zondag 27 september 2015

Van Grieken of de CMC

Heeft er al eens iemand de historie van CMC Melkunie goed beschreven? Ik hou me aanbevolen voor een tip of gedenkboek over deze voorganger van Campina.
Dit vanwege de aandacht die Harry van Grieken er aan besteed in zijn boek Drie generaties in het familiebedrijf (zie de blog van gisteren).
De CMC begon als de Crisis Melk Centrale en werd omgezet in de Vereniging Consumptie-Melk-Centrale in 1938 in het kader van de crisiswetgeving. De keten tussen melkslijters en boeren werd als inefficiënt gezien onder de vigerende crisiswetgeving. Boeren moesten voortaan verplicht leveren aan de monopolist CMC, althans in het westen. Die verkocht de melk aan de AVM, de vereniging van de melkslijters.
Voor het einde van de oorlog (zo meldt Van Grieken, p. 120) waren een aantal vooraanstaande boeren zo slim om een Coöperatieve Melk Centrale (CMC) op te richten. In 1944 kreeg directeur B. van der Heide de opdracht er een Coöperatief Unilevertje van te maken. Van oudsher was de coöperatieve bedrijfsvoering in het westen minder ingevoerd: de boeren zaten dicht bij de stad, de handel en de melkslijters of de melksalons (de Sierkan, de RMI Rotterdam, de RMI in de residentie), dus de markt werkte.
Maar de CMC begon die bedrijven op te kopen. De boeren staken een deel van de winst in die bedrijven en streefden niet meer dan 50% van de aandelen na. Bij de aankoop van de Sierkan werd de naam Nederlandse Melkunie ingevoerd. Dat bedrijf werd zelfs in 1961 aan de beurs genoteerd, voor de mindeheidsaandeelhouders. En Albert Heijn had een aandeel via hun melkbedrijf (Stero) Vita. Via RMI waren er banden met Unilever. Er was een participatie in Nutricia en omgekeerd.
Later werden CMC en Melkunie in elkaar geschoven, en ging Melkunie op in Campina. En zo werd ook West-Nederland coöperatief. Mooie case voor het coöperatie-onderzoek. Wie heeft literatuur?

Een reactie plaatsen