Het bezoek aan Calgary (zie de blog van gisteren) gaf de gelegenheid voor een uitstapje naar een bedrijf op een half uurtje rijden van de stad. Een boerenbedrijf van iemand die in de jaren 50 als kind met zijn ouders uit Nederland was geemigreerd en een bedrijf heeft opgebouwd dat we in Nederland als multifunctioneel zouden beschouwen: recreatie op basis van de saskatoon bes.
De saskatoon bes is een inheemse wilde bes, die wel wat op de blauwe bes (blueberry) lijkt. De ondernemer heeft kans gezien een aantal varieteiten te selecteren en op zijn naam te zetten, en deze commercieel aan te planten. Worden geoogst met een Poolse zwartebessenplukmachine. Inmiddels is dat een global business, want er staan ook een aantal ha saskatoons in Belgie en in Finland (waar ook vermeerderd wordt) en er wordt aangeplant in China.
Naast die global business is er ook een local business. Alle bessen worden verwerkt in pies, taarten, jams, confitures, etc. In eigen keuken voor eigen winkel en restaurant. Doel is om in de zomermaanden 1000 bezoekers per dag binnen te halen. En dat lukt. Daartoe zijn er voor de kinderen wat kippen en een varken, er is een restaurant, er zijn tuinen, er wordt verse groente uit eigen kwekerij verkocht en er zijn planten en struiken en ander tuincentrummateriaal te koop. Wel in een met opzet wat rommelig gehouden boerderij-setting, het moet vooral niet op een tuincentrum lijken, zo kreeg ik de indruk. De gebouwen (foto) zijn in oude stijl opgetrokken.
Er is ook veel vraag naar ruimte voor ceremonies zoals trouwerijen. We raadden ook een begraafplaats aan, het bedrijf ligt prachtig bij de samenstroom van twee rivieren waar ooit de eerste blanke kolonisten een half jaar hebben gekampeerd. Er is ook een kudde bisons op de omrasterde prarie. Bisons zijn momenteel goed geprijsd, zo hoorden we onder het nuttigen van de bison beef burger: bisonvlees bevat geen vet.
Voor de lokale business profiteert het bedrijf van de snelle groei in boom town Calgary, waar vermoedelijk de recreatiemogelijkheden naast de jaarlijkse Stampede-Rodeo, het circus en Spruce Meadows wat achterlopen bij de groei.
Regelmatig komt er ook iemand met een helikopter even lunchen. Laconieke ondernemer: die klant heeft weinig uitwijkmogelijkheden, welk restaurant heeft nu een weiland om in te landen?
Enfin, een fraai voorbeeld van goed ondernemerschap en bovenal een unieke combinatie van een global en local business model. Volgens de Canadees-Nederlandse observatoren moet je Nederlands bloed hebben voor zoveel innovativiteit, creativiteit en ondernemerschap, maar dat lijkt me wel erg veel eer voor ons landje.
weblog over de toekomst van de Nederlandse landbouw en het platteland. Gemotiveerd vanuit het werk als econoom, de nevenfuncties als bestuurder en de woonomgeving van de moderator, maar als persoonlijke stellingname geheel buiten de verantwoordelijkheid van mijn werkgevers - zoals het hoort bij een weblog.
maandag 12 september 2011
zondag 11 september 2011
Calgary
Spruce Meadows is met het CHIO in Aken het grootste ruiterfestijn ter wereld, zo liet ik me gisterochtend uitleggen in Calgary (foto). Voor de 30ste keer was het gisteren Holland-dag, de bijdrage van de Nederlandse gemeenschap aan het evenement.
Het was ook aanleiding voor een workshop over de strategie van de landbouw in Alberta, en wat Nederland daar via export van kennis en materiaal en het bieden van toegang tot de Europese markt aan kan bijdragen. Temeer nu er een Canadees-Europees handelsverdrag in de maak is.
Ik mocht er donderdag een inleiding houden over de Nederlandse landbouw en de rol van innovatie in het creeren van toegevoegde waarde. En zo leerde ik ook wat van de landbouw in Alberta. Vooral granen, canola (koolzaad dat ook voor humane consumptie geschikt is) en rundvlees van uitstekende kwaliteit. En daarnaast varkens en wat zuivel. De landbouw heeft er last van een soort Dutch disease: de olie- en mijnbouwindustrie is booming en drijft de kosten op. Personeel is schaars. Ook de Canadese dollar staat mede daardoor hoog en weer ongeveer gelijk aan de US dollar. Innovatie en creeren van toegevoegde waarde is dus zeer gewenst.
Ik mocht er donderdag een inleiding houden over de Nederlandse landbouw en de rol van innovatie in het creeren van toegevoegde waarde. En zo leerde ik ook wat van de landbouw in Alberta. Vooral granen, canola (koolzaad dat ook voor humane consumptie geschikt is) en rundvlees van uitstekende kwaliteit. En daarnaast varkens en wat zuivel. De landbouw heeft er last van een soort Dutch disease: de olie- en mijnbouwindustrie is booming en drijft de kosten op. Personeel is schaars. Ook de Canadese dollar staat mede daardoor hoog en weer ongeveer gelijk aan de US dollar. Innovatie en creeren van toegevoegde waarde is dus zeer gewenst.
vrijdag 9 september 2011
911
Sommige getallen krijgen een aparte betekenis. 9/11 staat al lang niet meer voor een Porsche Carrera maar voor de aanslag op de Twin Towersdankzij de rare manier van de amerikanen om datums te noteren. Zo'n moment waarvan je weet waar je het wereldnieuws vernam. In mijn geval bij aankomst in een hotel in Zweden na een reis via vliegvelden waar men om nog onduidelijke reden veel reizen naar de VS had gecancelled.
