zaterdag 31 augustus 2019

Slag om de Schelde

Vandaag een (oud) fotootje van de vuurtoren van Westkapelle op miniatuurformaat uit het maduromdamachtige Miniatuur Walcheren (voor het uit de binnenstad van Middelburg werd verplaatst). Dit als bijdrage aan de herdenking van de Slag om de Schelde, die vandaag begint.
Voor mijn ouders en familie op Walcheren was het een life-changing event. Het eiland werd o.a. bij Westkapelle onder water gezet, boerderijen kwamen blank te staan of erger. Mooi dat deze slag nu uit de schaduw van de hongerwinter en Operation Market Garden meer aandacht krijgt.
Het Miniatuur Walcheren kwam vervolgens voort uit een wederopbouw activiteit om de trots op het eiland te herstellen. Als tijdelijk bedoeld, maar zoals dat gaat met goede tijdelijke opstellingen, bleek het in stand te houden toen na de oorlog de Duitsers terugkwamen als toerist.

zaterdag 24 augustus 2019

zwitserse keynote AKIS NL

Gisteren hield ik een keynote bij de Fachhochschule in Bern op het Schweizer Agrarpolitik Forum 2019 over innovatie en innovatiebeleid, case Nederland. Zoals gebruikelijk staan de slides op slideshare. Vooral een compilatie van eerdere presentaties overigens.

dinsdag 13 augustus 2019

Groene Amsterdammer en resilience

De Groene Amsterdammer was afgelopen week zo aardig een groot verhaal te besteden aan ons WUR programma Resilience / Veerkracht en het congres dat we vorig jaar over dit onderwerp hielden in de locatie Veerkracht in Klarenbeek. Hier het artikel en wie meer wil weten: kijk nog eens in het magazine dat we maakten.

maandag 12 augustus 2019

De oude Grieken en Romeinen en de landbouw

In de antieke oudheid (zie vorige blogpost) had je 16 ha nodig om een gezien van 5 mensen duurzaam eten te geven, zo berekenen Mazoyer en Roudart (p.243 e.v.): bij een opbrengst van 500 kg graan per ha waarvan 200 nodig voor zaaizaad (en wat verliezen) had je 3 ha nodig, met een jaar tussenbraak is dat 6 ha ager. Voor 1 lastdier (een rund) had je dan nog eens 9 ha saltus nodig. En nog een ha bos (silva) en je bent op  16 ha. Frankrijk zou dan 10 mln inwoners kunnen hebben, maar Athene maar 70.000.
En misschien nog minder want n het drogere klimaat heb je misschien wel 26 ha nodig (maar minder bos want de winters waren niet zo koud). In ieder geval betekent  het dat de maximale bevolkingsomvang vrij laag was, en niet noodzakelikerwijs hoger dan bij de slash-and-burn. Die overgang zal dus meer een noodzaak dan een verleidelijke zijn geweest. Meer push dan pull.
De crisis van ontbossing, gebrek aan cultuurland en aan voedsel leidden tot migratiestromen en met name tot kolonisatie. Het leidde tot oorlogen en plunderingen onder leiding van de lokale aristocratie en stadstaten en uiteindelijk tot veroveringstochten van Alexander de Grote en later de Romeinen.  Men had niet allen granen nodig uit die koloniën maar ook slaven die dan in Griekenland of Italië werden ingezet. Een business model gebaseerd op plundering. Het voordeel van slaven is dat ze zich niet mogen voortplanten in gezinsverband (later in de VS wel, daar was land genoeg en de aanvoer van slaven duur - kjp), en dus leverden de slaven een surplus op ten opzichte van de vrije arbeider of boer die een gezin moest onderhouden. De groen van de stad en de noodzaak van slaven en aanvoer van graan gingen hand in hand. Zolang er maar slaven over de buitengrens te maken waren, en waarop de reproductie werd afgewenteld. Bij de Romeinen liep het pas fout toen het rijk zeer groot was en de barbaren aan de grens te sterk.
Tegelijk ontstonden latifundia's en estates: sommige boeren kwamen bij een misoogst in de schulden en konden zich niet anders dan pachtboer of lijfeigene (serf) maken. Waarmee de grootste boeren en militaire grondbezitters de keuze hadden tussen lijfeigenen en slaven. Of men verdween als plebs naar Rome waar men deels leefde van staatshulp via het uitgedeelde brood (en spelen). Waarbij van tijd tot tijd een keizer probeerde het echte probleem op te lossen met een landhervorming, tegen de zin van de senaat, wier belang dat niet was.
De rol van de staat was bij de Egyptenaren en in Mesopotamië nog vooral die van rijkswaterstaat. Bij de Inca's die van infrastructuur en handel. Maar bij de Grieken en Romeinen was het koloniën en oorlog, om de wingewesten graan en slaven te laten leveren.
Moraal: een directe koppeling tussen het landbouwsysteem en de politieke ontwikkelingen. Waarbij de democratie tot stand kwam in perioden waarin eigengeërfde boeren er ook iets van mochten vinden. Slaven hadden geen stemrecht.

