dinsdag 14 augustus 2007

boeren is kunst (en betaalt niet)

Je kunt moeilijk beweren dat boeren geen kunst is - dus is het wel kunst, en dat is niet best voor het inkomen. Een beetje rare redenering ter intro, maar toch zijn er wel mensen die beweren dat boeren en kunstenaars met elkaar gemeen hebben dat ze hun werk zo graag uitoefenen dat ze er ook een 'psychisch inkomen', naast een geldelijk inkomen, aan ontlenen. Persoonlijk vind ik de term 'psychisch inkomen' niet de sterkste in de economie, het komt me een beetje over als datgene wat we niet uit wat anders kunnen verklaren, maar dat terzijde.

Het punt is nu dat de econoom Baumol recent bij de opening van een tentoonstelling van kunst door bekende economen beredeneerd heeft dat kunst altijd een beleggingsrendement op zal leveren dat lager ligt dan dat van bv. staatsobligaties vanwege dat psychisch inkomen. Als mensen uit hobby-overwegingen blijven produceren dan wordt de markt blijvend overvoerd met producten. Goederen worden dan niet schaars. Het weblog van Peter van Bergeijk (ook op de tentoonstelling vertegenwoordigd) vertelt er meer over in Economendagboek: krantenknipsels wealt of creations III. Het is dus te hopen voor de boeren dat de aardappelproducenten niet al teveel lijken op de producent van de aardappeleters.

maandag 13 augustus 2007

Giffin goed gevonden

Landbouweconomen hebben er aardigheid in als een onderwerp uit de landbouw doordringt tot de algemene economische theorie. Granen waren altijd een leuk voorbeeld, waarvan Ricardo het bekendste voorbeeld is. Ik heb er al eens een lijstje van gemaakt.

Vaak beredeneren en/of bewijzen economen wat, en dan komt het in de theorie. Dat in tegenstelling tot de wiskunde, natuurkunde en scheikunde waar men op basis vermoedens uit de theorie een hypothese formuleert en er soms decennia over doet de hypothese te bewijzen. Het is dus nog aardiger (want veel economen spiegelen zich graag aan de 'harde' wetenschappen) als nu eindelijk het vermoeden dat er Giffin-goederen bestaan, bewezen wordt. En het is helemaal passend in deze tijd als de granen in het VK en Amerika worden opgevolgd door het voorbeeld van rijst in China.

Het nieuws: Greg Mankiw meldt op zijn blog dat Robert Jensen en Nolan Miller (Harvard) aangetoond hebben dat Giffen-goederen ook echt bestaan.

Meestal wordt er meer verkocht van een goed of dienst waarvan de prijs naar beneden gaat. Maar bij Giffin goederen, wordt er dan juist minder verkocht. Dat kan omdat het effect van een lagere prijs bestaat uit twee sub-effecten: een substitutie-effect en een inkomens-effect. Het substitutie-effect houdt in dat als wijn ten opzichte van bier goedkoper wordt, er kopers zijn die switchen van bier naar wijn. Het inkomenseffect houdt in dat zij (en vooral degenen die altijd al wijn kochten) geld over houden, ze hebben meer inkomen te besteden en voor hun zelfde inkomen kunnen ze nu meer wijn kopen. Beide effecten werken in de regel gelijk op.

Maar Sir Robert Giffin (1837 - 1910) bedacht een bijzondere situatie: als een goed inferieur is (dat wil zeggen we kopen er minder van als we rijker worden, zoals bij speklappen) dan is het inkomens-effect tegengesteld aan het substitutie-effect. Nu is dat laatste meestal groter, maar als een goed weinig substituten heeft en het inkomen niet al te hoog (zodat je een verandering in de prijs van een produkt wel merkt als inkomenseffect), dan zou dat niet zo zijn. Giffin meende dat waar te nemen bij de broodverkopen in arme wijken van Londen: als de prijs steeg, kocht men er meer van. Door de prijsstijging kon men zich geen vlees meer veroorloven, en kocht men maar meer brood.

