Food Economics publiceerde zijn laatste editie van 2009, de nummbers 3 en 4 samen - wetenschappelijke bladen hebben soms de grootste moeite zich professioneel aan deadlines te houden, zo lijkt het wel eens. Maar het nummer is wel de moeite waard.
Ik genoot van een paper uit Estland, al was het maar omdat collega's uit die landen moeite hebben door te breken. In Estland is het aantal boerenbedrijven na de onafhankelijkheid in de jaren 90 gegroeid maar sinds een aantal jaren is weer de daling ingezet. Onderzocht is welke bedrijven meer dan gemiddeld de kans lopen om het bijltje erbij neer te gooien (meestal doordat opvolging uitblijft).
Het paper bevat daartoe allereerst een mooi overzicht van de literatuur over bedrijfsovername en bedrijfsbeeindiging. En daarna natuurlijk het Estse onderzoek. Het concludeert dat de grotere bedrijven en de kleinste gezinsbedrijfjes (die ook veelal als lifestyle of na pensioenering als aanvulling op het pensioen worden aangehouden) de blijvertjes zijn. Middenbedrijven verdwijnen en het verhuren van grond is een goede voorbode voor een definitief einde. Mijn conclusie: Estland (met een booming economy) begint steeds meer zijn aparte ex-USSR karakter te verliezen, de bedrijfsontwikkeling is in ieder geval flink verwesterd.
Succes
Het andere interessante paper komt uit Finland. Daar vroegen ze aan boeren of ze succesvol waren en in welk opzicht. En keken dan of er verband was met het inkomen of andere maatstaven die economen gebruiken als indicator voor succes.
Welnu dat verband is zoek, of althans nauwelijks aanwezig. Dat bevestigt eerder onderzoek in de VS waar ongeveer de helft van de (volgens economen) succesvolle kleine bedrijven zichzelf zag als 'matig succesvol' en waar een derde van de bedrijven die er volgens economen weinig van bakten, zichzelf als succesvol zagen.
Je kunt jezelf dus aardig voor de gek houden als je niet door je baas of iemand anders gecorrigeerd wordt. Op elke tennisvereniging lopen er mensen rond die echt denken dat als ze een paar jaar eerder begonnen waren en een betere trainer hadden gehad, ze nu toch op Wimbledon zouden staan, al was het maar in de voorronde. En veel boeren organiseren geen feed back of kennen ook hun eigen economische resultaten niet (zeker als de belastingdienst er niet om vraagt), dus zo vreemd is dit onderzoeksresultaat niet.
Maar dergelijk onderzoek is ook met tal van methodische problemen behept. Het uitrekenen van het objectieve resultaat is soms al arbitrair (hoe schrijf je melkquotum af?), ook economen erkennen dat er meer is dan alleen winst of inkomen (risico, groei-strategie die eerste jaren geld kost, vermogenswaarde-ontwikkeling, vrije tijd), en daarbij is ook de uitgangspositie (qua bedrijfsgrootte, capactiteiten van de ondernemer) van belang.
En bij het ondervragen van boeren speelt zeg- en doegedrag. Veelal is het sociaal gewenste antwoord dat je niet alleen voor de grootste winst gaat (maar ook voor het gezinsleven of het milieu), terwijl uit experimenten dan blijkt dat mensen soms toch vooral op kosten en baten letten. En het is verleidelijk om succes aan jezelf toe te rekenen en mislukkingen aan de buitenwereld (bij grote bedrijven was een tijdlang Valutaire tegenwind een populair excuus).
Juist zulke puzzels maakt zo'n onderzoek interessant om te lezen.
