zondag 13 januari 2008

Zweedse tomaten: waarom de groenteboer labelled

Bij de groenteboer (of in het AGF deel van de supermarkt) zie je dat de herkomst van de producten duidelijk wordt vermeld. Griekse druiven, sperciebonen uit Egypte. En dat gebeurde al voor de foodmiles een issue waren. In de Wasserbomben-crisis (zie de blog van gisteren) was dat de basis voor Duitse consumenten om te denken dat Spaanse tomaten lekkerder zijn dan de Nederlandse. Ook al konden de meeste van die consumenten in een blinde proeverij de Spaanse er niet uithalen.
De Zweedse onderzoekster Lena Ekelund heeft met haar collega's opnieuw aangetoond dat herkomstaanduiding wel degelijk het smaakoordeel kan beinvloeden. Ze kocht een willekeurige partij Zweedse tomaten en presenteerde die op 3 schaaltjes aan haar proefpanel. De bordjes werden (onterecht) gelabelled als Zweeds, Biologisch uit Zweden en Nederlands. En wat blijkt: de smaak van de Zweedse en de Biologische uit Zweden werd belangrijk hoger gewaardeerd dan de vermeend Nederlandse tomaten. Nederland scoorde op een laag-hoog schaal van 1 tot 5 een 2,5, de andere twee varianten een 3,6.

Ze herhaalde daarmee een onderzoek dat ze tien jaar geleden ook al deed en er bleek in die tien jaar tijd nauwelijks iets veranderd in de afstand tussen de varianten. Hoe dat mechanisme werkt blijkt uit haar artikel niet, ik vermoed dat de aanduiding allerlei beelden oproept bij de consument die de smaakbeoordeling beinvloeden.

Meelezende groenteboeren doen er dus verstandig aan die bordjes te blijven plaatsen, want dat verhoogt de consumentenwaardering. Nederlandse tomatentelers moeten wellicht de herkomt in de kleinst mogelijke letters op de verpakking zetten - in ieder geval in Zweden.
Lena Ekelund, Frederik Fernqvist and Helene Tjarnema: Consumer preferences for domestic and organically labelled vegetables in Sweden. In Food Economics, 4.4,2007

