dinsdag 7 april 2015

microbiologie: qua vadis

Nog een interessante controverse die ik afleid uit dezelfde editie van The Economist van 28 maart 2015. Over de ontwikkelingsrichting van de microbiologie. Een onderwerp waar ik absoluut geen verstand van heb, maar onlangs werd ik er in Wageningen mee geconfronteerd omdat een aantal mensen die het kunnen weten ineens het onderwerp Synthetische Biologie uit de hoed hadden getoverd voor een investeringsplan.
In dat vak gaat het om het op maat maken van bacteriën en schimmels zodat ze bepaalde taken kunnen verrichten, zoals het opruimen van chemische verontreiniging (en dan niet overal gaan spuiten natuurlijk) of het voor vergisting beter afbreekbaar maken van planten.
Als je dat wil mag er wel een forse portie sociale innovatie bij, want The Economist wijst erop dat er ook een tegenovergestelde trend in hetzelfde vakgebied is: het beter begrijpen van fermentatie en daarmee de bestaande schimmels en bacteriën. Het aardige is dat je dat vooral in voedsel kunt doen: waar in het wild (bv. in de oceaan) het krioelt van bacteriën en schimmels en je de effecten door alle interactie nauwelijks kunt isoleren, kan dat in voedsel wel. In de kaas (Roquefort en andere) of worst of zelfs chocola zijn maar een of enkele schimmels werkzaam en kun je hun gedrag makkelijker begrijpen. Inmiddels is er ook de sterke aanwijzing dat je het terroir van wijnen daarmee kunt verklaren want de schimmels in de fermentatie zijn vaak schimmels die vanuit de bodem op het blad komen.
En als je zo de schimmels en bacteriën begrijpt kun je uit de natuur degene zoeken die je kunt inzetten voor het behandelen van afvalwater of omzetten van voedselafval in brandstof etc.

Hier kun je rond een investeringsbeslissing dus mooie dilemma's creëren: gaan we zoeken in de natuur of gaan we ze maken. Maakt het daarbij uit of je een risico loopt dat "maken" aan het GMO debat wordt gekoppeld?. Maakt het wat uit dat je in Europa misschien door al die recepten van voedsel waarmee we schimmels en bacteriën hebben leren inzetten, misschien een concurrentievoordeel op onderzoek in de VS hebt? Is zoeken in de natuur wellicht aantrekkelijker omdat het zich meteen zou kunnen terugbetalen omdat je de kennis toepast in nieuwe wijnen en worsten? Of gaat maken sneller en gerichter? Maakt het wat uit of je het onderzoek moet co-financieren in een PPS biobased met chemieconcerns in Nederland of als je dit doet in kader van voedingsonderzoek in Franse kaas en Spaanse worst ?
Allemaal afwegingen die een investeringsplan compliceren. Hopelijk worden ze goed en expliciet gemaakt.
Een reactie plaatsen