vrijdag 10 april 2026

Varkensflat

 In het Chinese provincie Hubei staat een varkensflat met 26 verdiepingen. zo lees ik in The Economist van 28 maart. Een hoogstandje van agrarische industrialisatie, hoewel je het volgens het blad niet over dierwelzijn moet hebben. Aanleiding voor het artikel is de overproductie van varkensvlees in China. Na de afrikaanse varkenspest in 2018-19 is de bedrijfstak sterk uitgebreid. Terwijl zelfs de Chinese consument zich overvoerd wordt door zijn geliefde varkensvlees, en af en toe kip of vis prefereert. De consumptie loopt erug.  De grote bedrijven kijken nu naar nieuwe kansen, zoals de bouw van een varkensflat in Vietnam. 

Nooit geweten trouwens dat het teken voor (t)huis (home) in het chinees een karakter is dat een varken onder een afdak voorstelt. Het goede leven stond gelijk aan varkensvlees op tafel. 

donderdag 9 april 2026

de historie van Farm Management Surveys


 Nog 1 nabrander uit Oxford. Er was een interessante sessie over de historie van data uit Farm Management Surveys, wat we nu FADN of Bedrijven-Informatienet noemen. Een panel van bedrijven waar wetenschappelijke instituten en (in Engeland) universiteiten data verzamelen om het beleid door te rekeken en boeren van goede informatie te voorzien. In Nederland startte dat in 1940 met de oprichting van het LEI, maar ook hier liep het land niet voorop. De Engelsen waren eerder, en het idee komt uit Zwitserland waar het vlak na 1900 werd bedacht. Dat wist ik niet. Het leverde een mooie verwijzing naar een paper van de auteurs op. Paul Brassley et al publiceerde er over in de Agricultural Historical Review van 2013. Hier is de link

dinsdag 7 april 2026

marginaal en gemiddeld

Nog een laatste berichtje naar aanleiding van de AES conferentie in Oxford. De laatste plenaire presentatie was van prof. Thomas Hertel (Purdue), die zijn sporen heeft verdiend met internationale handelsmotellen (GTAP). Hij berichtte nu over zijn ervaringen met het koppelen ervan aan bio-fysische modellen.  Hij vond dat economen die projecten vaker moeten leiden, omdat bio-fysici het gedrag van producenten en actoren sterk onderschatten. 

De basis voor veel modellen rond landbouwproductie is een curve die aangeeft dat de eerste kilo's kunstmest (of een andere input) wonderen doen, het effect is groot. Dat geldt niet voor de laatste (marginale) kilo die wordt gestrooid. Maar dat betekent dus ook dat als je in een bedrijf / gebied / ;and met een hoog gebruik een paar kilo weghaalt (bv. vanwege milieuvervuiling) en dat in een ander gebied gebruikt waar weinig werd gebruikt, het effect eerder productie-verhogend dan productie-verlagend is.  Vaak kijken mensen teveel naar gemiddeldes: als de productie per kilo / hectare in een land hoog is en elders laag, dan concluderen ze dat verschuiving slecht uitpakt omdat je de meest efficiente producent aanpakt. Dat leidt tot zware overschatting, zo liet de spreker zien, van arealen woeste grond die ontgonnen moeten worden als je in andere regio;s productie verminderd (voor woningbouw of bos of biologische productie). 

In werkelijkheid zal door een vermindering van productie op een groot areaal intensief gebruikte grond leiden tot een prijsstijging die heel veel anderen aanzet tot net wat meer produceren (omdat meer inputs nu rendabel zijn) en zullen sommige consumenten switchen.  Spreker was voornemens nu ook nog te gaan koppelen met individuele bedrijfsgegevens, omdat er binnen landen een enorme spreiding in efficiency en resultaten is. De slechtste producent in regio A is niet beter dan de beste in regio B, zo gezegd.

Boeiend betoog, Amerikaans goed gepresenteerd.

vrijdag 3 april 2026

Prettige Paasdagen

 