zaterdag 12 januari 2008

aardappelen veredelen

De Wasserbomben-crises, waarin de Duitse consument de Nederlandse tomaten links liet liggen omdat ze meer op vorm dan op smaak veredeld zouden zijn, zit blijkbaar nog diep is het collectieve geheugen gegraveerd. Het woord viel van de week weer op BNR-radio die uit de landelijke ochtendbladen het nieuws haalde dat de Duitse consument de Nederlandse aardappel links laat liggen ten faveure van de Franse. Want de Franse ziet er mooier uit. En zo werd Heero Gramsma zijn speech voor ons akkerbouwers dat we wat meer ambitie in kwaliteitsmanagement moeten tonen omdat dat ons geld kost, landelijk nieuws. Of dat nu de ambitie van de mij bekende Nedato directeur was, vraag ik me af.
Aardappelveredelaar prof. Evert Jacobsen zou er wellicht wel een oplossing voor weten. Hij pleit al geruime tijd voor meer ruimte voor veredeling met nieuwe technieken. 80% van de voordelen van de GMO transgene veredeling (genen van het ene ras inbouwen in het andere) is volgens hem ook binnen te roeien met het genetisch verbouwen binnen een ras, door hem met de term Cisgene aangeduid. Lijkt me een logisch verhaal.
Op zoek naar verdere argumenten stelt hij met WUR collega Niels Louwaars (beide heren kom ik tot mijn plezier af en toe tegen) in het WURblad Resource dat dankzij de lobbying van de Greenpeaces van deze wereld de kosten van zo'n veredelingsdossier zo duur worden dat het net als in de farmacie alleen voor de allergrootste 5 wereldwijde veredelaars is weggelegd. Daarmee suggererend dat dit opereren van multinationals op zich niet is wat we zouden moeten willen. En dat de NGO's voor die vermaledijde multinationals aan het werk zijn. Waarom dat vermaledijde blijft een beetje onduidelijk (gebrek aan concurrentie?) - in ieder geval zijn we binnen honderd jaar opgeschoven van de Friese schoolmeester die in zijn vrije tijd Bintje veredelde naar de Monsanto's van deze wereld.
De NGO's vinden de analyse niets en zeggen in een reactie in het artikel dat het alleen maar komt doordat bedrijven eigendomsrechten (patenten) kunnen hebben op nieuwe rassen. Een weldenkend institutioneel econoom zou hier opgemerkt hebben dat dit geen tegenstelling is, maar dat beide essentiele oorzaken zijn voor het huidige systeem met hoge kosten van een nieuw ras en concentratie in de handen van een paar grootondernemingen.
Bedrijven geven uberhaupt alleen geld uit aan veredeling als ze er iets aan kunnen verdienen. Zelfs als die investering maar laag zou zijn. Dus daarvoor is een (tijdelijk) eigendomsrecht nodig in de vorm van een patent of octrooi. En dus is het handig als de overheid zo'n systeem instelt, want dan is de innovatie hoger dan zonder zo'n systeem en daar profiteren ook anderen (zoals consumenten) van. Eigendomsrechten an sich zijn neutraal tussen grote en kleine ondernemingen.
Als de veredelingskosten zelf hoog zijn, of de procedures rond de goedkeuring van een ras duur zijn, dan kunnen alleen kapitaalkrachtige ondernemingen zich dat veroorloven - en dat is nu blijkbaar het geval. Overigens hangt dat ook erg van de kapitaalmarkt af. Als venture capitalisten (zoals in de ICT en de biotechnologie bij medicijnen) bereid zijn in te schatten welke producten in de pijplijn het gaan halen, kunnen ook kleine ondernemingen aan het spel mee doen. Sterker: daar hebben de groten belang bij, en die kopen die kleinere bij gebleken succes vaak op.
Al met al dus een leuke discussie, maar de ondernemingsvormen lijken me niet echt belangrijk. Het enige wat zou moeten tellen is of de kosten van het verkrijgen van goedkeuring voor een nieuw ras, met alle waarborgen van veldtesten, dure dossiers etc als ook de gemiste voordelen van het onterecht afkeuren of niet-veredelen van bepaalde rassen die er zonder die wetgeving nu wel waren (een opportunity cost), wel opwegen tegen de risico's die we lopen als een verkeerd (gevaarlijk) veredeld Cisgene gewas er per ongeluk doorheen slipt.
Afgelopen 10 jaar lijkt er niets doorheen geslipt, en de rest van de wereld werkt er meer mee. Misschien wordt het dus tijd dat we ook onze Nederlandse aardappeltelers en vooral ook aardappeleters een deel van dat voordeel niet meer ontzeggen.

donderdag 10 januari 2008

Stoom in de Haarlemmermeer

Afgelopen zaterdag had de NRC een leuk verhaal over het stoomgemaal de Cruquius, dat ooit de Haarlemmermeer leegmaalde; hieronder op foto uit de wiki. Twee zaken vielen me op in het verhaal.
Allereerst het feit hoe snel technologische ontwikkeling kan gaan als iets een keer doorbreekt. In dit geval geen ICT met zijn wet van Moore, maar stoom. In 1837 maakte men een plan met 79 windmolens. Toen tien jaar later de keus was gevallen op de bouw van een zeer innovatieve stoommachine, de grootste ter wereld, en men een bouwput aan het graven was, werden er geen 60 paarden a 3 gulden per dag gehuurd, maar een "stoomtuig van 10 paardenkrachten" zodat er op het werk 2000 gulden (geen gering bedrag in die tijd) kon worden bespaard. In 1849 was De Cruquius (genoemd naar een waterbouwkundige) klaar. De auteur van het artikel verbaast zich er met de kennis van de betuwelijn en de hsl over dat dit project wel binnen de begroting en op tijd klaar was, maar mogelijk dat de snelle technologische ontwikkeling hielp. Of zou men toch beter hebben kunnen plannen en managen?
Het tweede wat me opviel was dat de auteur de vraag opwerpt of er niet te veel eer naar de nederlandse waterbouwkundigen en bestuurders gaat bij ons oordeel over dit project. De bouwers en machinisten van de Cornish Engine kwamen uit Engeland en ze deden de facto ook het management van de bouw. De industrialisatie kwam uit Engeland en dat gold ook voor het symbool voor de hollandse industrialisatie. Globalisering hadden we toen ook al, en maakt dat succes vele vaderlanden heeft.