Blijkbaar was dat voorbeeld omstreden, want Mankiw citeert zonder tegenspraak genoemde auteurs die claimen dat ze nu bij rijst in een Chinese provincie voor het eerst met goede statistische tests het bewijs hebben geleverd, pakweg een eeuw na het werk van Giffin. En dat nadat men jaren gezocht heeft bij meer obscure goederen en diensten. Mooi vak toch, die landbouweconomie.

zondag 12 augustus 2007

Lijstje: food (and drinks) hits

Lijstjesliefhebbers in Dronten, Emmen en waar dan ook: opgelet. We gaan een lijstje maken van (zomer)hits over eten en drinken. Aanleiding is de zomerhit 2007 Mange du Kebab van de Parijs-Turkse Kebabverkoper Lil'Maaz (http://www.mangedukebab.com/). Dat kan niet de eerste hit geweest zijn over eten of drinken. Wat te denken van:


  1. Strawberrry fields forever (the Beatles)

  2. Green onions (Booker T and the MGs)

  3. Red red wine (Neil Diamond)

  4. Knolraap en lof, schorseneren en prei (drs. P.)

  5. Het ei (Jaap Fischer)

  6. Het bananenlied (Andre van Duijn)

En verder? Geef je aanvullingen hieronder in de reacties. Vooralsnog hebben we geen strakke criteria dus ook iets van de Red Hot Chili Peppers, iets over Icecream en de allermooiste zomerhit ooit, Spirits in the sky van Norman Greenbaum zijn niet kansloos voor een klassering.

zaterdag 11 augustus 2007

tomaten in de krant

De zaterdagbijlage van de NRC biedt vandaag een goed verhaal over de tomatenbedrijfstak in dit land. Over wasserbomben, marktgericht veredelen, telen en organiseren, de zinloosheid van investeren in Spanje en schaalvergroting. En het start in Zevenhuizen. Kenners lezen weinig nieuws, en dat is een compliment voor een verhaal over een bedrijfstak in transitie.

Tony in Twello

De klassieke plattelandsjongere anno 2007 bestaat niet meer. De stadse jongerencultuur (het jargon schrijft voor dat je het over urban culture met pimps en rap hebt) heeft allang de dorpen bereikt. Zo meldde de NRC op 28 juli. Elk dorp heeft wel een Tony Montana, de cultfiguur / kruimeldief/mafiabaas uit de film Scarface.

Verschillende plattelands- en landbouweconomen, waaronder ikzelf, wijzen er al een tijdje op dat het platteland en de landbouw in Nederland inmiddels stadslandbouw en business-as-usual zijn. Rolmodel Tony Montana is de zoveelste aanwijzing, hoewel ik met weemoed terugdenk aan de klassieke plattelandsjongerenvereniging, in mijn geval J19nu.
Als er overigens nog een staat in de VS is die een landelijk karakter heeft met een hoofdstad die helemaal niet op New York of Miami lijkt, dan is het wel Montana. What's in a name.

NRC: Pimps en ho's in Heuvelland, NRC 28 juli 2007

vrijdag 10 augustus 2007

Liever vandaag dan morgen

Er loopt nog steeds een forse discussie over de economische gevolgen van de klimaatsverandering en daarmee wat je er nu al aan moet doen. Dat komt omdat de toekomst voor economen verder weg is dan voor sommige technische wetenschappers. Mensen hebben nu een keer tijdsvoorkeur: ik krijg liever 100 euro vandaag dan over een jaar. In de tussentijd zet ik het wel op de bank. Dus disconteren we bedragen in de toekomst met de rentestand.


De discussie gaat nu over het feit hoe hoog die rentestand moet zijn. In de bekende Stern Review over het klimaatsprobleem die de Britse overheid eerder dit jaar publiceerde, wordt met 0,5% gerekend, veel minder dus dan de normale marktrente. In Science van 13 juli jl. heeft de Yale econoom William Nordhaus daar de vloer mee aangeveegd.


