donderdag 17 maart 2016

das Kapital

Nog een paar zaken die me opvielen in het Situationsbericht (zie de blog van dinsdag): de zelfverzorgingsgraad die in Duitsland tussen 2004 en 2014 voor de meeste producten sterk is gestegen (m.u.v. rundvlees waar hij nog steeds 111 is en melk (van 121 naar 115) en eieren (67). Heeft naar mijn beleving te maken met de sterke keten en export naar Oost-Europa. Er zijn analyses die aangeven dat wie voor de Duitse discounters kan produceren, dat voor iedereen kan.
Ook hier vertaalt de aandacht voor ketens zich in lijstjes met de top-10 van verwerkers per sector.
Overigens kan het tamboereren op zelfverzorgingsgraden en exportcijfers je aardig op het verkeerde been zetten. Dat Nederland een groot exporteur is, is op zich geen reden dat je veel in landbouw moet investeren. Het werk wordt er altijd nog slecht betaald. Duitse cijfers illustreren dat nog eens: de bruto-toegevoegde waarde per arbeidsplaats in de landbouw (incl bos en vis) was er in de jaren 2012-2014 maar 29.000 euro per jaar. In de handel, logistiek en toerisme was dat al meer dan 40.000 euro en in de bouw 47.000 euro. De Duitse industrie zat ver boven de 80.000 euro per arbeidsplaats (gemiddeld in Duitsland 67.000 euro).
En dat ondanks de geweldige kapitaalsinvesteringen per arbeidsplaats: per arbeidskracht in de landbouw is bijna een half miljoen euro geĆÆnvesteerd en dan tellen we de grond nog niet mee. Gemiddeld is dat in Duitsland maar 384.000 euro, in de industrie maar 3 ton en in de bouw zelfs nog geen 40.000 euro: een hamer is goedkoper dan een tractor. Overigens verdubbelde die kapitaalsbehoefte tussen 1993 en 2013, waar in de industrie de stijging maar 60% was.
De onderbouwing van het topsectorenbeleid voor agro en food (en tuinbouw) hoort dus niet te liggen in die laagwaardige arbeid maar in de toegevoegde waarde in de industrie er omheen (en hopelijk is die bovengemiddeld, kan dat eens uitgerekend?). Tenzij er teveel laagwaardige arbeid is en investeren in scholing niet helpt.....
Een reactie posten