Meat the figures

Karel Knip besteedt in de NRC van vanavond aandacht aan de discussie over de cijfers in Meat the Truth, de film van Marianne Thieme waarin ze op Al_Gore-achtige wijze de vermeende omissie van de nobelprijswinnaar probeert te herstellen dat vooral de veehouderij veel bijdraagt aan de CO2 emissie.
In een blog van oktober (De landbouw verandert: met de OECD in het Kurhaus) meldde ik al dat de FAO had uitgerekend dat 18% van de CO2 emissie gerelateerd is aan het vlees op ons bord, en de recent uitgekomen film is op dat cijfer gebaseerd. MNP en LTO bestrijden dat cijfer, maar Karel Knip neemt het op voor de filmmaakster en de FAO, hoewel hij een vergelijking met de transportsector lastig acht omdat die ook andere broeikasgassen veroorzaken.

woensdag 9 januari 2008

Lijstje: Onmaakbaarheid

De wereld heeft last van de wet van de onbedoelde gevolgen (unintended consequences) en is daardoor in essentie onvoorspelbaar en zeker niet maakbaar. Die onbedoelde gevolgen komen voort uit.


  • onverwachtse meevallers als gevolg van een besluit (windfall, serendipity),
  • een onverwachtse bron van risico en problemen (de wet van Murphy: de boterham valt altijd met de met pindakaas besmeerde zijde op het vloerkleed) of
  • een negatief, ja zelfs pervers effect (auto's werden in New York binnengehaald als schoon antwoord op de milieuvervuiling door paarden).

Dat idee van de onbedoelde gevolgen gaat al terug op het Schotse verlichtingsdenken en is in de dertiger jaren door Robert Merton uitgebreid onder de aandacht gebracht. Hij sprak ook wel van de wet van unforeseen / unanticipated consequences en zag vijf achterliggende oorzaken, zo lees ik in de Wiki.

  1. onwetendheid

  2. foute analyse
  3. korte termijn gaat boven de lange termijn

  4. self-defeating prophecy (voorspelling haalt zichzelf onderuit omdat het tot actie aanzet)
  5. basis waarden en normen verhinderen bepaalde acties om gevolgen te voorkomen

Naar mijn bescheiden mening is alleen al vanwege deze wet van de onbedoelde gevolgen het vrij onzinnig te plannen hoe de komende 50 jaar de energievoorziening gaat veranderen (een transitie door gaat maken zoals dat in het jargon heet), althans als je daarmee een blauwdruk voor huidig handelen wilt leveren. Zo perfect is het systeemdenken ook weer niet. Dat wil niet zeggen dat een beetje toekomstverkenning zinloos is, in tegendeel.
In een pamflet dat toepasselijk is gestencild op de laatste werkende stencilmachine in Nederland (die natuurlijk in katholiek-socialistisch bolwerk Nijmegen staat), hebben enkele Wageningse auteurs zeer kritische noten bij het maakbaarheidsdenken gezet, in het bijzonder als het om transities gaat. Overigens niet vanwege de wet van de onbedoelde gevolgen. Auteurs komen uit de hoek van de planologie en vinden de ruimtelijke ordening niet zo planmatig te ordenen. Op basis ook van een Deense ervaring wijzen ze sterk op de rol van macht en van onderzoek in politieke en maatschappelijke processen - die met Foucault geclassificieerd worden als 'de voortzetting van oorlog met andere middelen'.