A. Viira et al: The factors effecting the motivation to exit farming - evidence from Estonia
H. Makinen et al: Measuring the success of Finish family farms
Beide in: Food Economcs vol 6. no 3-4, 2009
weblog over de toekomst van de Nederlandse landbouw en het platteland. Gemotiveerd vanuit het werk als econoom, de nevenfuncties als bestuurder en de woonomgeving van de moderator, maar als persoonlijke stellingname geheel buiten de verantwoordelijkheid van mijn werkgevers - zoals het hoort bij een weblog.
zondag 13 juni 2010
Opnieuw de boer op
Gisteren wees ik je er op dat je dit weekende de biologische boer op kunt. Waarin ik wel heel veel toeschreef aan het goeds van de Taskforce Biologische Landbouw. Lasca ten Kate liet een mooie reactie achter om de andere initiatiefnemers en sponsoren recht te doen.
zaterdag 12 juni 2010
De boer op zonder prikkeldraad
Juni is de ideale periode voor excursies. Dit weekend kun je bij 200 bio-boeren op bezoek. Reis je over Zwolle dan kun je langs het restaurant dat mijn naam draagt (geen familie, ik denk al dertig jaar dat ik er eens moet gaan eten): voor 100 mensen ligt er een knapzak klaar. Geheel gratis zo lees ik in het magazine Lekker naar de Boer.
Speciaal aanbevolen voor de mensen die het Pieterpad van noord naar zuid en omgekeerd al hebben gelopen: pak de fiets voor het Pieperpad en verdiep je in de Nederlandse aardappelcultuur. Er is zelfs een ANWB gidsje van.
En dat alles wordt ons aangeboden door de Taskforce Marktontwikkeling Biologische Landbouw. Een andere glossy rond het landbouw- en plattelandsbeleid kreeg ik van Kasteel Groeneveld: GRNVLD. (Het blad zelf heeft wel klinkers.) Uit de vele interessante bijdragen pik ik een mooie anekdote van Thomas van Slobbe, ecoloog en directeur van de stichting wAarde.
Over het uitrollen van het prikkeldraad in Nederland meldt hij dat dit vooral na de Tweede Wereldoorlog is gebeurd. Er was toen verschrikkelijk veel over van het Ardennenoffensief uit 1944. Dat is aan de boeren verkocht, die de zaag zetten in de oude heggen. Slobbe verzet zich tegen het alom aanwezige prikkeldraad en wil een heffing per meter.
Nu lijkt me het verkopen van oorlogsmateriaal aan boeren niet bijzonder (denk aan de vrachtautos en de barakken van Westerbork). En de ruilverkaveling en hogere arbeidskosten zullen wel een belangrijkere rol hebben gespeeld dan het goedkope prikkeldraad- maar een mooi verhaal is het wel. Ik heb al eens eerder betoogd dat een satelietsgestuurde chip in het oor (met kleine puls of geluidssignaal) een op handen zijnd alternatief zou zijn dat de meer EHS helpt dan nog wat grond onteigenen. Maar dat terzijde.
Kester Freriks: Natuur, wildernis of park in: GRNVLD, 2010-2
Speciaal aanbevolen voor de mensen die het Pieterpad van noord naar zuid en omgekeerd al hebben gelopen: pak de fiets voor het Pieperpad en verdiep je in de Nederlandse aardappelcultuur. Er is zelfs een ANWB gidsje van.
En dat alles wordt ons aangeboden door de Taskforce Marktontwikkeling Biologische Landbouw. Een andere glossy rond het landbouw- en plattelandsbeleid kreeg ik van Kasteel Groeneveld: GRNVLD. (Het blad zelf heeft wel klinkers.) Uit de vele interessante bijdragen pik ik een mooie anekdote van Thomas van Slobbe, ecoloog en directeur van de stichting wAarde.
Over het uitrollen van het prikkeldraad in Nederland meldt hij dat dit vooral na de Tweede Wereldoorlog is gebeurd. Er was toen verschrikkelijk veel over van het Ardennenoffensief uit 1944. Dat is aan de boeren verkocht, die de zaag zetten in de oude heggen. Slobbe verzet zich tegen het alom aanwezige prikkeldraad en wil een heffing per meter.
Nu lijkt me het verkopen van oorlogsmateriaal aan boeren niet bijzonder (denk aan de vrachtautos en de barakken van Westerbork). En de ruilverkaveling en hogere arbeidskosten zullen wel een belangrijkere rol hebben gespeeld dan het goedkope prikkeldraad- maar een mooi verhaal is het wel. Ik heb al eens eerder betoogd dat een satelietsgestuurde chip in het oor (met kleine puls of geluidssignaal) een op handen zijnd alternatief zou zijn dat de meer EHS helpt dan nog wat grond onteigenen. Maar dat terzijde.
