zaterdag 10 mei 2014

Koppert over topsectoren

Weinig blog bijdragen deze week - te druk blijkbaar. Een van de redenen is alle overleg rond publiek-private onderzoeksvoorstellen die kunnen worden ingediend. Daar staat een maand voor, maar ca. twee weken daarvan is half Nederland met vakantie. De financiers die de tender uitzetten gaan er vermoedelijk vanuit dat er doorlopend contact is tussen onderzoekers en bedrijven zodat de wensen al op de plank liggen, maar de praktijk is toch wat anders.
Ik zou het niet gemeld hebben als ik het niet een aardige aanloop had gevonden naar de NRC van gisteren die een groot verhaal had over Koppert, de leverancier van biologische bestrijders in o.a. de tuinbouw. Het artikel eindigt met een alinea die aangeeft hoe zo'n bedrijf tegen de financiering van onderzoek aankijkt: "De achterliggende wetenschap komt onder meer uit Wageningen, waar ze gewoon rekeningen uitschrijven. Oosthoek [Koppert's directeur Henri Oosthoek -kjp]: "Soms heb ik medelijden met de mensen daar omdat ze te commercieel worden bejegend. Het gaat nu te veel over resultaat. Wij willen juist dat ze in Wageningen meer financiele ruimte krijgen om te free wheelen. Daar komen de leuke nieuwe vondsten vandaan"."
Interessante gedachte voor wie dit weekend, geholpen door regenachtig weer, nog wat voorstellen moet afronden voor de deadline van medio komende week.

Biologisch
Nog een interessant feitje uit het artikel: wie paprika's teelt op een substraat van kokosnotenbast mag zijn paprika's niet biologisch noemen. Althans niet in Europa. Het bedrijf 4Evergreen van de familie Grootscholte in 's Gravezande teelt er zo 18 miljoen kilo per jaar met 55 man. En exporteert ze naar de VS want daar mag je ze wel als organic labellen. En zou je ze terug exporteren (wat ze niet doen) dan zijn we hier weer wel biologisch omdat ze in de VS als organic zijn goedgekeurd.

dinsdag 6 mei 2014

Ontstoken wortel in onderzoeksbeleid

Ik zit vandaag in Boedapest om over Agricultural Knowledge and Innovation Systems van gedachten te wisselen. Met een lezing mijnerzijds als aftrap [hoewel ik al in de jaren 80 leerde bij spreken niet voor te lezen].
Goede reden om nog een een stukje uit de NRC van dit weekend te documenteren, enigszins in vervolg op een eerder stuk en blog over economisering van de publieke dienstverlening
In een stukje van Margriet van der Heijden met de titel "Op wetenschap is een lachspiegelmodel van de vrije markt losgelaten" (en met een chapeau Onrust en rumoer) citeert ze de fysicus en PvdA-lid Jelmer Renema die vindt dat het systeem is dolgedraaid: "Op de wetenschap, net als op veel andere publieke diensten, [is] een soort van lachspiegelmodel van de vrije markt losgelaten. Het idee dat het beste resultaat vanzelf komt bovendrijven als je mensen in harde competitie om beschikbare middelen laat aangaan".
Renema gelooft niet dat je zo het beste bovenhaalt, zie bankier Bernie Madoff en wetenschapper Diederik Stapel. En dat zou komen omdat wel het middel (competitie) maar niet het doel is gedefinieerd. Relevance lost. "wat moet dat dan zijn, dat beste resultaat dat boven moet komen drijven; waaraan moet het voldoen, welke rol speelt wetenschap in onze samenleving".
Als je die vragen niet oplost (en hij verwijt  de beweging Science in Transition dat niet te doen) dan zullen bestuurders de kritiek aangrijpen om "het dolgedraaide systeem in bedwang te houden met nog meer regeltjes en controlemechanismen". Volgen enkele voorbeelden van handtekeningen- en parafenjacht. "Het leidt tot cynisme. Tot een houding: als wij doen alsof we luisteren, dan kunnen zij doen alsof ze de baas zijn. Terwijl je eigenlijk samen zou willen nadenken over de vraag waarom wetenschap belangrijk is en hoe de wetenschap de maatschappij moet dienen".
Misschien moeten we het in het AKIS-3 rapport citeren - of zou het een typisch Nederlandse discussie zijn? Of zouden doel en relevantie in agro duidelijk en onomstreden zijn ?

