zondag 14 oktober 2007

padafhankelijkheid

Hiernaast nog een fraaie Sovjet poster, mooi symbool voor de Russische politiek als ik Condaleeza Rice goed begrijp. En weer helemaal actueel met de hoge graanprijzen. De poster heeft als titel Break virgin lands! en is van ene V. Livanova, uit 1954, de tijd van Nikita Chroetsjov. De leuke weblog A Soviet Poster Aday, waar ik dit uit kopieer, citeert het volgende russische spreekwoord:

There was a time they loved an accordionist, and now the time has come when they love a tractor driver.

De vertaling van het rijmpje op de poster:

These lands are priceless / Year by year / We should raise more and more /Grain for people.

Mooie aanleiding om nog even stil te staan bij innovatie in de wereld van de mechanisatie. Vroeger had je veel meer tractormerken dan nu: Allis-Chalmers (met dat ene kleine wiel van voren), BM - Bolinder Munktell (uit Zweden), Valmet (uit Finland), Deutz, Hanomag, Ferguson, Massey-Harris, Belarus (uit Wit-Rusland) en nog tientallen anderen. Zoals in alle volwassen industrieen is er concentratie opgetreden: bedrijven kopen elkaar op, alleen de allerbeste technologie overleeft de concurrentie en nu zijn er nog maar een paar concerns over. Dat is een normaal verschijnsel, zo werkt de markt in ons voordeel. Je ziet het ook in de autoindustrie; het wemelt er van de verdwenen bedrijven, waarvan sommigen nog als merknaam voortbestaan: Simca, Talbot, Citroen, Peugot, Renault, Opel, Daf, Spijker. Af en toe komt er een nieuw bedrijf bij die wat bijzonders maakt (Donkervoort) of uit een lage lonen land komt en zich opwerkt (Toyota, Hyundai). Dat hoort typisch bij de ontwikkeling van een bedrijfstak. Die begint met veel, vaak ongerichte innovatie waarbij veel ondernemers denken iets bij te kunnen dragen en er iets aan te kunnen verdienen. Veel koetsenbouwers begonnen auto's te bouwen, en soms (net als wagenbouwers) ook tractoren. Daarna komt de concentratie - iets wat je nu ook in de wijbouw, de intensieve veehouderij en de tuinbouw ziet gebeuren.
.
Wie het eerst komt...
Er is in zo'n eerste periode veel geld beschikbaar om nieuwe zaken te ontwikkelen. Direkt uit eigen middelen of moderner via venture funds. Ook hier werkt de markt. Maar er woeden in economenland soms wel discussies hoe de markt werkt en of de markt wel goed genoeg werkt. Zo wordt er nog wel eens beweerd dat je er op zo'n nieuw terrein als de kippen bij moet zijn, en liefst als eerste. Dan vestig je je (merk)naam en er zou een leren-door-doen effect optreden: hoe meer je in de loop der tijden produceert, hoe meer je leert, en de kostprijs daalt. Het bestaan van zo'n first-mover advantage en het learning- by-doing effect, hoe voor de hand liggend ook, is echter nog al omstreden. Er zijn ook veel voorbeelden waar het anders is gelopen en de markt nu in handen is van een latere toetreder. In de software-industrie zie je dat bij zoekmachines en bijvoorbeeld bij spreadsheets. Nu werken veel mensen met Excel, maar in de jaren tachtig begon ik met het pakket Symphony, een voorloper van Lotus123. Ook PcCalc en SuperCalc waren toen bekende paketten.
.
Padafhankelijk?
Een andere discussie is de vraag of de markt wel altijd het "beste" systeem kiest. Of zou de overheid de keuze moeten sturen? En daaraan gerelateerd of de geschiedenis geen te zwaar stempel drukt op de innovatie, de zogenaamde padafhankelijkheid. Soms kiest de markt voor iets dat technisch niet de beste oplossing lijkt. En als de keuze dan een keer gemaakt is en iedereen gebruikt het, dan zit je er aan vast, de technologie is een standaard geworden en je verandert niet meer zo makkelijk met zijn allen. Dat heet het lock-in effect, je zit opgesloten in de gemaakte keuze. Dat komt dan vaak weer omdat een technologie netwerk-effecten heeft: ik heb niets aan een telefoon, tenzij er meer mensen een telefoon kopen. Anders is er niemand om mee te bellen; maar dat betekent ook dat ik alleen niet meer zo makkelijk zal kiezen voor een andere mobiele standaard dan GSM.
Zo was er indertijd een hele heisa over de standaard voor video: VHS of Beta. Beta was volgens de technici beter qua beeld, het werd ook al langer in de filmindustrie gebruikt. VHS won in de markt en prompt werd de wijsheid van de markt in twijfel getrokken en het padafhankelijkheidsprobleem breed uitgemeten. Met argumenten voor overheidsingrijpen, want de markt zou hier falen. Maar in werkelijkheid gaven consumenten weinig om de betere beeldkwaliteit van Beta op hun kleine TV. Ze hadden liever VHS dat de capaciteit van de casette gebruikte voor wat mindere beeldkwaliteit maar een langere speelduur zodat je een film of voetbalwedstrijd op kon nemen. Een andere beroemde case is die van ons QWERTY-toetsenbord, waarop ik dit boekje tik. Het later ontwikkelde Dvorak toetsenbord zou efficienter zijn, maar dat is nooit echt goed bewezen en vermoedelijk een fabeltje. Waar nodig werd QWERTY wel aangepast, in Frankrijk is het AZERTY. Padafhankelijkheid komt dan ook minder voor dan velen denken. Kijk ook maar hoe makkelijk we switchen van 78-toerenplaatjes naar LP's, naar muziekcasettes, naar CD's, DVD's en naar iTunes.
.
Fabeltjes
Het QWERTY en VHS voorbeeld ontleen ik aan een leuk economieboek dat ik afgelopen maanden las. Het heet Famous Fables of Economics, en is een verzameling artikelen van bekende auteurs, bijeen gebracht door Daniel F. Spulber. De artikelen gaan allemaal over situaties waar veel economen routinematig er vanuit gaan dat de markt faalt om tot een optimale oplossing te komen. En waar er dus een grond zou zijn voor ingrijpen door de overheid. Situaties die keer op keer in papers en onderwijs als vanzelfsprekend voor waar worden aangenomen. En in deze verzameling artikelen van Spulber worden die situaties op (historische) merites beoordeeld en tot fabeltjes veroordeelt. Morgen het fabeltje van de vuurtoren.
Een reactie posten