Kester Freriks: Natuur, wildernis of park in: GRNVLD, 2010-2
vrijdag 11 juni 2010
Elsevier
Lees de Elsevier van deze week voor een goed verhaal over de kracht van onze economie en de rol van de agrosector. Desgewenst kun je het interviewtje met mijzelf overslaan.
donderdag 10 juni 2010
de Groene week van de biodiversiteit
Natuur is uit, biodiversiteit is in. De bordjes zijn vrij geruisloos verhangen, en het voordeel daarvan ontgaat me nog. Enfin, Brussel herdoopte afgelopen week in de Green Week.
Een keur van sprekers liet zijn licht er over schijnen. De presentaties staan online en er zitten zeer bruikbare overzichten bij.
Een keur van sprekers liet zijn licht er over schijnen. De presentaties staan online en er zitten zeer bruikbare overzichten bij.
woensdag 9 juni 2010
Herstructurering in beeld
Ik mocht eerder helpen het in Londen voor de top van DEFRA toe te lichten en maak dus nu op verzoek ook hier maar wat reclame. Grootste herstructureringen zijn niet te verwachten in Oost-Europa (daar krijgen ze nu nog betrekkelijk weinig en hebben ze hun bedrijfsvoering en leningen er niet afhankelijk van gemaakt), maar wel in het Oosten van Duitsland als ook in het VK zelf. Want daar houdt men zich veel bezig met matig renderende veehouderij, waar de klappen vallen.
Toch fair om dan zo'n studie uit te laten voeren en te laten publiceren. Overigens geeft het rapport alleen wat economen de eerste orde effecten noemen. In werkelijkheid wordt veel van de pijn doorgeschoven naar anderen zoals grondeigenaren en de banken. En de belastingbetaler wordt er natuurlijk beter van.
Gezien de uitkomsten natuurlijk geen wonder dat er interessante discussies ontstaan, zoals op deze webstek.
H. Vrolijk et al.: Farm viability in the European Union; Assessment of the impact of changes in farm payments, LEI, Den Haag
dinsdag 8 juni 2010
fao data in gapminder
Software om data te presenteren en analyseren is tegenwoordig onmisbaar. Gapminder is een mooie dynamische toepassing en er is nu een grote set FAO statistieken beschikbaar onder de titel Gapminder Agriculture.
Wie nog andere sites zoekt om data te presenteren:
Many Eyes (van IBM) om charts te delen
Tableau software
Swivel software
en natuurlijk Google.
Wie nog andere sites zoekt om data te presenteren:
Many Eyes (van IBM) om charts te delen
Tableau software
Swivel software
en natuurlijk Google.
maandag 7 juni 2010
Dorsvloer vol confetti
Ongebruikelijk voor deze blog, maar laat ik je vandaag maar eens een roman aanraden. Met heel veel plezier las ik afgelopen dagen Dorsvloer vol Confetti, het al veel geprezen debuut van Franca Treur.
Het is het verhaal van het slimme jonge meisje Katelijne die in een groot gezin van jongens op een boerderij opgroeit. Ergens eind jaren tachtig in Zeeland. De tijd van Braks en het onder de ogen van de AID overhevelen van superheffingsmelk, zo blijkt uit het boek - maar daar gaat het niet over.
Het gaat vooral over het herkenbare thema van groot worden en je eigen weg vinden. In dit geval in een reformatorische, streng bevindelijke omgeving. Wie die wereld en de wijze van geloven en vooral van denken over de wereld niet kent, zal er veel van leren en aan de andere aspecten van het boek wel nauwelijks toekomen. Ook in haar geboortedorp lijkt dat vooral het issue, zo blijkt uit een EO uitzending die op YouTube staat.
Maar in werkelijkheid is de roman buitengewoon liefdevol en ook grappig geschreven. De Schrift en de Tale Kanaans mag er dan veel aan te pas komen, maar vaak in de context van grappige of diep-menselijke situaties en altijd op een logische, werkelijkheidsgetrouwe wijze. Als het niet al zo gebeurd is dan zou het zo gebeurd kunnen zijn.
