vrijdag 28 oktober 2016

de Nobel

We stonden hier nog niet stil bij de Nobelprijs voor Economie van dit jaar. Terwijl die naar een onderwerp ging dat ook voor de agarische sector steeds belangrijker wordt: contracten.
De Fin Holmstrom (MIT) deed baanbrekend werk rond o.a. arbeidscontracten en de rol van bonussen. De fout die je daarmee kunt maken (en met elk incentive systeem) is om je te richten op datgene wat meetbaar is (Omzet of zo). Dat gaat onherroepelijk ten koste van het niet meetbare, de meer zachte aspecten. Crowding out noemen we dat. Je zou dus af kunnen zien van bonussen, of het criterium van tijd tot tijd veranderen als meerdere zaken meetbaar zijn (maar dan kun je er ook een mix van maken). Holmstrom liet zien hoe je ook de organisatie er op kan aanpassen door functies te maken die zich specialiseren in dat ene aspect wat je kunt meten en belonen. De informative-assymetrie die samengaat met deze principal - agent (baas en knecht) structuur, kan zelfs de structuur van een bedrijfstak bepalen.
Bekender dan Bengt Holmstrom is Oliver Hart, die zich ook met contract economie bezig houdt. Deze Brit op Harvard keek onder andere hoe de incentivestructuur van de bazen hun gedrag naar de werknemers beinvloedt. Als organisaties in overheidshanden zijn en de manager de winst van een kostenbezuiniging moet afgeven aan het ministerie van Financien zal hij minder in de kosten snijden dan een private onderneming waar het geld deels naar een bonus gaat voor de manager en zeker vergeleken met een onderneming in prive-eigendom waar de winst meteen naar de eigenaren gaat. Omgekeerd ligt de kostprijs bij de laatste dus lager, bij de overheid hoger. En zijn werknemers slechter af.

Ontleend aan The Economist 15.10.2016
Een reactie plaatsen