zondag 15 maart 2015

Cooperatief Japan

De kleinschalige Japanse structuur (zie de blog van eergisteren) leent zich voor een sterke coöperatie-beweging. In Japan is die wel heel sterk. Ik verdiepte me er een dag in omdat ik te gast was bij JA, Japan Agriculture, de coöperatieve beweging waarvan bijna alle ruim 4,5 miljoen boeren en boertjes lid zijn (en vele anderen ook). JA heeft ons Europese coöperatie-rapport vertaald (de publicatie komt eind maart), vandaar. Wat wijst op een discussie hoe het verder moet met JA.
Het coöperatiewezen is op Duitse Raifeissen leest geschoold. Japan ging eind 19e eeuw open en kopieerde uit het Westen wat nuttig leek te zijn. Waaronder de in Europa net opkomende coöperaties. In WO-II kwamen de coöperaties, die in principe gedreven werden door de leden, in sterke overheidscontrole. En dus begon men na de oorlog min of meer opnieuw.

Dat gebeurde in de vorm van plaatselijke multi-purpose coöperaties, die zich bezig houden met van alles en nog wat: de afzet van tal van verschillende producten van leden en de aankopen van bedrijfsbenodigheden (en nog veel meer, daarover straks). Er zijn wel single-purpose coöperaties, maar die zijn veruit in de minderheid en mijn gesprekspartners zien niet meteen een ontwikkeling in die richting, die we in Europa wel hebben gezien, c.q. hier en daar nog zien.
We kwamen er in de discussie niet uit waarom Japan in dat opzicht bijzonder zou moeten zijn. JA noemt in zijn (in 2011 in het Engels uitgegeven) basic textbook dat dit komt door de kleinschalige structuur als door het feit dat Japanse boeren vaak ook buiten de landbouw actief zijn en het inkomen van hun bedrijfje managen samen met hun inkomen uit andere bronnen. Een derde argument is dat veel boeren meerdere producten telen, zowel groenten als rijst.

Van die argumenten is de laatste nog het meest overtuigend: bij groenten zien je ook in Europa synergie in de teelt en de afzet en is specialisatie in een tomaten- en een broccoli-coöperatie nog nauwelijks aan de orde (hoewel daar nu de producentenorganisaties opkomen). En dat die coops dan ook de zaden en kunstmest of specifieke pootmachines inkopen is ook niet helemaal ongewoon.
Bij rijst zou je uit de aard van het product nog een vergelijking kunnen maken met de granen coöperaties in Europa, waar de Lantmannen, Baywa en Agrifirm-achtigen ook meerdere producten doen. Maar dat is ook wel ingegeven door de inkoop van granen als grondstof voor veevoer. En ook die zitten nog wel eens net als de multipurpose JA coops in Boerenbond-achtige winkels. Maar rijst gaat helemaal de veevoer niet in, dus ik denk dat die vergelijking mank gaat.

Dat kleine boeren of parttime boeren een schaalnadeel hebben om lid te zijn van meerdere coöperaties lijkt me vreemd. Met name zowel lid zijn van een rijstafzet-coöperatie als een coöperatieve bank lijkt me niet onmogelijk, dat kost maar een paar avondjes vergaderen in de winter. Mits er genoeg bestuursleden te vinden zijn, maar zo klein zijn de JA’s ook weer niet, er heeft een behoorlijke schaalvergroting plaats gevonden en de plaatselijke coops zijn nu vaak regionale coops.
JA is ook de Japanse Rabo. Ofwel de primaire JA’s verlenen ook bank- en verenigingsdiensten aan hun leden en hebben centrale bank- en verzekeringsactiviteiten. Dat verklaart bovengenoemd argument dat men zijn geld en verzekeringen van alle activiteiten integraal wil managen. Logisch, en net als de Rabo heeft JA inmiddels een grote hoeveelheid niet-boeren als klant. Maar die kunnen geen volwaardig lid worden van de lokale multi-purpose coöperatie, maar zijn geassocieerd lid. En hier lijkt een probleem te gaan ontstaan want het aantal geassocieerde leden is inmiddels groter dan het aantal echte (boeren) leden. Het is ook een mogelijk argument (naast de belangenbehartiging, zie hierna) waarom ook de coöperaties zo hechten aan het aantal boeren en niet zozeer alleen aan de omzet.
Een single-purpose coöperatie a la de Rabo zou hier geen problemen mee hebben: daar kan iedereen lid van worden. En dus ligt hier een tweede interessant vraagstuk: zou een single-purpose niet beter werken?