NRC 3 mei 2014

maandag 5 mei 2014

Bedrijfsstijlen

Buffercapaciteit is de titel van een boekje dat al een jaar geleden verscheen en dat een van de auteurs, prof. Jan Douwe van der Ploeg me een maandje geleden ter hand stelde toe we beiden een lezing in de melkveehouderij hielden. Hij schreef het met Henk Oostindie en Rudolf van Broekhuizen.in een coproductie met Alfa Accountants, die voor de data zorgde.
Het bedrijfsstijlen-onderzoek was bij mij een tijdje van de radar verdwenen, dus het is aardig daar weer eens een studie over te lezen. Tenslotte zijn er allerlei manieren van boeren (fokkerij-gericht, veel gebaseerd op eigen ruwvoer, machine-gericht, you name it). Deels aansluitend bij eigen competenties in relatie tot de natuurlijke en andere omstandigheden. Soms ook familie-traditie. En boeren hebben daar (soms sterke) opvattingen over. Dat brengt het sociologische aspect binnen: het gaat ook over normen en waarden, over hoe er geboerd moet worden.
En dus zijn de stijlen robuust: de studie concludeert dat de bedrijfsstijlen die in het tijdvak 1985 - 1995 werden beschreven, nog steeds teruggevonden worden. Geen vervlakking dus. Wel blijkt nu de vermogenspositie van bedrijven veel bepalender dan toen, een herkenbare ontwikkeling. Vreemd vermogen helpt om de bedrijfsgroei te versnellen maar kan het zwaard zijn waarin het bedrijf ten onder dreigt te gaan, zo concluderen de auteurs.

Er zou dus meer over vermogen moeten worden gesproken en geadviseerd. Dan zou het m.i. ook moeten gaan over vermogensaanwas, zoals die tot uiting komt in prijsstijging van grond en de herwaardering daarvan op de (bedrijfseconomische) balans. Ik heb daar in de jaren 80 al voor gepleit en in de LEI rapportage van die tijd wat aan laten doen. Hier ligt nog een uitdaging voor een volgende boekje.
In Buffercapactiteit gaat het ook om kengetallen. Waar ooit het LEI zich richtte (voor bedrijfsvergelijking in operationele sfeer) op berekende kosten en netto bedrijfsresultaat (mooie kengetallen voor een kapitalistische kijk op het bedrijf, zo schreef een Franse promovendus in de jaren 80 eens op) lieten de accountantskantoren uit de zuinigheid zich beperken tot dat wat de fiscus eist en richten zich vooral op Fiscale winst als kengetal.
Beide zijn steeds meer opgeschoven naar inkomensbegrippen (toegevoegde waarde, gezinsinkomen uit bedrijf) en cash flow begrippen. Alfa Accountants blijkt HARR te hanteren, een afkorting die ik eerlijk gezegd niet kende, en die staat voor het inkomen beschikbaar voor rente, huur, pacht en afschrijvingen. En voor de eigen arbeid als ik het goed begrijp, want als HARR gelijk is aan de HAR lasten, is er geen inkomen.
De auteurs stellen voor in die HARR de betaalde rente (en huur en pacht neem ik aan) maar weg te laten, zodat overblijft het vermogen om eigen arbeid en eigen kapitaal te belonen. Zij noemen dat buffercapaciteit, in LEI-termen gezinsinkomen uit bedrijf + afschrijvingen. Kengetallen die dicht staan bij de cashflow die beschikbaar is (dat hoeft niet helemaal zo te zijn, aanwas die geen omzet is en voorraadmutaties kunnen betekenen dat de echte cashflow veel lager of hoger is dan dat inkomensbegrip).
De vermogensaanwas die mede de (bij)leencapaciteit vergroot komt daarbij dus nog niet in aanmerking. Opvallend is ook dat we dus richting de cashflow opschuiven, en daarmee kengetallen toevoegen die in de beursgenoteerde kapitalische wereld al lang gangbaar zijn. Logisch zou dan zijn om die stap ook maar echt te zetten en een cash-flow statement centraal te stellen.
In die zin is deze stap dus er ook een van professionalisering en het versterken van het MKB karakter van de sector. Vraag me af of de auteurs zich dat gerealiseerd hebben.

