dinsdag 31 augustus 2010

Welkom in Wageningen

Wageningen heeft weer een lading studenten binnengehaald, tot van ver over de grenzen. Het Universiteitsblad Resource liet ze tijdens de introductieweek het "echte Wageningengevoel" definieren. In zeven woorden, maar de beste inzending hield zich daar gelukkig niet aan:
City of liberation, people of every nation
a resource for your imagination
and the implementation of integration
the only frustration: where is the station.

Je ziet het, ook beta's hebben literair talent. En voor wie het antwoord wil weten: dat station was ooit op de planningsborden wel voorzien, maar het verhaal wil dat het toenmalige Ministerie van Oorlog er een stokje voor stak: verlenging van de route Utrecht - Veenendaal - Rhenen naar Wageningen zou de Grebbeberg-stelling doorsneden hebben en de landsverdediging hebben verzwakt.
In een "What-if" analyse denken die liberale ex-Rotterdammers in Wageningen nu al snel "iets teveel overheidsbemoeienis, hadden ze het maar toegestaan, dan hadden we daar in de geschiedenis al vaak plezier aan beleefd" Posted by Picasa

maandag 30 augustus 2010

incentives matter

Prikkels doen er toe, zo betogen economen vaak. Het wordt nog wel eens ontkend, maar er zijn fraaie voorbeelden van. De NRC had er dit weekend ook een: vorig jaar is het aantal dagen dat een patient in een ziekenhuis ligt weer met 5% gedaald, tot 3,3 dagen. Sommige ziekenhuizen zitten al ver onder de drie (hoewel dat ook van het type behandelingen kan afhangen).
Oorzaak: men wordt niet meer per ligdag maar per behandeling betaald. En er is marktwerking. Gevolg is dat ziekenhuizen eindelijk logistieke programma's hebben opgezet. Besparing tot nu toe 100 a 200 miljoen.
Ik vind het resultaat niet alleen nuttig als illustratie van het nut van marktwerking en vooral dat prikkels er toe doen, maar ook van het feit dat er toch in de hoogste OECD kringen bij innovatie vooral aan het bedrijfsleven wordt gedacht, en op zijn best aan inkoopgedrag van de overheid. Maar ook de publieke sector, een zeer groot deel van de economie, kan innoveren. Via invoering van rekeningrijden, of dit soort innovaties.
Een enigzins gerelateerd verhaal in de NRC: Wagenings onderzoek toont aan dat veel mensen weinig in GMO zien om milieuproblemen op te lossen, of men nu een appelallergie heeft of niet. Maar als de GMO techniek zou worden ingezet voor appels waar ook allergische mensen tegen kunnen, dan zijn zij die er baat bij hebben minder tegen en meer voor. Zeer rationeel lijkt me: kwestie van kosten en baten (of zo je wil het voorzorgsbeginsel).
En verder was ik niet de enige die klaagde over een hoofdredactioneel artikel in de kwaliteitskrant over de Deltawerken. De NRC trekt het boetekleed aan.

zondag 29 augustus 2010

lokale voedselsystemen

In volume, en ook in waarde stelt het niet heel veel voor, maar er zijn in Europa tal van lokale voedselsystemen: van boerenmarkten tot box-schemes,boerenwinkels, country fairs en community supported agriculture. En ze mogen zich verheugen in een toenemende belangstellling. Langzamerhand zelfs van beleid.
De sterkte van die lokale voedsel systemen liggen in de mensen die er bij betrokken zijn, met goodwill van consumenten en producenten. Daar ligt vaak een sterke motivatie achter en veelal een ideologie. Soms van small is beautifull, van cultuurhistorie of kwaliteit (slow food) van zelfredzaamheid in situaties van verdrukking of isolatie, soms van verzet tegen de grote structuren en hun logo's. Vanuit zo'n ideologie is overigens de eerste zin van deze blog al verwerpelijk.

