woensdag 14 november 2007

contract of dagprijs

Als boer kun je je productie van te voren op contract verkopen of via een cooperatie afzetten, en je kunt het in de dagmarkt verkopen. Dat die keuze bestaat vinden sommigen maar lastig, want als er een contract is, en de dagmarkt heeft een hogere prijs, dan heeft de boer spijt en zou het liefst tegen dagprijs verkocht hebben. Onder andere omdat in contracten ook wel afspraken over productiewijzen en duurzame productiemethoden worden gemaakt, vinden sommigen het maar lastig dat die dagmarkt bestaat en de contracten onder druk zet. Ook agroproductieparken met contracten tussen verschillende partijen op het zelfde terrein kunnen last hebben van dagmarkten elders. Er zijn dus mensen die ze het liefst willen afschaffen.
Maar dat lijkt niet handig. Ik las net een wetenschappelijk paper van - de mij bekende- George Hendrikse (EUR) in het gerenommeerde European Review of Agricultural Economics. De wiskunde daarin gaat mijn pet ver te boven moet ik bekennen, maar de resultaten van zijn model lijken me heel relevant, ook voor de praktijk en bovenstaande disussie. En niet alleen voor aardappelen of varkens, maar ook voor de markt voor olietankers zoals George zelf in een voetnoot toevoegt.
Zo leer ik er weer eens uit dat de kopers die veel willen betalen ("een hoge reserveringsprijs hebben" in ons jargon) meer in contracten zitten, want zij moeten boeren compenseren dat ze niet via de spotmarkt kunnen verkopen. Contracten worden gebruikt omdat de dagmarkt kosten van handelen (tranactiekosten zoals het zoeken van een goede prijs / koper) met zich mee brengt, maar veranderen ook de werking van de dagmarkt. Die dagmarkt heeft grote uitschieters naar boven (zeker in jaren met slechte oogsten) en prijzen kunnen nauwelijks negatief worden (de bodem ligt bij storten als afval of onderploegen), dus je moet met een goede contractprijs komen wil je een boer weghalen van de dagmarkt. Maar doordat een aantal kopers met contracten aan de slag gaan, gaat de dagmarkt anders functioneren en heeft als restmarkt nog grotere uitslagen.
Als het aantal contracten relatief klein is, is er dus vooral het effect dat de potentiele transacties met hoge prijzen van de markt verdwijnen, en de dagmarkt prijs dus wat daalt. Maar als het aantal contracten hoog is, dan werkt vooral het tweede effect: de uitslagen in prijzen naar boven nemen toe en de dagmarkt komt gemiddeld dus wat hoger uit. Conclusie: de markt vindt zelf een optimaal evenwicht tussen de contracten en de dagmarkt. En dat verklaart dat ze nog lang naast elkaar blijven bestaan en ieder hun functie hebben. Het model verklaart ook waarom in situatie met een groot aandeel cooperaties de boerenprijs hoger ligt (zoals bij suiker het geval lijkt): er gaat dan veel buiten de dagmarkt om en dat zijn transacties met een hoge reserveringsprijs.

Uitgelezen: George Hendrikse: On the co-existence of spot and contract markets: the delivery requirement as contract externality in: European Review of Agricultural Economics, volume 34.2, 2007
Posted by Picasa
Een reactie posten