Tien jaar later zit ik op de negende verdieping van het Marriot hotel in Calgary, zo'n hoteltoren down town met mooi uitzicht op een van de oudste gebouwen in Main street, uit 1868.. Op kamer 911, geloof het of niet.
Tien jaar later zit ik op de negende verdieping van het Marriot hotel in Calgary, zo'n hoteltoren down town met mooi uitzicht op een van de oudste gebouwen in Main street, uit 1868.. Op kamer 911, geloof het of niet.
donderdag 8 september 2011
goed klimaat voor economie
Een van de interessante presentaties op het EAAE congres was een plenary paper van Ana Iglesias die modelresultaten presenteerde van de effecten van klimaatsverandering op de landbouw.
Het blijkt dat de onzekerheden in de klimaatmodellen er weinig toe doen. De onzekerheden zitten in de sociaal-economische aannames voor komende deccennia: groeien we hard of niet en stoten we daarbij veel of minder broeikasgassen uit. De klimaatmodelleurs praten over een A-wereld met veel mensen en veel groei en een E-wereld met stabilisatie. Onhandige letter-afkortingen overigens.
Vooral voor de Balkan en Turkeije maakt het nogal wat uit. De auteur stelde dan ook dat er meer geld moet naar sociaal-economische modellen en dat het wel wat minder kan met de klimaatmodellen.
De effecten zijn ook vooral afhankelijk van het adaptief vermogen van de landbouw. En die hangt weer af van hoe rijk een samenleving is (want dan kun je meer in technologie e.d. investeren). Wat tot de conclusie leidde dat klimaatmaatregelen eigenlijk vooral ontwikkelingsbeleid is voor de regio's Midden Amerika, Oost-Afrika en ZO Azie.
Het blijkt dat de onzekerheden in de klimaatmodellen er weinig toe doen. De onzekerheden zitten in de sociaal-economische aannames voor komende deccennia: groeien we hard of niet en stoten we daarbij veel of minder broeikasgassen uit. De klimaatmodelleurs praten over een A-wereld met veel mensen en veel groei en een E-wereld met stabilisatie. Onhandige letter-afkortingen overigens.
Vooral voor de Balkan en Turkeije maakt het nogal wat uit. De auteur stelde dan ook dat er meer geld moet naar sociaal-economische modellen en dat het wel wat minder kan met de klimaatmodellen.
De effecten zijn ook vooral afhankelijk van het adaptief vermogen van de landbouw. En die hangt weer af van hoe rijk een samenleving is (want dan kun je meer in technologie e.d. investeren). Wat tot de conclusie leidde dat klimaatmaatregelen eigenlijk vooral ontwikkelingsbeleid is voor de regio's Midden Amerika, Oost-Afrika en ZO Azie.
dinsdag 6 september 2011
Geld voor Zwitsers
Geen geld geen Zwitsers, maar de Zwitsers hebben geen gebrek aan geld en dus steunen ze hun boeren ruimhartig. De consumentenprijzen voor voeding liggen er dankzij grensbescherming al snel 25% hoger dan bij ons (voor de recente stijging van de franc).
Toch is het land in zijn landbouwbeleid ook een laboratorium voor de EU: ze lopen wat voor. Zo zijn een paar jaar geleden de melkquota afgeschaft, en hebben ze in hun directe betalingen een ver doorgevoerde vorm van doelgerichte betalingen (targetting in het OECD jargon): voor elk beleidsdoel (biodiversiteit, dierwelzijn etc) 1 apart bedrag. En boeren moeten zo'n 5% van hun areaal aan natuur besteden, als ze directe betalingen willen ontvangen - iets wat diverse NGOs ook voor de EU voorstaan (maar dat niet erg economisch is, de natuur komt niet op de plek waar die voor je euro de meeste natuur genereert).
Op het EAAE congres werden 4 redenen aangedragen waarom Zwitserland een tikje apart is als het om landbouwbeleid gaat:
* de historie (vroeger zeer liberaal, en twee keer in een Wereldoorlog op zichzelf aangewezen)
* bergachtig, met bijbehorend toerisme dat ook om een mooi landschap vraagt
* politieke systeem (kantons, referendum en recht van initiatief bij de bevolking bij 50.000 handtekeningen)
* het is rijk.
Toch is het land in zijn landbouwbeleid ook een laboratorium voor de EU: ze lopen wat voor. Zo zijn een paar jaar geleden de melkquota afgeschaft, en hebben ze in hun directe betalingen een ver doorgevoerde vorm van doelgerichte betalingen (targetting in het OECD jargon): voor elk beleidsdoel (biodiversiteit, dierwelzijn etc) 1 apart bedrag. En boeren moeten zo'n 5% van hun areaal aan natuur besteden, als ze directe betalingen willen ontvangen - iets wat diverse NGOs ook voor de EU voorstaan (maar dat niet erg economisch is, de natuur komt niet op de plek waar die voor je euro de meeste natuur genereert).
