dinsdag 14 augustus 2012

Griekse landbouweconomie

De economische wetenschap laten we meestal beginnen bij Adam Smith (1776, the Wealth of Nations), maar het is maar de vraag of dat juist is. Want economie is al veel ouder. Arbeidsspecialisatie en ruil is er sinds de eerste mensen in Afrika overvuur beschikten. Of wie een bijbels uitgangspunt wil: met het eten van de paradijselijke appel werd duidelijk dat kennis en keuzes een last zijn in een wereld van Goddelijke of natuurlijke schaarste. Waarmee er tegelijkertijd ook een moreel element in keuzes sluipt.


Als economie zo oud is, is het niet verwonderlijk dat er al lang voor Smith over de werking van de economie is nagedacht, bij de oude Grieken en Romeinen, maar ook bij de Egyptenaren en in het Midden-Oosten.
Dat waren grotendeels landbouw-economieën, dus er is met name ook nagedacht over landbouw. In het handboek van Samuels et al (zie de blog van gisteren) las ik een aardig paper van S.T. Lowry die een overzichtje geeft van het economisch denken in klassieke tijden.
Zo wist ik niet dat we het juridische symbool van de weegschaal komt van de grote weegschalen die werden gebruikt als boekhoudgereedschap bij de graanschuren van de farao’s en daar een religieuze betekenis door kregen.



Wie in de landbouweconomie wil laten zien dat hij zijn klassieken kent, kan het best Xenophon’s boek Oeconomicus (!!) uit het midden van de 4e eeuw voor Christus aanhalen. Dat behandelt vooral het de organisatie en management van een grootlandbouwbedrijf  en benadrukt het belang van human capital en organisational efficiency. Dat pleidooi lijkt nog weinig aan waarde te hebben verloren.
Ook de Romeinen waren geen rare jongens als het om economie ging. Zo schreef keizer Justianus van het Oost-Romeinse rijk in 530 na Chr. alle Romeinse wetskennis op. Samengevat in het werk Institutes, dat in de Middeleeuwen nog volop in gebruik was. En waarin werd geconcludeerd dat de waarde van goederen niet afhankelijk is van de gebruikswaarde maar de marktwaarde: “tantum bona valent, quatum vendi possunt”, ofwel: goederen zijn net zoveel waard als waar ze voor verkocht kunnen worden.


In de Middeleeuwen was de Cisterciënzer orde gespecialiseerd in het in cultuur brengen van meer grond, en ook zij publiceerden over land-management. Zij haalden een deel van hun kennis bij de islamitische filosofen van Al Andaluz. Waarover morgen meer.


Uit: S.T. Lowry: Ancient and Medieval Economics in: Warren Samuels, Jeff Biddle en John B Davis: The History of Economic Thought, 2003.
Een reactie posten