De auteurs wijzen erop dat er een heleboel problemen zijn die je niet met transitiearena's en sociaal leren, waarin iedereen tot dezelfde werkelijkheidsdefinitie moet komen, zijn op te lossen.
Dat is helemaal waar als je denkt dat die arena's tot ander gedrag leiden. Het is niet waar als je er zoveel mogelijk de onbedoelde effecten van een beleid bediscussieert, en dan gewoon die maatregel (bijvoorbeeld: handel in emissierechten ook in agrarische sector) neemt die er toe doet. Verder lijkt me dat er veel te weinig nagedacht wordt over instituties (belangengroepen rond wat economen 'rents' noemen) die zich vormen op basis van nieuw beleid en die dat beleid in stand houden of een bepaalde kant op trekken. Die instituties beinvloeden de machtsverhoudingen.

Kortom een interessant essay, waarvan ik tot slot de laatste zinnen deels citeer: "Door de huidige verwevenheid van bestuur, beleid en wetenschap (..) wordt kritiek gemarginaliseerd en de naiviteit van sommige toegepaste en strategische onderzoeken gestimuleerd. (..). Het is tijd voor verandering ..."

Martijn Duineveld, Raoul Beunen, Ronald van Ark, Kristof van Assche en Roel During: The difference between knowing the path and walking the path. Leerstoelgroep Sociaal-ruimtelijke analyse, Wageningen Universiteit. ISBN 978-90-8585-159-z


dinsdag 8 januari 2008

lijstje: 7 soorten gebruik van sociaalwetenschappelijk onderzoek

Veel wetenschappelijk onderzoek claimt tegenwoordig dat het maatschappelijke relevant is en beleidsmakers gebruiken met name sociaal wetenschappelijk onderzoek voor hun 'primaire proces' net zoals een boer niet zonder een bespuitingsadvies kan. Sommigen is dat 'buitenwetenschappelijk' gebruik een doorn in het oog. Martijn Duijneveld en Guido Kuijer schreven er het essay "Tevens zal dit onderzoek een belangrijke bijdrage leveren aan..." over. Daarin een lijstje met soorten gebruik van sociaal-wetenschappelijk onderzoek.


  1. voor de evaluatie van beleid

  2. ter democratisering van overheidsbeleid (zoals belevingsonderzoek dat mensenwensen in kaart brengt)

  3. ondersteunen en verbeteren van communicatiprocessen

  4. deconstructivistisch gebruik (onderzoek wordt ingezet om bepaalde beelden die er bestaan als onjuist te karakteriseren)

  5. problemen te signaleren, herformuleren of op de agenda te zetten

  6. als machtstrategie om groepen mensen te marginaliseren of te disciplineren

  7. om het denken en handelen van mensen te legitimeren (de uitkomst staat vast, het onderzoek moet het politieke standpunt legitimeren)

Kortom onderzoek kan wetenschappelijk in zijn opzet zijn, maar het doel is dat heel vaak niet en of dat doel bereikt wordt is de vraag die te weinig expliciet gemaakt wordt.

maandag 7 januari 2008

Kunstenaars en boeren

Boeren hebben structureel lage inkomens, maar het kan altijd nog erger: artiesten leven helemaal in een bijzondere economie. Hans Abbing promoveerde al een paar jaar geleden op “Why are artists poor? – the exceptional economy of the arts” (uitgegeven bij Amsterdam University Press), en in de kerstvakantie las ik het eindelijk uit. Een boeiend boek. Zijn analyse is dat de status van het vak artiest zo hoog is (zeker ook voor rijkelui’s kinderen), en dat de kans op succes zo wordt overschat, dat er veel te veel mensen voor dat vak kiezen. Kunstenaars leven vaak van neveninkomsten (ook van partners), subsidies en giften en die houden vooral het probleem in stand, of vergroten dat zelfs - subsidies treffen dus geen doel. Aldus Abbing. Hoewel boeren en kunstenaars weinig met elkaar hebben (er zijn uitzonderingen), zie ik in hun economisch systeem soms toch overeenkomsten.