Overigens: ook in Europa hebben we lang mengvormen van bankieren en handelen gekend. Nog niet zo lang geleden heette de belangrijkste voorganger van Agrifirm gewoon Landbouwbank Meppel. En de beroemde coöperatie Lonneker (bij Enschede, een voorloper van From/ForFarmers) was ook een bank. Want wie veevoer of kunstmest bestelde moest vaak ook oogstkrediet.
Issue nummer drie is dat JA zich heeft ontwikkeld in de richting van tal van activiteiten. Sommige daarvan liggen in het verlengde van de doelstellingen (zoals promotie voor het Japanse product) of zijn (potentieel) nog wel een business, zoals de Boerenbond-achtige landwinkels en toeristische activiteiten. Dat zou je wellicht ook nog van bepaalde voorlichtingsactiviteiten kunnen veronderstellen, zoals bedrijfsvoorlichting en ondersteuning bij projectontwikkeling (huizenbouw) of verkoop voor niet-agrarische bestemming. Hoewel je die eerder verwacht bij een standsorganisatie. En dat geldt al helemaal voor voorlichtingsactiviteiten die in Nederland vroeger door de SEV of de Plattelandsvrouwen werden uitgevoerd, zoals kookworkshops voor boerinnen, NAJK-achtige jonge boeren activiteiten en ander community werk. Zo is JA actief in het beheren van begrafeniszalen (funeral halls) en “welzijns-activiteiten” als gezondheidszorg en dagopvang voor hulpbehoevende bejaarden. In het vergrijsde Japan mogelijk een winstgevende groeimarkt, maar ik begreep dat al deze activiteiten vooral gefinancierd worden met winsten uit de bank- en verzekeringsactiviteiten.

Dat verklaart de conclusie van mijn gastvrouw dat de Japanse coöperaties wel wat op de Oost-Europese lijken. Via de mail had ik daar niets van begrepen, maar na de promotievideo van JA en haar uitleg wel: ook daar vind je (o.a. in Bulgarije) coöperaties die tal van publieke / sociale activiteiten ondernemen (van de peuterpeelzaal en de ouderenopvang tot de straatverlichting en het sneeuwruimen) en de overheid dus is ingebed in de coöperatie in plaats van andersom.
En daarmee begrijp ik ook wel dat JA zich helemaal niet kan voorstellen hoe het verder zou moeten met bv. een single purpose financiele coöperatie. Dan vervalt de kruissubsidie en is onduidelijk hoe het verder moet met de sociale activiteiten. Anderzijds kan ik me niet helemaal voorstellen dat dit ook niet anders kan. De landbouw is 1% van de Japanse economie, en zelfs als je de geassocieerde leden meetelt moeten er in de dorpen en streken toch ook veel mensen wonen die geen lid zijn van een JA en toch ook hulpbehoevend worden of een kookcursus willen van de vereniging Dorpsbelangen.

