Vorige week legde ik hier in een blog uit dat het begrip Sustainable Development nog niet zo eenvoudig is, en illustreerde dat met de Zuidplaspolder die de laatste 1000 jaar al een paar keer fors van karakter is veranderd - en achteraf misschien steeds wel duurzaam - hoewel nu voor de tweede keer de landbouwgrond verdwijnt.
Dat leverde mij een verzoek op van de lokale site Zuidplas actief op om het stuk aldaar te herplaatsen. En zo geschiedde.
weblog over de toekomst van de Nederlandse landbouw en het platteland. Gemotiveerd vanuit het werk als econoom, de nevenfuncties als bestuurder en de woonomgeving van de moderator, maar als persoonlijke stellingname geheel buiten de verantwoordelijkheid van mijn werkgevers - zoals het hoort bij een weblog.
dinsdag 2 november 2010
maandag 1 november 2010
Shifting wealth - of niet
Uit kringen van de OECD kreeg ik hun publicatie "Perspectives on Global Development 2010 - Shifting wealth". Het beschrijft de ontwikkeling van de wereldeconomie, maar dan meer van uit het perspectief van de niet-westerse landen. Dat is aardig gelukt en dan kijk je toch weer eens anders tegen de wereldeconomie. Europa wordt er een stuk kleiner van.
In navolging van James Wolfensohn spreekt men over een four speed world waarin landen aan de hand van hun ontwikkeling worden geclassificeerd als poor, struggling, converging en affluent. Waarbij het raar overkomt dat Brazilie in de laagste categorie is ingedeeld.
Verder maak ik toch wat bezwaar tegen de ondertitel Shifting Wealth. Het aandeel van de Westerse landen in het mondiale inkomen daalt en is nu nog maar krap de helft (OECD: 51%). Maar dat het aandeel daalt betekent niet dat er welvaart verdwijnt en naar het Zuiden gaat. Ook wij zijn rijker dan ooit. Handel schept nu een keer welvaart. Met zo'n titel suggereer je onterecht dat "the rise of the rest" toch "the treath to the west" is, terwijl dat in het voorwoord terecht wordt tegengesproken. Kortom Shifting Power of iets dergelijks is waar, maar shifting wealth in absolute zin is m.i. discutabel.
In navolging van James Wolfensohn spreekt men over een four speed world waarin landen aan de hand van hun ontwikkeling worden geclassificeerd als poor, struggling, converging en affluent. Waarbij het raar overkomt dat Brazilie in de laagste categorie is ingedeeld.
Verder maak ik toch wat bezwaar tegen de ondertitel Shifting Wealth. Het aandeel van de Westerse landen in het mondiale inkomen daalt en is nu nog maar krap de helft (OECD: 51%). Maar dat het aandeel daalt betekent niet dat er welvaart verdwijnt en naar het Zuiden gaat. Ook wij zijn rijker dan ooit. Handel schept nu een keer welvaart. Met zo'n titel suggereer je onterecht dat "the rise of the rest" toch "the treath to the west" is, terwijl dat in het voorwoord terecht wordt tegengesproken. Kortom Shifting Power of iets dergelijks is waar, maar shifting wealth in absolute zin is m.i. discutabel.
zondag 31 oktober 2010
retourtje Parma
Een dagje reizen in Europa: het Italiaanse Parma is wat verder weg dan je denkt. Ik was er voor een paar dagen bestuurswerk met de EAAE: we maakten voortgang in de organisatie van het congres volgend jaar in Zurich en we hielden er de ledenvergadering 2010.
Parma heeft dus wel een vliegveld, maar handiger vlieg je naar Milaan of -zoals ik deed- naar Bologna. Maar dat betekent dan toch vanaf het vliegveld een half uur met een bus naar het station en een uur in de trein van Bologna naar Parma. Die natuurlijk maar 1 keer per uur gaat en net weg is. Enfin, je komt er wel. En vergeet niet je treinkaartje ook vooraf geldig te maken door die af te stempelen, anders kost je dat 5 euro boete - onschuldige buitenlander of niet.
Mooi stad trouwens, dat Parma en we hadden donderdagavond het genoegen te dineren bij ALMA. een hogeschool voor het koken in een chateau van de ega van Napoleon: men leidt er chefs in de Italiaanse keuken op. De studenten mochten op ons oefenen. Mocht je ooit de kans krijgen er proefkonijn te zijn: meteen doen. Weliswaar had de sommelier in opleiding de pech ons een fles witte wijn met kurk te serveren, maar dat werd snel goed gemaakt door een echt goed glas.