zaterdag 10 augustus 2019

de agrarische revolutie in de antiquiteit

Terug naar A History of World Agriculture van Mazoyer et al. We zijn aangeland( p 228) bij de agrarische revolutie in de antieke wereld. Het slash-and-burn systeem liep eeuwen op zijn laatste benen. In het Neolithicum begon de ontbossing teveel te worden, land droogde uit, er trad erosie op. Graslanden waren moeilijk te ontginnen zonder goede ploeg. Men trok steeds verder Europa in. In het begin van de bronstijd (1800-1250 BC) was het verschijnsel in Europa volop aanwezig en moest men van de meest vruchtbare gronden hoger de heuvels en bergen in. Maar bij het eind van die bronstijd, zo rond 1000 BC was men terug in de vruchtbare vlaktes en ontwikkelde zich een nieuw systeem
De slash en burn werd er verlaten. Het was de ard (het eergetouw of haakploeg zo leer ik van de wiki), een primitieve ploeg, die vooral een stok door de grond trekt en openbreekt maar deze niet echt keert, die leidde tot een systeem van braakland en bouwland. Het ding werd door runderen getrokken (je ziet ze nog wel eens in rijstvelden). Dat betekende dus een forse kapitaalsinvestering in dieren en werktuigen. Het moet decennia of langer gekost hebben om zo'n systeem lokaal te optimaliseren, zo vermoedt men. Er was sprake van een graanteelt afgewisseld met een  braakperiode.in een 2jarige rotatie. Maar ook een 5jarige rotatie kwam voor met 4 jaar grasland. Met Latijnse namen spreken we van de ager (bouwland) en de saltus (beweiding), naast de hortus (de tuin met groenten) en de silva (bos voor hout e.d.). Maar bij die 5 jarige rotatie was al snel een ploeg nodig om het grasland weer bouwland te maken.Of het moest met de spa.
Het vee liep op de saltus, de weidegronden en het braakland. En werd 's nachts opgestald zodat de mest de akker op kwam (en beweiding van het braakland hielp ook)  Op veel plekken mocht het vee na de graanoogst overal het bouwland op. Dat collectieve kende men nog uit de slash en burn cultuur en wellicht trok je wat mest aan door dieren van een ander toe te laten. En het scheelde afrastering of toezicht door een herder
Al met al was het dus de eerste agrarische revolutie.

maandag 5 augustus 2019

bodemdaling

In de NRC van vanavond een paginagroot interview met Esther Stouthamer van de Universiteit Utrecht. Ze is fysisch geograaf en verdiept zich in bodemdaling. Ze legt uit dat we in Nederland niet 1000 jaar geleden zijn begonnen met ontwateren maar dat het ten tijde van de Romeinen al is begonnen. In 200 voor Chr zag je op een kaartje wel Rotterdam en Leiden, en het Groene Hart (de naamgeving is van heel veel later) en de rivierlopen van de Rijn (nu Oude Rijn) en de Maas. Die waren nog niet verbonden. Ertussen lag hoog- en laagveen, dat veel (regen)water bevatte. Dat hoogveen lag er als een bol bij, daar konden de rivieren niet overheen. Ze gingen er langs.
Maar 400 jaar later, in 200 n. Chr. het de Oude Rijn zich verlegd en zijn er twee zijtakken die daar op uitkomen: de Lek en Hollandse IJssel.
Dat is het bewijs (naast een paar archeologische vindingen van o.a. een klepduiker) dat er al aan ontwatering werd gedaan. Er kwamen ook meer zee-inbraken voor waardoor er sediment op het veen kwam te liggen waardoor het veen nog meer inzakte. En zo konden de Lek en de Hollandse IJssel over het veen gaan stromen. En al in 1122 werd de Lek de hoofdstroom en de Kromme Rijn afgedamd.

