donderdag 13 november 2008

tegen de rijksoverheid

Ik ben tegen de rijksoverheid. Niet tegen het rijk - onze belangrijkste klant dus dat zou onverstandig zijn - maar tegen de letter rijksoverheid. Voor wie het ontgaan is: het rijk heeft een eigen lettertype laten maken, dat 'de rijksoverheid' heet. Dat lijkt me nou een slecht idee.
Het begon met het ontwikkelen van een nieuw logo voor het rijk. Blijkbaar voelen ze zich gesandwiched tussen de EU en de provincies en was het na alle verzelfstandigingen ook voor het rijk zelf niet meer zo duidelijk of het CBS, de AID, de VWA of de Autoriteit Financiele Markten er nu wel of niet meer bijhoorden. En dus werd er een nieuw logo ontwikkeld.
Daar kan ik nog wel waardering voor opbrengen. Het ziet er aardig uit, je bespaart er inderdaad allerlei logo's van ministeries mee uit, het geeft wat meer groepsgevoel en hopelijk minder verkokering en naar verluid zou het maar 60.000 euro hebben gekost. Voor dat bedrag stel je je dan voor dat een ontwerper de geschiedenis van de leeuw heeft uitgeplozen, met focusgroepen in Artis heeft gebrainstormd, op schets-reis naar het Krugerpark is geweest en een paar presentaties heeft gehouden.

Maar dat zijn natuurlijk niet de echte kosten. Die worden gemaakt in al die ambtelijke groepen die gaan zitten vergaderen over de invoering, en het feit of het nu ook voor het CBS, de AID etc moet gelden. In de tijd die ze ook hadden kunnen besteden aan statistieken maken, boeven vangen, belating innen of wat dan ook.
Enfin, dat mag dan nog een geslaagde actie worden genoemd, het lettertype de rijksoverheid vind ik een megalomaan idee. Alleen al in dit blogpakket zitten 8 lettertypes, in Word een veelvoud en daarvan zou er geen goed genoeg zijn? OK, dat je als overheid niet kiest voor de Helvetica of de Georgia, dat kan ik begrijpen als je af en toe een briefje naar Putin moet sturen (hoewel het een mooie europese gedachte is om met de Zwitsers de Helvetica te delen). Maar dan blijven er nog tientallen over.
Nou begrijp ik als manager ook wel dat als ministerie A lettertype X heeft, en ministerie B het type Y dat dan voor een gezamenlijke letter X en Y afvallen en je Z moet kiezen. Maar ook die moet nog wel te vinden zijn in de standaardletters. Ik weet het - met de moderne software ontwerp je in een paar dagen je eigen lettertype. De kasuitgaven zullen dus wel beperkt zijn.
Maar daar zitten de kosten niet in. Die gaan straks ontstaan bij al die mensen die een document met een lettertype krijgen toegestuurd dat ze zelf niet hebben.
In de jaren 90 koos de organisatie waarbij ik werk ook voor een letter die niet iedereen gebruikte, de Frutiger. Wel een standaardletter, maar van de B-categorie. Nog heden ten dage open ik oude files en moet ik een melding lezen en wegklikken waarin powerpoint of excel meldt dat ze overschakelen op een andere letter. Dat zijn de echte kosten van een eigen letter.
Maar misschien moet ik maar berusten in het feit dat er toch vooruitgang lijkt te zijn. In de jaren tachtig had een Goudse softwaremaker (Multihouse als ik me niet vergist), zelfs enkele ministeries er van overtuigd dat ze een eigen tekstverwerker nodig hadden. Papyrus heette het programma. Het was niet slecht (het had zelfs een leuke functietoets om letters om te zetten) maar al bij de invoering bleek de markt met WordPerfect iets veel beters te hebben. En tekstverwerking op ministeries bleek toch niet zo anders dan tekstverwerking in de rest van de wereld. Een eigen tekstverwerker - hoe verzin je het. Een eigen lettertype - waar is dat nu voor nodig.
Een reactie plaatsen