Gisteren was ik te gast in Dronten voor een groepsgesprek met het onderzoeksteam van de OECD dat een review doet van het Nederlandse plattelandsbeleid. Het bleek dat het team uit Parijs heel graag naar Flevoland wou kijken.
Waarmee ze zich een gecompliceerde case op de hals haalden. Temeer omdat ze gevraagd waren extra naar onrust en onbehagen te kijken. Waar een link ligt met het Rli advies Elke Regio Telt. Maar zo leerde het gesprek: juist de Flevolandse gemeenschappen zijn tamelijk weerbaar en de onrust valt wel mee: de polders hebben geleerd om gemeenschappen te bouwen in de pioniersgeneratie, met is opgegroeid met verhalen over verandering (en inlandse migratie van de familie) en waar voorzieningen zoals ziekenhuizen en cultuur van oudsher soms ontbreken, moest men er mee leven.
Tegelijkertijd is er nu een forse instroom en wordt er ook in dorpen gebouwd voor mensen van elders. Die vaak veel minder hebben met een rurale context, maar woonvluchteling uit de randstad zijn en soms klagen over woon-werkverkeer met de randstad. En de woningen voor Flevolanders minder betaalbaar maken. Maar heb je daarvoor plattelandsbeleid nodig? Misschien, maar dat heeft dan weinig met landbouw te maken. De provincie zet juist ook in op meer werk en andere voorzieningen: ze willen graag veel bouwen voor het land,maar dan ook een nieuw haven- en industrieterrein (is er), een volledige luchthaven (de defensiekant is rond), eeen kazerne etc. Wat dan wel tot onrust bij landbouwers leidt: worden we een soort Haarlemmermeer?
Zou meer verbinding tussen landbouw en de dorpen en steden helpen? Het leek een premisse bij de onderzoekers, die kritisch bejegend moet worden. Er werd op gewezen dat de landbouw bij uitstek high-tech en exportgericht is. Juist hier zien boeren zich als ondernemers. In de twee steden en een paar luxere grote dorpen zit wellicht wat koopkracht voor multifunctionele landbouw, en er is een problematiek van vrijkomende erven voor bedrijfjes en zorg, maar dit lijkt niet de meest voor de hand liggende streek voor een transitie naar lokaal-gebaseerde duenstenlandbouw. Dat heeft in Brabant misschien meer kans.
Plattelandsbeleid wordt hier al snel fietspaden en groenblauwe dooradering of subsidie op de beheerder van het dorpshuis. Althans die afdronk bleef bij mij achter. Enfin, een interessante sessie met een leuk weerzien van oude bekenden.