Enfin het is duidelijk dat deze lokale voedselnetwerken hun wortels in de maatschappij hebben, niet in de overheid. Maar via onderzoek waarin men aantoont tegen belemmeringen aan te lopen die voortkomen uit regelgeving voor het conventionele systeem komen de systemen toch op de beleidsradar.
Een Europees onderzoeksproject -Facilitating Alternative Agro-Food Networks- publiceerde onlangs een mooi boekje met hun onderzoeksresultaten: Local Food Systems in Europe. Met case studies uit 5 landen (Nederland niet natuurlijk) en beleidsaanbevelingen. Ik kreeg het vrijdag en marge van een vergadering over een heel ander onderwerp in Brussel. Gepubliceerd in Graz.

zaterdag 28 augustus 2010

sta voor de vogel

Een veldleeuwerik zingt niet voor niets. Nu heb ik niet zoveel met vogels, dus de titel van dit Wageningse rapport deed me het lijvige boekwerk niet meteen ter hand nemen. Evolutionair zal het wel handig zijn dat de veldleeuwerik zingt, het lijkt me de voortplanting te bevorderen.
De boodschap bleek te zijn dat de veldleeuwerik aan die beloning niet genoeg heeft, het gaat er de auteurs om dat hij niet gratis blijft zingen.
Een titel hoort in de regel de kortste samenvatting van de inhoud te zijn, en zowel in dat opzicht als ook als woordspeling is het een geslaagde titel. Ook de rest van het rapport is goed leesbaar. Het gaat niet goed met de akkervogels, en we hebben daar in Nederland weinig mee. Voor weidevogels is er nog beleid, maar de veldleeuwerik, patrijs, grauwe kiekendief en nog een hele rij andere akkervogels moeten het zonder doen. Misschien hangt er het beeld dat ze er meer naar het Oosten goedkoper voor kunnen zorgen.
Het rapport toont aan dat de opheffing van de braaklegging van granen en de maisteelt (waarmee ook de bio-energie er een sneer van langs krijgt) slecht zijn voor de stand van de akkervogels. Onbespoten graanranden, akkerranden en meer zomergranen zouden het tij moeten keren en het GLB zou daar volgens de auteurs best wat aan kunnen doen (weer een groene dienst). Of het helpt kan overigens niet worden gegarandeerd, voor hetzelfde geld blijf je steken in het verplaatsen van de vogels.
Overigens staat er een opvallende analyse in het discussiehoofdstuk van het rapport: de auteurs vermoeden dat er ook heel wat te bereiken is met andere beheersvormen van linten in het landschap die in beheer zijn bij weg- en bermbeheerders, waterschappen en terreinbeherende organisatie (en de NS vermoed ik). Maar daarin ontbreekt inzicht in de beheersgrondslagen en of men rekening houdt met akkervogels. Er zouden wellicht ook goedkoop wintervoedselgewassen kunnen worden geteeld.
Mooi voorbeeld van wat we niet meten krijgt minder aandacht en dus is er het risico van een vertekening (bias) in de te nemen maatregelen, temeer daar er voor GLB toch een instrument is.

J. Bos et al: Een veldleeuwerik zingt niet voor niets! -Wageningen UR WOT Natuur en Milieu, rapport 107, juli 2010

vrijdag 27 augustus 2010

Groot modellenboek

Soms krijg je nuttige cadeaus bij een workshop. Van Berenschot kreeg ik vorig jaar "Het groot management modellenboek". Het is een overzicht van 70 essentiele modellen uit de economie en de bedrijfskunde. De Boston Consultancy Group Matrix, Porter's 5 krachten, Du Pont, SWOT, Strategische dialoog, Business Proces Redesign, Kernkwadranten, Hofstedes cultuurdimensies, Senge's 5de discipline, Six Sigma, het 7S model, Mintzbergs configuraties, Balanced Score Card, 6 denkhoeden van De Bono,  Stakeholdermanagement en nog 55 andere. Netjes besproken en van een oordeel voorzien.
Buitengewoon handig, ook omdat ik een aantal er van toch nog niet kende (zoals Concept Value voor ruimtelijke ordening) en vooral ook omdat de figuren netjes op CD worden meegeleverd. Handig voor inleidingen en inleidinkjes.

