Waarom wordt er in Nederland zo weinig kefir geproduceerd? Die vraag bereikte me twee weken geleden van een auteur die aan de NRC en een universiteit in het Noorden des lands is verbonden. Tot nu toe hebben we het antwoord niet kunnen vinden. Wie helpt?
Kefir is een gezonde zuiveldrank uit de joghurt-familie die als een natuurlijk antibioticum werkt en iets licht-alcoholisch heeft. Zie ook de wiki.
Mijn vragensteller meldde dat ze in Rusland miljoenen liters per jaar produceren, in en met dezelfde machines
waarmee ze yoghurt maken!
In Turkije is kefir een eeuwenoude traditie. In Berlijn, Wenen en Parijs kun je verse kefir kopen,
van koeien-, en schapen-, én geitenmelk!
In het oosten van Duitsland ontmoette ik afgelopen week zelfs Nederlanders die aan het consumeren geslagen waren. Mijn vragensteller ziet er een
ideaal product in voor zelfzuivelende boerinnen én hun Turkse buurvrouwen, als
gastbrouwers én afnemers.
Kortom, wie weet waarom we de Kefir in Nederland niet doorbreekt? Zijn we daar te conservatief voor? Is de concurrentie van karnemelk (dat men in het buitenland weer niet pruimt) te concurrerend ? Je reacties graag hieronder.
weblog over de toekomst van de Nederlandse landbouw en het platteland. Gemotiveerd vanuit het werk als econoom, de nevenfuncties als bestuurder en de woonomgeving van de moderator, maar als persoonlijke stellingname geheel buiten de verantwoordelijkheid van mijn werkgevers - zoals het hoort bij een weblog.
dinsdag 27 maart 2012
zondag 25 maart 2012
creativiteit ontrafeld
Creativiteit is het residu van verspilde tijd, zo zou Einstein hebben gezegd. Wie op zoek naar innovatie meer wil weten over het bevorderen van creativiteit kan terecht in een nieuw boek van Jonah Lehrer: Imagine: how creativity works. Zo lees ik in een positieve boekbespreking in The Economist van afgelopen week. Relaxen helpt tijdens inspannend werk, en daarom ontstaan veel ideeen onder de warme douche. En verder vooral domme vragen laten stellen, daarom hebben jonge mensen een voordeel in innovatieprocessen. Meer immigratie helpt ook.
zaterdag 24 maart 2012
extractive government
Een boek voor de aanschaflijst, zo suggereert een recensie in The Eonomist van 10 maart: Daron Acemoglu and James Robinson: Why nations fail - the origins of power, prosperity and poverty. Kritiek op sommige cases maar de stelling dat sommige landen teveel extractive instituties hebben. Die zijn historisch de norm en de top van een land heeft er vaak belang bij. Zie daar het belang van goede democratie en governance. Daar waar inclusive governments arriveren die individuele rechten garanderen en investeringen en inspanningen aanmoedigen wordt veel welvaart gecreeerd.
vrijdag 23 maart 2012
waar is de fair trade?
Apps helpen de consument. In de VS is er nu een die informatie geeft over welke fair trade producten er allemaal te koop zijn, en op welke locaties je dan moet zijn. Hier is de link, met dank aan Quora
donderdag 22 maart 2012
Van oude mensen en de dingen die ze eten
Vorige week zag ik een korte presentatie van het Duitse bedrijf Biozoon. Die maken smoothfood: eetproducten die nog genuttigd kunnen worden door ouderen (en anderen) met slik- en kauwproblemen.
Ze zitten helemaal op de tour van gepersonialiseerde maaltijden: per persoon (met smaakvoorkeur en medicijnen) klaargemaakt in grootkeukens. Lijkt me een groeimarkt.
Ze zitten helemaal op de tour van gepersonialiseerde maaltijden: per persoon (met smaakvoorkeur en medicijnen) klaargemaakt in grootkeukens. Lijkt me een groeimarkt.
dinsdag 20 maart 2012
beren opweg
In 2018 gaat een castratieverbod voor (varkens)beren gelden. En dus bereiden bedrijfsleven en onderzoek zich voor. Ook het LEI doet daar aan mee. In dat kader is er een leuk filmpje gemaakt dat op een website Boars2018.com staat.
