zaterdag 21 maart 2015

agglomeratie-effecten

Japan, waarover ik afgelopen week hier al wat agrarische reisindrukken blogde, is ook op het vlak van sociologische instituties boeiend. De snelle ontwikkeling van een agrarische samenleving naar een metropolitane, heeft gezorgd voor grote steden met veel agglomeratie-effecten waar de ontwikkelingen in het gezinsleven bij achter zijn gebleven.
Agglomeratie-effecten ontstaan daar waar je concentraties van mensen of bedrijven hebt: er ontstaan dan dikke arbeidsmarkten met veel specialisatie. Je ziet dat in Tokyo waar er niet alleen grote wijken met hoogbouw zijn met de kantoren van de (grote) Japanse ondernemingen (en waarbij de Amsterdamse Zuidas een calimero-gevoel krijgt) maar ook een wijk die zich specialiseert in uitgaan en vooral winkelen voor tieners en twintigers en iedereen die zich zo voelt (21 forever). En dat terwijl Japan een vergrijzende samenleving is met weinig kinderen, de bevolking krimpt en kinderwagens heb ik er niet veel gezien.
Bij economen zijn die agglomeratie-effecten in de mode, en voor Nederland wordt nog wel eens geconstateerd dat we daarin met onze Randstad-structuur en Brabantse stedenrij achterblijven. Maar, zoals we o.a. recent in de Zuidhollandse PAL vaststelden, je kunt de zaak moeilijk afbreken en rond Alphen aan de Rijn opnieuw beginnen. Je kunt op zijn best zorgen dat de verbindingen tussen onze steden en stadjes zo goed mogelijk zijn. En dat we de positieve kanten van ons model uitbuiten.
Daarbij horen in onze situatie lagere woonlasten, lagere reiskosten en meer groen en leefbaarheid. De Japanse collega's die ik sprak klagen zeer over de hoge woonlasten in Tokyo en het feit dat velen dan daarbij ook nog een uur moeten reizen naar hun werk. Ik vrees dat die private lasten helemaal niet meegenomen worden in de berekening van de agglomeratie-effecten, dat zich op nationaal inkomen baseert, niet op een MKBA-achtig kengetal of vrij-besteedbare huishoudinkomens..

Een reactie plaatsen