Marcel van Asten, Gerben van den Berg en Paul Pietersma: Het Groot Management Modellenboek, Berenschot / Academic Service. Sdu, Den Haag 2008 ISBN 9789052616452
Posted by Picasa

donderdag 26 augustus 2010

zeeuwse notities

Er lag nog een stapeltje oudere uitgaves van het blad Zeeland, tijdschrift van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, op de leestafel. Dat leverde een interessante avond op. Ik maak wat notities.
Dat het overwegend katholieke Zeeuws-Vlaanderen Zeeuws is hebben we te danken aan de protestantse elite die er op aandrong "om bij een vermoedelijke scheiding" verenigd te blijven met het Noorden, maar vooral ook aan ene Joseph Ledel die vervolgens door koning Willem I als commandant werd benoemd. Hij wist tijdens de 10daagse veldtocht vooral met het aloude wapen van inundatie (in dit geval van zout water) te dreigen - zo schrijft Bert van Gelder in een biografie in nummer 16.3
In nummer 17.1 wordt aandacht besteed aan 170 vrije vaart op de Schelde, na het tractaat van 1839. Een boeiende geschiedenis die teveel wordt gedomineerd door Rotterdam en Antwerpen. De auteur Doeke Roos stelt aan het eind, verwijzend naar de tijden van de Republiek en op een moment dat de Hedwige al speelt:  "het zou een goede zaak zijn als we in de opstelling van de Zeeuwse bestuurders iets terug konden vinden van de toenmalige vrijbuitersmentaliteit". Blijkbaar is dat onderdeel van de Zeeuwse mentaliteit. Lijkt me alleen te werken als je dan bondgenoten in Gent en Amsterdam hebt - iets om over na te denken voor de Deltavereniging i.o.
Aan vrijbuiters en wereldveroveraars was er toendertijd geen gebrek en dat heeft tot mooie bijdragen aan de collecties van het Genootschap geleid. De speciale uitgave 10/0 Erfgoed in beweging uit 2001 documenteerde dat. Waaronder het fraaie verhaal van de Domburgse burgemeesterszoon Meinard Sprenger (1860 - 1951) voor wie Zeeland te klein was. Hij was van jongsaf aan gefacineerd door indianen en ging met de erfenis van zijn moeder in 1881 naar Calgary. Bouwde een collectie voorwerpen van de Blackfoot-indianen op, die hij in 1932 aan het Genootschap schonk. Na een val van zijn paard verkocht hij zijn ranch en bouwde in Domburg een huis met de naam Wigwam. Ik vond dat altijd een hele rare naam, maar na zo'n verhaal kijk je daar heel anders tegenaan.