Een rentevoet dicht bij nul betekent dus dat klein ongemak nu als een ramp voor de lange termijn wordt ervaren, ook de kosten ervan over 30 jaar tellen nu mee. Economen lijkt het handiger om te zorgen dat je nu zo je geld investeert dat de mensen in Bangladesh rijker worden zodat ze in de toekomst dijken kunnen bouwen (of in steden hogerop kunnen gaan wonen) dan dat je het nu al in dijken investeert die je pas over 100 jaar nodig hebt. Maar tegenstanders vinden dat soort afwegingen "onethisch" omdat je aan de huidige generatie een hogere waarde toe lijkt te kennen dan aan de achterkleinkinderen.
Ethisch lijkt het leuk de achterkleinkinderen in de berekeningen even zwaar te laten wegen maar empirisch leidt het tot onzin - zo stelt de econoom Tol in de NRC (Stern rekent uit dat de klimaatsverandering 20% van het wereldinkomen gaat kosten voor nu en voor altijd, maar Nordhaus wijst er op dat de helft daarvan na het jaar 2800 zo meldt de NRC)

Ontleend aan de NRC van 21 juli: Economisch klimaat. De eigen foto toont Mount Hood bij Portland, OR, waar je nu nog kunt snowboarden in de zomer.

de waarde van een boom

Zomersnoei: een paar te laag hangende takken van bomen in mijn tuin moeten er nu toch maar af. Nederland is geen bosbouwland, maar onze bomen zijn per stuk veel meer waard dan die in Finland. Bij Finse collega's leidt dat vaak tot blikken van ongeloofwaardigheid, maar dat komt omdat ze bij bomen alleen maar aan hout denken, en niet aan de waarde.
New York City heeft zijn 600.000 bomen laten taxeren op 122 mljoen dollar, ofwel 150 euro per boom. Die waarde is opgebouwd uit 11 miljoen voor het filteren van de lucht, 28 miljoen besparing op energie omdat er nu minder airconditioning nodig is, 36 miljoen vanwege het vasthouden van water bij pieken in de regenval, en 53 miljoen "estetische voordelen", waaronder vermoedelijk hogere huizenprijzen (ooit gekeken naar de waarde van een flat die aan Central Park ligt?).
Elke dollar geinvesteerd in bomen in the big apple zou $ 5,6 opleveren. Mooie berekening die in ieder geval helpt om het beleid van de gemeente New York te verkopen.
.
Ontleend aan The Economist van 7.7.2007: Green gold. Foto genomen aan het Crater Lake NP, OR.

donderdag 9 augustus 2007

and the wind plays markets

Economen hebben ontdekt dat de waarde van windenergie groter is dan gedacht. De marginale kosten van wind, als de molen er een keer staat, zjn vrijwel nul - als het maar waait. Dit betekent dat de dure energie-uit-gas uit de markt wordt gedrukt en dat op winderige dagen de prijs op de vrije (spot) markt fors lager ligt.
The Economist meldt in zijn editie van 7.7.07 dat ons eigen Nuon over 2005 schat dat de prijs daalt van gemiddeld ruim 45 euro per megawatt-uur naar minder dan 30 euro als het goed waait. Deense economen claimen dat door dit effect windenergie in Denemarken dit jaar voor het eerst meer oplevert dan het kost.

The Economist 7.7.2007 The economics of renewables.
Op de eigen foto een 'kissing bridge' uit Oregon. Gebouwd in de twintiger jaren met overkapping tegen wind en regen, vooral om het brugdek minder te laten slijten. Maar zoals de nickname aangeeft, als snel geliefd bij verliefden.

globalisering van ons eten: oude koek

Globalisering als kenmerk van deze tijd is een thema dat hier regelmatig aan de orde is. Voor ons voedsel is dat eigenlijk al verleden tijd. Na 10 millennia voedselglobaliserng is nu alles wel zo'n beetje overal verkrijgbaar. De Romeinen kenden geen tomaten en mais, maar ze nemen nu een centrale plaats in bij de Italiaan. India is de grootste teler van pinda's, ook al een Zuidamerikaans gewas. China is de grootste producent van tarwe (uit het Midden-Ooosten) en van aardappelen (uit de Andes). En Brazilie domineert in koffie (uit Ethiopie) en suiker (uit Nieuw Guinea).
Kenneth F. Kipple heeft dit allemaal beschreven in 'A movable feast: ten millenia of food globalisation'. De globalisering in de landbouw is dus voltooid. Elders (ik weet alleen niet meer waar) las ik ergens dat nu in het fushion cooking niet alleen de producten maar ook de maaltijden internationaliseren en standaardiseren als lego-blokkjes. De keuzes op de kaart lijken uit te kristaliseren in een combinatie van een 'drager' (aardappelen, rijst, pizza, brood, couscous) en een topping/dressing (Thai, Indian, Italian etc).

