vrijdag 31 augustus 2007

grondprijzen in Alanya

Is er iemand onder de lezers die verstand heeft van de prijzen van landbouwgrond aan de Turkse kust? De NRC van 30 augustus had een verhaal over Nederlanders die zich voor hun pensioen aan de Turkse kust hebben gevestigd. Dat begon met een alinea die me intrigeert.

De journalist meldde dat Turkse vrouwen langs de kust puisant rijk zijn geworden terwijl hun broers wat verder van de kust voortploeteren op hun akker. Reden: bij de erfenis kregen de vrouwen de laagwaardige verzoute landbouwgronden langs het strand, de broers hielden de goede landbouwgrond aan de voet van de bergen. Toen kwamen de projectontwikkelaars, en nu zijn de vrouwen in goede doen. Prachtige intro, zo'n ironische loop van de geschiedenis.

Maar is dat echt zo? Dat die broers nog boeren geloof ik wel, maar zou het niet op heel dure grond zijn? In Nederland stijgt in zo'n geval de grondwaarde tot kilometers in het achterland, omdat ook daar vroeg of laat gebouwd zal worden, als was het maar voor de rijker geworden eigen bevolking. En in gebieden als Las Vegas, waar weinig ruimtelijke ordening is en ruim gebouwd wordt, zie je de urban sprawl ook over grote afstand. Ik kan me dus haast niet voorstellen dat het in Alanya alleen de 500 meter langs het strand is, dat in waarde stijgt en daarnaast helemaal niet. En ook niet dat de ouderlijke bedrijven kilometers lang waren zoals in het Oldambt. Maar je weet nooit. Wie kent de situatie ter plekke en kan het bericht in de NRC bevestigen met wat prijzen?
de eigen foto is niet uit Turkije (staat nog op het lijstje, maar niet Alanya) maar uit Domburg

donderdag 30 augustus 2007

quiz time

Als een boer een ton van zijn eigen vermogen in zijn bedrijf investeert, dan is dat niet gratis. Hij had dat geld ook op de bank kunnen zetten, en dan bv. 4% rente ontvangen. Dat is de opportunity cost, in dit geval dus 4.000 euro per jaar. De opportunity cost van een activiteit is de waarde van alles wat je op moet geven om die activiteit te ondernemen.

Simpel concept, het is niet moeilijk om econoom te zijn. Hoewel: het wordt al wat moeilijker als het om de eigen arbeid gaat. Bij kostprijsberekeningen nemen we dan even makkelijk het CAO loon, maar sommige boeren hebben dat alternatief helemaal niet. Als er veel werkeloosheid is, of je bent 58 en maakt geen enkele kans bij een sollicitatie bij de plantsoenendienst, dan ligt je opportunity cost veel lager. Dat is trouwens een van de reden dat oudere ondenemers rustig doorboeren en niet stoppen, los van allerlei vermogenstechnische, sociologische, antropologische en psychische redenen, maar daar zitten we hier niet voor.

Test
Om even te testen of je het concept echt begrepen hebt hier een geweldige testvraag, die goed wordt beantwoord door 7,4% van de studenten die de introductie cursus economie doen (je kunt die cursus dus beter niet volgen en gewoon wat gokken, een beetje informatie is erger dan geen informatie):

Je hebt op naam een gratis toegangskaartje gewonnen voor een eenmalig concert van de Rolling Stones in de Arena, dat je niet door kunt verkopen.
Alleen was je van plan deze avond naar het eenmalige reunieconcert van ABBA te gaan. Je zou zelfs wel 50 euro voor zo'n kaartje over hebben, en voor 40 euro heb je er al eentje.

Wat is de opportunity cost van je bezoek aan de Rolling Stones????? Is dat nul, 10, 40 of 50 euro?

Antwoorden (die op internet zijn terug te vinden voor de zoekers, binnenkort een geweldige site over dit onderwerp) in de reacties hieronder.
[Ter toelichting voor Matthijs en anderen: klick hieronder op "0 reacties" en je krijgt een schermpje om je antwoord te geven. Dan moet je een lettercombinatie overtypen die checkt dat je een mens bent en geen machine en dan kun je afsluiten]

woensdag 29 augustus 2007

actuele debatten

In de NRC heeft de Kleine Aarde gepleit voor regionalisering van de voedselvoorziening. Dinsdagavond schreef Jan A. Schulp daar een uitstekend weerwoord op onder de titel 'Wie verlangt er naar De Aardappeleters'. Een goede economische analyse van een bioloog waarin de uitvoerbaarheid van een beleid wordt afgeserveerd dat tegen consumentenwensen ingaat, veel minder en ongezonder voedsel produceert, risicovol is omdat je bij misoogsten niet kunt importeren en fysiek zware arbeid oplevert.