Vanmiddag vloog ik weer terug. Met zich op de Alpen met hun besneeuwde toppen, de Jura, een hoekje Oostvaardersplassen en een deel van Laag-Holland. Het rondje Amsterdam werd onverwachts ook nog gevolgd door een treinreis tot in Amsterdam omdat Schiphol - Leiden in de verbouwing was. Ach, we hadden een uur extra vandaag.
Parma heeft dus wel een vliegveld, maar handiger vlieg je naar Milaan of -zoals ik deed- naar Bologna. Maar dat betekent dan toch vanaf het vliegveld een half uur met een bus naar het station en een uur in de trein van Bologna naar Parma. Die natuurlijk maar 1 keer per uur gaat en net weg is. Enfin, je komt er wel. En vergeet niet je treinkaartje ook vooraf geldig te maken door die af te stempelen, anders kost je dat 5 euro boete - onschuldige buitenlander of niet.
Mooi stad trouwens, dat Parma en we hadden donderdagavond het genoegen te dineren bij ALMA. een hogeschool voor het koken in een chateau van de ega van Napoleon: men leidt er chefs in de Italiaanse keuken op. De studenten mochten op ons oefenen. Mocht je ooit de kans krijgen er proefkonijn te zijn: meteen doen. Weliswaar had de sommelier in opleiding de pech ons een fles witte wijn met kurk te serveren, maar dat werd snel goed gemaakt door een echt goed glas.
Vanmiddag vloog ik weer terug. Met zich op de Alpen met hun besneeuwde toppen, de Jura, een hoekje Oostvaardersplassen en een deel van Laag-Holland. Het rondje Amsterdam werd onverwachts ook nog gevolgd door een treinreis tot in Amsterdam omdat Schiphol - Leiden in de verbouwing was. Ach, we hadden een uur extra vandaag.
zaterdag 30 oktober 2010
Lijstje: Nacht
De Nacht van de Nacht vanacht. Een extra lange nacht, maar ook aandacht voor het recht op duisternis. In dat kader hiernaast de nachtelijke lichtsvervuilingskaart van de Benelux, waaruit je meteen kunt zien dat de Zuidwestelijke delta iets voor haar buren kan betekenen. Mijn familie blijkt uit het donkerste dorp van Zeeland te komen, volgens de lijst van de donkerste plaats per provincie. Van Groningen tot Limburg:
- Hoge Land
- Schiermonnikoog (Friesland, ook de donkerste plek van Nederland)
- Drents-Friese wold
- Nationaal landschap N.O. Overijssel
- Landgoed Welna
- Roggebotzand (Flevoland)
- Gelderse Vallei (Utrecht)
- Amstelmeer e.o.
- Kop van Goerree
- Oostkapelle
- De Peel
- Maasduinen
vrijdag 29 oktober 2010
klimaat en landbouw
Uit Parijs kreeg ik een alleraardigste studie van de OECD over landbouw en klimaatsverandering. Het rapport zet tal van onderzoek op een rijtje en onderscheidt hoofd- en bijzaken. Twintig jaar onderzoek met gewasmodellen en klimaatonderzoek laat zien dat tot 2050 de effecten van de klimaatsverandering waarschijnlijk erg klein zullen zijn. Pas in de tweede helft van deze eeuw gaat de gemiddelde temperatuur echt behoorlijk omhoog en zullen we het ook in de landbouw merken. Met dan nog de kanttekening dat gewasmodellen een deel van de substitutiemogelijkheden (tussen gewassen en soms zelfs rassen) onderschat.
De belangrijkste boodschap van de studies over de gevolgen van klimaatsverandering op de voedselprijzen is dan ook dat voedselprijzen tot 2050 heel gematigd zullen stijgen, gezien de gematigde stijging van de temperatuur.
Verder constateert het rapport dat de landbouw tegen relatief lage kosten emissies kan verlagen (mitigation). Dat maakt het welvaartstechnisch aantrekkelijk voor politici om vooral in de landbouw maatregelen te nemen. Het rapport maakt niet duidelijk of boeren er wat aan kunnen verdienen, hoewel het wel wijst op emissiehandel.
Het rapport ordent ook wat terminologie. We kenden al het onderscheid impact, adaptation (aanpassen en met de gevolgen leren leven) en mitigation (klimaatsverandering proberen te voorkomen door anders te gaan werken). De belangrijkste vormen van adaptation, zo schrijven de auteurs zijn Reducing sensitivity (bv. rassen zaaien die tegen een stootje kunnen), Altering the exposure (bv. investeren in weersvoorspelling) en Increasing resilience (bv. zorgen voor eigen vermogen zodat je kunt herstellen).
