maandag 5 november 2007

foodmiles

Vorige week maandag blogde ik o.a. over foodmiles en liet doorschemeren dat geen geweldige indicator te vinden. Een van de lezers stuurde me een artikel van de mij bekende Vlaamse landbouweconoom Erik Matthijs en een aantal collega's met de titel "Energy Lifecycle Inputs in Food Systems: A Comparison of Local versus Mainstream Cases". De auteurs vergelijken de energie-input in lokale producten en in die van ver aangevoerde producten, en komen tot de conclusie dat lokale systemen het eerder wat slechter doen dan beter.
Over het algemeen kost het niet zo heel veel energie om een grote boot uit Zuid-Afrika of Zuid-Amerika te laten varen, en zeker niet per product. Zelfs invliegen met een jumbo is te overzien. Maar wat wel vervuilend is, is met de auto een kilometer doorrijden van de Albert Heijn naar de natuurvoedingswinkel - uberhaupt moet je gaan fietsen op korte afstanden. Of dat tochtje met de auto (bij voorkeur een antieke vervuilende cabrio) naar het platteland voor dat speciale kaasje.
Vervelend voor de Woodstock- en Kaboutergeneratie die het paradijs op het platteland zocht, maar als je duurzaam wilt leven biedt de grootschaligheid en compactheid van de stad heel wat meer kansen. Al was het maar omdat je zonder auto kunt, en alles wat je nodig hebt om de hoek kunt kopen, aangevoerd door volle vrachtauto's.
De beste oplossing lijkt me dan ook om te zorgen dat de kosten van CO2-emissie in de prijzen van de energie zitten (als dat met alle accijnzen en btw al niet het geval is). Dan kan ik gewoon op de prijs letten in de winkel om automatisch duurzaam bezig te zijn, en hoef ik niet na te denken over de juistheid van labels als foodmiles of varianten daarop.

Op de foto een Maastrichtse gevelsteen die aangeeft dat de vier Heemskinderen al door hadden dat 1 ros Beiaard energie-efficient is. Overigens een sage uit de Maasvallei.
Een reactie plaatsen