Interessant was ook het debat maandagavond op TV bij Netwerk over de export naar Ghana van pluimveevlees dat hier als inferieur wordt ervaren (vleugels, poten) en daar de locale producenten het brood uit de mond stoot. Dat ligt natuurlijk gevoelig: het gaat om eten, de 'kippen-industrie' staat hier ten lande toch al niet als de meest duurzame bedrijfstak bekend, creeren we zo daar geen werkeloosheid die we juist met de ontwikkelingshulp proberen op te lossen, en het woord 'dumping' valt ook al onmiddelijk, terecht of niet. En dan was er nog een bijrolletje voor het IMF dat de Ghanese regering adviseert / dwingt tot vrijhandel.





Ik moest even denken aan een trip die ik 25 jaar geleden naar West-Afrika maakte en met een daar werkzame vriend bij een lokaal stamhoofd werd ontvangen. De Chief zag ons als belangrijke mensen en bood me naar locale traditie de beste delen van de kip aan. Ik was liever niet vooraf geinformeerd welke delen dat waren (iets van de maag en strottehoofd als ik me goed herinner, zeker geen filet). Waaruit ik twee dingen leerde: transparantie heeft zijn grenzen en 'wat het beste' is, is cultuur bepaald.

Een aantal ontwikkelingsspecialisten was er maandagavond als de kippen bij om voor de cameras te verklaren dat het hier om dumping ging, dat dit niet kon en zelfs dat de consument in Nederland maar minder kip moest kopen. Alsof er dan minder export naar Ghana plaats zal vinden. Niemand vertelde dat hij of zij door de Ghanese ambassade was belobbied voor actie. De Nederlandse staatssecretaris kwam met een m.i. juiste reactie: wij gaan daar niet over, als de Ghanezen hun invoerrecht willen verhogen (of in de Ghanese markt Ghanese in plaats van Hollandse producten willen kopen) hebben ze daar het volste recht toe en het is niet aan ons dat even bevoogdend te beslissen.

En blijkbaar laat de Ghanese regering zijn oren hangen naar de (stedelijke) bevolking die de kipdelen koopt, niet naar de producenten (die me voor Afrikaanse omstandigheden ook niet echt klein en arm overkwamen). En hij wees er nog even op dat Ghana inmiddels wel fruitsalades met ananassen naar Nederland exporteert (mede dankzij een project waaraan ook het LEI nog heeft bijgedragen als ik me goed herinner).

Zie hier de markt aan het werk: zij specialiseren zich in ananassen en fruitsalades, de Brazilianen en Nederland in pluimveevleesdelen. Bijna iedereen blij, behalve producenten die moeten omschakelen. Dat is nooit makkelijk, gaat gepaard met moordende concurrentie en kan tot tijdelijke werkeloosheid leiden. Sommige ondernemers trekken het zich zo persoonlijk aan, dat er aan onderdoorgaan. Het kan er toe leiden dat een beroep in een land verdwijnt. Wij hebben geen lantaarnopstekers meer (verouderd) en geen vliegtuigbouwers (naar Frankrijk en de VS verdwenen, bij mijn weten). Maar door de toegenomen welvaart zijn er weer allerlei nieuwe beroepen (van videojockeys tot mobiele telefoon software programmeurs). Probleem is dat een belangrijk deel van die beroepen van de toekomst nu nog niet bekend is. Hoewel dat voor Ghana nog wel te voorspellen is. Het had de TV documentaire gesierd als ze ook een Ghanese official en zoiets als een Ghanese consumentenlobby hadden geinterviewd waarom er geen invoertarief wordt ingesteld.

De foto is een still uit de film Our Daily Bread
J.A. Schulp: wie verlangt er naar De Aardappeleters?, NRC 28.7.2007

dinsdag 28 augustus 2007

mobiliteit toch een issue?

Van de week suggereerde ik hier dat weinig mensen zich nog druk maken over het probleem van de (ontbrekende) mobiliteit in Nederland, maar dat had ik misschien toch mis. Ik begrijp dat de Telegraaf er een aantal ochtenden zijn chocoladeletters op de voorpagina aan besteedt.

Het toppunt lijkt me dat nu ook de benzinepomphouders zich er mee gaan bemoeien: ze zeggen schade te hebben van de files en willen dat van de overheid vergoed zien. Gekker moet het niet worden, ik zie bij files altijd veel mensen afslaan voor koffie en ijs (en om langs het tankstation heen te sluipen en zo wat autos in te halen). En door de files wordt er meer benzine verbruikt, en dus verkocht.

Maar, zo legde een meneer van de belangenlobby Beta op BNR uit: niet bij de pompstations langs de weg. Er komen per uur minder mensen langs, en de mensen die laat zijn door de file tanken later elders (ik dacht nog dat de mensen tankten als de bezinemeter op rood staat), maar bovenal: kopen geen koffie en broodjes worst want ze willen tijd inhalen.