Aardig is ook de trits om met risico’s om te gaan: mobility (risico’s geografisch opvangen), storage (in de tijd opvangen), diversification (spreiding over categorien vermogen of inkomen), communal pooling (gezamenlijke actie tussen huishoudens) en exchange (via de markt, bv verzekeren).
Anita Wreford, Dominic Moran and Neil Adger: Climate change and agriculture. OECD, 2010
De belangrijkste boodschap van de studies over de gevolgen van klimaatsverandering op de voedselprijzen is dan ook dat voedselprijzen tot 2050 heel gematigd zullen stijgen, gezien de gematigde stijging van de temperatuur.
Verder constateert het rapport dat de landbouw tegen relatief lage kosten emissies kan verlagen (mitigation). Dat maakt het welvaartstechnisch aantrekkelijk voor politici om vooral in de landbouw maatregelen te nemen. Het rapport maakt niet duidelijk of boeren er wat aan kunnen verdienen, hoewel het wel wijst op emissiehandel.
Het rapport ordent ook wat terminologie. We kenden al het onderscheid impact, adaptation (aanpassen en met de gevolgen leren leven) en mitigation (klimaatsverandering proberen te voorkomen door anders te gaan werken). De belangrijkste vormen van adaptation, zo schrijven de auteurs zijn Reducing sensitivity (bv. rassen zaaien die tegen een stootje kunnen), Altering the exposure (bv. investeren in weersvoorspelling) en Increasing resilience (bv. zorgen voor eigen vermogen zodat je kunt herstellen).
Aardig is ook de trits om met risico’s om te gaan: mobility (risico’s geografisch opvangen), storage (in de tijd opvangen), diversification (spreiding over categorien vermogen of inkomen), communal pooling (gezamenlijke actie tussen huishoudens) en exchange (via de markt, bv verzekeren).
Anita Wreford, Dominic Moran and Neil Adger: Climate change and agriculture. OECD, 2010
donderdag 28 oktober 2010
Na het LEI komt de NS
LEI medewerkers zijn onderzoekend en innovatief. Sommigen tot op zeer hoge leeftijd. Zoals mijn oud-collega Mijnheer Scheer, die de OV Chipkaart heeft onderzocht en over is gestapt. Tot vreugde van de NS die hem op zijn website heeft gezet (tabje OV Chip links onderin)
En dat voor iemand die zo ongeveer met pensioen ging toen ik begin jaren tachtig probeerde bij het LEI zijn werk te vernieuwen met de eerste spreadsheets (Symphony - voor wie het pakket nog kent) op draagbare computers van 5 kg met een klein schermpje. Mijnheer Scheer is nog niet op dood spoor, dat is wel duidelijk!
En dat voor iemand die zo ongeveer met pensioen ging toen ik begin jaren tachtig probeerde bij het LEI zijn werk te vernieuwen met de eerste spreadsheets (Symphony - voor wie het pakket nog kent) op draagbare computers van 5 kg met een klein schermpje. Mijnheer Scheer is nog niet op dood spoor, dat is wel duidelijk!
woensdag 27 oktober 2010
prikkeldraad is jarig
Het prikkeldraad is vandaag jarig: 27 oktober 1873 kreeg J.F. Glidden een patent op deze snelle en goedkope methode om een gebied af te zetten en daarmee vee (en tegenwoordig ook wild) binnen te houden. De wiki weet er meer van en laat zien dat er ook al eerdere patenten in die richting waren: op de uitvinding werd gewacht en velen dachten er over na.
Ik blogde al eens eerder over het effect van prikkeldraad op eigendomsrechten en ik recycle een berichtje over het einde van het prikkeldraad, als ook het verhaal dat de tweede wereldoorlog ons aan veel prikkeldraad heeft geholpen.
Tot slot: ik werd tot deze blog gestimuleerd door de Belvedere scheurkalender. Die meldt dat het prikkeldraad de intensieve veehouderij mogelijk maakte in het wilde westen van de VS. Dat is onzin, het is verbazend hoe snel tegenwoordig het woord intensief automatisch aan veehouderij wordt geplakt. De veehouderij voor en na het prikkeldraad was even extensief, het verschil was dat de dure cowboys veel minder hard nodig waren en dat veediefstallen moeilijker werden. En misschien dat het draad ook een prikkel was de grond (beter) te bemesten, maar daarmee was de veehouderij nog niet intensief: de mate van intensiteit werd nog steeds makkelijker gemeten in ha per koe dan in koe/ha.