Landbouweconomen en polarisatie

Een congres van de AES is ook aanleiding voor een toespraak door de president van de Society, die bij de AES een jaar in functie is, vooral als boegbeeld. In Oxford gaf Alan Matthews de lezing, in aanwezigheid van de Princess Royal. Die ook zelf nog even sprak over haar boerderij met zeldzame rassen, goed graszaad en het Britse klimaat.
 Het presidential address ging vooral over de rol van de landbouweconoom in het huidige tijdsgewricht van misinformatie, wegzakkend vertrouwen in wetenschap en polarisatie. Hoe blijf je dan een 'trusted broker'.  Verdiep je vooral in de verschillende standpunten en vooral de achterliggende waarde- en geloofsystemen (beliefsystemsn), zo pikte ik op. Spreker sprak van 3 ontologien. Een beetje vertaald naar de Nederlandse wereld:
* voedselproducenten die het hebben over technologische innovatie, dynamiek, efficiency, schaalgrootte e.d.
* plattelanders die het hebben over leefbaarheid, streek-identiteit, de menselijke maat
* natuurliefhebbers die het hebben over ecologie, planetaire grenzen
Zo je wil profit, people, planet. En ze hebben een verschillende kijk en waardering voor beleidsinstrumenten. Neem emissierechten: de eerste groep vind dat wellicht een slimme methode om vervuiling te beprijzen, de tweede groep vreest dat de kapitaalkrachtigste wint, de derde dat een recht op vervuiling niet mag bestaan, wie al zo lang vervuilt moet niet worden beloond. Wees je daarvan bewust en verdiep je in die gedachtenkronkels, zo noteerde ik na de lezing. 

woensdag 1 april 2026

Bio in Oxford

 Nog een berichtje over de de AES conferentie in Oxford, vorige week. Een van de sessie ging over onderzoek in de biologische landbouw. Er ontspon zich een discussie of je biologisch geteeld (en gecertificeerd) ook als zodanig zou moeten vermarkten. Aanleiding was de constatering dat bio in de wet is gedefinieerd en daarom een makkellijke bedrijfsvoering om rond bv. natuurgebieden of in waterwingebieden voor te schrijven door de overheid of een andere grondbezitter.  Maar misschien is er ter plekke helemaal geen afzetketen en markt. En wordt de boer betaalt via een landschapsbeheercontract of wordt zijn grond afgewaardeerd (als de bio-verplichting tot lagere grondwaarde leidt).  Iemand merkte op dat de prijspremie voor bio vaak wordt geinterpreteerd als een vergoeding voor lagere kg-opbrengsten, maar het is deels ook een vergoeding voor extra marktinspanningen met duurdere logistiek e.d.  

maandag 30 maart 2026

consumententrends bij AES

 


Tot de interessante plenaire papers van het AES congres in Oxford hoorde de presentatie van prof. Jill McClusky (Washington State) die de ontwikkelingen in de voedselmarkt voor consumenten op een rijtje zette. Met natuurlijk wat nadruk op de VS. Het lijkt erop dat er een tweedeling gaande is. The Economist noemde het onlangs 'K-shaped'. Aan de ene kant een groep rijkere consumenten die voor kwaliteit, service.  gezond en duurzaam gaan. Labels helpen, hypes zijn legio. En anderzijds een (grote) groep die de eindjes aan elkaar moet knopen en gaat voor goedkoop wat veelal ook ongezond is - en de ziektekosten opjaagt.

zondag 29 maart 2026

100 jaar AES gedocumenteerd.

Het 100-jarig bestaan van de AES werd in Oxford gevierd met o.a. een mooi boek over de geschiedenis van de Society. David Stead schreef A centenary history of the Agricultural Economics Society. Met natuurlijk ook aandacht voor het ontwikkelen van het blad Eurochoices, waarvan we het 25-jarig bestaan vierden met een sessie. Zodat ik als voorzitter van de stuurgroep ook nog in het boek voorkom, een leuke bijkomstigheid.  Het boek is uitgegeven bij Palgrave MacMillan.

vrijdag 27 maart 2026

Terug uit Oxford

Het was hier even rustig. Ik zat in Oxford, waar de Agricultural Economic Society zijn 100 jarig bestaan vierde met een lustrum congres. Een weerzien van vele oude bekenden en een update van wat de professie bezig houdt. We zaten in Wadham college (ooi in de 16e eeuw gesticht door een grootgrondbezitter) en het bezoek aan de stad was een goede aanleiding ook wat andere locaties te bezoeken. Harry Potter, Alice in Wonderland en inspector Morse trekkenals virtuele personages heel wat publiek. Wij kregen bezoek van Her Royal Highness, the Princess Royal (Prinses Anne, de zus van koning Karel III), die een leuke toespraak gaf en natuurlijk de kwaliteiten van haar zeldzame rassen op haar bedrijf en het belang van goed gras te berde bracht. Komende dagen wat inhoudelijke impressies. 

donderdag 12 maart 2026

immigratie in de VS

 We gaan op naar 250 jaar Verenigde Staten. Ik verzamel wat feiten die misschien nog eens van pas komen in een feestcolumn. Leverancier is o.a. The Economist, die in aanloop naar 4 Juli op onnavolgbare Engelse wijze de geschiedenis van het land opdist.