Laat je niet afschrikken door de wat verouderde tekst rond de aankondiging van een congres: het fimpje staat onderaan de pagina. Ik link niet direct want dan krijg je 134 MB over de lijn, wat voor de gemiddelde plattelandsbewoner nog altijd een tijdje duurt. Desalniettemin aanbevolen.
Laat je niet afschrikken door de wat verouderde tekst rond de aankondiging van een congres: het fimpje staat onderaan de pagina. Ik link niet direct want dan krijg je 134 MB over de lijn, wat voor de gemiddelde plattelandsbewoner nog altijd een tijdje duurt. Desalniettemin aanbevolen.
maandag 19 maart 2012
nogmaals de H-index craze
Ter aanvulling op de blog van gisteren: ook eens gekeken wat mijn eigen H index is, zo'n stuk maakt je toch nieuwsgierig. Volgens Google Scholar 9, meest geciteerde paper had 4 auteurs, 37 citaties en ging over de mineralenboekhouding (in Agricultural Systems). Voor full transparency.
zondag 18 maart 2012
Lijstje: de H index
Feed them bananas, and you will get monkeys, zeggen de Amerikanen. Ofwel als een manager volledige informatie ontbeert, en je gaat sturen op 1 of 2 prestatieindicatoren dan trek je het gedrag scheef. Dus moet je elke 4 jaar van indicatoren set wisselen: het eerste jaar worden ze nog niet begrepen, het tweede begint het te werken, het derde begint het al scheef te trekken en het vierde jaar wordt er niet meer gelet op andere zaken die ook belangrijk zijn. Prestatie-indicatoren zijn als contracten: bijna altijd incompleet. Daarmee wel nuttig maar je moet ze niet verabsoluteren, daar wordt het te 1-dimensionaal van.
De academische wereld begint dat ook door te krijgen: daar heerst de terreur van de H-index. Die combineert het aantal publicaties en het aantal keren dat die zijn geciteerd in een index, die naar de maker Hirsch is genoemd. Waarmee -zoals de NRC zaterdag constateerde - de positie "op de apenrots" wordt bepaald. De krant deed er ook tips bij hoe je je H-index opvoert. Hier een lijstje:
1. doseer je onderzoeksresultaten: beter versnipperen over 3 papers, dan alles in 1
2. ga voor zoveel mogelijk co-auteurschappen. ruil ze: als ik bij jou 4e auteur mag zijn, mag jij bij mij.
3. kies een populair en breed vakgebied, dat levert meer citaties op dan niche-artikelen
4. werk in teams: een paper met 10 mensen levert evenveel H indexpunten op dan een solo-artikel
5. verspil geen tijd aan het schrijven van boeken of een publieksartikel in de NRC of een vakblad - die tellen niet mee
6. wees een senior, alleen al door rond te lopen op een afdeling als manager of een onderzoek mee te financieren kun je je co-auteur laten maken
7. wees niet briljant of orgineel, dan kan het wel 10 jaar duren voor je paper doorbreekt
8. gebruik Google Scholar Citations om je H index te berekenen, dat levert hogere indices dan het bekende Web of Science
9. ruil citaties: als je mij citeert dan citeer ik jou
10. als je al tijd steekt in reviewen van papers, wijs de auteurs op enkele van je eigen publicaties die zij nog niet geciteerd heeft.
Kortom: excellentie is belangrijk, je moet het proberen te meten maar vervolgens voegt een goed oordeel van experts nog waarde toe. Want soms schrijft iemand een goed handboek, heeft een brillant artikel in een niche, draagt veel bij aan het maatschappelijk debat of is een excellent docent. En altijd geldt: resultaten in het verleden (zijn geen garantie voor nog een brilliant artikel en dus -als het goed is- niet voor een aanstelling).
Vrij naar Karel Berkhout en Margriet van der Heijden: Noem jij mij, dan noem ik jou. NRC-H 17.3.2012
De academische wereld begint dat ook door te krijgen: daar heerst de terreur van de H-index. Die combineert het aantal publicaties en het aantal keren dat die zijn geciteerd in een index, die naar de maker Hirsch is genoemd. Waarmee -zoals de NRC zaterdag constateerde - de positie "op de apenrots" wordt bepaald. De krant deed er ook tips bij hoe je je H-index opvoert. Hier een lijstje:
1. doseer je onderzoeksresultaten: beter versnipperen over 3 papers, dan alles in 1
2. ga voor zoveel mogelijk co-auteurschappen. ruil ze: als ik bij jou 4e auteur mag zijn, mag jij bij mij.