Voorzover er later al sprake was van intensieve veehouderij, dan was dat in feed lots. En laten die nu net met planken zijn afgescheiden, en niet met prikkeldraad. Kortom: voortaan gaarne wat extensiever gebruik van het woord intensief in combinatie met veehouderij.
Ik blogde al eens eerder over het effect van prikkeldraad op eigendomsrechten en ik recycle een berichtje over het einde van het prikkeldraad, als ook het verhaal dat de tweede wereldoorlog ons aan veel prikkeldraad heeft geholpen.
Tot slot: ik werd tot deze blog gestimuleerd door de Belvedere scheurkalender. Die meldt dat het prikkeldraad de intensieve veehouderij mogelijk maakte in het wilde westen van de VS. Dat is onzin, het is verbazend hoe snel tegenwoordig het woord intensief automatisch aan veehouderij wordt geplakt. De veehouderij voor en na het prikkeldraad was even extensief, het verschil was dat de dure cowboys veel minder hard nodig waren en dat veediefstallen moeilijker werden. En misschien dat het draad ook een prikkel was de grond (beter) te bemesten, maar daarmee was de veehouderij nog niet intensief: de mate van intensiteit werd nog steeds makkelijker gemeten in ha per koe dan in koe/ha.
Voorzover er later al sprake was van intensieve veehouderij, dan was dat in feed lots. En laten die nu net met planken zijn afgescheiden, en niet met prikkeldraad. Kortom: voortaan gaarne wat extensiever gebruik van het woord intensief in combinatie met veehouderij.
maandag 25 oktober 2010
Zuidplas als lesje in duurzame ontwikkeling
Thuis in Zuidplas is de titel van een boekje dat mijn nieuwe fusiegemeente eerder dit jaar rondstuurde. Vrijdag gebruikte ik het om AIO's in Wageningen uit te leggen dat het begrip 'duurzame ontwikkeling' lastig is. Neem de ontwikkeling van de polder waar ik woon: rond het jaar 1000 was de bevolkingsdruk in Europa blijkbaar zodanig dat het aantrekkelijk werd in te polderen en het houtland Holland van zijn bomen te ontdoen en te gaan boeren op de veengronden. Vanaf de rivieroevers waar al jagers, vissers en landbouwers woonden werden de veenweiden (aanvankelijk ook nog akkerbouwgronden tot ze teveel inklonken en te drassig werden) gecreerd. Dat lijkt me een duurzame ingreep, tenzij je de natuur in plaats van de mens als criterium neemt of je toen al zorgen maakte over broeikasgassen. Pakweg zo;n 500 jaar later kwam er een tweede forse ingreep: de veenweide werd afgegraven / uitgebaggerd voor het veen. Dat was nodig voor de ontwikkeling van de steden. Ook voor het bakken van IJsselsteentjes langs de Hollandse IJssel, want de steden schreven steeds meer voor dat bouwen in hout vanwege brandgevaar niet meer mocht.
Ook dat lijkt me wel een duurzame ontwikkeling, ook al ging landbouwgrond verloren. In ieder geval dacht Joost van den Vondel er zo over: "Gelukkig het land, waar 't kind zijn moer verbrand" zo dichtte hij zonder ironie.
De wateroppervlaktes leiden tot goedkoop transport, visvangst en vogelvangst: de jonge aalscholvers en reigers werden als delicatesse tot in Engeland verkocht. Maar de meren werden waterwolven en in 1781 leerden kinderen op school het versje "Turf is vaderlandsche brand, stook toch niet te veel; Van de grond waarop gij woont, is turf een deel". Met koopmansgelden uit o.a. Haarlem waren toen al de nodige polders rond de Zuidplas aangelegd.
Al in 1700 gaven de Staten toestemming de 4500 ha Zuidplas te bedijken, maar het duurde tot 1825 voor Koning Willem I er daadwerkelijk mee liet beginnen. Gefinancieerd door de gelden uit het Indische Cultuurstelsel en de eerste polder die niet door privaat initiatief maar door de Nederlandse staat werd drooggelegd. De Belgische opstand zorgde nog voor vertraging, maar dat betekende weer dat de Zuidplaspolder de eerste Nederlandse polder werd waar naast molens ook stoomgemalen werden ingezet - een voorproefje voor de Haarlemmermeer.