Boekbespreking 'A movable feast' in The Economist 7.7.2007
Op de (eigen) foto de Columbia river in Oregon met de Bridge of God. De Columbian river werd bij Cascade Locks lang na de Columbian Exchange van gewassen en dieren bevaarbaar gemaakt om Oregon beter bereikbaar te maken en de tolbrug is genoemd naar de Indiaanse uitdrukking voor de aardverschuiving die ooit de rivier blokkeerde en de oversteek vergemakkelijkte.

woensdag 8 augustus 2007

kruiskippen

Cultuur is een onderschatte factor in de veranderingen in de Nederlandse landbouw. Let dus op kunstenaars (en journalisten) die zich met trends in de landbouw bezighouden, wat ze er van maken en hoe het publiek er op reageert.
Een mooi staaltje van kunst rond de globalisering van de landbouw werd in de NRC van 10 juli beschreven. De Vlaamse kunstenaar Koen Vanmechelen kruist op tentoonstellingen kippen van all over de world om te laten zien hoe we op weg zijn naar een kosmopoltische kip. Het project heet dan ook The Cosmopolitan Chicken en bestaat niet alleen uit de dieren en hun documentatie, maar ook uit sculpturen, tekeningen en schilderijen.
Ook als het resultaat mooi is, kruist Vanmechelen door. Je moet niet al te angstvallig vasthouden aan het bestaande. Er is maar een weg vooruit: niet een multi-culturele maar een intermulticulturele samenleving waarin we niet naast maar met elkaar leven. Dat de Vlaming of de Hollander daarbij verdwijnt, daar valt mee te leven. Die komt vast een keer terug in een andere gedaante in een volgende generatie. "Kruisen is de enige kans op overleving" zo meldt de website van de kunstenaar. Wellicht ook een mening waar Geert Wilders wat van kan leren ;-)
Ik ben benieuwd hoe het publiek hier op reageert en dat verwerkt in opvattingen over de veehouderij. Nog tot 13 augustus in het Centraal Museum in Utrecht.

Meals to come

Over de toekomst van ons voedsel is al veel nagedacht. Warren Belasco bestudeerde de geschiedenis van de toekomst van ons eten en publiceerde vorig jaar 'Meals to come - a history of the future of food'. Een fantastisch boek.

Het pakt de draad op bij Thomas Malthus (1766-1834) die een probleem formuleerde door te stellen dat de bevolking harder groeit dan de productie van voedsel. Om precies te zijn: meetkundig versus rekenkundig. Er zou dan ook altijd een (ver)hongerende klasse zijn, die er voor zorgt dat de bevolking niet groter wordt dan de aarde kan dragen. Oorlogen met strijd om voedsel (en water) en hongersnoden helpen een handje. Het bleek een krachtig beeld.


Maar naast de groep Malthusiaanse wetenschappers en idealisten die pleitten voor 'minder vorken op tafel' (door hongersnoden of geboortebeperking) was er door de jaren heen ook de groep die pleitte voor 'betere tafelmanieren' (een eerlijker verdeling van voedsel, faire prijzen voor koffie etc.) en de groep die benadrukte dat de mensheid zo ingenieus is dat ze wel zorgt voor een 'grotere en betere taart' op tafel.
.
Al ten tijde van Malthus spraken de Engelsman Godwin ('tafelmanieren') en de Fransman Condorcet ('grotere taart'), die Malthus inspireerde tot zijn essay, zich uit voor de andere ontwikkelingspaden.
Meals to come laat zien hoe in allerlei fasen van de 200 jaar geschiedenis deze drie visies door elkaar verknoopt zijn in nieuwe ontwikkelingen (tot de maaltijdpillen, astronautenvoer, algenteelt en slow food aan toe) en zijn gebruikt als promotie-argument (ook voor het verkrijgen van onderzoeksgelden). Interessant is ook Belasco's analyse van de belichting van voedsel op de wereldtentoonstellingen en in de futuristische (utopia's en disutopia's) literatuur. Zo blijkt de varkensflat als 68 verdiepingen tellende plantage al lang in de science-fiction voor te komen.
.
Langzame innovatie
Alle discussanten in 200 jaar waren het er over eens dat de bevolking zou groeien, voedselprijzen zouden stijgen, en daardoor de vleesconsumptie zou dalen. De discussie ging er vooral over of het zou leiden tot honger (gebrek aan taart), revolutie (gebrek aan tafelmanieren), of modernistische (sterk van gangbaar afwijkende , disruptieve) innovatie (meer taart).
Geen van drieen is gebeurd. Voeding kenmerkt zich blijkbaar door langzame maar gestage innovatie. En vooral ook door gestage produktiviteitsstijging want de taart is gegroeid, we voeden meer mensen met grofweg de gerechten van toen bij veel lagere voedselprijzen.
Wie op dit vlak nog iets wil voorspellen (en in het bijzonder met een Malthusiaanse inslag) leze eerst dit boek.
.
Warren Belasco: Meals to come - a history of the future of food. University of California Press, 2006