Overigens is het dan ook de vraag, als vierde issue, wat een eventuele andere organisatie nu oplevert aan dynamiek voor de Japanse economie. Niet alleen omdat de sector klein is maar ook omdat de dynamiek misschien wel eerder uit andere hoek komt. Zoals van Toshiba dat fors inzet op plantenfabrieken (plant-labs) om groente geheel geconditioneerd onder LED-verlichting in gesloten ruimtes te telen. Much ado about nothing?
Een vijfde issue daarbij is dat Japan geen standsorganisaties kent voor bv. het lobbywerk naar de overheid. Ook dat doet JA, hoewel ze daar in hun basic-text boek en video niet over reppen. Maar navraag leert dat een standsorganisatie inderdaad ontbreekt of niet dominant aanwezig is. Nu zit bij ons Copa-Cogeca ook in 1 organisatie en de oude NCB (die opging in de ZLTO) heeft ook een periode gekend waarin de banden tussen coöperaties en standsorganisatie zeer nauw waren. Sommige coöperaties waren heel lang een afdeling van de standsorganisatie. Maar over het algemeen zien wij de coöperaties toch als een venster van collectieve actie naar de markt en de standsorganisatie naar de overheid en samenleving. Waarbij er wel banden zijn, overleg is, sommige bestuurders in beide kanalen actief zijn, en ook een suiker coöperatie wel lobbyt voor suikerbeleid (maar dan toch ook vaak de boeren inzet en niet het miljoenen-concern profileert). Maar overall denken wij dat specialisatie in deze nuttig is. In Japan is het zover nooit gekomen en dat verklaart mede waarom JA ook standsorganisatie-achtige activiteiten uitvoert.
Ik ben mijn lezing in Japan maar eens met een plaatje begonnen waarin dit is uitgelegd en ik begreep dat dit als zeer verhelderend werd ervaren. Want hier zit momenteel een groot probleem in Japan. JA staat onder zware politieke druk. Niet in het kader van zijn commerciële activiteiten maar vanwege het verzet tegen de hervormingen die premier Abe nodig vindt, mede met het oog op het afsluiten van een vrijhandelsakkoord rond de Pacific.

In dat kader heeft de premier en het parlement nu ingegrepen in JA-Zenchu. Dat is de top-organisatie die in 1954 in de Japanse wet is ingevoerd (wat niet echt als bottom-up klinkt) met als doel “to guide and coordinate Japan’s agricultural movement”. Een van de activiteiten die het, naar het Duitse Raifeissen-model, uitvoert is de auditing en management consultancy van alle coöperaties. In dit controlecentrum weet men dus waar de winsten worden gemaakt, hoe de strategieën zich ontwikkelen, hoe gevoelig ze zijn voor beleid e.d.
Dit lijkt dus het machtscentrum van JA en dat geeft het geheel onherroepelijk ook een zeker top-down karakter, dat we van grote Europese top-coöperaties wel kennen. Ook dat maakt begrijpelijk dat het centrale JA zich niet voor kan stellen hoe de dorpen / streken zich moeten redden zonder de bestaande multi-purpose coöperaties en hun guidance.

Maar Premier Abe heeft JA-Zenchu nu het monopolie ontnomen op de auditing. Verschillende mensen die ik sprak ervaren dat als straf voor het verzet tegen de TPP hervormingen. En vrezen dat de dominostenen verder omvallen. Wat in ieder geval veel belangstelling voor mijn lezing opleverde, met geanimeerde discussie. Men is zoekende.
Bloomberg rapporteerde n.a.v. het besluit van Abe: “Zenchu finally gave in,” Masaaki Kanno, an economist at JPMorgan Chase & Co., said in a research note Tuesday. “This is clearly a victory of the Abe administration over Zenchu, which played an important political role against agriculture reform. The reform of JA system is expected to pave the way for facilitating TPP negotiations.”

Als ook: Abe is aiming to diminish the role of the group, which has dominated the sector for about 60 years, to bolster the independence of local cooperatives and promote their alliances with corporations while seeking lower tariffs that would boost competition from imports.

En: The reform plan means Zenchu shifts away from a special private corporation with “extraordinary, semi-public powers” into a general incorporated association without regulatory functions and subject to ordinary taxation, Tobias Harris, an analyst at Teneo Intelligence, wrote in a report on Monday. The legal change could limit the group’s ability to participate directly in political activities, he said.

Al met al lijkt het in het kader van de TPP veranderingen in Japan interessant verder te studeren op de rol van coöperaties: hoe moet het verder met JA en de multi-purpose coöperaties en vooral: hoe kunnen single-purpose coöperaties van jonge innovatieve boeren de sector competitiever maken. Want niet onterecht maakt Japan zich zorgen om een food security situatie waarin de import van voedsel 10 keer zo groot is dan de export. Om over energie en andere grondstoffen nog maar niet te spreken.
Een reactie plaatsen