Opnieuw een duurzame ontwikkeling, zo lijkt me, hoewel niet voor de eerste boeren: "Nieuw land wint men voor de derde hand" of "De eerste boer dood, de tweede in nood en de derde zijn brood".
En nu wordt de polder tot waarde gebracht door de akkerbouwgrond te bestemmen voor glastuinbouw, bewoning, industrie, natuurgebied etc. Opnieuw een waardetoename en maatschappelijk gezien m.i. een duurzame ontwikkeling. Hoewel sommige onteigende boeren, en -zo bleek op de borrel vrijdag- ook sommige landbouwwetenschappers daar anders over denken.
Ook dat lijkt me wel een duurzame ontwikkeling, ook al ging landbouwgrond verloren. In ieder geval dacht Joost van den Vondel er zo over: "Gelukkig het land, waar 't kind zijn moer verbrand" zo dichtte hij zonder ironie.
De wateroppervlaktes leiden tot goedkoop transport, visvangst en vogelvangst: de jonge aalscholvers en reigers werden als delicatesse tot in Engeland verkocht. Maar de meren werden waterwolven en in 1781 leerden kinderen op school het versje "Turf is vaderlandsche brand, stook toch niet te veel; Van de grond waarop gij woont, is turf een deel". Met koopmansgelden uit o.a. Haarlem waren toen al de nodige polders rond de Zuidplas aangelegd.
Al in 1700 gaven de Staten toestemming de 4500 ha Zuidplas te bedijken, maar het duurde tot 1825 voor Koning Willem I er daadwerkelijk mee liet beginnen. Gefinancieerd door de gelden uit het Indische Cultuurstelsel en de eerste polder die niet door privaat initiatief maar door de Nederlandse staat werd drooggelegd. De Belgische opstand zorgde nog voor vertraging, maar dat betekende weer dat de Zuidplaspolder de eerste Nederlandse polder werd waar naast molens ook stoomgemalen werden ingezet - een voorproefje voor de Haarlemmermeer.
Opnieuw een duurzame ontwikkeling, zo lijkt me, hoewel niet voor de eerste boeren: "Nieuw land wint men voor de derde hand" of "De eerste boer dood, de tweede in nood en de derde zijn brood".
En nu wordt de polder tot waarde gebracht door de akkerbouwgrond te bestemmen voor glastuinbouw, bewoning, industrie, natuurgebied etc. Opnieuw een waardetoename en maatschappelijk gezien m.i. een duurzame ontwikkeling. Hoewel sommige onteigende boeren, en -zo bleek op de borrel vrijdag- ook sommige landbouwwetenschappers daar anders over denken.
zondag 24 oktober 2010
Waar wij wonen
Willem van Toorn, de literator die eerder deze maand de Groeneveldprijs won, publiceerde de essentie van zijn betoog bij de aanvaarding van de prijs in de NRC van dit weekend. Hij gaat terug naar Jac. P. Thijsse die een van zijn Verkade albums publiceerde met de mooie titel "Waar wij wonen".
Thijsse beschreef het landschap als "een merkwaardig mengsel van natuur en cultuur", waar we trots op mogen zijn.
De stelling van Van Toorn is dat het landschap, de ruimte, niet meer primair de plek is waar wij wonen, zelfs niet de plek waar we werken, maar het strijdperk waarin wij onze concurrenten moeten verslaan. Zijn geliefde citaat dat dit onderbouwt is een conclusie uit de nota Ruimte die enkele kabinetten-Balkenende meeging: "Meer specifiek richt het kabinet zich in het nationaal ruimtelijk beleid op versterking van de internationale concurrentiepositie van Nederland".
Een mooi inzicht en terecht voor waar het een vrijbrief is om overal maar te bouwen en dat ook nog (door gebrek aan geld of creativiteit) op een lelijke wijze te doen. Maar het is voor een deel ook een onterechte tegenstelling. De conclusie uit de nota Ruimte zou ook wel geschreven kunnen zijn in plechtstatige 17e eeuwse woorden van de Amsterdamse burgemeesters die de grachtengordels lieten aanleggen, nu op de Unesco erfgoed-lijst. De essentie van het Nederlandse landschap en de ruimte is dat het steeds verandert, de kunst is om dat kwalitatief hoogwaardig te doen. Juist ook omdat kwalitatief hoogwaardig landschapsontwerp en ruimtebeheer de concurrentiepositie helpt versterken.