Zo stroomden in de jaren 1840-860 de mensen toe. Er kwamen 4 miljoen mensen naar Amerika. Dat was een kwart van de bevolking in het start jaar. Het waren vooral Ierse en Duitse katholieken, die de Engelssprekende protestanten soms deden protesteren.  Populisten verspreiden geruchten en complottheorieën.  Toen ook al, dus. 

maandag 9 maart 2026

Travaljes

 Nog een boekrecensie uit het blad Zeeland van het KZGW.  Over travaljes. Dat zijn die houten stellages die je soms in een dorp nog ziet voor het pand van een oude smederij. Daarin werd een paard geparkeerd zodat de smid, tevens hoefsmid, de hoeven kon bepakken en nieuwe hoefijzers kon aanbrengen, zonder teveel gevaar te lopen dat het paard sloeg. Het nederlandse woord is overigens Hoefstal (nooit geweten), maar in het Zuidwesten heten ze travalje.  Op Schouwen-Duiveland (o.a. Dreischor) staan er een paar die rijksmonument zijn.

De hoefstallen werden steeds zwaarder gebouwd na de komst van  het Belgische trekpaard. Het steeds meer bestraten van wegen leidde ook tot sneller slijten van de hoefijzers. Ook opvallend feitje: voor de oorlog had Zeeland op elke 7 a 8 inwoners een paard. 

Voor wie er in geintersserd is: Nel Prins-Senier, Dingeman de Feiter, Jan Zwemer m.m.v. John van Haver: Travaljes in Zeeland - Geschiedenis van een beeldbepalend erfgoed.  Goes (Het Paard van Troje)., 2025

zondag 8 maart 2026

Toorop en Domburg

Een andere culturele fascinatie van deze blog is de kunstenaarskolonie van Domburg, begin 20ste eeuw. Omdat Marie Tak van Poortvliet daar een belangrijke rol speelde en ook een van de eerste (of de eerste?) bio-dynamische boerderij stichtte. Leidende kunstenaar in die kring was Jan Toorop, over wie er nu een expoistie in Singer in Laren is. Toorop stond zo'n beetje tussen van Gogh als voorgander en Piet Mondriaan als volgende generatie (die ook in Domburg kwam).. Toorop kwam van 1896 to 1922 jaarlijks op zomervakantie naar Domburg. 

En zo bereikte de expositie ook de nieuwste uitgave van Zeeland, het blad van het KGZW. Daarin bespreekt Mario Molegraaf (geen liefhebber van onwetenschappelijke esoterische zaken zo lijkt het) boek en expositie. De curator probeert een nieuw licht op Toorop te werpen door zijn indo-achtergrond centraal te stellen, die is na WO II blijkbaar nogal verdoezeld.  Molegraaf schrijft hoe "Rond 1900 raakten her en der in Europa kunstenaars en schrijvers in de ban van het occulte, een maffe mengeling van vegetarisme, sociale bewogenheid en spiritisme".  Daarin past wel het beeld van een Javaan, zo lijkt me. Toorop zou zich vervolgens op het katholicisme werpen. Ik wist overigens niet dat hij ook Arthur van Schendel, de auteur, in Domburg had geportretteerd. 

zondag 1 maart 2026

Het Podium en Het Dorp

 Deze blog heeft een zekere fascinatie voor het lied Het Dorp van Wim Sonneveld. Het overlijden van Jan Huydts werd vandaag gemeld door de NOS. Hij was de pianist, eerst van Toon Hermans en toen ook van Wim Sonneld. En speelde ook piano op Het Dorp.  Voor Podium Klassiek was het vanavond aanleiding het lied opnieuw live te laten opvoeren, nu met pianist Cor Bakker. Een mooie uitvoering, maar wel storend dat de achtergrond niet klopte. Ik zag vooral oude pandjes aan een gracht, met zelfs een boot onder zeil op dit oude schilderij. Het lijkt me sterk dat dit een beeld van Deurne was. In ieder geval geen zandweg tussen koren door of tuinpad van mijn vader. De NOS heeft het overigens over een opname uit 1969. Zou kunnen, maar de vertaling van Verhagen alias Wiegersma is van 1965, het kwam al eerder op een B-kantje van een single uit en de grote hit was in 1974.

zaterdag 28 februari 2026

Grootbrondbezit

 In onzekere tijden is grond het goud van de landbouwsector, zo stelde een makelaar pas. Ook overtollig kapitaal uit de rest van de economie vind soms zijn weg naar landbouwgrond. In Duitsland heeft de familie die ooit ALDI heeft opgericht (en daar nog aan de touwtjes trekt)al in 2020 een akkerbouwbedrijf van 6.000 ha gekocht, zo meldden de media. Ze hadden er toen al een van 3.000 ha en zijn nu de grootste akkerbouwer van Duitsland. Overigens vooral voor belegging, niet om de groentes voor het schap te telen, zo denk ik. 