Op het EAAE congres werden 4 redenen aangedragen waarom Zwitserland een tikje apart is als het om landbouwbeleid gaat:
* de historie (vroeger zeer liberaal, en twee keer in een Wereldoorlog op zichzelf aangewezen)
* bergachtig, met bijbehorend toerisme dat ook om een mooi landschap vraagt
* politieke systeem (kantons, referendum en recht van initiatief bij de bevolking bij 50.000 handtekeningen)
* het is rijk.
maandag 5 september 2011
Lijstje: universiteiten in soorten en maten
| Zicht op een rijke universiteit: ETH in Zurich |
Bastiaan Bommelje greep start van het universitaire seizoen zaterdag in de NRC aan om de grootschaligheid (met bijbehorende stafadelingen die elkaar bezig houden, nieuwbouw, logo's en salarissen) aan de orde te stellen.
Daar weerhoudt anderen er niet van om fusieplannen te smeden. In dat kader maakten de strategen van Roland Berger een lijstje met 5 universitaire modellen, dat vandaag in de NRC stond:
- rijk en groot met relatief veel promovendi: Harvard, Stanford, Yale, Columbia
- rijk en klein in een specifiek domein: Caltech, ETH, Princeton
- klein en exclusief door zeer hoge intree-eisen: Carnegie Mellon
- intensieve begeleiding door weinig studenten per docent: Cambridge, Oxford
- veel studenten met weinig staf waarbij oudere studenten en promovendi van topwetenschappers als begeleider optreden van jongere jaars: UCLA (Berkely, Davis).
zondag 4 september 2011
Terug uit Zurich
vrijdag 2 september 2011
heethoofden, obesitas en mooi zijn
The Economist had in zijn uitgave van 27 augustus op de wetenschapspagina 2 interessante bijdragen die ik graag even aan elkaar schrijf en onthou. In El Niño jaren is het risico op interne conflicten in 93 tropische landen 6% tegenover 3% in de rustige El Niña jaren. In de andere delen van de wereld is het stabiel 2%. En hoe armer het land, hoe groter de kansen op conflict in El Niño jaren. Slechte oogsten zorgen dat er een verdeelprobleem ontstaat, er werkeloosheid is waardoor rebellen makkelijker en goedkoper te recruteren zijn en ook uit baseball weten we al dat hoe warmer het is, hoe groter de kans op heethoofden.
Het omgekeerde probleem is dat van obesitas en het lijfblad meldt dat er een verbeterd model is dat uitrekent hoeveel je afvalt als je een aantal calorieën laat staan (www.bwsimulater.niddk.nih.gov0 De formule leert ook dat aankomen makkelijk is: 10 calorieën per dag extra is genoeg voor de 9 kg waarmee de gemiddelde Amerikaan de afgelopen 30 jaar is aangekomen. Met dat hogere gewicht heb je ook een hoger onderhoudsdieet nodig, en daarmee neemt de appetijt toe: voor het onderhoud van die 9 kg is 200 calorieën per dag nodig. Als je die 9 kg eraf wil moet je dus niet 10 per dag minderen, maar 220.
Beuatiful people
Toch kan dat geld opleveren zo meldt nog een derde artikel met de bespreking van 3 boeken: mooi betaald. Ook in beroepen waar het absoluut niet nodig is om er mooi uit te zien om je werk te doen (wat mogelijk zelfs voor stewardessen geldt), verdienen mensen die er mooi uitzien meer. Zelfs in honkbal. En mooi mensen komen bij de rechter weg met minder hoge straffen. Geen wonder dat er kapitalen aan cosmetica en plastische chirurgie worden besteed in een tijd waar 20% van de amerikanen geen toegang heeft tot de basis gezondheidszorg. Het meest provocerende van de drie boeken is Honey Money van Catherine Hakim. Zij introduceert na economic cpatial (wat je in je bezit hebt), human capital (wat je weet) en social capital (wie je kent) nu ook erotic capital – een ondergewaardeerd persoonlijk bezit.
Je raadt het al: vrouwen hebben er meer van dan mannen, en dat komt dan weer doordat mannen langer sexueel actief blijven en er dus sprake is van een verkopersmarkt. Geld is dan ook minder belangrijk dan erotic capital: money can’t buy you love. Feministes hadden het dus verkeerd om vrouwelijkheid over boord te gooien want daarmee beroofden ze ze van waardevol kapitaal.
Tot nu toe was de bedrage van economen blijven steken bij de bumpersticker uit mijn studententijd “econometristen doen het met een model”, maar het vak kent voortgang.
Seasons of discontent / a wide spread problem / the line of beauty
Het omgekeerde probleem is dat van obesitas en het lijfblad meldt dat er een verbeterd model is dat uitrekent hoeveel je afvalt als je een aantal calorieën laat staan (www.bwsimulater.niddk.nih.gov0 De formule leert ook dat aankomen makkelijk is: 10 calorieën per dag extra is genoeg voor de 9 kg waarmee de gemiddelde Amerikaan de afgelopen 30 jaar is aangekomen. Met dat hogere gewicht heb je ook een hoger onderhoudsdieet nodig, en daarmee neemt de appetijt toe: voor het onderhoud van die 9 kg is 200 calorieën per dag nodig. Als je die 9 kg eraf wil moet je dus niet 10 per dag minderen, maar 220.