De kilt fotografeerde ik in Oregon

wetenschapsbedrijf

In de laatste SPIL van vorig jaar publiceerde Johan Bouma een interessante bijdrage over wetenschap in het spanningsveld tussen politiek en samenleving. Hij signaleert dat de politiek kiest voor sturen op excellentie en op maatschappelijke consortia. Daartoe worden Communities of Practice aanbevolen.

Met veel van het artikel ben ik het eens. Maar bij een punt heb ik vraagtekens. Hij constateert dat de rol van wetenschappelijk directeuren in instituten steeds meer verschuift in de richting van financieel beheer en dat het leuker en beter zou zijn als ze zich meer met organisatie van o.a. die CoPs zouden bezig houden. Dat leuker betwijfel ik niet, maar of het die kant ook op zal gaan is te betwijfelen. Voor de pure wetenschappelijk directeuren misschien nog wel, mits ze een goede algemeen directeur en directeur bedrijfsvoering hebben die de zakelijke kant doen. Maar de trend is naar de vesterking van bedrijf in wetenschapsbedrijf. Net zoals de ontwikkelingshulp zakelijker is geworden door de Foundations van amerikaanse zakentycoons en de nadruk op competenties voor handel.

Ook omdat een steeds groter deel van de wetenschap steeds meer voor tenderende overheden en bedrijfsleven werkt. Dat vraagt m.i. om een bedrijfsmatige aanpak, waarin de sterren (de excellente wetenschappers) schitteren en de Joop van der Ende types op de organisatie en de centen letten.

Wie in de organisatie van de landbouwwetenschappen is geinteresseerd leze:
Johan Bouma: Wetenschap in het spanningsveld tussen politiek en samenleving. In: SPIL 2007/5

Online

KPN heeft vandaag netjes de verbindingen weer hersteld. Wat de helpdesk absoluut niet lukte, was voor de capabele monteur geen echt probleem. De oorzaak blijft een raadsel maar het toch al snelle ADSL is nu nog sneller.
Overigens was het wel even wennen, zonder internet. We blijken intussen toch veel dingen via het net te regelen of op te zoeken; het geeft ook een beetje een verweesd gevoel als je op het platteland ineens van de internetwereld afgesloten lijkt. Alsof je bij Schiphol het land verlaat, of vroeger bij het passeren van de grens met Belgie onbereikbaar werd.
We hervatten dus de blogs. En blijf aan de kippen hiernaast denken. Doe als in New Hampshire en vote.

zaterdag 5 januari 2008

Panne

Komende dagen mogelijk wat minder vaak een berichtje op de weblog want de internetverbinding bij me thuis ligt er uit. De KPN moet er aan te pas komen want na drie kwart jaar geeft het internetplusbellen het even op.
Overigens was het leuk om gisteren weer eens op het mediapark te zijn, in een Avro uitzending met Pia Dijkstra. Een jaar of tien geleden kwam ik er vanuit de HCC weleens bij de journaalredactie (waar de redacteur van het clubblad werkte) en zo te zien functioneren de grote redactiezalen nog als vanouds. Interessant om te zien met hoe weinig stress men zo'n uitzending lijkt te maken. En we hadden een leuk gesprek over stijgende graan en melkprijzen. Waar steeds meer beleggingsfondsen van denken dat ze door stijgen, maar je ook ontwikkelingen naar meer aanbod ziet - zo was mijn stelling.