Het taalgebruik is helder, in de stijl van de hoofdpersoon, en tegelijk betrokken terwijl anderzijds er een wat afstandelijk element in zit als het gaat om De moeder, De vader, De oma die er in die situatie vermoedelijk ook echt was. Nooit "mijn" of "haar". Een mooie combinatie.
En verder een aantal fraaie boerderijsituaties. De spanning die er hangt rond een middag graandorsen op een warme augustusdag of de discussies tussen vader en zoon over het overstappen van de eigen stier naar de rietjes van Sunny Boy zijn voortreffelijk getroffen - iedereen die van een boerderij komt, kent ze maar het is knap het zo op te kunnen schrijven.
Walchers
Voor mij was het boek vooral ook nostalgie. Het mag dan eind jaren tachtig gesitueerd zijn, voor mij was het alsof ik begin jaren zeventig terug las. Franca Treur komt van Meliskerke, ik bracht een jaar of tien voor ze in dat Walcherse dorpje geboren is, delen van zomervakanties bij mijn oma door, bijna op zichtafstand van Treur's boerderij maar dan een dorp verderop, dat door De oma van Katelijne wordt getypeerd als "het goddeloze Zoutelande". Hervormd ook nog.
En dus genoot ik van al die Zeeuwse uitdrukkingen die Treur in het gewone Nederlands van haar boek opneemt: het kalverkot, , "daar komen nog eens ongelukken van", wie aan deze kant van 't kanaal geboren is / heeft aan de andere kant niets te zoeken, de kleine huus, "de ene week zaait hij peetjes, de andere staat hij ze uit te kappen" - ben benieuwd of elke lezer beseft wat daar gebeurt.
Nostalgie natuurlijk ook in de plaatsnamen: Hoogelande (waar je hard kon rijden dwars door d'n hoek), Michieltje op de boulevard, de Tref (ook toen het al Maxis was, nog voor de huidige AH), De Vriendschap, het vuurtorenlicht waarbij je in slaap viel, en natuurlijk -van horen zeggen- JoJo in Zoutelande.
En dan natuurlijk de nostalgie van Zeeuwse namen: Wannes / Jewannes, Sekker, Kee, Sam van Ko en de achternamen: Kees Bierens, Geschiere, Minderhoud, Levien Flikkermachien (aan bijnamen ook geen gebrek op oude eilanden), Cijsouw. Ik sprak pas een familielid die het boek als een sleutelroman probeerde te lezen, maar dat gaat te ver: "Dit is een werk van fictie. Iedere gelijkenis met werkelijk bestaande personen berust op toeval." zo meldt pagina 4. Overbodig dus om te melden dat ik inderdaad misselijk wordt van kermisattracties, maar niet de Poppe ben die op pagina 157 bij een bezoek aan de Middelburgse kermis wordt beschreven.
Ook wie al die nostalgische elementen moet ontberen, moet toch de roman maar even aanschaffen en lezen. Een wijs en tegelijk vermakelijk boek, zo recenseerde nrc.next terecht.
Het is het verhaal van het slimme jonge meisje Katelijne die in een groot gezin van jongens op een boerderij opgroeit. Ergens eind jaren tachtig in Zeeland. De tijd van Braks en het onder de ogen van de AID overhevelen van superheffingsmelk, zo blijkt uit het boek - maar daar gaat het niet over.
Het gaat vooral over het herkenbare thema van groot worden en je eigen weg vinden. In dit geval in een reformatorische, streng bevindelijke omgeving. Wie die wereld en de wijze van geloven en vooral van denken over de wereld niet kent, zal er veel van leren en aan de andere aspecten van het boek wel nauwelijks toekomen. Ook in haar geboortedorp lijkt dat vooral het issue, zo blijkt uit een EO uitzending die op YouTube staat.