Beuatiful people
Toch kan dat geld opleveren zo meldt nog een derde artikel met de bespreking van 3 boeken: mooi betaald. Ook in beroepen waar het absoluut niet nodig is om er mooi uit te zien om je werk te doen (wat mogelijk zelfs voor stewardessen geldt), verdienen mensen die er mooi uitzien meer. Zelfs in honkbal. En mooi mensen komen bij de rechter weg met minder hoge straffen. Geen wonder dat er kapitalen aan cosmetica en plastische chirurgie worden besteed in een tijd waar 20% van de amerikanen geen toegang heeft tot de basis gezondheidszorg. Het meest provocerende van de drie boeken is Honey Money van Catherine Hakim. Zij introduceert na economic cpatial (wat je in je bezit hebt), human capital (wat je weet) en social capital (wie je kent) nu ook erotic capital – een ondergewaardeerd persoonlijk bezit.
Je raadt het al: vrouwen hebben er meer van dan mannen, en dat komt dan weer doordat mannen langer sexueel actief blijven en er dus sprake is van een verkopersmarkt. Geld is dan ook minder belangrijk dan erotic capital: money can’t buy you love. Feministes hadden het dus verkeerd om vrouwelijkheid over boord te gooien want daarmee beroofden ze ze van waardevol kapitaal.
Tot nu toe was de bedrage van economen blijven steken bij de bumpersticker uit mijn studententijd “econometristen doen het met een model”, maar het vak kent voortgang.
Seasons of discontent / a wide spread problem / the line of beauty
woensdag 31 augustus 2011
Land in zicht
Onder de wonderlijke titel "Land in zicht" verscheen in juni een dossier van ESB (v/h Economisch Statistische Berichten). Met veel boeiende artikelen over de economie van natuur. In de vakantietijd kwam ik ertoe om ze te lezen, en van harte raad ik de special aan.
Mocht er over een paar jaar weer een dossier verschijnen dan doe ik hierbij met een vewijzing naar Kenneth Boulding's Spaceship Earth alvast de titel "Van nature schaars" cadeau. Maar verder valt er weinig op aan te merken.
Mocht er over een paar jaar weer een dossier verschijnen dan doe ik hierbij met een vewijzing naar Kenneth Boulding's Spaceship Earth alvast de titel "Van nature schaars" cadeau. Maar verder valt er weinig op aan te merken.
dinsdag 30 augustus 2011
risico management
| Berlijnse oester vanaf de Spree |
Het gaat vooral over de vraag wat de boer zelf kan doen aan het beheersen van zijn risico's en waar de overheid een taak heeft. In veel landen doet de overheid wel erg veel, en soms is dat vooral verkapte subsidiering. En leidt het ertoe dat boeren zelf minder aan risicobeheer doen terwijl zij de informatie hebben en beter de afwegingen kunnen maken dan een ambtenaar of politicus. Nederland brengt het er in dat verband overiges goed vanaf, vanuit economische optiek althans.
Een van de zinvolle aanbevelingen is dat de overheid vooral ook wat achteraf kan doen met de inkomstenbelasting en de sociale voorzieningen, als mensen onverhoopt in de knel komen.
Een aanrader, deze publikatie.
OECD: Managing risk in agriculture -policy assessment and design, Parijs, 2011
zondag 28 augustus 2011
De Poppe-Methode
Nu het vakantieseizoen voorbij is, stromen de souveniers binnen. Een bevriende bezoeker van de Deventer Boekenmarkt spotte een pocket die mogelijk aan deze blog was gewijd.
Maar dat is een persoonsverwisseling: HP journalist Karel Glastra van Loon schreef in 1993 een boekje over de cases van de milieu-activist (en SP lid) Remi Poppe. Hoe hij de grote vervuilers ontmaskerde, met illustere namen als Cindu, Uniser, Kemp, Zegwaard en Eternit. Affaires die de oudere lezer zich nog zal herinneren.
We zijn in de verste verte geen familie overigens. Maar toch leuk om cadeau te krijgen en wat stukken in te lezen. Staat ook leuk in je eigen boekenkast. Dank dus.
Maar dat is een persoonsverwisseling: HP journalist Karel Glastra van Loon schreef in 1993 een boekje over de cases van de milieu-activist (en SP lid) Remi Poppe. Hoe hij de grote vervuilers ontmaskerde, met illustere namen als Cindu, Uniser, Kemp, Zegwaard en Eternit. Affaires die de oudere lezer zich nog zal herinneren.
We zijn in de verste verte geen familie overigens. Maar toch leuk om cadeau te krijgen en wat stukken in te lezen. Staat ook leuk in je eigen boekenkast. Dank dus.
zaterdag 27 augustus 2011
save a whale - kill a cow?
