maandag 19 november 2007

locatietheorie uit de oude doos

Een tijd geleden blogde ik al eens over Von Thunen en zijn theorie dat kosten van transport (in de ruime zin, dus inclusief bederf) bepalen op welke afstand van de markt een goed wordt geproduceerd. Met andere woorden als vers belangrijk is voor de consument en vers- of levend vee transport over lange afstand duur, dan worden slachtkippen in de buurt van de stad gemest; nemen transportkosten af dan kan het ook veel verder weg. Wat weer handig is als stallen negatieve milieu-effecten hebben.

Een collega wees me op een klassieker uit de LEI reeksen die ik niet kende: in 1969 publiceerde dr. A.J. Vermaat de voorstudie "Theoretische achtergronden en praktische mogelijkheden van een locatie-onderzoek in de E.E.G.-landbouw". om te zien of je kon uitrekenen wat je het beste waar kon telen. Een nog altijd leesbaar boekje, zo concludeerde ik afgelopen weken. De auteur schijnt dan ook niet lang daarna hoogleraar te zijn geworden.

De foto uit Oregon verhaalt van hoge transportkosten uit vroeger tijden

zondag 18 november 2007

level playing field

Level playing field is een onnederlandse uitdrukking. In de polder komt geen mens op het idee dat een van de partijen een nadeel heeft omdat het voetbalveld of hockeyveld op een helling naar een kant afloopt en een van de partijen een uphill battle moet voeren. Overigens is het ook in de Engelse taal een recente uitdrukking, vermoedelijk uit de jaren zeventig.
Maar dat weerhoudt menig belangenbehartiger niet van frequent gebruik van de uitdrukking om aan te geven dat concurrentie geen probleem is maar dat het wel fair play moet zijn en voor iedereen dezelfde regels moeten gelden. Het viel me van de week in Brussel ook weer op.
Moderne economen vinden helemaal niet dat voor iedereen altijd dezelfde regels moeten gelden. Juristen (en lobbyisten) vaak wel, maar in de economie is dat een al eeuwen achterhaald ('mercantilistisch') idee: het negeert dat er handel plaats kan vinden tot voordeel van beide partijen als goederen elders goedkoper geproduceerd kunnen worden.
Natuurlijk is het niet uit te leggen dat een bestrijdingsmiddel in Nederland niet mag worden toegepast, en net over de grens in Duitsland wel. Of dat de een de mest moet onderwerken voor het klimaat en de ander juist niet, of dat de kip hier wat meer vierkante centimeters krijgt dan in Vlaanderen.
Maar het is wel verdedigbaar dat we een kilometerheffing in de spits bij Amsterdam doen, en niet bij Emmen, of dat auto's in West-Europa een APK keuring of airbag moeten hebben en in India niet. Of dat eenzelfde vliegtuig bij Lelystad met minder milieuschade landt dan op Schiphol.

Specialisatie
De eerste reden om zo'n differentiatie te verdedigen is dat gebieden zich specialieren in die productie waarvoor de productiefactoren relatief het minst schaars zijn, of zo je wilt het meest overdadig. Dus waar de kostprijs relatief ten opzichte van concurrenten laag is. Daar moet je ook de niet direct in rekening gebrachte kosten van milieugebruik bij rekenen. De milieugebruiksruimte is een input die in Nederland relatief schaars is, we zitten dicht bij water en dicht op elkaar met een rijke bevolking, dus milieubelasting kost al snel veel geld.
Economen kijken in zo'n geval eerst waar de productie plaats zou vinden als alle kosten in ogenschouw worden genomen. In die evenwichtssituatie is de allocatie van productiefactoren efficient. En pas als die allocatie verstoord en dus inefficient wordt, spreken we van verstoring van de concurrentiepositie of zo je wilt: een unlevel playing field.
Er is nog wel een tweede reden waarom differentiatie van normen te verdedigen is, en dat zie je in het airbag-voorbeeld: welvarender mensen (zoals in Nederland) hebben meer geld over voor vermindering van risico en voor meer gezondheid (en ook natuur en milieu). Ze kunnen een airbag betalen. Kil geredeneerd is een leven ook meer waard in Nederland dan in India, in letterlijke zin: als je twintig bent is er in Nederland veel in je geinvesteerd, in India ben je soms al vijf jaar aan het werk.
En een derde punt speelt nog bij geklaag over unlevel playing field bij belastingen: het feit dat die bij ons hoger zijn dan in Bulgarije komt ook omdat we er meer voor terug krijgen: betere wegen, beter onderwijs, AOW. We besluiten dus met zijn allen die aankopen via de belastingen te doen. Wie dat niet wil kan naar Bulgarije verhuizen -vooralsnog komen er meer mensen deze kant op. Het is overigens een fabeltje dat de internationale concurrentie er toe leidt dat landen die voorzieningen moeten afbouwen omdat belastingtarieven steeds lager moeten worden: als je beneden pakweg 30% belastingen komt, heeft een verdere daling een groot marginale effect op de overheidsfinancien en de aan te bieden diensten, en steeds minder effecten op beslissingen van burgers en bedrijven.