En hier zien we het onverwachte effect van de ontwikkeling van het tankstation: eerst deden ze je tank vol met benzine, toen mocht je het zelf doen want dat was goedkoper, vervolgens gingen ze er snoep en broodjes en later nog veel meer bij verkopen, en nu moeten ze het hebben van de winkel en cafetaria-omzet en mag je er als je dat wilt ook nog benzine bij nemen. En zulke winkels hebben last van files, zelfs zoveel dat dat beetje extra benzine bij de collega om de hoek de branchevereniging er niet van weerhoudt schadevergoeding te gaan eisen.

Interessant mechanisme voor iedereen die geinteresseerd is in terugkoppelingsmechanismes in ons maatschappelijk systeem en de transities daarin. Ik hoop dat het in de modellen voor mobiliteitsscenarios zit.
De foto toont wat verkeersstromen in Portland, OR.

lijstje: beleidsparadigma's voor de landbouw

De lopende, wereldwijde discussies over de relatie tussen landbouw en overheidsbeleid kent vier met elkaar concurrerende beleidsparadigma's, zo stelden William Coleman, Wyn Grant en Tim Josling in hun boek Agriculture in the New Global Economy (Edward Elgar, 2004):

  1. een afhankelijkheids paradigma (dependent paradigm): landbouw is een breekbare bedrijfstak, die beschermd moet worden van buitenlandse concurrentie, ook om zelfvoorziening van voedsel te garanderen.

  2. een concurrentie paradigma (competitive paradigm): landbouw kan de concurrentie wel aan en handelsvrijheid moet bevorderd

  3. een multifunctionaliteits paradigma (multifunctionality paradigm): landbouw is er om publieke goederen zoals landschap, en milieubeheer te produceren, naast voedsel

  4. een wereldwijd productie paradigm (globalized production paradigm): landbouw is een onderdeel van een productieketen (supply chain) die internationaal van karakter zijn.

Persoonlijk lijkt me het vierde het meest recht doen aan de werkelijkheid en economisch ook de meest welvaartsgenererende (wat niet wegneemt dat er soms locaal ook goederen uit het derde paradigma te produceren zijn). Maar er zijn anderen die andere keuzes voorstaan.

maandag 27 augustus 2007

Kennis maken met de toekomst

De toekomst is grotendeels onvoorspelbaar, althans op lange termijn, maar je kunt wel proberen gezamenlijk beelden uit te wisselen van hoe het zou kunnen gaan, en wat we voor kennis we dan missen. Of je nu de uitbreiding van Almere ontwerpt (en iets met stadslandbouw wil doen) of de toekomst van de veevoersector. Bij WING process consultancy in Wageningen verscheen daarover een leuk boekje: Kennis maken met de toekomst - omgevingsscenario's en de articulatie van nieuwe kennisvragen. Als opdrachtgever van het project ben ik bevooroordeeld, maar: van harte aanbevolen, en pas de methodiek toe - het werkt echt!

D. Brunt, J. Tersteeg, P. Berkhout, P. Ravensbergen, P. Luttik: Kennis maken met de toekomst, WING Process Consultancy, Wageningen, 2007

boer en belastingen

Belastingen en boeren zijn twee werelden. Boeren hebben nu eenmaal een opleiding gekozen om planten te telen of vee te houden, niet om belastingdeskundige te worden. En al helemaal niet om belasting te betalen, zelfs niet bij een hoog inkomen, zo suggereert recent onderzoek o.a. in kringen van de OECD. Maar een modern ondernemer hoort wel enige basiskennis van belastingen te hebben en vooral van de wijze waarop hij er in zijn bedrijf zijn voordeel mee te kunnen doen. Of miminaal om zinvol met zijn adviseur te overleggen. Juist om bij een hoog inkomen niet teveel te betalen.

Daartoe hebben twee van die adviseurs nu een goed leesbaar boekje geschreven: Boer en belastingen - fiscale aspecten van de landbouw. Een oude bekende, de directeur van de GIBO Groep, Fried Frederix, stuurde het me toe. En een van de auteurs, Peter Ceelen is een oud-dorpsgenoot die ik tot mijn genoegen ook van tijd tot tijd in het landbouwwereldje mag ontmoeten. Mogelijk moet je mijn oordeel dus met een korreltje zout nemen, maar ik vond het interessant om te lezen. En goed leesbaar voor een niet-deskundige met leuke voorbeeldjes.

Economen zijn nogal eens kritisch over het hele vak van belastingrecht omdat het een dienstverlening is die op nationale schaal niet zo heel veel lijkt toe te voegen. Het lijkt vooral een spel om te zorgen dat een bepaalde persoon of beroepsgroep niet te veel betaalt. Nu is de essentie van economie juist dat mensen met elkaar 'spelletjes spelen' dus moet je juist als econoom ook niet al te raar staan kijken bij zulke games. Het deed me deugd dat de auteurs in hun voorwoord dan ook stellen: "Fiscaliteit is een spel. Maar om het spel goed te kunnen spelen is een goede kennis van de regels noodzakelijk". Ondernemers die de klok zelf een beetje willen laten luiden (om de auteurs nogmaals te citeren), lezen dit boek.


