zondag 7 oktober 2012

Experimenteren en leren in plaats van de weg wijzen

precisielandbouw op IJsland
De richtingenstrijd in de landbouw lijkt onverminderd door te gaan. Louise Fresco hield medio september de Abel Herzberg lezing. Daarin legde ze nog eens uit dat mensen nu eenmaal beperkte informtie-capaciteit hebben, niet alles-wetend zijn en dus met etiketten werken. Waardoor je vervolgens ook discussies kunt framen. En ze illustreerde dat met 'de affaire' (een illustratie op zich van dit fenomeen - zoals ze zelf aangaf) Aalt Dijkhuizen over de intensivering versus biologisch, dierwelzijn of andere oplossingen als consuminderen. Geen heel nieuwe inzichten wat mij betreft, maar wel heel mooi opgeschreven en geillustreerd, en vooral een goede duiding en oproep over de eigen etiketten heen te kijken en nieuwsgieriger te zijn naar standpunten van de ander.
Rudy Rabbinge duidde intussen de discussie in Resource, het blad van Wageningen UR, door in navolging van Pielke te wijzen op de verschillende rollen van de wetenschapper (zoals de pure scientist en de issue advocate) - zie een eerdere blog over die rollen.

NRC
Afgelopen vrijdag recenseerde Maarjte Somers in de NRC een nieuw boek van Louise Fresco: De Hamburger in het Paradijs. Gedachte achter dit beeld is dat velen uitgaan van of verlangen naar de paradijs-utopie, waarin harmonie en overvloed zorgen voor het ontbreken van moeilijke keuzes. Dat verlangen maakt dat de moderne voedselproductie en zeker de hamburger in een kwaad daglicht komt te staan. De hamburger als slang.
Voer voor verwarring is de dubbelzinnig bedoelde kop van de 2 pagina's grote recensie, waarin veel kritiek op het boek - vooral omdat Fresco te weinig orde schept in de chaos, en daar waar ze wel keuzes maakt deze toch meer in de lijn van gangbaar dan biologisch of lokaal zijn. En dat ze hier en daar is opgeschoven in haar opvattingen sinds haar boek de Nieuwe Spijswetten, zonder dat voldoende te onderbouwen.

Reden genoeg om die 520 pagina's zelf maar eens te gaan lezen (voor de 25 euro hoef je het niet te laten), hoewel ik vrees dat het kerst wordt voor zo'n pil uit is. Uit transitie-oogpunt verbaast de discussie me niet zo. We kunnen de toekomst niet kennen en je moet dus uit de wetenschap oppassen met de weg te wijzen. Wat je wel kunt doen is experimenteren en gezamenlijk leren. Met de nieuwsgierigheid van Herzberger die Fresco zo naar voren bracht. Maar dat leerproces zal aanmerkelijk beter moeten worden vormgegeven. Dat straalt dit boek of althans de recensie niet uit.

Blijft de vraag waarom dit nu met voedsel zo hoog oploopt en niet met transport: even vervuilend, ook worstelend met uitputtende energiebronnen, we hebben het dagelijks meerdere keren hard nodig, we vliegen rustig even voor een paar tientjes ergens naar toe (Hamburgervluchten?) zonder voor de emissie te betalen en gesubsidieerd door belastingvrijstellingen, en in Afrika moet iemand te voet 5 kilometer lopen voor een emmer water. En als alle Chinezen al voor 2050 een brommer, laat staan een auto gaan rijden, dan is Leiden pas echt in last.  Zelfde problematiek, minder betrokkenheid. Is eten dan toch iets bijzonders? Of kunnen ze in die sector de discussie beter voeren?

Een reactie plaatsen