woensdag 2 oktober 2013

BoerEnBusiness in de Thalys


 Ik mocht 25 minuten extra in het niet al te warme Rotterdam CS op de Thalys staan wachten, wat me de mogelijkheid gaf de laatste BoerEnBusiness te lezen. Ik noteer een paar opvallende citaten.

Agrifirm's Ruud Tijssens, voorzitter van de European Feed Manufacturings federation vertelt dat de federatie kijkt hoe ze beter kunnen aansluiten op de Europese onderzoeksagenda. Hij ziet ook in Europa een PPP trend ontstaan zoals bij ons de topsectoren. Dat hadden we in de SCAR AKIS werkgroep na FI-PPP en Bridge ook al geconstateerd. Gaan we volgend jaar op studeren.
Hij meldt ook nog even dat 50% van het veevoer van Agrifirm uit rest- of bijproducten bestaat, en dat het tijd wordt dat dit de maatschappij eens wordt verteld. En dat je veevoer industrie te laat bij complexe vraagstukken wordt betrokken en dan als probleem wordt gezien. De diagnose lijkt me te kloppen.

Mijn oud-dorpsgenoot Ge Groenenboom, die inmiddels uit de champignons in de techniek voor compost en mest is beland,  wijst op een positief effect van het feit dat we voedsel verspillen: "zelfs grijsafval is voor 75% te composteren. Dit komt onder andere door de grote hoeveelheden eten dat wordt verspild". Dat had ik in het voedselverspillingsdebat nog niet vernomen.

Verder prikt het blad de GMO mythes door en bevat het artikel over de mondiale frietmarkt met de concurrentie daarin tussen EU en VS een puzzel die ik in de lijn van de blog van gisteren niet zo snel weet op te lossen. In de VS worden de fritesaardappelen tegen vaste prijzen geteeld. Frietbakkers als Simplot, LambWeston en McCain betalen een vaste contractprijs die jaar in jaar uit redelijk constant is. Dat is makkelijk voor de klanten, je hoeft niet uit te leggen in China dat je product dit jaar ineens veel duurder (of goedkoper) is. In Europa domineert (en marge, bovenop de contracten en pools) de vrije markt, en schommelen de prijzen jaar in jaar uit sterk, in samenhang met de oogst. Bij te hoge prijzen wijken de kopers uit naar de Amerikanen.

Een verklaring zou kunnen zijn dat de Amerikanen mede doordat ze standaard beregenen en een evenwichtiger klimaat hebben, zeer voorspelbare, weinig schommelende oogsten hebben. In Europa is een spreiding tussen de jaren van 45 tot 60 ton niet ongewoon. Van oudsher wordt het prijsinstrument dan ingezet om overtollige productie af te zetten (ook naar consumptie of voer), c.q. de vraag te rantsoeneren. En daarmee is Europa ook op wereldmarkt-niveau degene die met de prijsbewegingen de markt reguleert en in sommige markten consumenten met een hoge prijs van zich vervreemt. Blijkbaar is dat alsnog efficienter dan een ander systeem.
Een reactie plaatsen