Inmiddels is er een Australische investeerder die 20.000 ha gekocht heeft, althans een controlerend belang in de DAH Groep (november 2025). Misschien daarmee wel de grootste is. Twee dingen lijken na de Aldi aankoop in 2020 veranderd: de schaalgrootte gaat blijkbaar ook aan de bovenkant door. Schaalvoordelen van lagere kosten lijken er dan niet meer, mogelijk zijn wel de financieringskosten zo lager. En meer dan toen bemoeit nu de politiek zich er mee. Strategische auttonomie is een thema. Hoewel Australie een bevriende natie is en je grond niet makkelijk meeneemt. Volgens links is er sprake van uitverkoopt door de Heimat van de Boden 

zondag 22 februari 2026

ENCK

Enigszins in de herinnering (althans in de mijne) weggezakt is het feit dat in Vlaardingen de Eerste Nederlandse Coöperatieve Kunstmestfabriek actief was.. De boeren in Zuidwest Nederland kochten eind 19e eeuw vooral stikstofmeststoffen en superfosfaat, kortweg super, aan. Dat was goed oplosbaar in bodemvocht en zorgde dat de planten fosforzuur konden opnemen. In het begin werd er door de handel veel gesjoemeld met de kwaliteit en vanaf 1882 was dat door de Rijksproefstations te controleren. Boeren vormden aankoopverenigingen, die van Aardenburg staat (niet geheel terecht) bekend als de eerste. De plaatselijke hoofdonderwijzer, ook wandelleraar van de ZLM, George August Vosterman van Oyen. later ook lid van Provinciale Staten en de Tweede Kamer, was daar de drijvende kracht (1878). De boeren konden profiteren van de concurrentie tussen de fabrikanten, waaronder enkele Nederlandse bedrijven met een grote industriële opzet. Tot de Nederlandse en Belgische fabrikanten afspraken gingen maken die inhielden dat ze de aankoopverenigingen onderling verdeelden en voor de show wel inschreven, maar net wat boven de afgesproken prijs. Het kwam aan het licht doordat sommige agenten of commissionairs trots waren dat ze konden voorspellen wie de order zou binnenslepen en daar over opschepten. In 1903 nam de secretaris van de aankoopvereniging Wolphaartsdijk, de lokale onderwijzer, een poging om een coöperatieve fabriek op te zetten. Dat mislukte, maar leidde wel tot prijsdalingen van de geschrokken fabrikanten. In 1915 fuseerden de 'speculatieve' fabrieken tot de Vereenigde Chemische Fabrieken en door de oorlog wa ook deimport uit Belgie weggevallen. De prijsstijgingen waren aanleiding de plannen weer uit de kast te halen. Onder leiding van Pieter Lindenbergh werd in 1916 de Zeeuwsche Cooperatieve Kunstmestfabriek opgericht. Die zou in Vlissingen moeten komen, maar gelijktijdig was er onder leiding van Douke Kloppenburg ook een initiatief in Friesland ,Groningen en Drenthe voor een fabriek in Delfzijl.  Op aandringen van de DG van Landbouw (Petrus van Hoek) kwam het tot samenwerking. In het voorjaar van 1917 werd de Eerste Nederlandsche Coöperatieve Kunstmestfabriek opgericht met als leden de twee regionale coöperaties. Een topcoöperatie dus voor 9.000 boeren, goed voor 45.000 ton product. De fabriek kwam in Vlaardingen aan de Nieuwe Waterweg.  De VCF probeerde het nog op een akkoordje te gooien en de bouw te voorkomen, maar vond de eis van de boeren om tegen kostprijs te leveren niet acceptabel. 

De fabriek kwam in 1921 in productie en had een capaciteit van 200.000 ton, de grootste van Europa. En een van de grootste coöperatieve bedrijven van Nederland. Kloppenburg werd voorzitter en gedelegeerd bestuurder die directeur Bakema terzijde moest staan. Dat bleek geen succes., beiden waren niet erg rolvast en bemoeiden zich met het werk van de ander. In 1922 werd Kloppenburg gewoon bestuurslide en Lindenbergh voorzitter. En er kwam een ander gedelegeerd bestuurslid. Een van de problemen was dat de fabriek grootschalig was opgezet om de kostprijs laag te houden, maar daardoor veel meer produceerde en moest verkopen dan de leden nodig hadden. Dat schuurde in de cooperatieve opzet. In 1924 was de fabriek voor tweetende "speculatief".  Een van de klanten was het Centraal Bureau (later Cebeco) dat voor andere aankoopverenigingen en coöperaties inkocht. Dat gaf tegengestelde belangen in de coöperatieve familie. Waarbij de ECNK veel moest overleggen met de boeren via de twee lid-cooperaties.  Op de duur zou het cooperatieve karakter van de ECNK verdwijnen. Hydro Agri zou er  in 1990 het boekje Windemill wiken naar de wind gekeerd - van boerencooperatie naar internationale organisatie aan wijden.