Kortom, mooi boekje om weer eens in de bedrijfsstijlen te duiken en na te denken over bedrijfseconomische kengetallen. Goed dat sociologen en bedrijfseconomen elkaar af en toe eens tegen komen.

zaterdag 3 mei 2014

natuur & ondernemen

Natuur & Ondernemen is de titel van een mooi opgemaakt boekje met een aantal cases dat ik onlangs kreeg toegestuurd uit het lectoraat van Bos- en Natuurbeheer van Van Hall Larenstein in Velp. Hier is de link. De timing van de auteurs Wilschut en Koedoot is voortreffelijk want in dit land, zelfs of juist in Den Haag, waart het idee rond dat je ook publieke goederen als de natuur een handje moet helpen door er een zaak van te maken.
Enfin er staan wel een paar mooie cases in. Zoals die rond Gulpener bier, dat zijn Korenwolf een succes zag worden toen op een later moment de inlandse hamster met uitsterven bedreigd werd (althans aan deze kant van de grens) en de deal met Natuurmonumenten werd gesloten om op de flesjes aandacht voor het issue te vragen mits Natuurmonumenten de wetenschappelijke naam Inlandse hamster zou vervangen door de Korenwolf. En zo geschiedde.

vrijdag 2 mei 2014

antwoord op de boter quiz

Bijgaande foto trok ik in de supermarkt van Nieuw-Zeeland, zoals de lezers van de quiz van woensdag (zie hieronder) al vermoedden. Er zijn een beperkt aantal soorten boter voorhanden. Op Cyprus daarentegen heel veel.
De verklaring: het illustreert voor merk-ontwikkeling dat je dicht op de klant moet zitten. In Nieuw-Zeeland zaten ze dat niet (die zaten in het VK) en er zijn een betrekkelijk gering aantal producenten. Die leveren blijkbaar een bulkproduct aan verre markten.
Hoe anders in Cyprus: daar maken ze geen boter, maar ze trekken toeristen uit vele Europese landen die zo hun eigen merken hebben, en dat blijkbaar ook op de camping of in het huisje / appartement willen. Daar zitten retailers dichtgenoeg bovenop om die Deense, Franse, Nederlandse en nog wat merken te importeren. En Europa heeft een gefragmenteerde productie en nationale merken.

woensdag 30 april 2014

quiz-time: waar is er keuze aan boter?

Voor wie hard werken op de oude Koninginnedag nog niet gewend is en ter afwisseling even wil quizen: hier twee foto's, beiden gemaakt in een supermarkt. De ene in een land (Cyprus) dat nauwelijks boter produceert en waar de inwoners er ook niet veel van kopen. De andere in een land dat al heel lang heel veel boter exporteert (Nieuw-Zeeland).
De vraag: welke foto is waar genomen, ofwel: waar is er de meeste keuze aan boter in de supermarkt, en waarom ?
Het antwoord komt op of na de Dag van de Arbeid.

dinsdag 29 april 2014

maandag 28 april 2014

stadslandbouw in Den Haag

Hierbij een videootje dat me werd toegestuurd over Stadslandbouw in Den Haag: De landbouw gaat het dak op.

zondag 27 april 2014

Hoezo grondstoffenschaarste ??

