maandag 5 oktober 2015

Foodlog tussen Vork1 en Vork2

Op Foodlog verscheen vandaag deel 2 van mijn VORK artikel. De discussie over deel 1 sloot ik gisteren als volgt af:

Na 50 reacties op mijn tekst en voordat Dick morgen deel 2 online zet, een paar reflecties van mijn kant. Om te beginnen dank voor alle reacties, mooi dat velen van jullie dit een zinvolle discussie vinden; die wordt goed gevoerd vanuit diverse kanten van de Foodlog gemeenschap.

Ik schreef mijn tekst niet omdat ik denk dat de vrije markt alles zaligmakend is en de overheid geen rol speelt (dan zou ik niet 35 jaar bij het LEI werken dat zoveel beleidsadvies doet). Maar wel omdat de rol van prijzen vaak onderschat wordt. De directe aanleiding voor het VORK-artikel was de roep om overheidsingrijpen in die prijzen, notabene juist nadat boeren in de VS, Nieuw-Zeeland en Europa vlot hebben gereageerd op twee jaar met hoge prijzen voor melk en de verwachting op continuatie daarvan door hoge Chinese vraag.

Mensen reageren meer dan uitstekend op prijzen, dat geldt voor de consumenten die in het supermarkt-vak de kiloknaller tegenkomen en ook voor boeren. Zij het dat processen in de landbouw soms wat langzamer gaan (je zaait maar 1 keer per jaar, een koe opfokken duurt even) dan in de kleding-business. Mooier dan Henric (#20 en #32) had ik het niet kunnen verwoorden: prijzen werken. Dat komt niet door de economische theorie van de laatste 300 jaar, dat was bij de oude Romeinen ook al het geval.

Dat laatste zeg ik omdat sommigen de economen aankijken op hoe mensen reageren. Alsof de sterrenkundigen schuldig zijn aan de maansverduistering of de psychologen aan depressies. Hooguit kun je betogen (daar zit wat in) dat de kennis hebben, leidt tot een manier van kijken en handelen door managers en politici. Maar je moet niet alles via geldelijke prikkels willen regelen omdat niet alles meetbaar is en in geld uit te drukken. Wat dat betreft kan ik Dirk (#49) geruststellen: ik zit ergens in het midden tussen de vrije markt en de regelende overheid, als het om landbouw gaat. Het gaat om wat we willen in de wereld en hoe je dat het efficiënt regelt.

Het feit dat de theorie niet zou kloppen omdat we dan geen minimumloon zouden moeten invoeren (zoals Jur stelt (#15)) gaat erg uit van het bekijken van economische “wetten” als universele natuurwetten die overal en altijd geldig zijn. Dat past misschien wel in het natuurwetenschappelijke perspectief dat ik hierboven noemde, maar niet in het gedragswetenschappelijke (mogelijk zetten al onze wiskundige modellen je mogelijk op het verkeerde been). In de economische wetenschap is de toepassing altijd contextueel. En wat mij betreft gaan normen en waarden in ethiek en sociologie veelal boven vraag en aanbod in de economie (dat is een inzicht uit de zgn. institutionele economie: als we afspreken dat rente of varkensvlees niet mogen, dan komt er ook geen prijs tot stand). Daarbij is er dus ruimte voor Dick’s (#10) signalen die consumenten buiten prijzen om wensen te geven. Hoewel economen wel wat sceptisch zijn over zeg-gedrag dat geen doe-gedrag is.

Daarmee zeg ik niet dat je niet in prijzen mag ingrijpen, maar bezint eer u begint. De effecten worden vaak onderschat, zo leg ik morgen in deel 2 uit: zowel door in te grijpen in prijzen als door het niet beprijzen van de schade van de landbouw op natuur, milieu, klimaat en meer (ja ook ziektes waar mensen last van hebben – zie Henk (#22), Dick B.(#9)) is het gemene probleem ontstaan. Dat niet beprijzen van schade is overigens ook in andere sectoren (denk aan alle energiesubsidies) een probleem. Dat is, zoals Marieke (#4) suggereert inderdaad een reden om op dat punt wel in te grijpen (overigens is de relatie tussen waarde en prijs economisch gezien een lastige: water is voor ons leven van meer belang dan diamanten, maar de laatste hebben een hogere prijs, het gaat om vraag en aanbod).

Floor (#6), Mark (#7) en Dick B. (#9) wijzen (net als ik in het begin van mijn artikel) op het probleem van landbouwsubsidies, overigens is dat effect bij de huidige directe inkomenssubsidies per ha veel beperkter dan vroeger.

Het hangt van de situatie af, maar omdat ingrijpen in prijzen vaak zoveel negatieve aspecten heeft (behalve dan bij het beprijzen van schade of positieve externe effecten) is de vraag of we geen andere oplossingen kunnen bedenken voor de problemen. Innovatie bijvoorbeeld. Of sociaal beleid voor bedrijven die in de concurrentieslag niet mee kunnen. Of het verbieden van productiewijzes die we echt niet vinden kunnen.

Ik zie uit naar de reacties op deel 2. Hopelijk komen we samen tot de creatieve combinaties die Hein (#41) terecht bepleit, waarvan Dick (#33) vermoedt dat we daar erg slecht in zijn en waar geloof ik ook Jur (#47) naar uitkijkt. Maar dan moeten we het eens worden over wat voor landbouw we eigenlijk willen en hoe je dat zo efficiënt mogelijk realiseert.
Een reactie plaatsen