zaterdag 3 augustus 2019

Handy

Ik beschrijf mijn werk wel eens als research manager, maar daar moet je mee uitkijken, zo leid ik af uit de Bartleby column van The Economist van vorig weekend. In veel organisaties waarin mensen de belangrijkste input leveren, zoals universiteiten en advocatenkantoren, houden ze niet van die term. Daar zijn titels als rector, partner, director in zwang. Het gaat daar meer om leiderschap, het aangeven van de juiste richting voor de organisatie, dan om management. Leiderschap is ook te zorgen dat mensen van zichzelf leren.
Het blad komt met deze wijsheden door een interview met Charles Handy, de van Shell afkomstige management guru. De Ier (86) is door een beroerte getroffen en moest weer leren lopen, praten en zelfs slikken. Maar zijn waarnemingsvermogen is onaangetast. Hij observeerde in het ziekenhuis een trade-off: voor zijn revalidatie moest hij het bed uit en rondstrompelen. Maar voor de zusters was dat een probleem: hij zou kunnen vallen en zich bezeren, dat kost hun werk en ze worden er op aangekeken dus ze hielden hem liever in bed.
Hij heeft het nu dus gehad met de "curse of efficiency". Volgens Handy komt de vloek van de efficiency ook doordat managers meer van dingen dan van mensen houden. Daarom vindt men robots zo aantrekkelijk. Het verdingen van mensen begint met ze "human resources"te noemen.
Handy is dus kritisch geworden op het leren van leiderschap in de klas. Je leert dat vooral in de praktijk door wat ruimte te krijgen, Leiders moeten de kunst verstaan om verhalen te vertellen en een cultuur te creëren.Dat is wat meer dan een spreadsheet kunnen lezen.
En onderwijs en schrijven is vooral het aanboren van een Aha moment waarin je benoembaar maakt wat men al aanvoelde of wist.  Daar doen we het dan maar even mee. Gelukkig staat er niet ResearchER management op het visitekaartje. 
[De foto maakten we op een uitje naar Museum Voorlinden, aanrader vanwege een paar mooie tentoonstellingen en de tuinen van Piet Oudolf]

dinsdag 30 juli 2019

historie van de chemie

De geschiedenis van de chemie - daar hoor je toch zelden wat over. Gisteren kwam daar in de NRC verandering in. Een interview met Ernst Homburg wiens Hazardous Chemicals, - agents of risk can change 1800 - 2000 binnenkort uitkomt. Dan krijg je 500 pagina's met de biografien van een aantal chemische stoffen.
Dat ik het hier meld komt door het interessante intro van het artikel:begin 1900 was er in Europa glanzend groen (gifgroen?) snoep en gebak op de markt, gekleurd met 'Schweinfurter groen" (what's in a name). Dat is een giftige koper-arseen verbinding.
Soms bleef regelgeving achter door belangentegenstelllingen (volksgezondheid versus werkgelegenheid) maar soms ook door verschillende regelingsculturen in Europa. Zo was men in Frankriijk na de Franse revolutie liberaal en waren de uit dezelfde klasse afkomstige fabrikanten, wetneschappers en politici tegen regulering maar voor zelfregulering: als wetenschappers maar voor de juist info zorgden, kwam het goed. Hoe Amerikaans, zou je nu zeggen. In Pruisen ging men vanuit het idee dat het gevaarlijk is, wel voor een verbod.

In dezelfde NRC herinnerde columniste Louise Fresco ons nog even aan de alternatieve betekenis van de NL sticker op de auto in de jaren 50 en 60: Nur Limonade, de Duitse variant van Wel kijken, niet kopen  van de Nederlanders die hun eigen goedkope aardappelen mee op vakantie namen. Vanwege weerstand tegen vreemd voedsel (olijfolie!), maar -denkt de econoom-  omdat de aardappelen nergens zo goedkoop waren als thuis.

vrijdag 26 juli 2019

de Inca's: landbouw en handel

Terug naar A history of world agriculture van Mazoyer en Roudart. Ze hebben een interessant hoofdstuk over de ontwikkeling van het agrarische systeem bij de Inca's. Die hadden ook een centraal geleide staat (die dus makkelijk door de Spanjaarden omver te lopen was, je hoeft alleen de top onder de voet te lopen). Die was er niet zoals in Egypte voor de waterstaat, maar voor de handel: ze zorgde voor een stelsel van wegen en llama transporten. Want landbouw werd er op verschillende plekken en vooral verschillende hoogtes bedreven. Met specialismen tussen de gebieden (bovenin de Andes alleen vee op bergweides, wat lager de aardappelteelt etc). En dus was er handel. Wat nog een hele kunst is zonder schrift (wel konden ze met knopen aantallen vastleggen) en geen geweldig geldstelsel. Maar met een goed staatsapparaat met een "universiteit" in Cuzco. 