woensdag 25 augustus 2010

Deltawerken 1.0

Een van mijn gasten uit het Zeeuwse, waarmee ik van gedachten wisselde over gestructureerde en ongestructureerde informatie, vroeg zich vanmiddag af of ik daar ook over zou bloggen. Meestal vind ik het verstandig om dat niet te doen (niet alles hoeft meteen transparant), maar na het lezen van de NRC van vanavond kan ik het niet nalaten in te gaan op dit verzoeknummer en te bloggen over ongestructureerde informatie in het hoofdredactioneel commentaar, dat aan de Deltawerken is gewijd.
Die zijn gisteren in Harlingen formeel afgerond met het ruimen van de zandzakken uit de doorgang in een keermuur. Aanleiding voor de kwaliteitskrant om te speculeren dat JP Balkenende zonder die Deltawerken misschien wel niet aan de VU had gestudeerd omdat hij anders nog de pont had moeten nemen. Verder constateert de commentator dat de Zeeuwen door de Deltawerken hun talen hebben moeten leren omdat er steeds meer Duitse badgasten kwamen en dat de export van oesters, mosselen en conserven er van geprofiteerd heeft (verbeterde logistiek).
Als de redactie in de ongestructureerde informatie van het internet gegoogled had, had ze andere voorbeelden gekozen om aan te geven dat de Deltawerken geleid hebben tot logistieke en maatschappelijke ontsluiting van de Zeeuwse eilanden.
Immers, Balkenende (1956) kan al sinds 1872 met de trein van Biezelinge (of Kruiningen) naar Amsterdam, nog afgezien van het feit dat er vele Zeeuwen voor hem waren die inderdaad met de pont de eilanden verlieten om te gaan studeren. Om er 1 te noemen, Pieter Zeeman werd geboren in Zonnemaire op Schouwen, waar zijn vader predikant was, verliet het eiland per pont of boot om te gaan studeren, en kreeg in 1902 de Nobelprijs Natuurkunde, voor het zgn. Zeeman-effect.
Die Duitse badgasten kwamen al vanaf 1900 naar Domburg, en het blijft een interessante vraag of het nu vooral de logistiek was of de welvaart van het Duitse Wirtschaftswunder (en het feit dat de Oostzee in de DDR lag) die er voor zorgde dat er Duits geleerd moest worden. Texel en Ameland hebben ook zo hun bordjes "zimmer frei". Tot slot: de export van de fruits de mer gaat terug op de 19e eeuw toen in het arme Yerseke bedacht werd dat je het hoofd boven water kon houden door mosselen en oesters te rapen en uit te venten aan de net iets minder armen op de kade van Antwerpen. De Deltawerken hebben die export niet zozeer geholpen als wel bijna om zeep geholpen;  er is nog niet zo lang geleden een mooi boek verschenen (als ik de uitvoerige recensie in de NRC mag geloven) hoe dat ten tijde van het kabinet Den Uyl via een half-open dam nog is gered.
Kortom het Zuidwesten is afgelopen 50 jaar ongelofelijk veranderd, net als Texel en Ameland deels door autonome ontwikkelingen zoals de welvaart, en deels ook door de ontsluiting als gevolg van de Deltawerken. Dat beoordeel ik als positief, en daar zijn mooie voorbeelden bij te bedenken. Mooiere dan die de NRC uit zijn informatieberg opdiepte. Een taak voor de Deltavereniging i.o. om die verhalen voor het voetlicht te brengen.
Morgen nog wat zeeuwse notities.

PS. Ik maak hier zelden reclame maar als we de afsluiting van de Deltawerken willen vieren, voor we aan de noodzakelijke volgende beginnen (al was het maar vanwege het klimaat en het feit dat de eerste versie niet erg milieuvriendelijk is uitgevallen), dan mogen we wel even stil staan bij de Punjab en giro 555.

dinsdag 24 augustus 2010

Weg met de kas

Kassen zijn een verouderd concept. Zo claimt PlantLab in Den Bosch dat diverse media haalt met een groentenkweek-concept op basis van LEDverlichting en heel veel wetenschap en groeimodellen. Op een oppervlakte van 100 * 100 m2 en 14 hoog kun je een stad wel van de benodigde verse groente voorzien. Intensivering, industrialisatie en stadslandbouw: het lijkt er aan te komen. Ben benieuwd naar de kostprijs.

maandag 23 augustus 2010

landschapsarchitectuur

Je kunt niet alles bijhouden, en dus hou je er over een vakgebied wat verder weg al snel een karikatuur op na. Dat landschapsarchitectuur het stadium van Mien Ruys (tuinarchitectuur is zelfs al lang weg uit de naam van het vakgebied) en mijn geliefde geometrie van de hollandse polders voorbij is was me bekend.
De oratie van prof. Adri van den Brink, Transformatie en Innovatie, die hij eerder dit jaar hield en waarvan onlangs een boekje verscheen vond ik zeer lezenswaardig om te zien wat het vakgebied nu bezig houdt. Toch weer meer en anders dan je denkt. Met een beschouwing over de spanning tussen onderzoek en ontwerpen, waarbij de indeling research on design, research for design en research by / through design er een is om te onthouden.

