zondag 2 december 2012

jonge boeren

komende dagen wat foto's uit Wales
De Europese jonge boeren  (verenigd in de CEJA) vragen of ik wat over ze wil bloggen. Ze zijn een campagne begonnen die in de NRC al een artikel uit de NOP opleverde, en stuurden ook mij een mailjte:
Als we er niets aan veranderen, zal de Europese landbouwsector binnenkort dik in de problemen zitten: alleen 6% van de landbouwers in Europa zijn jonger dan 35 jaar, daarentegen is een derde al ouder dan 65.

Om zowel het grote publiek als Europese beleidsmakers van deze problematiek bewust te maken, heeft CEJA – de Europese Raad voor Jonge Landbouwers – onlangs de campagne “Future Food Farmers” gelanceerd. Het ultieme doel is van jonge landbouwers een prioriteit in het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid te maken.

Aan dat verzoek voldoen we dus, maar een paar kritische kanttekeningen plaats ik er wel bij. Jonge boeren zitten in een moeilijk proces van bedrijfsovername, waarbij ze zich vaak diep in de schulden moeten steken (zeker in landen als Denemarken zonder veel fiscale fasciliteiten) en ze zijn nogal afhankelijk van de vraag of de familie (ouders, broers en zussen) geld in het bedrijf laten zitten. Dat was altijd al zo, maar bij grotere bedrijven en hogere grondprijzen wordt het niet makkelijker. Onze sympathie en wat mij betreft gemakkelijke fiscale doorschuiving van het bedrijf zijn op zijn plaats.
Maar het is wel raar dat een beroepsgroep roept om toetreding van meer ondernemers. In alle andere sectoren proberen de bestaande ondernemers toetreders vaak buiten de deur te houden, door vakeisen, vergunningen en beperkte toelating tot opleidingen. Want hoe minder vakbroeders, hoe dikker de spoeling.
Dat geldt ook voor boeren: hoe meer er stoppen, hoe meer grond er op de markt komt, hoe lager de grondprijzen, en hoe gemakkelijker de bedrijfsovername. Om die reden kun je je ook afvragen of jonge boeren wel geholpen zijn met de toeslagen die de grondprijs verhogen.
Hoe minder boeren, hoe makkelijker de bedrijfsvergroting. Die is nog immer hard nodig (de optimale bedrijfsgrootte is door de techniek groter dan de huidige) voor een redelijk inkomen - niet voor niets wilden beide in de NRC geinterviewde jonge boeren komende jaren fors uitbreiden.
Gaat er maatschappelijk wat fout, blijft er grond onbeboerd of niet intensief genoeg beboerd door de genoemde bedrijfsovername statistieken? Ik vraag het me af. We tellen in Europa heel veel kleine gepensioneerde boeren zonder opvolger, maar als je kijkt naar de bedrijven die 80% van de voedselproductie in handen hebben, dan valt het met de cijfers over de bedrijfsopvolging nog wel mee.
Daar komt nog bij dat de komende jaren door de crisis de stimulans om voor een andere sector te kiezen kleiner zal zijn dan bij de schoolkeuze 10 jaar geleden. Daar zit ook het gevaar van te hoge "installatie-premies". Nederland heeft die m.i. terecht heel lang niet gehad. Ik herinner me nog levendig hoe ik in de jaren 80 in Ierland met de EU op excursie was en hoe we op bezoek bij een veel te klein schapenbedrijf in een dal ver van de bewoonde wereld vernamen dat de ondernemer gelukkig was met het feit dat zijn zoon zijn ICT opleiding had afgebroken omdat hij nu een installatiepremie kreeg om het bedrijf over te nemen. Leuk voor vader, en misschien ook voor zijn zoon, maar de bezoekers hadden zo hun bedenkingen - inkomens buiten de landbouw liggen voor de meesten hoger dan daarbinnen. De Nederlandse delegatie prijsde zich gelukkig dat bij ons veel ouders hun kinderen stimuleren wat verder dan de boerderij te kijken.
Kortom, jonge boeren verdienen onze aandacht en sympathie. En wat mij betreft goede fiscale faciliteiten om een bedrijf door te schuiven, met wat mede-financiering van de familie. Maar moedig de buurjongen aan om de ICT in te gaan, en zijn grond aan je te verpachten.
Een reactie plaatsen