Bedrijfsovername adviezen

De GIBOgroep stuurde mij een exemplaar van hun nieuwe boek "Als je bedrijf je leven is". Het is een zeer leesbaar boek voor iedereen die wel eens nadenkt of na zou moeten denken over een bedrijfsovername. Goed leesbaar, verluchtigd met bruikbare interviews en mooi vorm gegeven. Ook een heel compleet boek inclusief een hoofdstuk over bijvoorbeeld onderhandelen.
Opvallend vond ik twee dingen: het boek begint terecht met een hoofdstuk over "leven na het bedrijf". Niet alleen (denk ik) om de verkopers niet in een zwart gat te laten vallen, maar vooral omdat het proces zoveel makkelijker loopt als je als verkoper een (positief) beeld hebt van wat je wil doen na de verkoop van iets waar je lange tijd, zo niet je hele leven, hard voor gewerkt hebt. Loslaten is niet simpel.

Het tweede opvallende is dat het boek zowel voor de agarische sector is geschreven als voor het MKB. En hoewel er natuurlijk wat accentverschillen zijn (gezinsbedrijven in de landbouw worden vaak in de familiesfeer overgenomen omdat het voor een starter niet te betalen is), die ook in aparte hoofdstukken worden belicht, valt toch vooral op dat een zeer groot deel van de problematiek gelijk is; en daar waar dat niet zo is, is het wel eens leerzaam om over de MKB schutting te kijken.

Kortom: mkb en agrarisch beginnen ook op dit punt in elkaar over te lopen. Dankzij overname van kantoren en een relatief krimpende agrarische markt t.o.v. de mkb-markt komt zo'n overloop de accountantskantoren goed uit - anders hadden ze twee boeken moeten maken. Het beeld dat de boekhoudwereld soms wat conservatief is (ook niet verkeerd bij jaarrekeningen) kan hiermee ook weer worden bijgesteld: een innovatief boek.

Jan Breembroek, Anneke van der Heijden, Sylvester Schenk en Maarten Zemann: Als je bedrijf je leven is. ISBN 9789054391722 / Reed Business Information

donderdag 3 januari 2008

kippentest

In de linkerkolom vind je een quizvraag, zo je wilt een test van je economische kennis. Over bruine en witte eieren. Vote!

ruimtegebruik in het buitenland

Nederland is niet vol, de hele agglomoratie Londen zou nog makkelijk in het Groene Hart passen, zo las ik in een recent gestencild boekje uit Wageningen. De volheid is een belevingsprobleem, en veroorzaakt doordat de planologie uitgaat van functiescheiding.
Anderzijds ligt een groot deel van ons beslag op de ruimte in het buitenland. Niet dat dat erg is, want het zou economisch onzinning zijn alle hout dat we nodig hebben op dure grond binnen de landsgrenzen te telen. Dat kan goedkoper in Finland. Het MNP heeft het eind vorig jaar in "Nederland en een duurzame wereld" (overigens een uitgave waarvoor alleen al voor de dikke kaft het nodige hout geveld is) toch uitgerekend: we gebruiken 4 keer Nederland in het buitenland. En dat groeit naar vijf keer. Ongeveer 45% daarvan is nodig voor voeding, en 55% voor papier, karton en andere houtproducten.

De vraag naar ruimte voor voeding komt vooral uit vlees en zuivel, waar veevoer voor geteeld moet worden. Het rapport verwacht weinig van verminderde vleesconsumptie in de wereld, die groeit alleen maar. Terwijl voor een calorie rundvlees 80 keer zoveel land nodig is dan voor een calorie graan. Bij kipvlees is dat overigens maar 2,5 keer zoveel, dus de stijgende vraag naar snelklare kip is zo gek nog niet.

Overigens, zo denk ik, is er nog wel een voetnoot te zetten bij zulke vergelijkingen. Voor die kippen heb je in de huidige verhoudingen echte graanvelden nodig waar je met een combine op moet. Rundvee kun je heel goed extensief weiden op Alpenweides en andere lastig begaanbare terreinen. In geld rekenen is dus beter dan in calorien. En mogelijk is die 80 berekend doordat het nu o.a. om marginale Argentijnse pampa's gaat, terwijl er in de Veenkolonien een gunstiger verhouding is tussen graan en mestvee.