Nu het vakantieseizoen voorbij is, stromen de souveniers binnen. Mijn nichtje deed me een T-shirt van de Azoren cadeau, op voorwaarde dat ik het op een lezing zou dragen. De blog telt ook, hierbij dus: beloofd is beloofd
Het T-shirt vermeldt de data uit FAO's a Livestock Long Shadow over de bijdrage van de veehouderij aan klimaatgassen. Of je met de beperking van veehouderij ook walvissen spaart is me onduidelijk (de natuur in ieder geval wel). Hoe het verder zit met de political economy van de Azoren is me niet helemaal duidelijk, men leefde er ooit ook van de walvisvaart, men heeft er veehouderij en er zijn zelfs op zijn Ibirisch ook dieronvriendelijke straatraces voor stieren. Het shirt zal wel typisch voor de toeristenmarkt zijn, vermoed ik.
Op het EAAE congress gaan we aanstaande week discussieren over hoe je beleidsrelevant onderzoek doet (ik treedt op als discussant) en we rijken prijzen uit voor het beste beleidsrelevante onderzoek. Misschien moet ik het T-shirt mee.
Het T-shirt vermeldt de data uit FAO's a Livestock Long Shadow over de bijdrage van de veehouderij aan klimaatgassen. Of je met de beperking van veehouderij ook walvissen spaart is me onduidelijk (de natuur in ieder geval wel). Hoe het verder zit met de political economy van de Azoren is me niet helemaal duidelijk, men leefde er ooit ook van de walvisvaart, men heeft er veehouderij en er zijn zelfs op zijn Ibirisch ook dieronvriendelijke straatraces voor stieren. Het shirt zal wel typisch voor de toeristenmarkt zijn, vermoed ik.
Op het EAAE congress gaan we aanstaande week discussieren over hoe je beleidsrelevant onderzoek doet (ik treedt op als discussant) en we rijken prijzen uit voor het beste beleidsrelevante onderzoek. Misschien moet ik het T-shirt mee.
vrijdag 26 augustus 2011
balenwikkelaar
Mijn blues-blog (zie vorige post) viel in goede aarde, gezien de kijkcijfers en enkele reacties. Een toegift dus. De Drentse bluesopera begon met een optreden van een balenwikkelaar, zo een die een baal oppikt en dan met plastic omwikkelt. Een spectaculair gezicht dat het publiek stil kreeg.
Eerder blogde ik al over het design van de balenpers, en zaterdag zag ik in Lhee (ja dat ligt ook in Drenthe), bijgaande pers, die met twee kleuren plastic was uitgerust. Ik hou niet van dat plastic als het over mijn erf ligt te waaien, maar dit ziet er toch aardig uit. Een auto stopte en de inzittenden keken eens uitgebreid hoe het werkt. Ook wij stonden even stil bij deze moderne recreatieve attractie.
Eerder blogde ik al over het design van de balenpers, en zaterdag zag ik in Lhee (ja dat ligt ook in Drenthe), bijgaande pers, die met twee kleuren plastic was uitgerust. Ik hou niet van dat plastic als het over mijn erf ligt te waaien, maar dit ziet er toch aardig uit. Een auto stopte en de inzittenden keken eens uitgebreid hoe het werkt. Ook wij stonden even stil bij deze moderne recreatieve attractie.
woensdag 24 augustus 2011
Groeten uit Gieten
Met deze blog zou ik je graag willen oproepen om naar de Bluesopera van de PeerGrouP In Gieten te gaan – ware het niet dat ik de laatste voorstelling bezocht, afgelopen zondagmiddag. Een belevenis. Dat is locatietheater al snel, maar dit was spectaculair. Plaats van handeling: een weiland op het veen met zicht op het dorpssilhouet van Gieten (zie foto).
Het goot in Gieten: het begon met een onvoorziene onweersbui waarbij de tribunes moesten worden ontruimd, net nadat we gezeten waren. Of we de bui in de auto’s wilden doorbrengen – een goed besluit van de leiding, niet alleen met de gedachte aan Pukkelpop maar ook omdat er daarna prima weer was, hoewel de geluidsinstallatie niet ongeschonden door het onweer heen kwam. Maar voor die tijd had een bezoeker op de tribune al de lachers op de hand door te constateren dat net hem deze ellende weer overkwam – I’ve got the blues.
Onderwerp van de bluesopera is de ontwikkeling van het Drentse platteland, waarin het nieuwe wellness centrum De Hunzehof authentieke Drentse ervaringen aan de Brainport- en Mainportbewoners van West en Zuid Nederland gaat vermarkten. Want daar is gebrek aan aandacht. Die authentieke ervaringen zijn dan niet zozeer de bruine bonen van Bartje, maar nieuwe, geïntroduceerde “tradities”, die de autochtonen als nieuwlichterij zien: type schapen aaien, veenbaden en zwerfkei-massage. Kortom "happinez". Bovenal vraagt dat om een multifunctionele plattelandsomgeving, waarin het prima stalen hek moet wijken voor de rustieke houten variant.
De Hunzehof wordt gerund door een jonge dame Jenny die we in de innovatieliteratuur naar Mark Granovetter typeren als een weak tie: iemand uit het dorp die jaren in de stad heeft gestudeerd, weet wat een missiestatement is, en nu weer terug is. Een overbruggend bridging type. Maar innovatie gaat niet zonder weerstand. Haar plan doet de generaties-lange vete met buurman Bartels (van het stalen hek) opleven. Zoon Benny zit in een overname proces en wordt verliefd op Jenny. Jenny weet ook hoe ze moeder Bartels met een gratis wellness dagje moet bespelen en die kiest als in de klassieke bedrijfsovername verhoudingen partij voor haar zoon en leidt vader na de nodige strijd van het bedrijf af. Het wordt zijn ondergang - I've got the blues.