Maar in werkelijkheid is de roman buitengewoon liefdevol en ook grappig geschreven. De Schrift en de Tale Kanaans mag er dan veel aan te pas komen, maar vaak in de context van grappige of diep-menselijke situaties en altijd op een logische, werkelijkheidsgetrouwe wijze. Als het niet al zo gebeurd is dan zou het zo gebeurd kunnen zijn.
Het taalgebruik is helder, in de stijl van de hoofdpersoon, en tegelijk betrokken terwijl anderzijds er een wat afstandelijk element in zit als het gaat om De moeder, De vader, De oma die er in die situatie vermoedelijk ook echt was. Nooit "mijn" of "haar". Een mooie combinatie.
En verder een aantal fraaie boerderijsituaties. De spanning die er hangt rond een middag graandorsen op een warme augustusdag of de discussies tussen vader en zoon over het overstappen van de eigen stier naar de rietjes van Sunny Boy zijn voortreffelijk getroffen - iedereen die van een boerderij komt, kent ze maar het is knap het zo op te kunnen schrijven.
Walchers
Voor mij was het boek vooral ook nostalgie. Het mag dan eind jaren tachtig gesitueerd zijn, voor mij was het alsof ik begin jaren zeventig terug las. Franca Treur komt van Meliskerke, ik bracht een jaar of tien voor ze in dat Walcherse dorpje geboren is, delen van zomervakanties bij mijn oma door, bijna op zichtafstand van Treur's boerderij maar dan een dorp verderop, dat door De oma van Katelijne wordt getypeerd als "het goddeloze Zoutelande". Hervormd ook nog.
En dus genoot ik van al die Zeeuwse uitdrukkingen die Treur in het gewone Nederlands van haar boek opneemt: het kalverkot, , "daar komen nog eens ongelukken van", wie aan deze kant van 't kanaal geboren is / heeft aan de andere kant niets te zoeken, de kleine huus, "de ene week zaait hij peetjes, de andere staat hij ze uit te kappen" - ben benieuwd of elke lezer beseft wat daar gebeurt.
Nostalgie natuurlijk ook in de plaatsnamen: Hoogelande (waar je hard kon rijden dwars door d'n hoek), Michieltje op de boulevard, de Tref (ook toen het al Maxis was, nog voor de huidige AH), De Vriendschap, het vuurtorenlicht waarbij je in slaap viel, en natuurlijk -van horen zeggen- JoJo in Zoutelande.
En dan natuurlijk de nostalgie van Zeeuwse namen: Wannes / Jewannes, Sekker, Kee, Sam van Ko en de achternamen: Kees Bierens, Geschiere, Minderhoud, Levien Flikkermachien (aan bijnamen ook geen gebrek op oude eilanden), Cijsouw. Ik sprak pas een familielid die het boek als een sleutelroman probeerde te lezen, maar dat gaat te ver: "Dit is een werk van fictie. Iedere gelijkenis met werkelijk bestaande personen berust op toeval." zo meldt pagina 4. Overbodig dus om te melden dat ik inderdaad misselijk wordt van kermisattracties, maar niet de Poppe ben die op pagina 157 bij een bezoek aan de Middelburgse kermis wordt beschreven.
Ook wie al die nostalgische elementen moet ontberen, moet toch de roman maar even aanschaffen en lezen. Een wijs en tegelijk vermakelijk boek, zo recenseerde nrc.next terecht.
afrikaans beesie
En mijn eigen taalgebruik is inmiddels zo verslechterd dat Google denkt dat ik Afrikaans schrijf. Mijn blog over Afrikaantjes een paar jaar geleden hoort tot de best gelezen stukjes, maar dat lijkt me nog geen reden.
De eerste aanwijzing van voetbalterreur ??
De eerste aanwijzing van voetbalterreur ??
zondag 6 juni 2010
tuinuitje
zaterdag 5 juni 2010
duurzaam droog
Te mooi weer op dit eerste zomerse weekend voor een uitgebreide blog. Beperk me tot een verwijzing naar Karel Knip die vandaag in de NRC uitrekent of het drooghouden van laag Nederland niet al teveel van dure energie afhankelijk is.
