zondag 5 april 2009

kom in de kas

Voordat mijn dag gisteren eindigde met een gezellige remake van een vroegjarenzeventig schuurfeestje in aardappelpotend Flevoland, was er tijd voor de Kom_in_de_Kas actie van tuinbouwend Zevenhuizen. Professioneel georganiseerd. We bezochten kwekers van oranje paprikas, van anthuriums en van rozen. En van vaste tuinplanten want de organisatoren hadden het begrip "kas" maar wat opgerekt tot een vaste planten kweker, een akkerbouwer, een loonwerker en nog iest met oude tractoren en kleinvee.
Vooral dat laatste is verstandig, zo begreep ik onlangs uit een onderzoek: voor stadsmensen is een boerderij iets met dieren. Waarbij ze iemand in een overall en op klompen verwachten, en het is uiterst verstandig om aan zo'n beeld te beantwoorden. Net zoals het verstandig is om ook de nadelen te benoemen als je twijfelende mensen van iets wilt overtuigen. Uit dat onderzoek staat me ook bij dat je als boer of tuinder al de wereld gewonnen hebt als je mensen vriendelijk ontvangt, want de gemiddelde stadsbewoner verwacht een wat stugge, introverte man die je misschien wel van het erf wil afkijken.

Nederland bloeit
In de jongste uitgave van het blad Cooperatie borduurt communicatiedeskundige Jeen Akkerman door op dit thema. Hij constateert dat elke keer weer uit onderzoek blijkt dat burgers boeren zien als hardwerkende en eerlijke lieden, maar dat agrarische ondernemers zelf telkens weer vermoeden dat hun imago bijzonder slecht is. Hij zet daarom kritische vraagtekens bij de recente LTO campagne Nederland bloeit, die Ondernemers van nature en Vrienden van het Platteland opvolgt.
Zijn kritiek is dat individuele boeren en tuinders in de campagne een te onderschikte rol spelen. Ze zouden veel meer zelf de PR en communicatie moeten voeren. Waarom niet elke boer en tuinder een goede eigen webpage? Akkerman vermoedt dat het doel van de campagne voor een deel ook het tevreden stellen van de achterban is, om te laten zien dat LTO opkomt voor de achterban.

Natura 2000
Het bedrijf van de toekomst kan niet meer zonder eigen communicatieplan, al was het maar omdat er personeel en vergunningen bij uitbreiding nodig zijn. Niet alleen Akkerman wijst op dat probleem (en raadt ook hier aan dat boeren de hinder van buren niet ontkennen maar de dialoog aangaan over de afweging), ook jurist Willem Bruil laat in hetzelfde nummer van Cooperatie zien hoe het beschermen van Natuurgebieden niet ophoudt bij de grens van het natuurgebied maar ook in een straal er omheen zijn invloed heeft. Als een dorp dreigt uit te breiden en agrarische grond wordt 'warm' (stijgt in prijs) dan is dat een schaduwwerking die economisch vaak welkom is. Als er een natuurgebied wordt vergroot en de schaduwwerking maakt dat de grond minder waard dreigt te worden (door gebrek aan uitbreidingsmogelijkheden) dan is dat minder welkom. Misschien helpt communiceren, hoewel de bijdrage van Bruil doet vermoeden dat de wetgeving hier zeer strikt is.
Het bracht me op het idee dat de markt wel een oplossing zal verzinnen. Een oplossing die de mega-stallen met de koeien op stal in de hand zal werken: uitbreiding van stallen wordt door deze regelgeving onmogelijk in een straal van 10 km van een natuurgebied en dus relatief makkelijk daarbuiten. Voor de teelt van veevoer (gras, mais) maakt de ligging geen verschil. Ergo, stallen zullen uitgebreid worden daar waar geen natuur in de buurt is en er ontstaan gespecialiseerde veevoerverbouwers (loonwerkers?) rond de natuurgebieden die het veevoer transporteren naar de grotere staleenheden uit de buurt van natuurgebieden. Net zoals dat elders (in Californie) gebeurt naar de mega-stallen bij de stad omdat je in een woestijnklimaat historisch makkelijker veevoer dan melk transporteert. Of zie ik wat over het hoofd?

Willem Bruil: Natuurbescherming
Jeen Akkerman: Samenwerken in communicatie
Beide in: Cooperatie, maart 2009, nummer 598
Posted by Picasa
Een reactie plaatsen