Interessant is dat de auteur niet alleen de negatieve kanten van globalisering ziet, maar ook die van de nieuwe trend van regionalisering. Het eigen-volk-eerst-denken heeft volgens van Toorn niets te maken met ervaring van de eigen cultuur van Jac. P. Thijsse et al. Ook deze regionaliserings trend is cultuurvijandig en gebaat bij geheugenverlies. Niet anders dan bij globalisering zou ook hier het doel van de economie consumptie, amusement en infantilisering zijn, waarbij Louise Fresco en Raffaele Simone worden geciteerd.
Eens dat het menselijk gedrag in beide bewegingen niet anders is. Dat het doel van de economie consumptie, amusement en infantilisering zou zijn lijkt me echter onzin. Een economie is geen actor en kun je dus nauwelijks een doel toekennen. De economie is een afspiegeling van de keuzes die mensen maken, en als de culturele en morele waarden ontbreken (of niet overtuigend genoeg zijn) om het Louvre of de Hollandse veenweiden te apprecieren en we liever naar Hersonisos of een andere playa gaan, dan is dat de uitkomst. Dat ligt niet aan het economisch stelsel en teveel liberalisme, maar aan de keuzes die we zelf maken.
Willem van Toorn: Waar wij wonen. NRC 24+24 oktober 2010
De stelling van Van Toorn is dat het landschap, de ruimte, niet meer primair de plek is waar wij wonen, zelfs niet de plek waar we werken, maar het strijdperk waarin wij onze concurrenten moeten verslaan. Zijn geliefde citaat dat dit onderbouwt is een conclusie uit de nota Ruimte die enkele kabinetten-Balkenende meeging: "Meer specifiek richt het kabinet zich in het nationaal ruimtelijk beleid op versterking van de internationale concurrentiepositie van Nederland".
Een mooi inzicht en terecht voor waar het een vrijbrief is om overal maar te bouwen en dat ook nog (door gebrek aan geld of creativiteit) op een lelijke wijze te doen. Maar het is voor een deel ook een onterechte tegenstelling. De conclusie uit de nota Ruimte zou ook wel geschreven kunnen zijn in plechtstatige 17e eeuwse woorden van de Amsterdamse burgemeesters die de grachtengordels lieten aanleggen, nu op de Unesco erfgoed-lijst. De essentie van het Nederlandse landschap en de ruimte is dat het steeds verandert, de kunst is om dat kwalitatief hoogwaardig te doen. Juist ook omdat kwalitatief hoogwaardig landschapsontwerp en ruimtebeheer de concurrentiepositie helpt versterken.
Interessant is dat de auteur niet alleen de negatieve kanten van globalisering ziet, maar ook die van de nieuwe trend van regionalisering. Het eigen-volk-eerst-denken heeft volgens van Toorn niets te maken met ervaring van de eigen cultuur van Jac. P. Thijsse et al. Ook deze regionaliserings trend is cultuurvijandig en gebaat bij geheugenverlies. Niet anders dan bij globalisering zou ook hier het doel van de economie consumptie, amusement en infantilisering zijn, waarbij Louise Fresco en Raffaele Simone worden geciteerd.
Eens dat het menselijk gedrag in beide bewegingen niet anders is. Dat het doel van de economie consumptie, amusement en infantilisering zou zijn lijkt me echter onzin. Een economie is geen actor en kun je dus nauwelijks een doel toekennen. De economie is een afspiegeling van de keuzes die mensen maken, en als de culturele en morele waarden ontbreken (of niet overtuigend genoeg zijn) om het Louvre of de Hollandse veenweiden te apprecieren en we liever naar Hersonisos of een andere playa gaan, dan is dat de uitkomst. Dat ligt niet aan het economisch stelsel en teveel liberalisme, maar aan de keuzes die we zelf maken.
Willem van Toorn: Waar wij wonen. NRC 24+24 oktober 2010
zaterdag 23 oktober 2010
Groeten uit Stampersgat
Na meer dan dertig jaar liep ik vandaag weer eens door de suikerfabriek van Stampersgat -Dinteloord.
Suikerunie heeft in de tussenliggende jaren niet stilgezeten. De fabriek is leeg geworden, er lopen veel minder mensen rond, een campagne wordt nu met minder dan 200 man gedraaid en er wordt een veelvoud van bieten verwerkt omdat andere fabrieken gesloten zijn. En de besturing van zo'n fabriek vindt plaats vanuit een moderne operating room - een procescontrole kamer die bij Shell niet misstaat. De bieten worden just-in-time aangevoerd - dat wij er op zaterdagmorgen redelijk veel zagen liggen, komt vooral omdat er op zondag overdag niet geladen wordt. Ze worden ook niet meer per boot vervoert (leek me wel milieuvriendelijk) noch met het waterkanon de fabriek ingespoten - wat vroeger altijd mooie plaatjes opleverde.
