donderdag 19 januari 2012

Groenland


De woeste Vikingen waren groot liefhebbers van varkensvlees: in de sagen werden de dode krijgers van de oorlogsgodin Odin in het Walhalla dagelijks op varkensvlees onthaald. Ik heb dat niet uit een of ander discutabel Tilburgs/Nijmegens papier, maar uit Jared Diamond’s Collapse (zie de blog van gisteren). 
Hij besteedt veel aandacht aan de Vikingen in hun kolonien: de Shetlands, Orkney, Faroer, IJsland, Groenland en Vinland, het wijnland aan de Amerikaanse oostkust. In de eerste drie wisten de Vikingen zich met redelijk gemak te handhaven, in IJsland met enige moeite, in Vinland zagen ze na tien jaar al in dat ze dat niet van de indianen gingen winnen en in Groenland verdwenen ze na zo’n 450 jaar.
Nooit beseft dat IJsland vroeger behoorlijk bebost was en het meest ecologisch gedegradeerde land van Europa is. In de fragile omgeving is er door kappen van bomen en veehouderij heel veel bouwgrond verdwenen en naar zee gespoeld of gewaaid. Voor Groenland gold iets dergelijks, bovendien werd er veel turf gewonnen (ook voor de plaggenhuizen, bij gebrek aan hout).

De Vikingtochten kun je blijkbaar economisch verklaren: forse bevolkingsdruk in Scandinavie drijft de ervaren zeelui (visserij) tot handel op verdere afstand en dan blijkt dat je met superieure boten weinig te duchten hebt en net zo makkelijk kunt roven dan handelen. Daartoe aangezet door lokale chiefs die tegen elkaar opbieden. En niet gehinderd door moraal, de onbeschermde kerken en kloosters in Europa (tot in het huidige Istanbul) waren de makkelijkste buit voor heidense Vikingen. En Europa was slecht verdedigd. In veel gebieden assimileerden de Vikingen, maar in IJsland en Groenland was daar geen mogelijkheid toe. Bovendien werden hier de meest woeste figuren naar toegestuurd, die in eigen land niet te handhaven waren.
Enfin, in Groenland werd dus een kolonie opgezet die nauw met het moederland verbonden was. Alle Europese modes, tot die in de begrafeniscultuur toe, werden gevolgd. Inclusief de dure bouw van kerken en kathedralen. Maar het handelsverkeer was beperkt en dus ging het om exclusieve spullen. Zoals walrus-ivoor en (soms levende) ijsberen(huiden) voor ijzer en voor de kerkmateriaal (van glas-in-lood tot miswijn). Diamond verbaast zich over de voorkeur voor kerkmateriaal boven ijzer, maar komt zelf met de verklaring dat Groenland een sterk hierarchische structuur had met de chief en bisschop aan de macht en het handelsmonopolie met de Noorse koning: die letten op hun korte termijn eigen belang. Zelfs overbegrazing was voor hun niet zo’n ramp omdat daarmee boeren steeds meer pachters werden en dus de macht van de top toenam.

Met de komst van de kleine ijstijd rond 1400 bleek het gebied te marginaal voor de Vikingen. De zomers werden te kort en te koud, er was al een gebrek aan hout en er was erosie, de handel met Noorwegen (dat net als Zweden door huwelijken Deens was geworden) verdween. In Europese kunst raakte ivoor uit de mode.
Vreemd genoeg hadden de Vikingen ooit besloten geen vis te eten. Daarmee was er ook weinig te leren van de nieuwkomers in het gebied, de Inuit (v/h Eskimo’s), die superieur waren in het leven in dit gebied. Die aanpassing was voor de Eurocentrische Vikingen te lastig. Zeer vermoedelijk waren de relaties tussen de al langer aanwezige en vechtlustige Vikingen met de nieuwkomers ook niet erg harmonieus.
Daarmee is hier dus sprake van een ingestorte samenleving. Ook hier een die leefde in marginale omstandigheden die nog marginaler werden door klimaatsverandering. En die zelf door structuur en cultuur niet voldoende kon meeveranderen. Zoals zo veel culturen die ooit ten onder gingen. Waar dus veel van te leren valt, ook voor onze wereld. Maar de suggestie van Diamond dat we deels in het zelfde schuitje zitten vanwege de aantasting van hulpbronnen en met name zijn suggestie dat de migratie vanuit derde wereldlanden naar Europa en de VS daar een aanwijzing voor zijn, lijkt me toch wat al te ver gezocht.
Een reactie posten