Het bedrijf is echter aan de kleine kant voor de modernisering en dat wordt nog erger als de gemeente de pacht van 15 ha op zegt. Daar zit de import-wethouder achter, die ambiteus het beste voor heeft met de werkgelegenheid en zich ook door Jenny voor haar karretje heeft laten spannen, in zijn eigen golfkarretje overigens. Al eerder waren andere boerenzoons uit de zuipkeet gevallen voor de werkgelegenheid van de Hunzehof. De opvattingen van de bezoekers van deze Ponybar weerspiegelden wel enigszins wat Gronings hoogleraar Dirk Strijker vorige week in zijn column in de Boerderij na onderzoek vaststelde: we zijn autochtoon, tikje introvert en vooral voor export en tegen import.
Verliefd en uit noodzaak kiest Benny Bartels dus voor een partnerschap in de Hunzehof en tekent de verkoop van zijn land. Hij wordt manager maar heeft moeite te begrijpen dat je dat werk pas goed doet als je niets zelf doet. Als het businessplan voor eigen bedrijf ontbreekt wordt het elders ook lastig er mee te werken. De Bartels die van rekenen hield was blijkbaar geen familie, Jenny is berekender dan Benny. En daarmee is ook de ondergang getekend - I've got the blues.
Tot slot de opbeurende woorden van de bluesminnende duivel (een rol die voorzien was voor Harry Muskee): "Je zit op een goudmijn. De blues is gestolde pijn. [..] Geluk is overgewaardeerd. Lifestyle is geneuzel, glossy happinezpraat. Van blije mensen krijg ik jeuk. Lijden is de kunst".
Kortom een mooie bluesopera. Kester Freriks schreef er een paar weken geleden al lovend in de NRC over, en dat bracht ons dan ook in Gieten. Natuurlijk extra leuk voor de Westside Story en Hair generatie die geniet van de referenties aan Q65, Brainbox en natuurlijk de nieuwe uitvoerigen (door geweldige muzikanten) van de Cuby klassiekers Windows of my eyes (nu als bijna akoestisch liefdeslied) en Appleknockers Flophouse. (voor de jongere lezer link ik naar live optredens van de orginelen).
Voor de agrarisch georienteerde gaat de prijs voor de beste bijrol natuurlijk naar alle landbouwmachines die worden ingezet. Voor dat het verhaal zich afwikkelt zien we een demo van een moderne balenwikkelaar die een van de honderd strobalen nog eens omwikkelt, de kermis wordt verbeeld met een ronddraaiende graafmachine en een moderne hooischudder. Plezier beleefde ik ook aan de Ford 5000 die voor op het "schouwtoneel" bij een forse stop nog lekker een paar meter doorgleed over het natte veen - omdat ik in een ver verleden vele uren precies dat model heb bestuurd en er op die wijze nog eens eentje in de sloot heb geparkeerd.
Tot slot de vraag of we professioneel nog wat met zo'n uitje kunnen. De auteurs hebben de situatie wel getroffen en ik heb ze niet op foutieve interpretaties kunnen betrappen. Eentje maar, en die wordt veel gemaakt: "het gaat slecht met de agrarische sector". Ze zullen wel bedoelen: het gaat slecht met veel boerenbedrijven, die kunnen alleen bestaan door ook een inkomen van buiten het bedrijf te behalen en door forse inkomenstoeslagen van de belastingbetaler. Velen zijn te klein en worstelen met de toekomst van de grond waar de familie al generaties op boert. Dat is waar.
Maar een van mijn eerste LEI directeuren, wijlen Jan de Veer, heeft me al eens uitgelegd dat dit niet noodzakelijk betekent dat het slecht gaat met de sector op macro-niveau. Als je door Drenthe rijdt zie je ook mensen die mooie nieuwe, grote melkveebedrijven hebben neergezet. En in de suikerbieten is de efficiency door hogere opbrengsten de laatste jaren sterk verbeterd. Maar het is nu eenmaal de tragiek van de landbouw dat we door die steeds grotere machines (vergelijk een moderne John Deere met de ooit grote Ford 5000) met minder mensen en dus bedrijven hetzelfde kunnen produceren, en mensen zich nuttiger kunnen maken in andere sectoren - en consumenten hun geld aan computers of kaartjes voor theater kunnen besteden in plaats van voedsel (ja dat is te goedkoop omdat we milieueffecten niet inprijzen). Dat levert persoonlijke tragiek op, maar daarom gaat het niet per definitie slecht met de sector.
Ten tweede de vraag of ik anders ben gaan denken over plattelandsontwikkeling. Ja en nee. Nee, omdat veel wat hier getoond werd een tragiek is die ook al bestond zonder plattelandsontwikkeling. De bedrijfsovername, de modernisering, het wel of niet "meegaan met de tijd" en de buren-vetes die generaties doorgaan. Menig streekroman staat er vol mee en dat speelde ook al bij de komst van de melkmachine. De blues is niets nieuws.