Het rapport laat zien dat stijging van de productie per ha dus heel aantrekkelijk is voor het goed omgaan met schaarse ruimte en de biodiversiteit. Het beveelt (terecht) aanpassing van het landbouwbeleid aan. Maar het waagt zich niet aan de GMO discussie. Er wordt wel in kaart gebracht dat Nederlanders in een lijst met zorgen de verdringing van organismen door GMO maar op de 45ste plaats zetten (ver na kinderarbeid en analfabetisme) en dat het bedrijfsleven de zorg voor concurrentiepositie hoog op de agenda heeft, maar de voor de hand liggende conclusie dat verdere bezinning op GMO dan voor de hand ligt, heb ik niet gelezen. Zouden we in 2008 toch op de agenda moeten zetten.

Martijn Duineveld en Guido Kuijer: Tevens zal dit onderzoek een belangrijke bijdrage leveren aan.... (Wageningen UR Leerstoelgroep Sociaal-ruimtelijke analyse), 2007

MNP: Nederland en een duurzame wereld, 2007

woensdag 2 januari 2008

Mansholtplan 40 jaar

2008: 40 jaar na het verschijnen van het roemruchte Plan Mansholt. In december a.s. pas, dus feestauteurs hebben nog even en het zal wel ondersneeuwen in alle aandacht voor 50 jaar Gemeenschappelijk Landbouwbeleid.
Het blad EuroChoices geeft in zijn laatste nummer alvast een aftrap voor het terugblikken. Sicco Mansholt zijn analyse was dat bedrijven in de EU veel te klein waren en dat sanering nuttig zou zijn. Anders zou de prijspolitiek uit de hand lopen. En al bij het inzetten van die prijspolitiek in 1958 was hem door jan en alleman aangeraden om eerst de problematische structuur aan te pakken, maar - zo weten we uit zijn biografie - Europese politiek maakte het gewenst om eerst de prijzen te uniformeren. Dat zou de eenwording van de EEG sneller op weg helpen.

De timing van het plan, zo maakt David Stead in zijn EuroChoices artikel duidelijk, was weinig gelukkig, aan de vooravond van stagnerende economieen. Maar dat was natuurlijk niet het idee waartegen boeren te hoop liepen. Het plan om te bevorderen dat binnen 10 jaar de helft van de boeren zou verdwijnen was de angel. Het bracht een aantal boeren met een koe in de vergaderzaal - "voor een keer bracht het enkelen van hen die door het beleid geraakt worden aan de vergadertafel" kopte daarbij een Luxemburgs boerenblad. Dat er ook een dode viel, geeft de grimmigheid van de discussie weer.

Inmiddels kunnen we ook vieren dat het doel van het Plan Mansholt is gehaald. Weliswaar niet in 10 jaar, maar via natuurlijke weg in 40 jaar. De grafiek hierboven geeft het aantal bedrijven in Nederland aan, van de 185.000 ten tijde van het Mansholtplan zijn er minder dan 80.000 over.

En liefhebbers van de "wat als" historiespelen kunnen zich afvragen of een eerdere en snellere sanering in de jaren 60 niet geleid zou hebben tot meer arbeidsaanbod in de industrie en dus minder gastarbeiders (en voor nu dus minder Wilderiaanse discussies) en tot minder intensieve veehouderij (en dus minder Thiemiaanse discussies). Timing blijft lastig, ook in de politiek.

dinsdag 1 januari 2008

Gelukkig Nieuwjaar



Gelukkig Nieuwjaar!

Ook in 2008 hoop ik je weer vaak op deze weblog te treffen. De poster hiernaast komt uit het onmisbare Reclamearsenaal.nl

Morgen hervatten we de normale dagelijkse blogs over economische impressies van een veranderende landbouw