Zijn schatting komt uit op ongeveer tweederde promille van het totale energiegebruik. Dat is dus gemakkelijk duurzaam te produceren voeg ik er aan toe. Wat in de Middeleeuwen dus al lukt, gaat ook wel lukken mocht de fosiele energie op zijn: met een beetje wind houden we droge voeten.
Zijn schatting komt uit op ongeveer tweederde promille van het totale energiegebruik. Dat is dus gemakkelijk duurzaam te produceren voeg ik er aan toe. Wat in de Middeleeuwen dus al lukt, gaat ook wel lukken mocht de fosiele energie op zijn: met een beetje wind houden we droge voeten.
donderdag 3 juni 2010
historisch besef
In het proces van modernisering gaan er waarden verloren. Dinsdagochtend bogen we op uitnodiging van LNV Innovatienetwerk ons over de vraag of er teveel verloren is gegaan en of dat een basis van innovatie kan zijn.
Ik ging er met enige scepsis naar toe. Natuurlijk, een economische crisis zoals de huidige is ook een waarden-crisis. We zijn welvarender en komen op een hoger niveau van de Maslow piramide. We worden allemaal een dagje ouder en daarmee slaat ook de nostalgie toe. Nostalgie naar verloren gegane beroepen, naar het vakmanschap van de Grolsch reclames van Paul Huf. Zoals een van de deelnemers zei: de nostalgie van Wim Sonneveld's Het Dorp. Blijkbaar leefden ze verkeerd, het dorp is gemoderniseerd, nu zijn ze op de goede weg, dichtte Friso Wiegersma met enige ironie.
Maar vermoedelijk zijn ze in het dorp met de modernisering ook echt op de goede weg, want nostalgie bestaat bij het feit dat we vooral het goede onthouden en de pijn of de benauwdheid van Gerard Reve's Avonden vergeten. Maar goed, we gingen aan de slag naar het motto van de Stalmeester in die andere geweldige Sonneveld sketch: Er is al genoeg waardevols naar de kloten gegaan de laatste tijd. (Er is overigens ook een fraaie Kopspijkers variant van Het Dorp over nostalgie in het dorp Amsterdam)
We mochten ons voorstellen met een meegebracht voorwerp of foto. Ik kon niet nalaten het op meta-niveau te tillen met bovenstaande foto die ik ook in lezingen wel gebruik. Zie je hier nostalgie of modernisering??.
De meeste mensen zien nostalgie en daarom worden er nu ook al schuurtjes in die stijl in Zeeland gebouwd. In werkelijkheid was het industrieel ontwerp, meerdere boerderijen tegelijk in 1 polder, door een architect ontworpen op basis van ervaringen in de vorige polder, in de zwarte teer die ook gebruikt werd om de schepen van de WIC op te kalefateren (goed voor het behoud in de zilte lucht) en met een witte bies om 's nachts de deur te vinden.
Wat er dus verloren is gegaan is historisch besef. We neigen door een onjuist historisch besef zaken te bevriezen terwijl de historie gericht was op ontwikkelen. Daardoor begrijpen we de huidige zaken in het landschap niet: je moet kennis hebben om het landschap te kunnen lezen. Zonder voorkennis blijft kasteel een gebouw, een ruine een hoop stenen die niet meer aan de Romeinen herinnert.
En ontwikkeling wordt dan helemaal lastig, terwijl altijd gold: onderzoekt alle dingen en behoudt het goede. Voor je het weet wordt het een openlucht museum, maar uit de monumentenzorg weten we dat dat onbetaalbaar is: wie wil behouden moet ontwikkelen.
En dus is de vraag of je met dit idee van het weer benadrukken van het historisch besef gemakkelijker het landelijk gebied kunt vernieuwen en bewaren. Kunnen we grotere veestallen bouwen die passen in de regionale architectuurtraditie? Kun je beter common pool resources in een plattelandsgebied definieren? Kun je allochtonen in wijken als de Tarwewijk verbinden met het Zuidwesten (of de Kinkerbuurt met Noord-Holland) als men weet dat die wijken ooit gebouwd zijn voor immigranten uit die streken (die met het transport van die tijd een even grote reis hadden afgelegd naar een nieuwe bron van bestaan als de huidige bewoners)? Leidt kennis van de historie van een gebied tot betere appreciatie en meer draagvlak voor een nationaal landschap of nationaal park en handhaving van de ruimtelijke ordening?