P.H.M. Ceelen en E.H.E.F. Sloot: Boer en Belastingen, SDU Amersfoort, ISBN 978-90-6476-162-1

zondag 26 augustus 2007

veehouderijproducten en milieueffect

Van het Ministerie van VROM kreeg ik afgelopen weken een boekje toegestuurd met het verslag van de "Debattenreeks 2006/2007 Toekomstagenda Milieu". Ik blogde al eens eerder over de bijeenkomst waaraan ik heb meegedaan: De landbouw verandert: milieueffect voedsel
Het is een nuttig en openhartig boekje. Er staat een goed verhaal in over succesvolle beinvloeding van de EU agenda: we doen dat vaak goed en krijgen 85% van onze punten er door, zoals bij de Bodemrichtlijn, maar zeuren dan vooral over die andere 15% en ook nog op onprofessionele wijze zodat we in Brussel niet begrepen worden en hier de invoering problematisch laten worden.
Verder natuurlijk een transitieverhaal van Jan Rotmans die denkt dat de duurzaamheid van "onderstroom naar draaggolf" gaat. Ik help het hopen, maar rond bijvoorbeeld mobiliteit is het ei van columbus richting consumentengedrag nog niet gevonden of ziet hij dan iets wat ik niet zie. Het lijkt er volgens mij eerder op dat we een deel van de files hebben geaccepteerd want je kunt nu toch prima bellen en internetten in de file en verder blijven we onze hoop zetten op technische aanpassingen zoals elektrisch, minder CO2 uitstoot etc. Lijkt me overigens niets mis mee. Ik hoor op feestjes mensen nog wel praten over duurzamer eten maar niemand over mobiliteit, zelfs laat komen door file is geaccepteerd.
Wat betreft de landbouw constateert het boekje dat dit land 3 sterke sectoren heeft: chemie, water en landbouw. Maar met landbouw is er wel veel mis uit duurzaamheidsoogpunt. Niet alleen staan de Peel en de Gelderse Vallei in de top 6 van gebieden met ernstige milieuproblemen, voor een aantal veehouderijproducten geldt ook dat de consument per bestede euro veel milieuproblemen koopt of veroorzaakt.
Het boekje bevat een grafiek uit een TNO onderzoek (EIPRO studie) waarin de op een horizontale as alle consumentenbestedingen staan, teruggebracht tot 100% of 1000 euro. Melk, gevolgte (van de gekweekte soort), kaas en vlees maken daar zo'n 5% of 50 euro vanuit. Alle producten zijn gerangschikt naar oplopende milieu-impact, bij wijze van spreke ook van 0 tot 100. En dan staan genoemde vier producten achteraan in de hoek: tussen 93 en 99: veel impact per euro.
Nu zou je kunnen zeggen: zie je wel ons eten is te goedkoop en als het nu duurder wordt door lagere productie dan gaat de milieu-impact lekker omlaag. Maar dat is flauw. Je kunt de grafiek beter interpreteren (althans VROM gaat er zo mee aan de slag) dat hier maatregelen nodig zijn die de milieu-impact verminderen, en dan mag het eten best wat duurder worden. In deze grafiek snijdt het mes dan zelfs aan twee kanten.

Ministerie van Vrom: Debattenreeks 2006/2007 Toekomst Agenda Milieu, 2007

zaterdag 25 augustus 2007

Bomen over Plantarium

We fietsten vandaag even naar de Plantarium in Boskoop, de vakbeurs van de boomkwekerij. Mede gelokt door de gratis toegang voor lezers van Groei & Bloei die op de laatste dag ook tegen vriendelijke prijzen plantjes mogen kopen op de beurs, dan is dat ook weer opgeruimd.

Stands uit verschillende landen, ook de boomkwekerij is een internationale business. Zelfs de Duitse Baumschule lijken de Friedhofgartenbau achter zich gelaten te hebben. Een aantal Italiaanse en Spaanse exposanten hadden prachtige oude geknotte olijfbomen in de aanbieding. Zet ze in je voortuin, kiezels eronder en je hebt een klimaatbestendige, onderhoudsarme tuin. Lijkt me een trend. Ik las in het beursblad dat de topman van de Rabo de beurs heeft geopend en de sector een gouden toekomst heeft voorspeld (krediet geen probleem lijkt me), want in het kader van de bestrijding van de CO2 is de aanplant van bomen helemaal booming. En we gaan in de tuin zitten in plaats van reizen denk ik er dan maar even bij. Onder de olijf. In de olie met een mediterraan wijntje.
Dat mode belangrijk is in de business zie je ook bij de stands van toeleveranciers. Er zijn gespecialiseerde bloemenfotografen voor de catalogi en folders. En verpakkingsontwerpers. Dit is een creative industry.