zondag 22 augustus 2010

Duwboek

De theorie van 'planned behaviour' lijkt langzamerhand uit de mode te raken. Onbewust gedrag daarentegen is in. Psychologen en hersenonderzoekers komen met steeds meer voorbeelden dat we veel dingen op de automatische piloot doen - en dus dure fouten maken.
In de economie is dat het terrein van de behavorial economics, dat heeft inmiddels een nobelprijs opgeleverd. Richard Thaler en Cass Sunstein schreven in 2008 de bestseller Nudge. Wie redelijk thuis is in dit vakgebied heeft er niets aan gemist, maar zeker deel I is een goed geschreven introductie.
Dat mag je Amerikanen toevertrouwen: het begint met een real life situatie waarin iemand een beslissing moet nemen (case method) en het boek loopt over van de voorbeelden. Er is ook een soort vijand: de auteurs zetten zich vanuit de wereld van de Humans af tegen die van de Econs - ze doelen dan op de karikatuur van de homo economicus, een mens die alleen maar zeer rationeel beslist.
Nu was die karikatuur nodig om te beredeneren dat in veel gevallen de markt werkt en iemand die uit eigen belang werkt automatisch ook rekening houdt met de algemene welvaart, zodat er op dat vlak geen extra actie nodig is. Die markt werkt ook als veel mensen zeggen dat ze graag meer zouden willen sporten, en de facto toch een boek gaan zitten lezen. Er is ook veel literatuur in de economie die de karikatuur wat meer aankleedt. Dus in die zin is de tegenstelling wat flauw. De auteurs werken in Chicago dus misschien zijn ze iets teveel door Milton Friedman cs beinvloedt.
Grappig is verder dat de auteurs ook veel zichelf in real life situaties opvoeren. Daar waar jan en alleman in het boek met voornaam wordt opgevoerd, kennen ze niet het woord "I" maar is het standaard Sunstein of Thaler (als bij Bordewijk zonder voornaam). Na deel I bevat het boek een aantal delen die de inzichten toepassen in veelal Amerikaanse voorbeelden op het vlak van pensioenen, gezondheidszorg, schoolkeuze etc.

Duwtje
Die hoofdstukken zijn voorbeelden van hoe je theorie niet alleen als positieve wetenschap interpreteert, maar juist ook toepast in de praktijk - en dus een normatief element geeft. Thaler en Sunstein spreken van keuze architectuur. Zorg bijvoorbeeld dat de defaultwaardes van keuzes goed in elkaar zitten, die hebben grote invloed op gedrag en zijn dus niet vrijblijvend.
Zeker in Amerika is dat inzicht niet vanzelfsprekend, en de auteurs doen dan ook veel moeite dit libertijns paternalisme te verkopen, ook aan bij wijze van spreken de Tea-party aanhang. De grens ligt wat hun betreft bij de regel van John Rawls: de overheid moet de werkwijze aan zijn eigen burgers kunnen uitleggen.
De titel van het boek is in ieder geval voor de buitenlandse markt geen gemakkelijke. Nudge staat voor een duwtje / por in de goede richting. Veel mensen hebben dat in allerlei situaties nodig omdat gemakzucht en impulsief korte termijn handelen dominante kanten van ons gedrag zijn. Voor wie wel wat meer inzicht wil in behavorial economics, is deze blog misschien de nudge om het boek aan te schaffen.

Richard H. Thaler en Cass R. Sunstein: Nudge - improving decisions about health, wealth and hapiness.

zaterdag 21 augustus 2010

Gebouw A

Dit weekend kun je nog terecht in Gebouw A van Radio Kootwijk. Op de tentoonstelling De Volgende Toon. Het kunstenaarscollectief Odd Enjinears (een engelstalige woordspelling) liet zich inspireren door de historie van het gebouw, dat beter bekend staat als De Kathedraal van Radio Kootwijk, of als De Sfinx (naar het ontwerp). Wij gingen gisteren vooral ook voor het gebouw zelf en kregen van Staatsbosbeheer een geweldige rondleiding over de historie met vanaf de toren over geweldig overzicht over het landschap.
Ooit een politiek project, op een hoogst onhandige plaats dat binnen een paar jaar al weer door de techniek werd ingehaald, maar een hele grote rol gespeeld heeft in de radio en telegraafgeschiedenis van Noordwest Europa. En met zeer fraaie architectuur en een akoestiek als bijproduct die tot de top-10 van de Europese zalen behoort, zo werd ons uitgelegd.
Het was gepast geweest als iemand live de smartlap ten gehore had gebracht die in 1929 door Willy Derby bij de opening van de telefoonlijn met ons Indie tot een grote hit werd gemaakt. Later door de broer van de Zangeres Zonder Naam, die gewoon Jerry Bey heette, nog op een EPtje gezet. Wat Vic van der Reijt in zijn magistrale top-100 van Nederlandse singels deed opmerken dat dit nummer het gsm-tijdperk heeft overleefd - maar niet het moedertje uit het liedje die in de emotie blijft.
Die telefoongesprekken kosten toen 30 gulden per 3 minuten, zo leerden we gisteren. En wie denkt dat dit vooral tot zakelijk gebruik leidde, heeft het mis. Zo vertelde de SBB rondleider gisteren dat men vaak niet verder kwam dan "is het bij jullie warm? / ja het is hier warm, en bij jullie koud?" gevolgd door veel emotie omdat men na jaren iemands stem weer hoorde.
Enfin, gaat dat zien. Tip van SBB: kom in januari dan bloeien er 25 soorten korstmossen (maar kun je niet in het fraaie art deco gebouw).
Posted by Picasa

