dinsdag 2 oktober 2007

Nieuwe economie

De afgelopen dagen sprak ik om verschillende redenen met verschillende collega's en (potentiele) klanten over de effecten van de sterk gestegen graanprijzen en de mogelijkheid dat we in een heel andere marktsituatie zijn beland. Een paar inzichten uit die gesprekken wil ik hier puntsgewijs wel even met je delen, en misschien zijn er aanvullingen of punten van commentaar.
Centraal vertrekpunt is dat de graanprijzen in nominale termen zo ongeveer beland zijn op het niveau van rond 1990, voor de Europese markthervormingen, door een onbegrepen combinatie van lage oogsten, vraag uit China en India en het verwerken van een deel van de granen (en suiker) tot biobrandstoffen. Aannemend dat de granen een spilfunctie hebben (waar je op zich een discussie over kunt starten) en daarmee karakteristiek zijn voor veel agrarische producten, en dat deze situatie structureel is, zijn er een aantal interessante punten voor verdere discussie (en onderzoek):
  • er is een dalend animo om tegen de oude prijzen volgend jaar producten als graszaad, conserven en vollegrondsgroenten te telen (of aardappelen te contracteren). Die prijzen moeten dus omhoog. Opvallend is dat het ineens weer niet meer over ketenbeheer en kwaliteit gaat in de discussie en onderhandelingen, maar over prijzen, prijzen en prijzen. Is dat slim?
  • de agrarische markten lijken nu afhankelijk van de energieprijs geworden. Als de olieprijs boven de 40, 60, 80 dollar 'clickt', gaat er weer een deel extra naar de energieproductie en vallen concurrenten in agrarische markten weg. Maar omgekeerd werkt het ook zo. Als de rust in het Midden-Oosten terug zou mogen keren, dan wordt agrarische productie bijgeschakeld.
  • grondprijzen stijgen in sommige gebieden fors (in Flevoland wordt over 60.000 euro per ha gesproken, hoorde ik uit meerdere bronnen) en een deel van het rendement van investeerders komt dus uit een (speculatieve?) onroerendgoed-boom.
  • we kennen in de landbouw vooral gezinsbedrijven. Een verklaring daarvoor is dat die concurrerend zijn tegenover beursvennootschappen omdat het rendement op vermogen zo laag is. Als het vermogen nu beter gaat renderen door profijtelijker exploitatie en de stijging van grondprijzen, betekent dit dan dat beursvennootschappen mogelijk worden in de agrarische sector?? Betekent dit dan een snelle structuurverandering en een gevaar voor het gezinsbedrijf?
  • door de koppeling aan energieprijzen krijgen sommige beursgenoteerde bedrijven het koersverloop en risicoprofiel als dat van energiefondsen. De ABNAmro maakt momenteel reclame met het beleggen in hun agrifund, wat zou dat nog toevoegen aan een portefeuille met energie-aandelen?
  • Door de hogere voerprijzen gaan de kosten in de (intensieve) veehouderij omhoog, en op termijn dus ook de vleesprijs. Hoe groot is dat effect en komt het in de buurt van de door Milieudefensie voorgestelde heffing of "fout vlees" van 85 cent? Dit is een wereldwijd effect en draagt dus bij aan verduurzaming van de samenleving (omdat de consumptie afneemt en de concurrentiepositie van graasvee (zoals schapen en rundvee) op extensief grasland verbetert).
  • als er weer geld met granen en gewone landbouw kan worden verdiend, daalt dan de interesse om om te schakelen naar biologische landbouw en naar het aanbieden van plattelandsactiviteiten / multifunctionele landbouw? Met als gevolg dat ook daar de prijzen (van bv. zorglandbouw of vergoedingen voor wandelpaden) omhoog kunnen (en moeten), maar wellicht ook dat die markten relatief klein blijven en er geen volume kan worden gemaakt (voor grotere markten zoals het supermarktkanaal).
  • en verder?

Op naar een onderzoeksagenda: tips en reacties welkom.

Een reactie plaatsen