Bewegwijzering

Creatief lijkt ook de bewegwijzering op het betrokken industrieterrein van Boskoop , dat op het grondgebied van Hazerswoude ligt. Het is ooit door de ruimtelijke ordeningsdiscussies heen geloosd als ICT-terrein toen dat in de mode was, maar het lijkt me vooral een logistiek centrum (ik weet het, logistiek drijft op ICT). De straatnamen heten naar buurlanden (Denemarkenstraat etc.) en dat leek me nu niet zo creatief voor een ICT terrein, maar het voordeel werd me duidelijk: de kavelnummers / huisnummers staan op bordjes met de betrokken vlag. Je wordt dus steeds bevestigd dat je in de gezochte straat zit (of niet). Op de terugweg fietsten we door de 150 jaar oude Zuidplaspolder langs de 6e tochtweg (er is ook een 7e maar die weet bijna niemand te vinden), de 5e, de 4e etc. Lijkt ook niet creatief maar heeft het grote voordeel van de Amerikaanse steden dat het aangeeft welke richting je opmoet. Daartegen afgezet zijn die landennamen geen vooruitgang.

swifterbant cultuur

De hazelnootoogst is begonnen, maar het leukste nieuws kwam deze week uit Swifterbant. Bij een perceel zilveruitjes is daar de oudste akker van Nederland gevonden. Uit 4400 - 4300 voor Christus. Toen er nog niet geploegd werd, maar met een hertengewei haklandbouw werd bedreven. Een paar honderd jaar later werd er in Denemarken geploegd, al bijna duizend jaar eerder (5300 vChr) was er landbouw op de Limburgse loss, maar een akker is er tot nu toe niet aangetoond, alleen beweiding.
Wetenschappelijk is interessant dat tot nu toe de akkerbouw niet werd teruggevonden mede omdat archeologen (geindoctrineerd door de huidige omgeving?) bij akkerbouw grote graanvelden voor ogen hadden, en het gaat hier om rivierduinveldjes van misschien 100 m2, zo begrijp ik uit de krant. Vooringenomenheid in waarnemen moet je dus uitschakelen. Anderzijds hangt het ook erg van definities af: 100 m2 zouden we nu natuurlijk moestuin of tuinbouw noemen. De archeologen hadden ook best een persbericht kunnen verspreiden dat tuinbouwmatige gerstteelt teruggevonden is. Alles heeft zijn context.

Het lijkt ver weg, maar het is dus nog maar ruim 6000 jaar geleden, en de hele economische ontwikkeling van Noord-west Europa zoals wij die kennen moest dus nog beginnen. Geen wonder dat we niet kunnen voorspellen en ons zelf niet voor kunnen stellen hoe de wereld er over honderd jaar uitziet - ondanks alle scenario en backcasting technieken die dat gewenste inzicht moeten verschaffen. Inmiddels wordt er in ieder geval in grote delen van de wereld al weer niet meer geploegd voor de graanteelt. We volstaan met schijfeggen - het gemechaniseerde hertengewei.

Het bericht maakt ook een einde aan een persoonlijke illusie. Toen we in 1964 in Flevoland gingen wonen, voelden we ons de eerste bewoners van dat land. Een paar jaar later werd aan de Rivierduinweg / Vuursteenweg de Swifterbantcultuur opgegraven. Maar we konden in ieder geval alle bezoekers vertellen dat we de eerste akkerbouwers waren. Dat blijkt valse voorlichting te zijn geweest zo blijkt dus nu, wat nu dus ook weer is rechtgezet.

De foto van het moderne graanveld is niet in Swifterbant genomen.