Twee jaar geleden besprak ik hier het boek The Rational Optimist van Matt Ridley waarin hij stelt dat innovatie ons inmiddels in de genen zit. Dezelfde Ridley heeft nu een groot stuk in de Wall Street Journal geschreven waarin hij stelling betrekt tegen het algemene idee dat er grondstofenschaarste ontstaat. Innovatie wordt in zijn ogen fors onderschat.

En het voeden van die 5 miljard mensen ? Onze eigen Anthonie van Leeuwenhoek rekende al in 1679 voor dat de aarde 13,4 miljard mensen kon voeden. Sinds die tijd is er veel aan gerekend, met uitkomsten tussen de 1 en 100 miljard, zonder dat wetenschappers ook maar enigszins eens lijken te kunnen worden.
Enfin, een mooie bijdrage aan het debat. Lees het hier.

zaterdag 26 april 2014

land art in Zeeland

appeltjes van Oranje
(uit Hong Kong) op deze
1e Koningsdag
Gisteren had ik het genoegen om op de Koninklijke Wilhelinapolder de totstandkoming en overdracht van het Land Art project Polder Peil bij te wonen. Ik ben opgegroeid in de provincie met de meeste land art van Nederland (Flevoland dus) maar mooi dat het moederland er ook aan begint.
Bij het inrijden van de Wilhelminapolder was het even wennen aan de bollen maar de film The Making of Polder Peil maakt nieuwsgierig en laat een paar spectaculaire werken zien. De kunstenaar wil de hoogteverschillen in het vlakke landschap accentueren. Zie hier een nuttige link. Dat wordt nog een keer een  wandel- of fietstochtje. Scheidend directeur J.P.C. van Hoven is er in geslaagd om de tijdgeest te verstaan en het landschap en het bedrijf met de maatschappij te verbinden via uitdagende kunst.

vrijdag 25 april 2014

economisering publieke dienstverlening

Interessante bijdrage in de NRC van afgelopen zaterdag over de stress tussen klagende professionals en falende managers in de klassieke publieke sectoren als politie, zorg, onderwijs, rechterlijke macht en volkshuisvesting. Aanleiding is de problematiek bij de NZa, waar klokkenluider Gotlieb een dossier opstelde en zelfmoord pleegde.
De Utrechtse hoogleraar Mirko Noordegraaf (Publiek management en medeauteur van Professionals under pressure) wijst op het feit dat deze sectoren in een overgangssituatie zitten van de verzorgingsstaat. Met permanente reorganisaties als gevolg. Drie ontwikkelingen voeren zijn inziens dan de boventoon:
1. De overheid trekt zich meestal om financiele redenen terug en biedt meer ruimte aan marktwerking
2. De burgers zijn mondiger en assertiever en stellen hogere eisen
3. Organisaties die publieke diensten verlenen zijn bang en onzekrer en leggen om dat te ondevangen meer de nadruk op controle en disciplinering.
Dat heeft er ook mee te maken dat het ingewikkelder is dan in de echte markt, waar je op een maatstaf als aandeelhouderswaarde kunt sturen. Hier is het meten van prestaties ingewikkelder en onderwerp van politieke of maatschappelijke discussie tijdens de reorganisatieperiode.
Ben Fruytier van de Hogeschool Utrecht: "wat je altijd ziet is dat managers die het moeilijk hebben, hun toevlucht nemen tot allerlei instrumenten waarachter ze zich gaan veschuilen: tijdschrijven, verantwoorden, monitoren, chekcen, targets, doorlooptijden, dagplannen, noem maar op". Ben Tiggelaar komt tot vergelijkbare conclusies en beveelt decentralisatie aan naar teams die weten wat collega's doen. Blaming the managers helpt niet. Noordegraaf en Fruytier pleiten ook voor nieuwe vaardigheden van professionals om in klienschalige teams te werken waarbij management- en professionele vaardigheden geintegreerd kunnen worden.