Allemaal vragen waar misschien maar eens op gestudeerd en mee geexperimenteerd moet worden als je iets wilt doen met verloren gegane waarden. Past in de experience-economie: Bataviastad ging ons al voor.
De kunst lijkt me overigens wel om niet al te krampachtig met verlorengegane waarden om te gaan. Neem de veel besproken verloren gegane waarde van het Seizoensdenken. Wie jonge mensen vraagt naar het aardbeien-seizoen krijgt als antwoord: de Kerst of Oma's verjaardag, of op zijn best Wimbledon. Dat leidt er natuurlijk toe dat we geen primeur-aardbeien met een primeurprijs meer hebben.
De kunst lijkt me niet om alleen begin juni weer Nieuwe Hollandse Primeur Aardbeien op de markt te brengen. Ook in de rest van het jaar is er vraag naar aardbeien. In een heterogene markt is er dus ook plaats voor speciale Wimbledon-aardbeien (die goed bij slagroom passen) en Kerst-aardbeien (naast de Kerstrozen).
Enfin, al met al toch een mooie en nuttige workshop - dankzij al die interessante deelnemers en het format.
Ik ging er met enige scepsis naar toe. Natuurlijk, een economische crisis zoals de huidige is ook een waarden-crisis. We zijn welvarender en komen op een hoger niveau van de Maslow piramide. We worden allemaal een dagje ouder en daarmee slaat ook de nostalgie toe. Nostalgie naar verloren gegane beroepen, naar het vakmanschap van de Grolsch reclames van Paul Huf. Zoals een van de deelnemers zei: de nostalgie van Wim Sonneveld's Het Dorp. Blijkbaar leefden ze verkeerd, het dorp is gemoderniseerd, nu zijn ze op de goede weg, dichtte Friso Wiegersma met enige ironie.
Maar vermoedelijk zijn ze in het dorp met de modernisering ook echt op de goede weg, want nostalgie bestaat bij het feit dat we vooral het goede onthouden en de pijn of de benauwdheid van Gerard Reve's Avonden vergeten. Maar goed, we gingen aan de slag naar het motto van de Stalmeester in die andere geweldige Sonneveld sketch: Er is al genoeg waardevols naar de kloten gegaan de laatste tijd. (Er is overigens ook een fraaie Kopspijkers variant van Het Dorp over nostalgie in het dorp Amsterdam)
We mochten ons voorstellen met een meegebracht voorwerp of foto. Ik kon niet nalaten het op meta-niveau te tillen met bovenstaande foto die ik ook in lezingen wel gebruik. Zie je hier nostalgie of modernisering??.
De meeste mensen zien nostalgie en daarom worden er nu ook al schuurtjes in die stijl in Zeeland gebouwd. In werkelijkheid was het industrieel ontwerp, meerdere boerderijen tegelijk in 1 polder, door een architect ontworpen op basis van ervaringen in de vorige polder, in de zwarte teer die ook gebruikt werd om de schepen van de WIC op te kalefateren (goed voor het behoud in de zilte lucht) en met een witte bies om 's nachts de deur te vinden.
Wat er dus verloren is gegaan is historisch besef. We neigen door een onjuist historisch besef zaken te bevriezen terwijl de historie gericht was op ontwikkelen. Daardoor begrijpen we de huidige zaken in het landschap niet: je moet kennis hebben om het landschap te kunnen lezen. Zonder voorkennis blijft kasteel een gebouw, een ruine een hoop stenen die niet meer aan de Romeinen herinnert.
En ontwikkeling wordt dan helemaal lastig, terwijl altijd gold: onderzoekt alle dingen en behoudt het goede. Voor je het weet wordt het een openlucht museum, maar uit de monumentenzorg weten we dat dat onbetaalbaar is: wie wil behouden moet ontwikkelen.