vrijdag 24 augustus 2007

Rol GLB

Gisteren constateerde ik dat de discussie op het LNV forum over de toekomstige rol van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) na 2013 nog niet bruist van de fantastisch nieuwe inzichten. Het ontbreekt me aan de tijd (er moet nog veel gebeuren komende weken) me daar mee te bemoeien en bovendien hoop ik op een goed debat vanuit de burgerij in plaats van dat allerlei betrokken deskundigen (daar reken ik me ook maar even toe) zich de discussie toe-eigenen.
Maar twee dingen vielen me op waarvan ik het toch niet kan nalaten ze dan hier maar even te noteren. De eerste is dat iedereen voor een GLB dat in 2013 wordt ingevoerd en dus misschien in 2020 uit de kinderziektes is, maar automatisch aanneemt dat er open grenzen voor export zijn en de wereldhandel onomstreden is (ik kan me van sommige topondernemers en lobbyisten in de discussie althans niet voorstellen dat men heimelijk op het tegenovergestelde hoopt). Gezien de huidige praktijken, tendenzen in WTO en in bv. de Franse en Amerikaanse politiek lijkt me dat het openhouden en verder open krijgen van grenzen prioriteit 1, 2 en 3 moet zijn. Als belangrijkste waarde voor het GLB zou ik dan ook voor willen stellen "Vrijheid van handelen". Dat houdt wat mij betreft dan ook ruimte voor ondernemerschap in, met een knipoog naar de Lissabon-agenda.
Die open grenzen zijn van groot belang voor de Nederlandse welvaart, allereerst voor de export van allerlei goederen en diensten (zoals de kennis van onze pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen). Het WTO landbouwdossier mag daar geen hinderpaal bij zijn. Maar het is ook van groot belang voor onze voedings- en genotsmiddelenindustrie zelf, en daarmee ook voor boeren en tuinders. Waar blijven we anders met die varkens, tulpen, aardappelen en kaas?
Bij de creeren van markten horen wel standaards. Zoals de succesvolle EU standaard voor biologische landbouw - over de hele wereld nagevolgd. En er horen minimum-product eisen bij, zoals ook voor voedselveiligheid, dierwelzijn en diergezondheid. Die mogen hoog zijn. Ik was vorig jaar in Australie op een bedrijf en die klaagden aanvankelijk over de hoge EU eisen voor rundvlees, maar ze voldeden er toch maar al te graag aan. Anders moest het vlees voor minder geld naar Japan!
Wel moet ik de hoge verwachtingen van strijders voor dierwelzijn wat temperen. Daar worden we het in het GLB in Europa al niet over eens, de Grieken en Bulgaren kijken daar echt anders tegen aan dan de Nederlanders en de Engelsen. Laat staan wereldwijd. Als je daar vergaande veranderingen wil, breng ze rustig in in de GLB onderhandelingen maar regel het dan ook maar gewoon regionaal of nationaal, bv. via de ruimtelijke ordening of extra eisen. Maar doe het dan niet zo dat we bepaalde productiewijzen hier verbieden om het vlees tegen lagere standaards uit Bulgarije of China te halen.
Veel meer hoeft er wat mij betreft met het GLB niet bereikt te worden. We hebben al natuurbeleid, energiebeleid en regionaal beleid dus dat hoeft niet ook nog eens een keer in het GLB. Veel van dat beleid (vooral rond natuur, openhouden platteland, bescherming landschap) kan trouwens beter nationaal of regionaal worden geregeld met een staatsteuntoets. Ik kan me althans geen beeld vormen wat mijn Brusselse parlementsleden moeten regelen voor de natuur in Duitsland of in Finland (landen waar ik nog wel eens kom), laat staan van Letland of Oostenrijk.


inkomenstoeslagen
Het tweede dat me opvalt is dat maar weinig mensen discussieren over de inkomenstoeslagen. Misschien omdat dat meer een uitvoeringsinstrument is dan een toekomstig doel van het GLB. Maar ik had gehoopt dat iemand er een goed doel voor kan verzinnen, zoals ik hier al vaker heb betoogd. Inkomensbeleid is het niet en kan dat niet zijn, dat kun je veel beter nationaal regelen lijkt me. Wat dat betreft is de 50jaar oude GLB doelstelling verouderd. Ik blijf het buitengewoon prettig vinden dat ik als mede-eigenaar van een akkerbouwbedrijf 10.000 euro per jaar van de Europese belastingbetaler krijg. Zolang de regeling er is, zullen we de premies ook lekker aanvragen.
Maar ik kan het een Hongaarse burger (als ik daar over twee weken ben) die er via de btw aan mee betaalt niet uitleggen. En ook niet mijn buurman die veel actiever met voedingsmiddelen is dan ik, duidelijker bijdraagt aan het Hollands cultuurlandschap dan wij met onze graanteelt, en sterker van het weer afhankelijk is dan wij, maar geen cent krijgt van de EU - omdat hij stroopwafels op de markt in Oud-Beijerland en Haarlem verkoopt.
Wellicht moet ik uit de discussie afleiden dat iedereen zich wel kan vinden in het idee dat ze in 2020 verdwenen zijn, afgezien van die (nationale) betalingen voor landschapselementen. Of dat in de rest van Europa een realistische uitkomst van de hervorming in 2013 wordt gezien, betwijfel ik.

donderdag 23 augustus 2007

Landbouw in de NRC

De prijzen van sommige levensmiddelen stijgen iets en de NRC was er gisteravond als de kippen bij om in een hoofdredactioneel commentaar maar te pleiten dat dan meteen het landbouwbeleid wel op de hellling kan, dat is toch maar een blokkade in internationale liberalisatie-onderhandelingen.
Het is wel erg snel daar bij de eerste melkprijsstijging mee te komen. De geinterviewde Friese boer was wat realistischer met zijn verwijzing naar de daling in afgelopen jaren en de supermarktoorlog. Bij een paar meevallers van grote advertenties eisen wij lezers ook niet of standepede de abonnementsprijs van de krant naar beneden kan. Eerst maar eens even kijken of het structureel is, en anders andere argumenten voor een hervorming in het debat brengen. En zo wordt de Health Check van volgend jaar geen health check van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid maar van de prijsontwikkeling op de markten.