donderdag 25 juli 2019

het grootbedrijf en innovatie

The Economist besteedde afgelopen weekend aandacht aan innovatie in de verzekeringsbranche (run for cover, 207.2019). Met een mooie observatie waar de grote bedrijven mee kampen (en niet alleen in deze bedrijfstak, zo lijktt me) als het gaat om innovatie met bv. big data en AI.
Gezien het toezicht van de overheid en de gevreesde reputatieschade als algorimes etnisch of anderzins zouden profileren, is er een cultuur van voorzichtigheid. "Try not to change anaything, nor break things" zoals iemand observeert. Daar komt bij dat die grootbedrijven ontstaan zijn door tal van fusies wat geleid heeft tot tal van data-systemen die slecht geintegreerd zijn. Dat maakt het zelfs lastig om start-ups op te kopen en te integreren.
Wat je dan vaak ziet, zo constateert een waarnemer, is dat er in de strategie besloten wordt dat innovatie onderdeel van het DNA moet worden. Dat botst met de cultuur en dan is het maar het makkelijkst voor het maangement om een arm's length model te kiezen met een vrijplaats die andere regels krijgt (wel een koelkast met bier en een tafeltennistafel). Onder te titel Lab, Studio of Garage. Dat roept weerstand op bij de staande organisatie waarin minder wordt geinvesteerd en het rendement lager is. Dus not invented here processen rond de innovatie. Einde Garage / Lab.
Volgende fase is dan om het maar uit te besteden aan een venture fund, het zij een intern fonds dat extern investeert of via een onafhankelijk gemanaged fonds. Maar die zijn gericht op start ups (of misschien scale ups) niet op innovatie in het grootbedrijf.
In de verzekeringsbranche leidt het ertoe dat de innovatie nu deels gebeurt door herverzekeraars als Munich Re. Hoe herkenbaar is dit proces. En wat betekent het voor innovatiebeleid van de overheid ??

maandag 22 juli 2019

lange golven aan de Nijl

Terug naar A history of world agriculture van Mazoyer en Roudart. Ze hebben een interessant hoofdstuk over de ontwikkeling van het agrarische systeem in Egypte, afgelopen 5.000 jaar.  Egypte kende al snel een sterk centraal gezag dat nuttig was om de verdeling van het water over de boven stroom en de delta.
Maar dat ging gepaard met periodes van welvaart en vooruitgang (het oude koninkrijk, het midden-koninkrijk en het nieuwe koninkrijk) en perioden van chaos en teruggang (1e, 2e 3n 3e tussenliggende periode en de late periode vanaf de 26e dynastie tot de verovering door Alexander de Grote).
Een interessante hypothese is dat elk nieuwe hydrologisch systeem ook een ecologische crisis ingebakken had. Een nieuwe techniek was op een gegeven moment niet alleen aan de grens uitgewerkt (bv. omdat het water niet verder het land in kon worden gebracht) maar werkte ook niet goed meer omdat er nadelen aanzaten (zoals dichtslibben van kanalen door bezinking). Alleen een nieuwe 'basisuitvinding' met een nieuw hydraulisch systeem kon het de periode van stagnatie oplossen. De perioden van teruggang begonnen met een hydraulisch probleem dat de regels van het sociale systeem verzwakte en bestuurlijke organisatie aantastte. Belastingen werden moeilijker inbaar en daarmee kreeg het centrale bestuur het lastig. Dat gaf ruimte voor lokale krijgsheren om hun macht te versterken die zich meer bezighielden met opbouw van hun machtsbasis dan het hydrologisch systeem. Het leidde tot het opbreken van het centrale systeem in de 1200 km lange vallei in stadstaten. Met meer kans op invasies uit Libië, Nubië etc. Landbouw productie liep in zulke perioden terug, hongersnoden karakteristiek. De oorlogen tussen de stadstaten leidde ook tot veroveringen en samenwerkingen  tussen stadstaten en uiteindelijk weer een nieuwe centrale dynastie. Waarna het hydraulisch systeem in verbeterde vorm weer effectief wordt met een nieuwe periode van groei. (p.166).

zaterdag 20 juli 2019

lijstje: dinky toys

Het boek Tractor bevat ook orginele hoofdstukken over de toekomst van de tractor, en over speelgoedtractoren. Wat dit laatste betreft een lijstje van bekende merken:

  1. Dinky Toys
  2. Matchbox
  3. Corgi Toys
Sommige zijn geld waard, er zijn catologi en een blad Toy Farmer. Kijk op internet. 

