vrijdag 6 september 2013

neven en nichten

de kamelenmarkt van Riyad, Saudi Arabie
Sinds het LEI in Saoedi-Arabie probeert het landbouwbeleid van cijfers te voorzien volg ik het schiereiland met nog wat meer belangstelling. En de belangstelling voor instituties was er al. Dat alles werd deze week op zijn wenken bediend door een groot artikel op de wetenschapspagina's van de NRC waarin het neven- en nichtenprobleem werd opgelost.
Het probleem is het volgende: hoe komt het dat Arabieren, en breder het Midden-Oosten een voorkeur heeft voor het huwelijk tussen neven en nichten? In Saoedi-Arabie heeft 57% van de echtparen 1 gemeenschappelijke grootouder. In Irak en Iran 30 a 40%. Voor de wereld in totaal is dat maar 10%. En dat is eigenlijk nog teveel want de kindersterfte ligt bij neef-nicht huwelijken 3,5% hoger. Logisch dus dat dergelijke huwelijken niet worden aangemoedigd of zelfs verboden. Maar wel bij de Arabieren en hun buren. Rara?

Tot nu toe werden de verklaringen gezocht in de economie van het bezit: bij neef-nicht huwelijken kan de bruidsschat lager zijn, bij vererving blijven de bezittingen in de familie. Of in de sociologie: het versterkt de clan-banden. Maar dat verklaart natuurlijk niet de uitzonderingspositie van de zandbak Arabie.

De verklaring blijkt nu juist in de zandbak te liggen, ofwel in de economie van het inkomen. Althans volgens de onderzoeker Benjamin Reilly (Carnegie Mellon University in Qatar (!!)) in zijn paper in American Anthropologist van deze maand.
De kameel-bedoeinen, die tot diep in de 20ste eeuw als nomade rondtrokken, zijn soms dagenlang met hun dieren onderweg zonder water te zien. Een kameel kan wel 10 dagen zonder water. Dat in tegenstelling tot een schaap of geit, die nooit ver weg kan van een bron want er moet dagelijks gedronken worden. Maar als de kameel zonder water kon, moest de nomade dat ook, en die moet dus leven van de kamelenmelk.
Dat is nu simpeler dan het was, daarvoor moet je het gen hebben dat lactose (melksuiker) kan verteren. Anders leidt melk drinken tot zware diarree en uitdroging. En er zijn hele volksstammen die dat gen niet hebben of hadden. Juist ook in de stammen, legers en handelaren die van Afrika naar Azie (vv) door het schiereiland trokken.
Dus toen zo'n 4500 jaar geleden de natte periode (die van 6500 tot 2500 v. Chr. op het schiereiland heerste) tot een eind kwam bleven alleen schapen, geiten en kamelen over als bron van bestaan.  En alleen met de kamelen kon worden getrokken, die was al 500 jaar gedomesticeerd. Al of niet toevallig dook op dat moment (2500 v. Chr) ook genvariant C13915 bij de Bedoeinen op, die codeert voor het enzym dat melksuikers kan verteren.
Ergo: de Bedoeinen hadden het grootste belang dit gen in de familie te houden. Werd het er per ongeluk uit gekruist dan moest het nomadenbestaan aan de aldaar denkbeeldige wilgen worden gehangen. En zo ontstond de voorkeur van mannen voor de dochter van vaders' broer. De Arabische ruiters exporteerden het gebruik later met de jonge islam.
Natuurlijk kenden de betrokkenen de theorie niet, die hadden geen idee van gen C13915. Maar ze zagen wel het proces en hadden het over zuiver bloed dat nodig was voor de woestijn. Dat alleen in de familie of bij een naburige clan was te vinden, niet bij de schapenhouders of vreemdelingen.
De traditie is allang niet meer nodig. Maar dat is het kenmerk van instituties, ze verharden en sturen het gedrag nog lang, tot om een of andere reden het frame wordt veranderd.
Fraai verhaal, dat genoeg stof geeft op een volgend etentje in Riyad.

Ontleend aan: Dirk Vlasbloem: Neef-nichthuwelijk populair om melkgen in NRC 4.9.2013
Een reactie plaatsen