3. kies een populair en breed vakgebied, dat levert meer citaties op dan niche-artikelen
4. werk in teams: een paper met 10 mensen levert evenveel H indexpunten op dan een solo-artikel
5. verspil geen tijd aan het schrijven van boeken of een publieksartikel in de NRC of een vakblad - die tellen niet mee
6. wees een senior, alleen al door rond te lopen op een afdeling als manager of een onderzoek mee te financieren kun je je co-auteur laten maken
7. wees niet briljant of orgineel, dan kan het wel 10 jaar duren voor je paper doorbreekt
8. gebruik Google Scholar Citations om je H index te berekenen, dat levert hogere indices dan het bekende Web of Science
9. ruil citaties: als je mij citeert dan citeer ik jou
10. als je al tijd steekt in reviewen van papers, wijs de auteurs op enkele van je eigen publicaties die zij nog niet geciteerd heeft.
Kortom: excellentie is belangrijk, je moet het proberen te meten maar vervolgens voegt een goed oordeel van experts nog waarde toe. Want soms schrijft iemand een goed handboek, heeft een brillant artikel in een niche, draagt veel bij aan het maatschappelijk debat of is een excellent docent. En altijd geldt: resultaten in het verleden (zijn geen garantie voor nog een brilliant artikel en dus -als het goed is- niet voor een aanstelling).
Vrij naar Karel Berkhout en Margriet van der Heijden: Noem jij mij, dan noem ik jou. NRC-H 17.3.2012
donderdag 15 maart 2012
Plasterk over management
| Romeinse tegelvloer in Pafos, Cyprus, vooorstellende Bacchus |
Aldus Ronald Plasterk in de NRC van afgelopen dinsdag 13 maart in een toelichting op zijn gooi naar het fractieleiderschap. Een instelling waarmee je ver komt, ook in onderzoeksmanagement.
woensdag 14 maart 2012
De eiwit puzzle
Bij het weglezen van de boekenstapel kwam ook het vorig jaar verschenen PBL boek "The protein puzzle" weer boven water. Dat had hier eerder gemeld moeten worden, maar voor het terugvinden in eigen blog toch nog maar even - beter laat dan nooit. En het is nog geenzins verouderd: een mooi overzicht van feiten en modelberekeningen voor de bekende problemen rond veehouderij, vis en milieu.
Daarmee een goede aanvulling op Livestock's long shadow van de FAO. Een paar nuances miste ik in de samenvatting (er is veel extenisief grasland waar je vooral vee moet houden en ga niet de veenweiden omploegen) en de voor de hand liggende handelingsperspectieven voor de overheid (liberalisatie vleesmarkt waardoor rundvlees goedkoper wordt en varkensproductie deels verplaatst wordt; btw harmonisatie, pigovian tax op negatieve externe effecten) zijn ook nog niet precies doorgerekend. Mondiale berekeningen zijn bijna per definitie globaal. Maar desalniettemin een mooi boek dat we nog een poosje in de kast laten staan ter raadpleging.
H. Westhoek et al. The Protein Puzzle, PBL 2011
Daarmee een goede aanvulling op Livestock's long shadow van de FAO. Een paar nuances miste ik in de samenvatting (er is veel extenisief grasland waar je vooral vee moet houden en ga niet de veenweiden omploegen) en de voor de hand liggende handelingsperspectieven voor de overheid (liberalisatie vleesmarkt waardoor rundvlees goedkoper wordt en varkensproductie deels verplaatst wordt; btw harmonisatie, pigovian tax op negatieve externe effecten) zijn ook nog niet precies doorgerekend. Mondiale berekeningen zijn bijna per definitie globaal. Maar desalniettemin een mooi boek dat we nog een poosje in de kast laten staan ter raadpleging.
H. Westhoek et al. The Protein Puzzle, PBL 2011
dinsdag 13 maart 2012
toekomstvisies in systeeminnovaties
Toekomstvisies spelen ook een rol in het proefschrift van Anne-Charlotte Hoes. Ze promoveerde eind vorig jaar aan de VU op'"Inside the black box of innovation projects" - en deed me als nieuwe LEI collega haar werk onlangs kado. Het werk komt uit de Transforum-stal en geeft mooi weer hoe innovatieprojecten lokaal zijn. Het gaat om contextualiseren en re-contextualiseren van concepten in de fases van de ontwerptafel, proto-types en eerste verspreiding.