[tussen haakjes: dat standepede zit bij ons in de spreektaal voor onmiddelijk, tot mijn verbazing staat het niet in VanDale en een Google search geeft aan dat het wel gebruikt wordt maar vermoedelijk zuid-nederlands (en mogelijk dus ook Zeeuws) is want er zitten veel .be websites in de lijst]

Overigens had de krant er ook wel op kunnen wijzen dat er meer van dat soort besluiten in tijden van crises worden genomen dan als het goed gaat. Herziening van het landbouwbeleid is zo iets als een reorganisatie. Alleen heel goede managers werken daaraan als het goed gaat. Verreweg de meesten verschuilen zich achter de crisis of zien dan pas wat er moet gebeuren. Net politici. Zolang het geld niet op is, gebeurt er meestal niet veel. De NRC suggestie had dus beter gepast op het LNV forum met de discussie over het GLB na 2013. Ook omdat het daar nog niet erg bruist van fantatische nieuwe inzichten of debatten.

woensdag 22 augustus 2007

altruisme in drievoud

Onbaatzuchtigheid (altruisme, het tegenovergestelde van egoisme) komt niet meer zoveel voor als vroeger, denken velen. Het bewijs daarvoor heb ik nooit gezien, maar als het zo is krijgen economen het makkelijker. Want die gaan er vanuit dat mensen dingen doen uit eigen belang, dat het daarmee automatisch goed komt met het algemeen belang en vinden het dus maar lastig dat er mensen zouden zijn die ook wel eens onbaatzuchtig handelen.

En dus is het een boeiend onderwerp van studie. Er waren tot nu toe verschillende vormen van altruisme bekend, die toch eigenlijk een vorm van (economische) ruil waren. En nu wordt een nieuwe verklaring met ver strekkende gevolgen voorgesteld, zo lees ik in The Economist. De eerste vorm is de makkelijkste: ik help je vandaag, maar ga er van uit dat jij me dan in de toekomst nog eens helpt bij iets waar ik moeilijk mee zit. Dat heet wederkerig altruisme: jij vlooit mij, ik vlooi jou (you scratch my back, I'll scratch yours). Dat is gebaseerd op vertrouwen en een goed geheugen voor gunsten.

De tweede is het selecteren van verwanten of onderdanen. Vriendjespolitiek. In de regel om invloed te verwerven (bijvoorbeeld voor je eigen ideeen) of status of macht. Je geeft dus wel wat weg, maar je krijgt ook wat terug. Gerelateerd aan vriendjespolitiek las ik gisteren nog een mooie definitie van Ambroice Bierce (the Devil's Dictionairy, 1935): "een vuurtoren is een hoog gebouw aan de kust waar de overheid een lamp en een vriendje van een politicus neer heeft gezet"

De derde en voor economen lastigste vorm die we al kenden is de onbaatzuchtigheid tegen volstrekt onbekenden, zoals bij het geven van aalmoezen en weldadigheidswerk. Als verklaring wordt wel aangedragen dat dit de reputatie van iemand bevordert, en dan krijg je er dus ook wat voor terug. Maar met dat 'wat' kun je niet veel, misschien krijg je nog eens een lintje. Evolutionair psychologen hebben nu aangetoond dat die reputatie aan sex en voortplanting gekoppeld is, een veel sterkere prikkel. Het zou in feite aandachttrekkende consumptie (conspicuous consumption) zijn. Het is daarmee een zelfde verschijnsel als de pauwenstaart. Bij Darwin denkt iedereen aan survival of the fittest, maar er is ook survival of the sexyist. Met een kostbaar signaal als een mooie staart laat de pauw zien over grote reserves te beschikken. Door evolutie wordt dat versterkt en de staart in volgende generaties steeds mooier.

Nu wisten we al dat snelle auto's ook snelle vrouwen aantrekken en onbaatzuchtigheid in bijvoorbeeld de vorm van weldadigheidswerk is dus ook zo'n kostbaar signaal. Onderzoekers van de universiteit van New Mexico deden een paar slimme experimenten waarbij ze lieten zien dat mannen in een romantische stemming bereid zijn veel geld te besteden aan extravanganza die ze konden showen, en vrouwen veel tijd aan vrijwilligerswerk. Ook dat is uit de biologie te verklaren: mannen hebben er belang bij hun sterke genen te tonen, vrouwen dat ze ze kunnen baren en grootbrengen. En beide investeren zo in een zo goed mogelijke partnerkeuze.

Als je er over doordenkt wordt hier dus beweert dat onze hersenen (met al hun functies als taal en creativiteit) op dezelfde manier ontstaan zijn als de pauwenstaart. Het Bijbelse voorschrift de aalmoezen te verstrekken zonder het reputatiemechanisme op te roepen (ook al hadden ze toen nog geen snelle autos, maar met snelle kamelen zal het ook wel werken) is nog niet zo gek, maar eigenlijk ook niet zo best is voor de ontwikkeling van de mensheid.