Ja - omdat de bluesopera weer eens haarscherp in kaart brengt wat voor psychologische, sociologische, economische en vooral politieke elementen er spelen in de ontwikkeling van een lokale gemeenschap. Plattelandsontwikkelingsconcepten van buitenaf, uit Den Haag of Brussel, zijn daarin niet neutraal maar kiezen voor een visie en kunnen vernieuwing brengen maar een gemeenschap ook splijten en tot persoonlijke tragiek leiden. In transitie-onderzoek hebben we wel eens geconstateerd dat we daarbij naief zijn over de politieke dimensie van transities. Goed dat de kunst ons daar bij de les houdt en zelf zo helpt om een gemeenschap bewuster te laten kiezen. Zo kan kunst ook een goede rol spelen in transities om zaken bespreekbaar te maken. Ook dat is al eens in transitie-onderzoek naar voren gebracht.
Als de kunstsubsidies op zijn, zou dit van mij alleen al daarom door het Leader-programma gesteund mogen worden.
O,ja - er komt nog een uitvoering in Carre. Vermoedelijk zonder ronkende tractoren, maar gaat dat zien. En RTV Drente heeft het opgenomen, dus wie weet wil een van de Nederlandse zenders dat nog eens uitzenden.
| Kermis in de Drentse BluesOpera |
Het goot in Gieten: het begon met een onvoorziene onweersbui waarbij de tribunes moesten worden ontruimd, net nadat we gezeten waren. Of we de bui in de auto’s wilden doorbrengen – een goed besluit van de leiding, niet alleen met de gedachte aan Pukkelpop maar ook omdat er daarna prima weer was, hoewel de geluidsinstallatie niet ongeschonden door het onweer heen kwam. Maar voor die tijd had een bezoeker op de tribune al de lachers op de hand door te constateren dat net hem deze ellende weer overkwam – I’ve got the blues.
Onderwerp van de bluesopera is de ontwikkeling van het Drentse platteland, waarin het nieuwe wellness centrum De Hunzehof authentieke Drentse ervaringen aan de Brainport- en Mainportbewoners van West en Zuid Nederland gaat vermarkten. Want daar is gebrek aan aandacht. Die authentieke ervaringen zijn dan niet zozeer de bruine bonen van Bartje, maar nieuwe, geïntroduceerde “tradities”, die de autochtonen als nieuwlichterij zien: type schapen aaien, veenbaden en zwerfkei-massage. Kortom "happinez". Bovenal vraagt dat om een multifunctionele plattelandsomgeving, waarin het prima stalen hek moet wijken voor de rustieke houten variant.
De Hunzehof wordt gerund door een jonge dame Jenny die we in de innovatieliteratuur naar Mark Granovetter typeren als een weak tie: iemand uit het dorp die jaren in de stad heeft gestudeerd, weet wat een missiestatement is, en nu weer terug is. Een overbruggend bridging type. Maar innovatie gaat niet zonder weerstand. Haar plan doet de generaties-lange vete met buurman Bartels (van het stalen hek) opleven. Zoon Benny zit in een overname proces en wordt verliefd op Jenny. Jenny weet ook hoe ze moeder Bartels met een gratis wellness dagje moet bespelen en die kiest als in de klassieke bedrijfsovername verhoudingen partij voor haar zoon en leidt vader na de nodige strijd van het bedrijf af. Het wordt zijn ondergang - I've got the blues.
Het bedrijf is echter aan de kleine kant voor de modernisering en dat wordt nog erger als de gemeente de pacht van 15 ha op zegt. Daar zit de import-wethouder achter, die ambiteus het beste voor heeft met de werkgelegenheid en zich ook door Jenny voor haar karretje heeft laten spannen, in zijn eigen golfkarretje overigens. Al eerder waren andere boerenzoons uit de zuipkeet gevallen voor de werkgelegenheid van de Hunzehof. De opvattingen van de bezoekers van deze Ponybar weerspiegelden wel enigszins wat Gronings hoogleraar Dirk Strijker vorige week in zijn column in de Boerderij na onderzoek vaststelde: we zijn autochtoon, tikje introvert en vooral voor export en tegen import.
Verliefd en uit noodzaak kiest Benny Bartels dus voor een partnerschap in de Hunzehof en tekent de verkoop van zijn land. Hij wordt manager maar heeft moeite te begrijpen dat je dat werk pas goed doet als je niets zelf doet. Als het businessplan voor eigen bedrijf ontbreekt wordt het elders ook lastig er mee te werken. De Bartels die van rekenen hield was blijkbaar geen familie, Jenny is berekender dan Benny. En daarmee is ook de ondergang getekend - I've got the blues.
Tot slot de opbeurende woorden van de bluesminnende duivel (een rol die voorzien was voor Harry Muskee): "Je zit op een goudmijn. De blues is gestolde pijn. [..] Geluk is overgewaardeerd. Lifestyle is geneuzel, glossy happinezpraat. Van blije mensen krijg ik jeuk. Lijden is de kunst".