Toekomstvisies kunnen daarbij helpen, maar ook blokkeren als ze als te heilig worden opgevat. Verder blijkt dat ondernemers wel baat hebben bij onderzoekers maar dat je ze soms eerst beter beiden in eigen hok bij elkaar kunt brengen. En innvoatie-groepen hebben vooral ook baat bij monitors die reflectie bevorderen. Dat is weer net wat meer dan informatiebrokers, zo lijkt me.
Nuttig proefschrift dus voor het innovatiedenken in het GLB.
Toekomstvisies kunnen daarbij helpen, maar ook blokkeren als ze als te heilig worden opgevat. Verder blijkt dat ondernemers wel baat hebben bij onderzoekers maar dat je ze soms eerst beter beiden in eigen hok bij elkaar kunt brengen. En innvoatie-groepen hebben vooral ook baat bij monitors die reflectie bevorderen. Dat is weer net wat meer dan informatiebrokers, zo lijkt me.
Nuttig proefschrift dus voor het innovatiedenken in het GLB.
maandag 12 maart 2012
voorstelbare toekomst
Nadat in 2010 de WRR de academische literatuur rond toekomstverkennen voor de centrale overheid op een rijtje zette, maakte het Netwerk Toekomstverkennen vorig jaar het boekje De voorstelbare toekomst (uitgegeven bij STT) over de praktijken bij bedrijven, gemeenten en transitienetwerken. Een mooie aanvulling dus.
De toekomst is niet te voorspellen, maar wel voor te stellen - zo is de opinie. Voor dit type organisaties is toekomst verkennen interessant, vooral als middel om te leren, maar heeft geen hoge prioriteit. Scenario-denken is populair.
Ik vond vooral het hoofdstuk over bedrijven interessant. Ze blijken weinig te hebben en gebruik te maken van rapporten van bv. de WRR of de OECD. Te abstract en te algemeen. Meer specifieke en sectorale rapporten zijn wel welkom. Soms zoekt men juist informatie op mondiaal niveau. Tailormade op de situatie van het bedrijf is gewenst.
In een reflectie komt Patrick van der Duin met een mooi schema van Von der Gracht et al, 2010, waarin bedrijven geclassificieerd kunnen worden naar toekomstbestendigheid op de assen Wijze van toekomstverkenning (van expertopinie via modelberekeningen tot Context-based open foresight rond sociaal technologische dynamiek) en innovatie-management (van technologische innovatie tot open-netwerk-innovatie). Meest toekomstbestendig zijn de bedrijven met een combinatie van Open foresight en Open-netwerk innovatie).
Nog een paar mooie inzichten van McKinsey:
* behendigheid (agility) wordt steeds belangrijker dan control. Daarbij hoort vertrouwen en contact met de kennis van de frontline
* de toekomstverkennende functie van de overheid is momenteel in een zorgelijke staat
* in de toekomst gaat McKinsey nog zwaarder inzetten op kenniscreatie en zal daartoe intensief gaan samenwerken met gespecialiseerde databedrijven
De toekomst is niet te voorspellen, maar wel voor te stellen - zo is de opinie. Voor dit type organisaties is toekomst verkennen interessant, vooral als middel om te leren, maar heeft geen hoge prioriteit. Scenario-denken is populair.
Ik vond vooral het hoofdstuk over bedrijven interessant. Ze blijken weinig te hebben en gebruik te maken van rapporten van bv. de WRR of de OECD. Te abstract en te algemeen. Meer specifieke en sectorale rapporten zijn wel welkom. Soms zoekt men juist informatie op mondiaal niveau. Tailormade op de situatie van het bedrijf is gewenst.
In een reflectie komt Patrick van der Duin met een mooi schema van Von der Gracht et al, 2010, waarin bedrijven geclassificieerd kunnen worden naar toekomstbestendigheid op de assen Wijze van toekomstverkenning (van expertopinie via modelberekeningen tot Context-based open foresight rond sociaal technologische dynamiek) en innovatie-management (van technologische innovatie tot open-netwerk-innovatie). Meest toekomstbestendig zijn de bedrijven met een combinatie van Open foresight en Open-netwerk innovatie).