dinsdag 7 augustus 2007

Foodlog


Maandag stond er een reactie op deze blog waarin op Foodlog.nl werd gewezen. Wie wat bij wil praten of (kritische) meningen wil spuien over actuele voedselzaken heeft daar een goed forum, zo lijkt me. Ik heb links een link aangebracht.
Mijn reisimpressies uit de VS heb ik inmiddels gegeven. Resteren nog wat 'uitgelezen' bijdragen, uit de reislectuur en de bladen bij thuiskomst.

ethanol economie

Op het Amerikaanse landbouw-economencongres was er bovenal veel aandacht voor ethanol, of meer algemeen: bio-energie. Na anderhalve dag kreeg een presentator van een paper over inkomens de lachers op zijn hand met de introductie: "ik vermoed niet dat u met zijn allen voor de kwaliteit van mijn werk naar dit zaaltje bent gekomen, maar u wilt natuurlijk ook wel eens wat anders dan bio-ethanol".
Hoe goed de economische modellen ook zijn ("economen doen het met een model" zeiden ze de vroeger op de Erasmus in Rotterdam al), ze worden vooral ingezet op onbekend terrein, en dus kun je er van alles uitkrijgen.
Als je met de huidige technologie de ambitieuze overheidsdoelen doorrekent, stijgen de graanprijzen nog tot ongekende hoogte (en kun je je met de NY Times afvragen waarom we nog landbouwbeleid nodig hebben). Maar velen waren het er over eens dat het niet de bedoeling van de overheid zou zijn om de graanprijs boven bijvoorbeeld de 4 dollar te drijven. Wally Tyner van Purdue University had dan ook een fraai paper met beleidsalternatieven, zoals het afbouwen van steun als de olieprijs oploopt en ethanol concurrerend is. Zijn presentatie bevatte veel break-even grafieken die aangeven bij welke olieprijs ethanol-uit-mais lonend is, met of zonder bepaalde overheidssteun. Ik leerde eruit dat de graanprijzen in de toekomst meer gaan fluctueren: als de fabriek er een keer staat, dan moet hij ook grondstof (Prijs-ongevoelige vraag) en bij een tegenvallende oogst gaan prijzen van granen voor andere doelen (zoals brood) en voor de last moment aankoop voor ethanol zelf, meer fluctueren. Risicobeheer wordt dus belangrijker.
.
Switch
En dan was er natuurlijk gespeculeer over en gereken aan de tweede generatie technologie: ontwikkel een gewas dat bij uitstek geschikt is voor energiewinning in plaats van een bestaand gewas dat voor veevoer is ontwikkeld. Cellulose switchgrass (wie de Nederlandse naam kent mag het zeggen) is dan de gedoodverfde kandidaat en de Uni van Tennessee experimenteert er mee.
De conclusies waren negatief: te lage opbrengsten per ha. Persoonlijk leek me over zeer lange termijn het gat misschien nog wel te dichten met veel gentechnologie e.d. (het effect van 2% jaar op jaar productiviteitsverbetering over 20 jaar wordt al snel onderschat), maar het is de vraag of boeren er van zullen profiteren. Switchgrass groeit, als je het een keer gezaaid hebt, vanzelf en komt elk jaar terug (het is net riet) en vraagt dus nauwelijks management.
Uit beschouwingen over contracten volgt dan dat het meer op de houtindustrie dan op de graanteelt lijkt. De houtindustrie kent geintegreerde ondernemingen die zelf wel even oogsten of laten oogsten als het zover is, en hebben geen boeren nodig om te zien of de bomen er nog staan en niet wat kunstmest nodig hebben. Als het die kant opgaat met de energiewinning uit de landbouw, kon de steun van de landbouw ook wel weer eens afbrokkelen, zo constateerden we onder de koffie van Starbucks.
.
Million $ farms
Maar dat past misschien wel in de trend naar grote bedrijven. In een heel andere sessie discussieerden we over million-dollar-farms, zo'n typisch amerikaanse uitdrukking om aan te geven dat er steeds meer hele grote bedrijven ontstaan. Guru Michael Boehlje (ook Purdue) had voorbeelden van bedrijven die via een replicatie-strategie meerdere vestigingen hebben van bv. 1000 koeien ieder voor het beleveren van een supermarktketen met biologische melk.
Aansluitend gingen we na wat dat betekent voor het doen van onderzoek, omdat veel databronnen dan wegvallen. Dat probleem wordt overschat en te gemakkelijk wordt dan geroepen dat de overheid of het statistisch bureau dat moet oplossen. Een onderzoekster uit de autoindustrie liet zien dat er ook andere manieren, vooral door samenwerking, zijn om inzicht te krijgen in de ontwikkeling van een bedrijfstak.
.
AgEcon Search bevat de papers, voor wie meer wil weten

