zondag 7 april 2013

valken

Zeeland 22.1, uitgave van het Zeeuws Genootschap, bevat een aantal lezenswaardige artikelen, o.a. over de Middelburgsche Commercie Compagnie. Verder blijkt er een desurbanisatiedebat waaruit ik opmaak dat na de bloeiperiode in de Gouden Eeuw steden, althans in Zeeland, sterk terugvielen en de agrarische sector aan (relatief) belang won. Daarna kwam pas eind 19e eeuw de modernisering. En politiek viel Nederland na de 16e eeuw uiteen in een Republiek van burgers in het westen en een Republiek van Adel in het oosten. Ofwel de traditionele fasen: landbouw, steden, handel / industrie, dienstverlening gingen hier niet in die volgorde op. Opvallend is de polemische toon in dit desubarnisatiedebat, onderhuids gaat het blijkbaar om provinciale Calimero-effecten of de vraag hoe je het gebied verder ontwikkelt (groen/blauw of transport en industrie)

Enfin, tot de opvallendste boekbesprekingen in het blad behoort de signalerin van een aanwinst van een boekje over de Valkerij (E. Meijer: Valkerij: topsport in vogelvlucht). Daaruit leer ik dat -what's in a name- Valkenswaard ooit het Europese centrum van deze activiteit was. Valkerij was er voor de hoven van Europa, en hoewel de hofcultuur in Nederland niet van belang was, vond je wel Valkenwaardse valken en valkeniers aan vrijwel alle hoven van Europa. Althans tot zo ongeveer de tijd van de Franse Revolutie - toen ging het hard achteruit met de aristocratie en rijke bourgeous gingen jagen met het inmiddels verbeterde jachtgeweer. Die noveau riche zag de valk als concurrent, niet als jachtmiddel.

Dat roept de vraag op Waarom Valkenswaard ? Wat waren de unieke concurrentievoordelen van dit Brabantse plaatsje ? Zeeland 22.1 geeft daarop geen antwoord. Maar de wiki doet weer wonderen: de regio blijkt op de trekroute van de slechtvalk te liggen. Die trekroute is langer dan de Leenderheide, maar die had nog twee troeven: van nature komt ook de klapekster hier voor, die de komst van de valk verklapt en daarom bij de vangst wordt ingezet (zie de wiki voor de details van het ingewikkelde vangstproces). En -leuk voor institutioneel economen- de Kempen kende het gewoonterecht dat de gewone man mocht jagen op klein wild en gevogelte buiten de vrije warande (de formele jachtgebieden). Deze vrijheid in het feodale jachtrecht gaf dus de mogelijkheid tot een vergaande specialisatie en uniek exportproduct.

Tot slot: weer eens een luistertip, nu er weer een koude record is gebroken in deze lange winter: het liedje waarmee Willeke Alberti op het Knokke songfestival van 1964 stond: De winter was lang.. (later ook nog eens gecovered door Hepie & Hepie)..

Een reactie plaatsen