De fabriek huisvest inmiddels ook een museum van de Stoomclub Suikerunie - dat me leerde hoe lang sommige van die mooie machines uit een oude technologische golf in productie zijn gebleven: sommige zijn pas in de jaren 90 buiten dienst gesteld, na soms al in de 19e eeuw geinstalleerd te zijn. Kom daar met computers eens om!
De fabriek huisvest inmiddels ook een museum van de Stoomclub Suikerunie - dat me leerde hoe lang sommige van die mooie machines uit een oude technologische golf in productie zijn gebleven: sommige zijn pas in de jaren 90 buiten dienst gesteld, na soms al in de 19e eeuw geinstalleerd te zijn. Kom daar met computers eens om!
vrijdag 22 oktober 2010
PVV Melk
Eigen zuivel eerst! zo pakte de meepakkrant De Pers gisteren op de voorpagina uit. Het reclamevolk grijpt naar nationalisme, met als voorbeeld de Campina boodschap “U denkt misschien dat alle melk hetzelfde is. Toch wordt steeds meer melk uit het buitenland gehaald. Gelukkig komt Campina-melk gegarandeerd van onze Nederlandse koeien”.
Dat zou volgens geciteerde reclamemakers een voorbeeld zijn van inspelen op nationalisme, iets waar Nederland in achterloopt. Bij kiezers van de PVV maar ook andere partijen, ligt een markt voor nationalistische sentimenten en daar speelt deze recelame campagne geraffineerd op in, zo meldt een reclamewatcher.
Friesland-Campina licht toe dat dit toch een misinterpretatie is. Sommigen vatten het wel zo op, zo meldt de woordvoerster, maar de reclame is ingegeven door de hang van consumenten naar producten van dichtbij.
Wat het verschil tussen dichtbij en nationalisme is wordt niet helder, maar gedoeld zal worden op het food miles idee dat dichtbij duurzamer is. Dat is nog maar de vraag, boter en kaas uit Nieuw Zeeland zouden wel eens duurzamer kunnen zijn dan Brabantse melk -afhankelijk van hoe je aankijkt tegen het gebruik van ingevoerd krachtvoer in NL versus veel hectares in Nieuw-Zeeland.
Overigens komt de melk van het in Nederland gevestigde Deens-Zweedse Arla ook van Nederlandse koeien: dat geldt zeker voor de melk die men hier verwerkt, en ook van meer dan 10% van de melk in Denemarken die daar door (ex-)Nederlandse boeren met Nederlandse (Holstein-Frisian) koeien wordt geproduceerd: die heeft op zijn minst een dubbel paspoort zou ik zo denken.
Tot slot: er is helemaal geen reden tot voorpaginanieuws. In 1983 (toegegeven, toen ging het met de economie ook niet best) maakte Coberco ook al reclame voor melk uit de eigen streek. Zie de poster hierboven. Het heeft niet geholpen: Coberco is niet meer, het fuseerde tot een van de voorgangers van Friesland-Campina.
Dat zou volgens geciteerde reclamemakers een voorbeeld zijn van inspelen op nationalisme, iets waar Nederland in achterloopt. Bij kiezers van de PVV maar ook andere partijen, ligt een markt voor nationalistische sentimenten en daar speelt deze recelame campagne geraffineerd op in, zo meldt een reclamewatcher.
Friesland-Campina licht toe dat dit toch een misinterpretatie is. Sommigen vatten het wel zo op, zo meldt de woordvoerster, maar de reclame is ingegeven door de hang van consumenten naar producten van dichtbij.
Wat het verschil tussen dichtbij en nationalisme is wordt niet helder, maar gedoeld zal worden op het food miles idee dat dichtbij duurzamer is. Dat is nog maar de vraag, boter en kaas uit Nieuw Zeeland zouden wel eens duurzamer kunnen zijn dan Brabantse melk -afhankelijk van hoe je aankijkt tegen het gebruik van ingevoerd krachtvoer in NL versus veel hectares in Nieuw-Zeeland.