NRC: De klagende professional tegen de falende manager, NRC 19.4.2014

donderdag 24 april 2014

de economie van eco-systeemdiensten

Mijn collega's Huib Silvis en Martijn van der Heide schreven een zeer nuttig boekje over de economie van eco-systeemdiensten, een geleerd woord voor wat de aarde ons biedt. Met mooie overzichten uit de geschiedenis van het economisch denken over natuurlijke hulpbronnen, en inleidingen over milieu-economie en ecologische economie (en waarin die verschilt van de neo-klassieke).
Ik las het met de Paasdagen (op het terras waarbij een sterke oostenwind een brandlucht van de heidebrand op de Hoge Veluwe aanvoerde, een negatieve eco-systeemdienst) en beveel het sterk aan. Hier is de link.

woensdag 23 april 2014

familiebedrijven

De term familiebedrijven rukt op. Soms is dat een slechte vertaling van de term Family Farm, en gaat het om gezinsbedrijven. Soms wordt terminologie die juist is voor bedrijven als Bavaria of C&A iets te makkelijk omgezet naar landbouw. Maar soms is het ook juist, omdat gezinsbedrijven complexer worden en meer-gezinnenbedrijven en eventueel ook meer-locatie bedrijven worden.
Het paasnummer van de Boerderij had een aantal mooie voorbeelden, zodat de titel van het nummer heel terecht was. Verder las ik met de Paasdagen nog "Wat de boer niet zegt - communicatie in agrarische familiebedrijven" van Johan Weerkamp en Truke Zeinstra. Ik kreeg het boekje pas mee bij de spreekbeurt voor LTO waar het werd uitgedeeld aan bestuurders. Het bevat mooie inzichten hoe familie-systemen en bedrijfssystemen verschillen, o.a. in hun communicatie. Overigens ook heel nuttig voor veel gezinsbedrijven. Van harte aanbevolen.
Over hetzelfde onderwerp kreeg ik van Ilse Matser van Windesheim hun boekje over goed bestuur in MKB familiebedrijven. Gemaakt binnen het lectoraat (Ilse Matser, Judith van Helvert, Ron van der Pol en Andrea Kuiken: Goed Bestuur in MKB Familiebedrijven). Dezelfde auteur schreef met Mira Bloemen en Chantal Remery ook nog "Vrouwen in het vizier". Over vrouwen binnen het familiebedrijf in relatie tot opvolging en eigendom.
Wie dacht dat de VN en FAO geen invloed hadden? Het Year of the Family Farm lijkt te werken.

dinsdag 22 april 2014

craft beer

Koffie is in de VS de afgelopen twintig jaar op kwaliteit vooruit gegaan en in ieder geval is er steeds meer keuze. Door micro-koffietentjes waarvan sommigen zoals Starbucks tot grote ketens zijn uitgegroeid. Naar verluidt omdat vroeger koffie net als water bij of na de maaltijd in de VS gratis was (hier wordt verdiend aan de drank, daar niet) en dus een steeds slapper aftreksel werd. Tot de wal het schip keert en sommigen een marktkans zien.
Met bier is iets dergelijks gebeurd. Er zijn micro-brouwerijen ontstaan die experimenteren en een bier-cultuur hebben ontwikkeld. De eerste zijn uit de jaren 80, o.a. uit San Francisco (waar de allereerste Fritz Maytag in 1965 begon).. Aanvankelijk werden de micro-breweries en brewpubs in de accijnswetgeving bevoordeeld, nadat het verbod op thuisbrouwen was opgeheven.
Ze werden geholpen door een clientele die bereid was een forse premium te betalen voor het product uit het alternatieve circuit in de regio. Later kwam daar het internet als reclame-medium bij. Intussen hebben de groten, Anheuser-Busch en MillerCoors zich ook op deze business geworpen.
Wie er meer over wil weten moet een nieuw boek lezen: Steve Hindy: The Craft Beer Revolution, zo meldt the Economist van 12 april 2014