Ontleend aan The Economist, 4.8.2007 "Blatant benevolence and conspicuous consumption"

dinsdag 21 augustus 2007

weer futures

Termijnmarkten op agrarische produkten worden sterk beinvloed door weersverwachtingen, en inmiddels bestaan er ook futures op het weer. Voor de spelers op die markt is een bericht uit Science over het weer in de komende jaren wellicht van belang. Klimatologen schijnen hun modellen altijd met een set startwaardes door te rekenen die wel aannemelijk zijn, maar niet aan de historie zijn ontleend. Vreemd, maar nu is een groep klimatologen op het lumineuse ;-) idee gekomen om maar eens met de echte data van de afgelopen jaren te gaan rekenen. Dan blijkt dat de modellen op basis van startwaardes uit de jaren 80, de jaren 90 goed voorspellen.

Dat maakt het boeiend te weten wat er gebeurt als je de modellen start met de waardes van een paar tiendaagse perioden in 2005. Van februari 2007 tot en met 2009 blijft het koel in de wereld, en tussen 2010 en 2014 wordt het warmer dan het recordjaar 1998. Campingbezoekers van afgelopen "zomer" zullen het graag geloven, de klimaatdiscussie zal zo nog wel even doorgaan, en misschien moeten we t.z.t. de future aardappelen april 2011 in de gaten houden.

Ontleend aan The Economist 18.8.2007: Modelling the climate: tomorrow and tomorrow

economische ontwikkeling en subsidies

Waar de Westeuropese landbouw gestuurd wordt met subsidies en die in de DDR met het plan (zie de blog van gisteren) doemt automatisch de vraag op of de huidige subsidies in Oosteuropa zinvol zijn. Hier liggen immers gebieden waar de werkeloosheid hoog is en landbouw een belangrijkere rol speelt in de regionale economie dan bij ons - alhoewel zelden meer dan 10%.
Effectief lijkt het in ieder geval wel: er stroomt geld van rijkere gebieden in het westen naar armere gebieden en als dat wijs wordt gebruikt zoals indertijd in Spanje en Ierland dan leidt het tot welvaart en is het goed besteed. Of het naast effectief ook efficient is om dat via de landbouw te doen is een vraag waar een aantal algemeen-economen nog maar eens op moet studeren. Je financiert in ieder geval een sector die er is en ook wel blijft, en niet een fabriek die na een paar jaar failliet gaat.
Maar er is het risico van een bouw-boom, zoals je dat net na de Wende zag: er wordt veel gebouwd en daarna is het weer over en zakt de economie in. Momenteel worden er tot vreugde van de bouwers veel bio-energie installaties neergezet. Goede zaak als we daar braakland beter mee gaan benutten, maar de vraag voor de economische ontwikkeling is hoeveel werkgelegenheid het duurzaam oplevert. Vermoedelijk meer dan het telen van granen die naar de wereldmarkt worden verscheept.

Kapitaalintensief
Toch lijkt de landbouw hier het nadeel te hebben bijzonder kapitaal intensief te zijn: er zijn hoge investeringen per arbeidsplaats. Zelfs als je de grond en oude gebouwen niet telt, en alleen de tractoren en combines, dan is de investering per man veel groter dan bijvoorbeeld voor een secretaresse (bureau en een PC van 1000 euro, daar heb je bij John Deere niet veel voor) of iemand in een call-centrum die telefoontjes afhandelt.
Loonsubsidies zoals bij Melkertbanen zouden dus wel eens efficienter kunnen zijn dan premies per ha die bij de grondeigenaar belanden en boeren niet aanzetten tot arbeidsintensievere gewassen maar verder laten mechaniseren. Overigens heeft Oost-Duitsland dan nog het voordeel dat veel grond ook bij lokale gezinnen in eigendom is, die het aan de bedrijven verpachten. Dat is elders ook wel anders.
Bovenal is in Duitsland, zo niet in Europa, de inflexibiliteit van de arbeidsmarkt en de papierwinkel waar we ondernemers in zijn algemeenheid mee lastig vallen het echte probleem. Subsidies blijven daarbij een lapmiddel.

Laaghangend fruit
In het wilde oosten rondkijkend krijg je de indruk dat het langzaam vooruit gaat, maar laaghangend fruit lijkt er niet te zijn in de economische ontwikkeling. Wel is de Strueobst oogst in volle gang. Duitse monniken zijn ooit begonnen met het planten van fruitbomen rond de kerk en langs de wegen, en toen de stad vol was ook op speciale Obstwiesen buiten de stadsmuren. Boeren en later wegbeheerders deden hetzelfde. West Duitsland is er in de jaren 50 mee gestopt maar in Oost-Duitsland zet men ook nu nog fruitbomen langs nieuwe wegen. Of op een compensatie-wiese in de buurt als dat veiliger is of beter uitkomt. En leuk voor Nederlanders: je mag gratis plukken. Dat is toch een mooie en hoogst praktische startsubsidie voor een appelsap- of appeltaart- producent, zou je denken.