Overigens komt de melk van het in Nederland gevestigde Deens-Zweedse Arla ook van Nederlandse koeien: dat geldt zeker voor de melk die men hier verwerkt, en ook van meer dan 10% van de melk in Denemarken die daar door (ex-)Nederlandse boeren met Nederlandse (Holstein-Frisian) koeien wordt geproduceerd: die heeft op zijn minst een dubbel paspoort zou ik zo denken.
Tot slot: er is helemaal geen reden tot voorpaginanieuws. In 1983 (toegegeven, toen ging het met de economie ook niet best) maakte Coberco ook al reclame voor melk uit de eigen streek. Zie de poster hierboven. Het heeft niet geholpen: Coberco is niet meer, het fuseerde tot een van de voorgangers van Friesland-Campina.
donderdag 21 oktober 2010
recent duurzaam
Morgen (vrijdag) geef ik bij het 50 jarig bestaan van de vakgroep Bedrijfseconomie in Wageningen een praatje over duurzaamheid. In de voorbereiding kwam ik nog een paar interessante rapporten tegen, die ik je niet wil onthouden.
Het Wereldnatuurfonds publiceerde onlangs Living Planet Report, waarin ook een scneario naar 2050 zijn doorgerekend. We hebben drie aardes nodig zo is de kortste samenvatting die ik las. Mooie site trouwens.
De Rabobank maakte een vergelijkbare analyse en roept de voedingsmiddelenindustrie op te werken aan duurzaamheid in zijn rapport Sustainability and security of the global food supply chain.
Het Wereldnatuurfonds publiceerde onlangs Living Planet Report, waarin ook een scneario naar 2050 zijn doorgerekend. We hebben drie aardes nodig zo is de kortste samenvatting die ik las. Mooie site trouwens.
De Rabobank maakte een vergelijkbare analyse en roept de voedingsmiddelenindustrie op te werken aan duurzaamheid in zijn rapport Sustainability and security of the global food supply chain.
woensdag 20 oktober 2010
economische omelet
Lachen met de dismal science economie kan weer: met de economic standup comedian. Ofwel hoe bakt een econoom een omelet?
dinsdag 19 oktober 2010
beleggen in de agribusiness
Als agrarische producten (de soft commodities) duurder dreigen te worden, wordt het aantrekkelijk te investeren in ondernemingen die het produceren. Waardoor die aan goedkoper kapitaal komen voor uitbreiding van de productie. Dit feed back mechanisme in de economie is al een tijdje werkend. Zelfs het Robeco blad Safe komt nu met 10 "agrarische stockpicks":
- Bunge (VS): breed palet aan activiteiten, sterk in Brazilie
- Nutreco (NL): vis- en veevoer (het blad suggereert in een fotobijschrift dat men nog in zalm zit, dat is niet meer zo)
- Marine Harvist (Noorwegen): zit wel in zalm, in Noorwegen en Chili
- Agrium (Canada): kunstmest
- Glanbia (Ierland): kaas en wei
- Sun Opta (Canada): "organische" gewassen (een term die ik vorige week in de NRC ook las in de column van Louise Fresco, maar een onjuiste vertaling is van organic: dat heet biologisch in goed Nederlands)
- SLC Agricola (Brazilie): beursgenoteerd boerenbedrijf
- Syngenta (Zwitserland): gewasbescherming en gmo zaden
- Cosan (Brazilie): suikerriet voor suiker en ethanol
- Illovo Zugar (Zuid Afrika): Suikerrietplantages in zuidelijk Afrika.
P. van Kleef: Rijk aan voeding in: Safe, oktober 2010
maandag 18 oktober 2010
bietentocht
Het is de week van de geschiedenis. Morgen de derde dinsdag in oktober en dus de Zuidlaarder paardenmarkt. Al meer dan 1000 jaar.
Veel korter nog is de suikerbiet in ons land - sinds Napoleon. Vandaag is de Bietentocht 2010 van start gegaan, sinds een jaar of tien een historische belevenis als variant op de Warmonder mestrace.
Zaterdag gaan ze me hopelijk laten zien dat het er intussen een stuk moderner toegaat in het bietenvervoer naar Stampersgat.
Veel korter nog is de suikerbiet in ons land - sinds Napoleon. Vandaag is de Bietentocht 2010 van start gegaan, sinds een jaar of tien een historische belevenis als variant op de Warmonder mestrace.
Zaterdag gaan ze me hopelijk laten zien dat het er intussen een stuk moderner toegaat in het bietenvervoer naar Stampersgat.
Abonneren op:
Posts (Atom)



