maandag 3 maart 2014

grondbezit in NZ

Het aantal agrarische ondernemingen zou in de Nieuw Zeelandse melkveehoudeirj wel eens flink lager kunnen liggen dan het aantal boerderijen of kuddes. Althans je hoort en ziet in veel bedrijfsrapportages over boeren die meerdere bedrijven hebben. Drie of vier bedrijven lijkt niet ongebruikelijk. 

Een goede verklaring heb ik daar niet meteen voor. Net zo min als voor het -mogelijk er mee samenhangende- systeem van sharemilking. Het zou kunnen dat in het jonge land, waar de sector nog uitbreidt, het relatief makkelijk is om een tweede en derde bedrijf te beginnen. Mogelijk zijn er ook veel bedrijven die geen opvolger hebben. En bij een goede landbouwstructuur, waarin bedrijven hun optimale grootte hebben, in plaats van te klein zijn voor de huiige techniek, ligt de (marginale) grondprijs mogelijk relatief laag (door de lage melkopbrengsten per ha ligt hij toch al stukken lager dan bij ons). En dat betekent dan weer dat een bedrijf weinig badwill heeft of anders gezegd: dat de opsplitsingswaarde door verkoop van de grond aan de buren niet veel hoger (en mogelijk lager) is dan de verkoop van het hele bedrijf.
Ook de manier van bedrijfsopvolging kan een rol spelen. Als die tegen de werkelijke marktwaarde moet (zoals in Denmarken) of die waarde niet veel afwijkt van de agrarische waarde (omdat er geen badwill is) is het ook aantrekkelijker en gemakkelijker om kinderen op jonge leeftijd meteen maar aan een nieuw bedrijf te helpen, en daar dan financieel in deel te nemen. In veel van de bedrijfsrapportages die ik las, hadden boeren meerdere bedrijven en sommige daarvan waren partnerships met de kinderen. Maar anderen werden door managers gerund, al of niet met veel controle van de eigenaar.

Enfin, ik kom daarop omdat deze structuur het ook wat makkelijker maakt voor niet-nieuwzeelanders om fors in de sector te investeren. Er blijken investeerders in Europa (ik hoorde over een Duitser die bang was voor de toekomst van de Euro) en Azie (rijkere chinezen die in de booming sector willen investeren) te zijn die een aantal bedrijven tegelijk van een NieuwZeelandse eigenaar over nemen en dan laten managen.
Dat levert discussies tot in het parlement op, over wat elders wel land-grabbing wordt genoemd. Eigenlijk is het niets nieuws want overal in Nieuw Zeeland kom je bedrijven tegen van eerste of tweede generatie Nederlanders of Ieren etc. Economen en de regering zien er dan ook geen problemen in. De in de oppositie zijnde Labour partij wel. Die vinden dat het de kansen van Nieuw Zeelanders op sociale mobiliteit vermindert, er is minder kans om bv. via sharemilking, zelf eigenaar te worden. De boerenorganisatie zit duidelijk in een dilemma: die verklaart de zorgen van Labour te delen, maar boeren moeten wel het recht hebben hun bedrijf te verkopen aan wie ze willen (lees: de hoogstbiedende).
Een reactie posten