zondag 1 december 2013

Year of the Family Farm

Vrijdag openden de FAO en de EU het Jaar van het Gezinsbedrijf, 2014. Althans voor Europa, want de VN had dat al een week eerder gedaan.
De discussie was breed opgezet. Het thema Gezinsbedrijf is toch al een strijdpunt: voor veel belangenbehartigers lijkt het te gaan om kleinschaligheid, liefst zelfs de arme zelfvoorzienings boer(in); de subsistence farming. Voor anderen zoals Slowfood toch mimimaal local for local en oude rassen en traditie. Prins Charles vond dat juist zulke bedrijven belang hebben bij ICT die food-webs mogelijk maakt (geheel terecht), maar een Portugese boer was buitengewoon boos dat ook een lid van de Royal Family die veel subsidies uit het landbouwbeleid krijgt, spreektijd (per video) kreeg. Meerdere sprekers vonden dat de Europese subsidiestromen moesten worden omgebogen naar het kleinbedrijf.  Misschien moeten we er sociaal beleid van maken met het regionale bijstandsnivau als maximum-uitkering?
De Commissie stopte de uitkomsten van een on-line consultatie in de informatiemap. De belangrijkste kenmerken van het gezinsbedrijf zijn volgens de respondenten: onafhankelijke besluitvorming, direct eigendom van de boerderij en opvolging door de volgende generatie. Samen goed voor 82% van de respondenten. De antwoorden zelfvoorzienend, lokale (zelf)verkoop en kleinschaligheid scoorden ieder minder dan 10%.
Zelf hield ik het bij de lezing over besliutvorming rond de keukentafel, waarbij het voor investeringsbeslissingen uitmaakt of er een opvolger is. Ook bij 300 koeien of 10 ha glas. Verder wees ik erop dat wie gezinsbedrijven op langere termijn in stand wil houden, moet zorgen voor afvloeiing. Veel bedrijven zijn te klein en niet verder te intensiveren met biologische, huisverkoop, groententeelt of varkens en kippen. Uitbreiding van de oppervlakte is de enige oplossing. Maar dan moeten de kinderen van de buurman wel voor de stad kiezen, daar moet je niet al te rouwig om zijn. Dat brengt welvaart en daar kunnen ze andere spullen maken. Doe je dat niet, dan kiezen alle kinderen door gebrek aan inkomensmogelijkheden voor de stad en blijf je, zoals in Japan, achter met een volstrekt verouderde plattelandsbevolking. En als die dan wegvalt, dan is het gebeurd en ben je aangewezen op import of agroproductieparken rond de grote steden.
Enfin, het is nu aan de lidstaten en regio's om de discussie verder te voeren. Mooie gelegenheid om de wereld uit te leggen dat ook de grotere gezinsbedrijven recht hebben op sympathie van de burger.
Een reactie plaatsen