maandag 6 augustus 2007

amerikaanse economen

In Portland, Oregon, USA vond eind juli het AAEA congres plaats van Amerikaanse landbouweconomen. Ik mocht er een analyse van de concurrentiekracht van de Europese en Amerikaanse voedings- en genotsmiddelen industrie presenteren. De Amerikanen doen het beter dan de Europeanen. Stijging van de arbeidsproductiviteit (meer omzet per man) en liberalisatie van de landbouw zou helpen.
Wij zullen het verder moeten hebben van nicheproducten, specialties zoals Europese kaas en whisky. Vandaar mijn enthousiasme voor de kwaliteitsproducten bij de Safeway, met hun European Style brood (zie de blog van gisteren). Hopelijk levert CSM de ingredienten en technologie. En misschien kunnen we niet alleen voor de microbrouwerijen (die in de VS net zo floreren als de koffiehuizen) de technologie inzetten. Koffie en bier geven aan dat je ook innovatie krijgt en consumenten tot kopen stimuleert bij een kleinere productieschaal. Blijkbaar zijn Unilever en General Foods niet de enige business modellen.
Wie het paper en al die andere papers van het congres wil lezen kan terecht bij de zoek- en archiefmachine AgEcon Search. Morgen nog een paar indrukken uit het congres.

Op de eigen foto het beeld Portlandia aan het gelijknamige niet onomstreden postmoderne kantoorgebouw in Portland, OR.

de amerikaan en dierwelzijn

Niet alleen organic (zie mijn blog van gisteren) staat in de aandacht van de amerikaanse consument, maar ook dierwelzijn. De New York Times van 25 juli had twee grote pagina's (in de Dining Out section!) over hoe activisten voor dierenrechten (zoals PETA) van de marge naar mainstream bewegen en zowel wetgeving als gedrag van consumenten en producenten beinvloeden. Het gaat dan o.a. om issues als forced-feeding bij foie gras, kistkalveren en aangebonden zeugen.
Een enquete van Label Networks onder 5000 jongeren tussen 13 en 24 gaf in 2006 aan dat PETA de meest populaire non-profitorganisatie was waar men vrijwilligerswerk voor zou willen doen. Tweede in de lijst kwam het Rode Kruis.
De NY Times constateert wel dat er nog een groot gat zit tussen de 'animal lovers and animal lovers that love to eat them' - zoals SlowFood. Maar de dierenrechtenactivisten zien dat niet meer als een probleem: 'we're not really in philosophical alignment, but we like to think we're in strategic alliance'. Want volgens sommige chefs leidt een beter dierenleven ook tot een beter biefstukje. En ook PETA ziet in dat het verbieden daarvan ze niet verder helpt in het bereiken van hun doelen.