zaterdag 29 augustus 2015

varkens en foodlog

Oef, een weekje geen blogs. Weer vol aan het werk en bijdragen aan de discussie op Foodlog over de varkenshouderij kregen voorrang. Voor wie dat allemaal niet volgde en mezelf, trek ik wat conclusies:
  1.  De liberale en milieu-koers die de overheid heeft ingezet, zet door. EU commissaris Hogan liet richting de Franse boeren weten dat de quotering van melk niet terugkomt (de EU productie-uitbreiding is ook maar een van de oorzaken van de malaise), en Stas Dijksma hield richting de varkenshouders vast aan het milieu- en dierwelzijnsbeleid.
  2. Mijn inschatting is dat er in de EU bijeenkomst op 7 september dan ook niet heel grote maatregelen worden genomen. Wellicht dat men overgaat tot versnelde uitbetaling van de GLB betalingen om de liquiditeitsproblemen op te helpen lossen, En de interventie zal wel worden voortgezet. Wellicht dat men regio's de kans geeft in hun POP plannen van de 2e pijler meer te doen aan concurrentiekracht en export-ondersteuning (naar buiten de EU).
  3. In Nederland is de lage melkprijs daarmee tot een non-issue geworden. Niet voor boeren met een half lege stal en gebrek aan fosfaatrechten, maar voor de sector. Het is vooralsnog een tijdelijke dip, net als 2009. Ongelukkig moment, maar prijscycli waren voorspeld. Als er al enige animo was om nog wat de doen, hebben inmiddels de media (zoals FD en NRC) dat wel vakkundig ter discussie gesteld door de goede winstcijfers van FrieslandCampina tegenover het geklaag over melkprijzen te zetten.
  4. Met verwijzing naar veel eerder onderzoek is nu wel duidelijk geworden dat de Nederlandse varkenshouderij een concurrentiepositie-probleem heeft. Eerdere voordelen vanwege graanvervangers zijn uitgewerkt, en de milieu- en dierwelzijnskosten tikken door. Dat roept de vraag op hoe het verder gaat met die sector.
  5. Bij ongewijzigde strategie en beleid zet het kostprijsmodel door. Een aantal bedrijven, met name met vleesvarkens, zal gedwongen zijn te stoppen of komen in handen van voerleveranciers. Grotere bedrijven die nog een zekere marge hebben zullen die productiecapaciteit tegen een zacht prijsje overnemen en zo hun kostprijs verlagen, Daarmee concurreren ze minder goed draaiende bedrijven in Bretagne of Duitsland eruit.  Dat leidt vergelijkbaar met een eerdere ontwikkeling in de tomatenteelt versneld tot grote bedrijven met meerdere locaties, dus niet zozeer direct tot "megastallen" maar wel tot "megabedrijven".. Verouderde stallen blijven leeg achter.
  6. In dit basisscenario blijft de voerafzet redelijk op niveau, evenals het aantal te slachten dieren en lijken er dus weinig prikkels om tot een concept van keten-integratie te komen, een optie waarvan Uri Rosenthal (voorzitter van een sectorcommissie) aangaf er wel wat in te zien.
  7. In ditzelfde scenario is een inspanning voor export naar buiten Europa een logische. Rosenthal suggereerde een Holland varken. Dat lijkt voor de Europese markt niet erg logisch, zeker niet in een tijd waar collectiviteit ver te zoeken is en een deel van de varkens levend naar Duitse slachterijen gaat. Richting China maakt het misschien enige kans (Holland als leverancier van een safe standaard product) maar de (onderzoeks)vraag is wel of dit op lange termijn genoeg geld oplevert om de milieuproblemen op te lossen. Temeer omdat kostprijzen buiten de EU beduidend lager liggen en Smithfield en het Braziliaanse JBS dus geduchte concurrenten zijn.
  8. In het basisscenario gaat ook de specialisatie naar biggenexport versterkt door. Op dat punt heeft Nederland nog wel een concurrentievoordeel. Daar zit wel een fors risico (en een onderzoeksvraag) aan als het gaat om het sluiten van EU binnengrenzen bij een dierziektecrisis: waar blijf je dan met de biggen?
  9. Een alternatief scenario is dat de marktsituatie de trigger is voor een aantal partijen om de kostprijsstrategie te verlaten en zich meer op productontwikkeling  in concepten te richten, met meer toegevoegde waarde per kg fosfaat. Dat zou de sector robuuster maken en het draagvlak vergroten. Krimp kan zo makkelijker worden gerealiseerd. Partijen kunnen dat zeker niet alleen, een vorm van ketensamenwerking of -integratie is daarbij nodig. Het is de vraag wie zich daartoe nu geroepen voelt. Varkenshouders voelen pijn genoeg, maar die kunnen het niet (alleen). Andere partijen blijven vermoedelijk bij hun oude gedrag. Systeemverandering is lastig.
  10.  Overheidsbeleid zou zich kunnen richten op het ondersteunen van zo'n transitie. Dat kan door innovatieprogramma's in de tweede pijler van het GLB of aanvullende nationale programma's. Financiering kan geen probleem zijn als men consumenten de volledige kostprijs van vlees laat betalen via een normaal btw-tarief. Dat mag je niet meteen doorsluizen naar de varkenshouderij (in kader van WTO), maar niets houdt de overheid tegen om een deel van de opbrengsten (na in achtneming van wellicht enige consumptiedaling en na aftrek van enige compensatie voor lage inkomens in de inkomstenbelasting) dat de kaspositie van de overheid heeft versterkt op een wat later moment een regionaal innovatieprogramma te starten.
  11. Verder ligt er een vraag of je de dierrechten / fosfaatquota van de weggesaneerde bedrijven in de varkenshouderij tegen een betrekkelijk lage waarde moet overdoen aan de schaalvergroters. Een alternatief is om die op te laten kopen door (extensieve) melkveehouders. Die hebben dan lagere kosten en blijven makkelijker grondgebonden, en de wijkers in de varkenshouderij blijven mogelijk met een wat lagere restschuld zitten. Ook daar zou voor de besluitvormers aan gerekend kunnen worden.
Een reactie plaatsen