vrijdag 20 augustus 2010

Lowlands

Lowlands dit weekend, in Biddinghuizen. Reden voor de Belvedere Scheurkalender om er vandaag even bij stil te staan. En voor mij om me af te vragen of de demografische ontwikkeling op het platteland niet overdreven wordt. Het aantal banen in de landbouw loopt terug, de bevolking stabiliseert (en zal wellicht teruglopen als de immigratie uit andere EU landen niet toeneemt).
En dus schrijven de kalendermakers "De werkgelegenheid in de agrarische sector is echter sterk afgenomen en dorpen als Biddinghuizen en Swifterbant lopen langzaam leeg". En vragen zich af of de frequentie van Lowlands niet omhoog moet en het dorp er van zou moeten profiteren.
Toevallig ken ik het dorp: onzin. Wie vanuit de polder naar Lowlands rijdt moet even opletten: er is net weer een boerderij tegen de vlakte voor een nieuwe woonwijk. Dronten is zelfs booming, toegegeven dat komt ook door een nieuwe spoorlijn.
Interessanter is wellicht dat er tussen Biddinghuizen en de Knardijk die Oostelijk en Zuidelijk Flevoland scheidt, al heel lang mensen 25 km van een dorp wonen. Net als in Zuidelijk Flevoland trouwens. Dat gaat al jaren goed. Kan iemand eens uitrekenen hoeveel mensen er in 2030 meer dan 25 km van een dorp met een paar winkels wonen? Zou me niet verbazen als dat er erg weinig zijn. Waarmee de leegloop misschien geen mythe is, maar de gevolgen dan toch beperkt.

Lords in action

Eerder deze zomer (en zaterdag in de NRC) meldde Lord Cavendish, de hertog van Devonshire, en niet de minste in de Britse adel, dat het tijd wordt dat de adel zijn posities opgeeft (niet zijn landhuizen overigens). Eerder deze week las ik in de NRC dat de Britse premier, very upper class, zichzelf als middle class ziet. Al met al moeten we er dus rekening mee houden dat het Britse hogerhuis met zijn niet-verkozen Lords in deze vorm zijn langste tijd heeft gehad.
Zeer nobel dus dat de Lords nog even de tijd namen om een LEI rapport te bespeken en - I declare my interest - daarbij vaststelden dat ze ook niet meer van oude data houden. Wees gerust, met nieuwere data ziet het beeld er vast niet anders uit. Posted by Picasa Geniet via deze link even mee my dear. Order.

donderdag 19 augustus 2010

Randstad en landschap

De Heck-runderen (die hier gisteren even ter sprake kwamen) danken hun naam aan een directeur van de Berlijnse dierentuin, Lutz Heck, die in het interbellum trachtte het oeros terug te kweken. Ik las dat in het leuke slotverhaal  en afscheidsrede The tiger and the tram - zoos as an urban wilderness in een bundel van prof. Pim Kooij die begin dit jaar verscheen bij zijn afscheid als hoogleraar geschiedenis in Wageningen en in Groningen. Agarische en Stedelijke geschiedenis, de dierentuin brengt dat mooi samen.
Het verhaal beschrijft hoe dierencollecties begonnen als een statussymbool van vorsten, vervolgens de nadruk komt op de wetenschappelijke kant van collecties als Artis (maar waarvan aannemelijk wordt gemaakt dat dit toch ook vooral een collectie was van de nouveau riche in de Amsterdamse Plantage om mee te pronken), waarna het vermaak nodig is om een en ander finaniceel rond te zetten; waarbij de Hamburger Hagenbeck het natuurlijke panorama introduceert en de tralies door een gracht vervangt. Nu moeten we dus het exotische landschap als expeditie ervaren en inmiddels benadrukken de dierentuinen hun bijdrage aan de biodiversiteit door fokprogramma's en zelfvoorzienendheid zodat er niet meer uit de natuur geroofd hoeft te worden.