donderdag 18 juli 2019

Lijstje: van trekpaard naar trekker

De grote verliezer van de overschakeling van paard naar tractor was de haverteelt. Zo lees ik in het boek Tractor. Het geeft ook een lijstje van de jaartallen waarin in een land het aantal tractoren voor het eerst groter was dan het aantal paarden:

  1. 1944 Verenigde Staten
  2. begin jaren 50: Groot Britannie
  3. 1965: Nederland en Zwitserland
  4. 1969: Belgie

woensdag 17 juli 2019

De opkomst van de tractor

De eerste tractor reed vermoedelijk in 1904 over een Belgische akker. Na WO I zorgen ruim 100 tractoren voor het ploegen en egaliseren van de velden die door de oorlog in een maanlandschap waren veranderd. Maar daarna bleef het apparaat een verwaarloosbare rol spelen, ondanks de belangstelling van onderzokers. De doorbraak kwam pas na WO II. De achtergrond daarvan is leerzaam, ook voor wie zich verbaast dat het met de drones en robots nu niet veel sneller gaat.
Allereerst was de techniek aanvankelijk lomp en het wendbare trekpaard bleef nodig voor het lichtere werk. Het eerste wat hielp was de komst van luchtbanden, waardoor het apparaat de weg op kon. De loonwerkers die met de grote dorsmachines van boer naar boer trokken en daarbij een stationaire losse motor gebruikten, begonnen zich nu van een tractor te bedienen.
Andere technische verbeteringen kwamn na WO II. Allereerst was er de komst van de dieselmotor die zuiniger en krachtiger was - vooral gepromoot door de Duitse tractorbouwers als Hannomag en Deutz in de jaren 30. Vervolgens brak de driepuntsheffing door, zodat machines niet meer getrokken maar gedragen werden. Met als voordeel een betere verdeling van het gewicht en daarmee meer vermogen. Ook die luchtbanden waren goed voor meer vermogen.
Het opvallende is, zo melden de auteurs van het boek, dat deze technische doorbraken pas kwamen toen de constructeurs inzagen dat een tractor meer is dan de vervanging van een trekpaard en dat je andere functionaliteit moest toevoegen dan alleen trekkracht.
Ook de in de jaren 30 ontwikkelde aftakas (veelal ten onrechte uitgesproken als afta-kas zo is mijn ervaring)  brak na WO II door. Daarvoor was normalisatie (dat noemen we nu standaardisatie) nodig van draairichting, snelheid, toerental en afmetingen zodat alle machines op alle tractoren pasten. Iets wat later ook bij hydrauliek zo spelen.
De echte versnelling kwam door de economie. Na de oorlog stegen de lonen snel. In Belgie nog meer dan in Nedeerland. Sociale zekerheid leidde tot meer loonkosten en dat werd het eind van het trekpaard. In Nederland waren de lonen in 1954 3,5 keer zo hoog dan in 1939. In Belgie 6,5 keer.  De arbeid verdween naar de industrie. De grote akkerbouwbedrijven in Wallonie, op zware leemgronden, met de industrie in Luik en elders niet verweg waren dan ook de eersten die massaal de tractor de hoeve binnenreden. De paardenknechten verdwenen en het akkerbouwbedrijf werd voorgoed een gezinsbedrijf.
Kleinere bedrijven volgden, vooral toen de Europese fabrikanten ook lichtere modellen (12 pk, 20 pk) gingen maken nadat voor de oorlog de zware tractoren uit de VS en Engeland, genaakt voor het grootbedrijf en de grote dorsmachines. En net als nu bij de elektrische auto's kwam er een versnelling door het totstand komen van een tweedehandsmarkt. In 1955 was ruim een kwart van de aankopen een tweedehandsje. Waarmee ook status een aankoop aantrekkelijk maakte: de modernisering werd gemeengoed.

dinsdag 16 juli 2019

De Belg en zijn tracteur

In april meldde ik al een wat zure recensie in de Volkskrant over het boek Tractor. Inmiddels ben ik er in begonnen. Een facinerend werk met inderdaad boeiend foto-materiaal. Een Vlaams boek over Belgie, dus fraai  Vlaams taalgebruik over de perfomantie van het tuig. En citaten uit het Frans worden niet vertaald.
Over taal gesproken: de auteurs suggereren dat wij in Nederland over trekker spreken en zij over tractor en (in het frans) tracteur. Maar ook in Nederland was bij mijn weten tot ver in de jaren 70 tractor dominant, en werd trekker aanvankelijk als wat volkser gezien. Morgen een stukje over de opkomst van het machien.