zaterdag 21 januari 2012

Ineenstorting - slot


Afgelopen dagen vermoeide ik je met wat samenvattingen en impressies uit Collapse van Jared Diamond. Een aanbevelenswaardig boek uit 2005. Het boek overtuigd dat samenlevingen van tijd tot tijd ten onder gaan door een combinatie van overbevolking, te grote externe effecten op milieu en vooral (als gevolg daarvan) het teloor gaan van essentiele resources. Afgelopen dagen beschreef ik wat voorbeelden. Die gemeen hebben dat het vooral marginale omgevingen waren. Maar dat zijn ze misschien wel per definitie, als de samenlevingen ten ondergaan.

Diamond beschrijft ook wat contemporaine cases. China is een bekend milieuprobleem en dat hoofdstuk brengt weinig nieuws. Australie heeft oude bodems en zelfs landbouw is daar snel een vorm van mijnbouw die met uitputting gepaard gaat. De steden liggen er op toevallige plekken (nl. waar de boten met Engelse gevangen makkelijk konden landen) en zijn onmogelijk zelfvoorzienend in de regio, maar zolang we voedsel kunnen transporteren is dat niet zo’n belangrijk issue. Maar als de “tirannie van de afstand” weer toeslaat, is dat niet de plek waar je moet zijn. Doordat er weinig nutrienten naar zee spoelen is er zelfs relatief weinig vis.
Rwanda-Burundi is overtuigend niet zozeer een stammenoorlog maar ook een gevecht om hulpbronnen, met name land, waarbij de arme de rijken beroofden. En er zijn veel meer gebieden waar milieu- en politieke problemen samengaan: Somalie, Afghanistan, Pakistan, Haiti (maar weer minder in de Dominicaanse republiek op hetzelfde eiland Hispaniola).

De synthese hoofdstukken van het boek bevatten aardige hoofdstukken over de rol van het bedrijfsleven (met publieke aandacht en certificeren als oplossing), over de vraag waarom gemeenschappen de verkeerde keuzes maken (daar valt vanuit de economie en bestuurskunde meer over te zeggen dan het boek doet), een lijst van de 12 belangrijkste milieu-issues (bekend) en de antwoorden  op alle bekende tegenwerpingen tegen de ernst van milieuproblemen (er is genoeg voedsel voor iedereen, technologie lost het op etc.) – een handig overzicht. Weinig aandacht voor wetgeving, in dat opzicht is het boek Amerikaans.

Polder
Het laatste hoofdstuk is naar Nederland vernoemd (“the world is a polder”) en roept op tot goed beleid tot op wereldschaal. En je niet in je gated community in Florida terugtrekken. Het polder idee lijkt me juist bij common pool resources maar de redenering dat het hoge milieubewustzijn in ons land (of beter: hoge organisatiegraad in natuur- en milieuorganisateis) verband houdt met de strijd tegen het water betwijfel ik. Voor hetzelfde geld komt het vanwege het feit dat we ook in het vervuildste land van Europa wonen of delen we dat met Scandinavie of komt het door tolerantie voor extremere standpunten, of houden we van organiseren (maar waarom dan op milieu?) of is het een gevolg van de jaren zestig (nergens ter wereld werden in begin jaren 70 relatief zoveel exemplaren verkocht van het rapport van de Club van Rome dan in dit land).
Wat in de eindanalyse van het boek wat door elkaar loopt zijn de externe effecten op milieu, natuur, biodiversiteit en het issue van de ineenstorting van de samenleving. Je zou de vraag moeten stellen wanneer die effecten zo groot worden dat ze de veerkracht van de samenleving te veel aantasten om de ene resource door de andere te vervangen. De Nederlandse samenleving is niet ingestort door een deel van West Nederland uit te venen (en Amsterdam op te bouwen), of de Veenkolonien te ontginnen (na daartoe fors in kanalen te hebben geinvesteerd). Het was leuk geweest als de dodo er nog was, maar de samenleving heeft het uitsterven van de walgvogel overleefd.  De externe effecten zijn daarmee niet goed te praten en moeten voorkomen of anders gecompenseerd of waar mogelijk hersteld worden, maar het lijkt me niet juist (en contraproductief) om dan met de ineenstorting van de samenleving te dreigen. Natuurlijk is het ergerlijk als Los Angeles dichtslibt met auto’s en smog omdat men het openbaar vervoer niet wil of kan organiseren, en water schaars wordt, maar de Amerikaanse samenleving stort niet in, maar gaat dan in Denver of Austin rustig verder. Misschien gaat het soms wel fout omdat we niet weten wanneer de veerkracht om tot substitutie te komen teveel wordt aangetast. Dat lost dit boek dan ook niet echt op.

Het tweede issue dat in de eindanalyse naar voren komt als verder uitdiepbaar is de relatie tussen ineenstortende samenlevingen in de derde wereld en de ondergang van de westerse samenleving. Dat zelfs ongeacht of de toestand in Rwanda, Somalie of Afghanistan veroorzaakt wordt door de westerse consumptie, door het feit of wij in die landen gezondheidszorg hebben gebracht, of volledig door inheemse redenen. Met de globalisering leidt dat tot een bevolkingsstroom naar en geweld (terreur) tegen Europa en de VS. Overigens is die trek er ook al bij “gewone” armoede, zo zie je bij de Amerikaans-Mexicaanse grens (en als de veranderkosten laag zijn zoals binnen de VS, daar al bij veel kleinere inkomensverschillen). Dit soort bevolkingsstromen zijn er altijd geweest en zullen blijven. Juist de VS heeft een historie van immigratie en Europa krijgt dat ook. En het is bovenal goed nieuws dat de derde wereld, Afrika nu voorop, zelf hard groeit. Want hoewel groei tot meer consumptie en dus vervuiling leidt, zit er weinig anders op dan te zorgen dat die groei er is en evenwichtig wordt verdeeld. Met dus als opgave die groei zo schoon mogelijk te maken, en met name de veerkracht van samenlevingen niet aan te tasten.
Met die kanttekeningen schaar ik me achter de recensie van Nature: “essential reading”

En de luistertip uit Cyprus: Aphrodites' Child - Rain and Tears
En een die uitstekend bij deze post past: de eerste Nederlandse Milieuhit van Barend Servet (a.k.a. IJff Blokker) op een tekst van Wim T. Schippers en Gied Jaspers: Waar moet dat heen......
Een reactie plaatsen