dinsdag 27 januari 2009

Stad zoekt boer

Er zijn veel pogingen om platteland en stad sterker aan elkaar te verbinden. Bijna al die initiatieven komen vanuit het platteland, zo stelt John Huige in zijn bundel “Stad zoekt boer”. Ik had het boekje gemist, maar kreeg het nu van de auteur. Het verscheen in 2006 en misschien heeft die bundel er aan bijgedragen dat er langzaam verbetering komt in die situatie. Steden als Rotterdam en Amsterdam zijn nu actief op dit vlak, hoewel het zich –zoals uit de bundel blijkt- vaak beperkt tot een straal van pakweg 10 kilometer: niet veel meer dan de voortuin of het potentiele uitbreidingsgebied.
Overigens is er wel een verklaring waarom de aanbieders actiever zijn dan de steden: zij hebben het meest te winnen bij draagvlak voor het platteland en een grotere geldstroom vanuit de stad. Daarom was er in het verleden de Stichting Public Relations Land- en Tuinbouw en recenter de Vrienden van het Platteland – aan de laatste wijdt het boek ook een hoofdstuk.
Het boek geeft opvallend veel aandacht aan interactiviteit als innovatiebron en dat lijkt me terecht. Er is ook veel aandacht voor cultuur. Kunst is altijd een vernieuwer geweest als vorm om dilemma’s onder de aandacht te brengen. Dat daarnaast kunst ook uitwijkt naar het platteland heeft volgens mij vooral te maken met de behoefte aan goedkope en gemakkelijk te veranderen ruimte (voor festivals, beeldentuinen) of de inspiratie van de omgeving (Oerol e.d.). En verder stellen kunstenaars graag dilemma's aan de orde, en de verhouding stad-platteland tegen een achtergrond van minder boeren en een industrielere landbouw is er ook een.

Tjirk van der Ziel geeft in zijn bijdrage aan het boek overigens een mooi overzicht vanuit de kunst (m.n. literatuur en schilderkunst) over de opvattingen uit de stad over het platteland. Van boer als harde werker in de Middeleeuwse getijdenboeken via de volkse kant van Breugel en Bredero’s Klucht van de Koe waarin het platteland het decor van onzedelijkheid en zuipen wordt (met een directe lijn naar Normaal?). In de 17e eeuw komt ook de idylle van Arcadie weer op: het platteland als plek van burgerlijke idealen (doorlopend naar de Ballade van den Boer met “Maar de boer, hij ploegde voort” van J.W.F. Werumeus Buning uit 1935) en als plek van zuiverheid ten opzichte van de vervuilde steden. Een opvatting die in de 17e en 18e eeuw ook bijdraagt als vindplaats van cultuur in de natievorming in Europa. Wat ook tot de openluchtmusea aan het eind van de 19e eeuw leidde.
Nu is er weer veel aandacht voor het ‘oude landleven’ en de nieuwe maakbare natuur – het pastorale en het primitieve. Onduidelijk in de bundel blijft waarom. Is het de welvaart van de jaren 90 die het mogelijk maakte naar buiten te trekken, naar het eigen landgoed? Is het een revival van de sixties (waar de auteur overigens geen melding van maakt)? Of ontvlucht men weer stadsproblemen zoals drukte, Vogelaarwijken etc.? Is het goedkoop aanbod van lege woninkjes op het leeglopende platteland? Maken internet en goedkoop transport kolonisatie van het landschap aantrekkelijk? Is centraal wonen in de VINEXwijk langs de snelweg zo aantrekkelijk omdat het dure verhuizingen voorkomt? Veel van die ontwikkelingen hebben weinig met landbouw te maken overigens. Het zou interessant zijn nog meer te weten van wat de burger drijft in het zoeken van de boer. Anders strand het in pogingen vanuit de plattelandskant.

John Huige (red.): Stad zoekt boer, Amsterdam School of Management, 2006
Een reactie posten