Nog een paar mooie inzichten van McKinsey:
* behendigheid (agility) wordt steeds belangrijker dan control. Daarbij hoort vertrouwen en contact met de kennis van de frontline
* de toekomstverkennende functie van de overheid is momenteel in een zorgelijke staat
* in de toekomst gaat McKinsey nog zwaarder inzetten op kenniscreatie en zal daartoe intensief gaan samenwerken met gespecialiseerde databedrijven
zondag 11 maart 2012
dure grond
Dinsdag hadden de wandelaars rond Kasteel Groeneveld pech - het Koetshuis was dicht (en het kasteel is dat voor restauratie), want de koffieruimte was gereserveerd voor een seminar over de grondmarkt. Grond is duur en er is weinig handel. De geschiedenis leert dat dat een keer keert, maar velen zien aanwijzingen dat het nog wel even duur blijft: gewild bij beleggers, quota-rents die naar de grond verschuiven en toeslagrechten die mogelijk meer aan de grond worden gebonden.
Daarmee verdwijnt er bij overname veel geld uit de sector. Deels misschien een probleem, deels is het ook onderpandswaarde. Onze schaalgrootte blijft daarmee achter ten opzichte van bv, Denemarken maar meer dan daar komt er hier ook rendement uit de herwaardering van de grond.
Maar misschien zijn er dus andere verdienmodellen denkbaar waarmee operationeel rendement, risico en beleggingswinst over de stakeholders worden verdeeld. Bijvoorbeeld voor boeren die willen boeren in plaats van beleggen voor het pensioen.
En verder is er veel grijze pacht die eigenlijk zwart is en die gepaard gaat met onzekerheid en hoge transactiekosten. Die markt zou je wellicht efficienter kunnen laten werken, hoewel er al allerlei pachtvormen zijn. Daarmee kan er dan wat meer winst worden gemaakt (wat deels weer goed is voor de grondprijs).
Kortom, mooie inzichten in het Koetshuis.
Daarmee verdwijnt er bij overname veel geld uit de sector. Deels misschien een probleem, deels is het ook onderpandswaarde. Onze schaalgrootte blijft daarmee achter ten opzichte van bv, Denemarken maar meer dan daar komt er hier ook rendement uit de herwaardering van de grond.
Maar misschien zijn er dus andere verdienmodellen denkbaar waarmee operationeel rendement, risico en beleggingswinst over de stakeholders worden verdeeld. Bijvoorbeeld voor boeren die willen boeren in plaats van beleggen voor het pensioen.
En verder is er veel grijze pacht die eigenlijk zwart is en die gepaard gaat met onzekerheid en hoge transactiekosten. Die markt zou je wellicht efficienter kunnen laten werken, hoewel er al allerlei pachtvormen zijn. Daarmee kan er dan wat meer winst worden gemaakt (wat deels weer goed is voor de grondprijs).
Kortom, mooie inzichten in het Koetshuis.
zaterdag 10 maart 2012
constructief over destructie
De bijlage Verdieping van Trouw verdiepte zich maandag j.l. in de destructie. Anne-Marie Oudejans schreef er een boek over: Categorie 1 - dierlijke afvalverwerking door de eeuwen heen (Uitgeverij VermeerBestseller.nl).
Op de verwerking van dierlijke afval heerste altijd een taboe. De vilders stonden onderaan de sociale ladder, werden met ziekte geassocieerd, waren vrijwel paria's.
De auteur vindt het woord Destructie niet erg constructief omdat het vernietiging betekent. Kadavers worden door de eeuwen heen juist hergebruikt.
Op de verwerking van dierlijke afval heerste altijd een taboe. De vilders stonden onderaan de sociale ladder, werden met ziekte geassocieerd, waren vrijwel paria's.
De auteur vindt het woord Destructie niet erg constructief omdat het vernietiging betekent. Kadavers worden door de eeuwen heen juist hergebruikt.
vrijdag 9 maart 2012
Wetenschap, R&D en innovatie
Nog wat reclame voor de site van de EU met de presentaties van de conferentie over innovatie, zie de blog van gisteren. 1 sheet uit mijn presentatie staat hieronder. Voor de rest moet je even doorklikken.

Abonneren op:
Posts (Atom)