Kortom een mooie bluesopera. Kester Freriks schreef er een paar weken geleden al lovend in de NRC over, en dat bracht ons dan ook in Gieten. Natuurlijk extra leuk voor de Westside Story en Hair generatie die geniet van de referenties aan Q65, Brainbox en natuurlijk de nieuwe uitvoerigen (door geweldige muzikanten) van de Cuby klassiekers Windows of my eyes (nu als bijna akoestisch liefdeslied) en Appleknockers Flophouse. (voor de jongere lezer link ik naar live optredens van de orginelen).
| De boerenleenbank presenteert de cijfers |
Tot slot de vraag of we professioneel nog wat met zo'n uitje kunnen. De auteurs hebben de situatie wel getroffen en ik heb ze niet op foutieve interpretaties kunnen betrappen. Eentje maar, en die wordt veel gemaakt: "het gaat slecht met de agrarische sector". Ze zullen wel bedoelen: het gaat slecht met veel boerenbedrijven, die kunnen alleen bestaan door ook een inkomen van buiten het bedrijf te behalen en door forse inkomenstoeslagen van de belastingbetaler. Velen zijn te klein en worstelen met de toekomst van de grond waar de familie al generaties op boert. Dat is waar.
Maar een van mijn eerste LEI directeuren, wijlen Jan de Veer, heeft me al eens uitgelegd dat dit niet noodzakelijk betekent dat het slecht gaat met de sector op macro-niveau. Als je door Drenthe rijdt zie je ook mensen die mooie nieuwe, grote melkveebedrijven hebben neergezet. En in de suikerbieten is de efficiency door hogere opbrengsten de laatste jaren sterk verbeterd. Maar het is nu eenmaal de tragiek van de landbouw dat we door die steeds grotere machines (vergelijk een moderne John Deere met de ooit grote Ford 5000) met minder mensen en dus bedrijven hetzelfde kunnen produceren, en mensen zich nuttiger kunnen maken in andere sectoren - en consumenten hun geld aan computers of kaartjes voor theater kunnen besteden in plaats van voedsel (ja dat is te goedkoop omdat we milieueffecten niet inprijzen). Dat levert persoonlijke tragiek op, maar daarom gaat het niet per definitie slecht met de sector.
Ten tweede de vraag of ik anders ben gaan denken over plattelandsontwikkeling. Ja en nee. Nee, omdat veel wat hier getoond werd een tragiek is die ook al bestond zonder plattelandsontwikkeling. De bedrijfsovername, de modernisering, het wel of niet "meegaan met de tijd" en de buren-vetes die generaties doorgaan. Menig streekroman staat er vol mee en dat speelde ook al bij de komst van de melkmachine. De blues is niets nieuws.
Ja - omdat de bluesopera weer eens haarscherp in kaart brengt wat voor psychologische, sociologische, economische en vooral politieke elementen er spelen in de ontwikkeling van een lokale gemeenschap. Plattelandsontwikkelingsconcepten van buitenaf, uit Den Haag of Brussel, zijn daarin niet neutraal maar kiezen voor een visie en kunnen vernieuwing brengen maar een gemeenschap ook splijten en tot persoonlijke tragiek leiden. In transitie-onderzoek hebben we wel eens geconstateerd dat we daarbij naief zijn over de politieke dimensie van transities. Goed dat de kunst ons daar bij de les houdt en zelf zo helpt om een gemeenschap bewuster te laten kiezen. Zo kan kunst ook een goede rol spelen in transities om zaken bespreekbaar te maken. Ook dat is al eens in transitie-onderzoek naar voren gebracht.
Als de kunstsubsidies op zijn, zou dit van mij alleen al daarom door het Leader-programma gesteund mogen worden.
O,ja - er komt nog een uitvoering in Carre. Vermoedelijk zonder ronkende tractoren, maar gaat dat zien. En RTV Drente heeft het opgenomen, dus wie weet wil een van de Nederlandse zenders dat nog eens uitzenden.

dinsdag 23 augustus 2011
Uit de vrije boerenrepubliek
Voor de bloeiende hei moet je er nu zijn. We bezochten eerst de grote stille heide van het Dwingeloërveld. Die stil is omdat vanwege de radiotelescoop de mobiele telefoons uit moeten. En die nog stiller wordt omdat het Noorderveld ook in natuur wordt omgezet en de afgegraven toplaag een geluidswal langs de A28 wordt. Mooier nog is nu het Mantingerveld. Bloeiende hei en een geweldig jeneverbesstruikenbos, bij elkaar een onnederlands landschap. Gaat dat zien.
En de dinertip: de brasserie van het hotel in Frederiksoord – de kolonie van de Maatschappij van Weldadigheid. Hier werd de armoede al in de eerste helft van de 19e eeuw bestreden met de introductie van verbeterde subsistence landbouw: huisjes met 3 morgen (2,6 ha) grondontginning waarop men een eigen bestaan kon opbouwen, onder leiding van ambtenaren (er waren ambtenarenhuisjes) en met een bosbouwschool en een tuinbouwschool. Plan van Generaal van den Bosch, dus het ging er voor onze begrippen wat streng aan toe. Maar het was geen Veenhuizen, dat een echte strafkolonie was. En waarover een mooi bluesnummer bestaat, een cover van Johnny Cash’ San Quentin.
Want Drenthe, dat is blues – zand of veen, armoede, ellende en jenever. Volgens Harry ‘Çuby’ Muskee het Louisiana van Nederland. Sinds zijn Groeten uit Grolloo heeft hij een punt. Dat was de echte reden van ons bezoek aan de vrije boerenrepubliek. Waarover binnenkort meer.

Abonneren op:
Posts (Atom)