woensdag 15 april 2009

agribusiness complexen

Gisteren besteedde ik al enige aandacht aan een boekje dat onlangs uitkwam over Agribusiness clusters: bouwstenen van de regionale biobased economy.
Het bevat een mooi verhaal de Groningse hoogleraar Dirk Strijker. Hij gaat tongue-in-cheek in op de historie van het begrip met fraaie passages als: "De term 'agribusiness complexen' ademde de sfeer van maak- en stuurbaarheid, en het klonk wetenschappelijk, abstract en 'sophisticated'. Dat waren vast niet de redenen waarom zij de term gebruikten, maar het was waarschijnlijk wel om die reden dat het begrip snel werd opgepikt door beleidsinstanties. Binnen het Ministerie van LNV (S. gebruikt de nieuwe naam voluit, dat is een anachronisme lijkt me -kjp) waren het vooral ambtenaren die zich met handel en verwerking bezighielden die er triomfantelijk mee wegliepen. Ze hadden nu immers iets, waarmee ze zich konden onderscheiden van de 'boeren-afdelingen' van het ministerie."
We hebben het dan over de jaren 80 en Strijker klapt ook nog uit de school over het verloop van een LEI project dat in 1987 leidde tot een veel geciteerd boekje over die complexen.

Varkens in nood
Meer inhoudelijk beziet het artikel hoe het met een aantal regionale complexen verlopen is. Interessant is die van de varkenshouderij die op een institutioneel bepaald concurrentievoordeel is gebaseerd, nl. de import van graanvervangers. Strijker laat zien hoe het aandeel van de cluster in Europa is teruggelopen (voor Brabant en Limburg van 9,4% naar 7,6% van de EU-9 productie), maar dat er wel een succesvolle lobby is gevoerd om het mestprobleem als een nationaal in plaats van een regionaal probleem te zien (wat het wel was). Ruimtelijke clusters hebben dus ook lobby-kracht die ze in stand kan helpen houden.
Het paper herinnert er ook nog eens aan dat de kalvermesterij op de Veluwe zit, niet alleen vanwege de kleine zandboeren, maar ook vanwege het ijzervrije drinkwater. En tot slot waarschuwt de auteur zeer terecht dat een ruimtelijke cluster ook nadelen heeft. Naast congestie ook onderlinge afhankelijkheden die op strategisch niveau ongewenst kunnen zijn. "Dat is wellicht de reden dat heel wat blauwdrukken voor dit soort verknopingen, ontworpen door overheden of consultants, nooit gerealiseerd worden.".
Helemaal mee eens, ik pleit er al jaren voor om bij het ontwerpen van die agroparken ook een assessment te doen op de institutioneel economische verhoudingen binnen zo'n cluster. Anders wordt het niets met de industrial ecology.

D. Strijker: Agribusiness complexen en ruimtelijke clustering in: H.Smulders, M. Gijzen en F. Boekema (red): Agribusiness clusters -bouwstenen van de regionale biobased economy?. Shaker Maastricht, 2009
Een reactie plaatsen