En dus is de vraag of je met dit idee van het weer benadrukken van het historisch besef gemakkelijker het landelijk gebied kunt vernieuwen en bewaren. Kunnen we grotere veestallen bouwen die passen in de regionale architectuurtraditie? Kun je beter common pool resources in een plattelandsgebied definieren? Kun je allochtonen in wijken als de Tarwewijk verbinden met het Zuidwesten (of de Kinkerbuurt met Noord-Holland) als men weet dat die wijken ooit gebouwd zijn voor immigranten uit die streken (die met het transport van die tijd een even grote reis hadden afgelegd naar een nieuwe bron van bestaan als de huidige bewoners)? Leidt kennis van de historie van een gebied tot betere appreciatie en meer draagvlak voor een nationaal landschap of nationaal park en handhaving van de ruimtelijke ordening?
Allemaal vragen waar misschien maar eens op gestudeerd en mee geexperimenteerd moet worden als je iets wilt doen met verloren gegane waarden. Past in de experience-economie: Bataviastad ging ons al voor.
De kunst lijkt me overigens wel om niet al te krampachtig met verlorengegane waarden om te gaan. Neem de veel besproken verloren gegane waarde van het Seizoensdenken. Wie jonge mensen vraagt naar het aardbeien-seizoen krijgt als antwoord: de Kerst of Oma's verjaardag, of op zijn best Wimbledon. Dat leidt er natuurlijk toe dat we geen primeur-aardbeien met een primeurprijs meer hebben.
De kunst lijkt me niet om alleen begin juni weer Nieuwe Hollandse Primeur Aardbeien op de markt te brengen. Ook in de rest van het jaar is er vraag naar aardbeien. In een heterogene markt is er dus ook plaats voor speciale Wimbledon-aardbeien (die goed bij slagroom passen) en Kerst-aardbeien (naast de Kerstrozen).
Enfin, al met al toch een mooie en nuttige workshop - dankzij al die interessante deelnemers en het format.
woensdag 2 juni 2010
Machtige maalderijen
In het Journal of Chain and Network Science las in een aardig artikel over macht in de baktarweketen die de innovatie 'uitbetaling op eiwit' blokkeert. Mooi onderwerp voor een column op Ziezo.biz.
Hanneke Pol en Klaasjan Visscher: The influence of power in supply chain innovation: a case study of the Dutch wheat chain in: Journal on Chain and Network Science 2010-1
Hanneke Pol en Klaasjan Visscher: The influence of power in supply chain innovation: a case study of the Dutch wheat chain in: Journal on Chain and Network Science 2010-1
Stem over agrolab.nl
Een eerder artikel in het FD van de hand van Henk van Latesteijn en mijzelf was voor Josien Kapma aanleiding tot een bijdrage op Boerderij.nl waarin ze je verleidt tot stemmen op de stelling of Agrolab.NL een goed idee is. Ben benieuwd naar de uitslag.
dinsdag 1 juni 2010
De sprekende koe
De media melden vandaag een nieuwe doorbraak rond dierenwelzijn en productiviteitsverbetering dankzij ICT: de Duitse onderzoeker Gerhard Jans heeft door toepassing van spraakherkenningssoftware ontdekt dat koeien meer dan 20 soorten 'Boe' kennen. Hij heeft ook de betekenis van die woorden achterhaald.
Jahns ontdekte de klank voor ‘ik heb een volle uier, melk me’ en ‘ik ben in de stemming, haal een stier om me te dekken’. Zijn systeem is bovendien zeer accuraat, in rond de negentig procent van alle gevallen pikt de software de juiste boodschap uit een ‘boe’.
Mooi voorbeeld hoe technologie ontwikkeld in heel andere sectoren een nuttige (?) toepassing in de landbouw vindt.
Jahns ontdekte de klank voor ‘ik heb een volle uier, melk me’ en ‘ik ben in de stemming, haal een stier om me te dekken’. Zijn systeem is bovendien zeer accuraat, in rond de negentig procent van alle gevallen pikt de software de juiste boodschap uit een ‘boe’.
Mooi voorbeeld hoe technologie ontwikkeld in heel andere sectoren een nuttige (?) toepassing in de landbouw vindt.
Abonneren op:
Posts (Atom)


