godollo (het Hongaarse Wageningen) waar keizer Franz Josef en zijn vrouw Elisabeth ('Sissy' in 1916 in Geneve door een Italiaanse anarchist vermoord en inspirator van een film) hun zomers doorbrachten. Ik was er in 1993 en toen was het door de Duitse en Russische legers aardig uitgewoond, als ook door plaatselijke bejaarden. Nu is het fraai gerestaureerd, hoewel het oorspronkelijke meubilair grotendeels door replica's vervangen is. Soms duikt er in een inboedel in Godollo nog wel eens een stoeltje uit het paleis op, zo hoorde ik. Enerzijds lijkt het zo ver weg, Franz Josef en WO I. Anderszijds: hij kwam er met de trein en er staan foto's - alsof het gisteren was.
.
op de foto een waterdrinkput voor schapen op de poesta, aangelegd in het eerste 3-jaren (sic!) plan na de tweede wereldoorlog
Een reactie posten