Industriele ontwikkeling
Er staan tal van leuke papers in het boek. Een aantal over urbanisatie en de wijze waarop in de 19e eeuw door tal van spoorwegen het land bereisbaar werd: in 1870 kon je in een dag van Groningen naar Amsterdam, twee jaar later kon je zelfs op een dag heen en weer en 3 a 4 uur in Amsterdam zaken doen, net zoals je dat nu van Amsterdam naar Parijs kunt doen. En zo werd de redelijk onafhankelijke stad Groningen, lang ook op Noord-Duitsland georienteerd, vernederlandiseert en gericht op het westen.
Daarmee ook aandacht voor de opkomst en ondergang van steden en de afstemming in functies. Als ook voor het (sociale) karakter van de steden, met bv. het grote onderscheid tussen Rotterdam (veel laaggeschoolden) en Amsterdam. De functie van Den Bosch als marktplaats (lieve zoete Gerritje) en de opkomst van Tilburg (wolindustrie) en Eindhoven (lichtstad Philips). Nooit gerealiseer dat de elektrische tram tussen Den Haag en Rotterdam er toe leidde dat veel Rotterdamse notabelen naar de duinen (het zand) tussen Den Haag en Scheveningen vertrokken. En ook hier het verhaal dat Den Haag de zandkant goed wist te vermarkten, maar aan de veenzijde ook veel metaalindustrie had.
In dat kader ook papers over de introductie en opkomst van infrastructurele innovaties, zoals gasfabrieken, electriciteit en de tram, maar ook bioscopen. Sommige steden waren laat met de transitie naar electriciteit omdat ze net in gas hadden geinvesteerd: picking the winners is niet makkelijk voor de overheid.
Dat brengt ook mooie verhalen mee over opkomst van de winkelketens. De bekende Westfalische rijtjes Brenninkmeijer, Kreymborg, Peek en Cloppenburg, Lampe en Voss, en natuurlijk Sinkel (wiens winkel inderdaad van alles en nog wat verkocht). De Brenninkmeijers begonnen overigens in Sneek, en Vroom kwam uit Veendam. Mooi lijstje.
Daarbij past ook aandacht voor de industrie in Groningen. Veel agrarische industrie in de provincie (strokarton), de eerste moderne multinational Scholten (met fabrieken tot in Oostenrijk en Rusland), maar ook opvallend hoeveel bedrijven na verloop van tijd vanwege schaalvoordelen van de markt (agglomeratie-effecten) naar de randstad verdwijen. Vaak niet eens door eerst overgenomen te worden, maar gewoon door openen van bedrijven die het moederbedrijf overvleugelen. Ook aandacht voor de migratie van mensen waarbij voor ommelanders de stad Groningen de eerste stap was, waarna sommigen terugkeerden, anderen naar Amsterdam of de VS gingen en weer anderen bleven. En waarbij er duidelijk sprake was van een duale arbeidsmarkt: de immigranten deden de laagst betaalde klussen. Er is weinig verandert sinds die tijd, zo lijkt het.
Een nuttig paper is dat over de schade in de oorlog aan de Nederlandse steden. Ik zag die niet eerder gedocumenteerd. Die was om allerlei reden behoorlijk, hoewel Kooij er op wijst dat niet getroffen steden in de jaren 50 op dezelfde wijze moderniseerden in hun stadshart. Anderen hebben wel beweerd dat de Nederlandse woningmarkt met huurbescherming, corporaties en hypotheekrente-aftrek in vergelijking met de situatie in Belgie, een direct gevolg is van die schade (en onze neutraliteit in WO I die minder vrouwen in het arbeidsproces bracht).

