zondag 4 augustus 2013

Payback


De opbrengsten van innovatie zijn in een bedrijf lastig te meten (en in de economie in zijn geheel nog lastiger). Toch zijn er af en toe auteurs die er licht op proberen te werpen. Zoals James Andrew and Harold Sirkin (van de BCG groep) die in 2006 het boekje Payback - reaping the rewards of innovation publiceerden bij de Harvard Business School Press.
Ooit ergens cadeau gehad en het lag al een paar jaar op de Te lezen stapel. Op een vlucht naar Washington (waar de KLM zo aardig was om mij naar de bussiness class te upgraden, en zo voor perfecte leesomgeving zorgde) nam ik het door.
Centraal in hun boek staat de cash curve - hoeveel geld moet erin en wanneer krijg je het er weer uit. Er zijn namelijk 3 fasen: Idea Generation (werk het product of de dienst uit tot iets wat je zou kunnen produceren (technisch prototype) en vermarkten (business plan), Commerialisation (werk het idee uit van de top management go/no-go tot de product launch), en Realisation. Die eerste twee kosten veelal bakken met geld.
De cash-curve wordt over deze 3 fasen bepaald door de 4 S-en:
  • Startup-cost
  • Speed (time to market)
  • Scale (time to volume)
  • Support Costs
Overigens erkennen de heren dat innovatie ook om andere reden kan plaats vinden (of bij-voordelen knnen hebben): Kennis (voor andere producten, innovaties), Merk / imago (bedrijf herpositioneren), Ecosystem (partners binden) of Organisatie (mensen binden, cultuur).
En de auteurs zien 3 modellen die bedrijven toepassen in het managen van de cashcurve: Integratie (veel zelf doen), Orkestratie (het econsysteem mee laten innoveren aan jouw product) of Licensing (de realisatie fase uitbesteden via patenten, Dolby Labs met zijn geluidsknowhow is een mooi voorbeeld).
Een reactie posten