landschap en randstad
Kooij schrijft ook mooi over het image van de Nederlandse steden in de 19e en 20ste eeuw. O.a. aan de hand van buitenlandse reisverslagen. Het was vooral het totaal wat de buitenlanders aardig vonden, individuele monumenten waren er niet veel. In de 19e eeuw komt de belangstelling voor het platteland en landschap op. Van Hogendorp en Van Lennep die als studenten in 1823 het land doorkruisten besteedden de nodige aandacht aan nieuwe fabrieken, en dat beinvloedde hun appreciatie voor een plaats in positieve zin. Met dat vooruitgangsdenken was het al snel gedaan. Bij van Craandijk in 1870 worden ze nog genoemd als onderdeel van het landschap, in de 4 delen Van Eems tot Schelde van Blink is de industrie uit beeld.

Waar het gaat om het Groene Hart (een term uit 1958 toen het in beleidsnota's opdook), dat kan niet gezien worden zonder het Randstad concept. Eerste vermelding daarvan is in een KLMbrief van Albert Plesman in 1938 aan de overheid. Hij zag vanuit de lucht een randstad, hoewel er toen nog heel veel ruimte tussen de steden was (en zoals Kooij opmerkt: er nog laag gevlogen werd, zodat je die ruimte ook wel moest zien). Maar Plesman had een politiek doel: die wilde 1 nationale luchthaven en niet 3 of vier stedelijke.
Het landschap in die randstad was in de 19e eeuw nog niet en vogue. Genoemde Craandijk beschreef de omgeving van Gouda als 'boring'. Het zou nog even duren voor het grasland met koeien en de wolkenpartijen een icoon werd. Pas het laatste Verkade album uit 1937 had een omslag dat we nu zouden associeren met het Groene Hart, en het gebied zelf werd, m.u.v. de Vecht, nooit door Jac P. Thijsse de hemel in geprezen. Buitenlanders zagen de polders als karakteristiek maar monotoon.
Naast de gebruiksvisie (utilitarian) was het vooral de arcadisch-paradijselijke blik die de waardering voor landschap bepaalde. Pas later kwam de natuur-emphatie. Waar de Oostvaardersplassen aan bijdroegen (die overigens niet in Oostelijk maar Zuidelijk Flevoland liggen).
Kooij ziet de randstad uiteenvallen in een Noord en Zuidvleugel (die veel slechtere economische perspectieven heeft met de Haagse overheid en Rotterdamse haven) en het Groene hart ook weer verpulveren met decentralisatie en ruimte voor ontwikkeling. Het paper The evolution of the countryside over time is een mooi overzicht van de 3 visies op het platteland, dat daarmee een arena is geworden.

Kortom een mooie verzameling papers, deze bundel. Warm aanbevolen voor wie de (economische) geschiedenis een bron van reflectie vindt:
Pim Kooij: Town and countryside in a Dutch perspective, Historia Agriculturae 42

Posted by Picasa

woensdag 18 augustus 2010

Potas

Voor de NRC-lezer van vanavond die zich net als ik afvroeg of je potash wel met potas mag vertalen (of dat dit een gemakzuchtige vertaling is), naar aanleiding van verhalen over fusies in de kunstmestindustrie in Canada en in Rusland: tot mijn verbazing vertaalt mijn woordenboek potash ook met potas, terwijl ik dacht dat het kalium is. De wiki brengt uitkomst: het is ook in het Nederlands echt potas (spreek uit pot-as), maar die verzameling zouten wordt helemaal niet meer in een pot uit houtas en water gewonnen.
Nu is potas een synoniem voor het belangrijkste zout uit potas: kaliumcarbonaat. En daaruit maak je dus kali (potassium in het Engels).
Zo weten we dus weer hoe het echt zit. Het kibbelende zakenduo Potasch en Perlemoer bespaar ik je. Dan zijn die berichtjes over 30 koeien die vannacht snel weg wilden uit hun weiland en de A28 opwandelden toch simpeler. Ook dat kan nog in de stadsstaat Nederland.
Posted by Picasa