Kortom: lobbyisten en economen, let op het level playing field maar ga niet uit van gelijke startcondities als ankerpunt (de inequity benadering) maar van een verstoring van de optimale aanwending van productiefactoren (de inefficiency benadering). Wie in onterechte situaties klaagt over level playing field is net als de ondernemers die klagen over te hoge grondprijzen: die moeten zich afvragen of ze niet de verkeerde dingen op de verkeerde plaats willen.

Theorie ontleend aan een paper van Rob van der Laan en Andries Nentjes (RUG): Competitive distortions in EU environmental legislation: inefficiency versus inequity in: European Journal of Law and Economics, 11:2, 131-152, 2001

zaterdag 17 november 2007

bezig in Brussel



Afgelopen dagen zat ik in Brussel. De Europese Commissie organiseerde een congres van anderhalve dag over de concurrentiepositie van de Europese voedings- en genotsmiddelenindustrie. Dit naar aanleiding van ons rapport, waar ik al eerder reclame voor maakte, en dat ik er mocht presenteren. Verheugend om te zien dat het mede aanleiding is voor de vice-president van de Europese Commissie Gunther Verheugen om een Task Force op te starten met een aantal Commisarissen en anderen om tot een strategie voor de toekomst te komen, en een aantal doorbraken in het beleid te proberen te forceren. Zoals rond bio-brandstoffen: veel insprekers uit de industrie vroegen aandacht voor de problemen met 'access to raw material'.

Meestal reis ik tegenwoordig op een dag heen en weer naar Brussel, en het was alleraardigst er weer eens een nacht over te zijn. Deels is het Europa kwartier van de jaren tachtig (toen ik er veel vaker voor enkele dagen was) natuurlijk nog herkenbaar. Anderzijds zijn er na alle vastgoedspeculaties (die zo te zien nog vrolijk doorgaan) in de indertijd verpauperde wijk nu een aantal fraaie panden verschenen, zijn er mooie winkels en restaurants en zie je nu touristen foto's komen nemen van het Berlaymont gebouw als ikoon van Europa. Het wordt een tweede centrum buiten de Grote Markt.

Links in onderhoud

Links heb ik twee nieuwe links toegevoegd. Alan Matthews, hoogleraar op het Trinity College in Dublin, wees me op een nuttige blog over de CAP Health Check. Die discussie gaat komende weken echt lopen, en daar kun je meedoen. Vandaag staat er een berichtje over de nieuwe site van de Raad voor het Landelijk Gebied die de implementatie van het beleid in de 27 EU lidstaten in beeld brengt.
En verder een link naar de spinazie academie: een blog van Lizet Kruyff over historisch eten. Ze liet een interessant berichtje achter op mijn blog over de monopolies van kruidnagelen en nootmuskaat, een week geleden. Wie meer over voeding in de historie wil weten, kan daar terecht.

vrijdag 16 november 2007

herontwerp

Hoge olieprijzen of milieuheffingen maken aanpassingen in bedrijfsprocessen nodig. Daarbij wordt vaak een volgorde afgewerkt die vanuit kosten- en batenoverwegingen heel rationeel is. Het begint met 'end of pipe' oplossingen die vaak symptoombestrijdend zijn en kostenverhogend. Daarom lopen ondernemers vaak te hoop tegen de maatregelen die dit nodig maken. Maar daarna komt het tweede orde effect: er worden productieprocessen aangepast binnen het eigen bedrijf waarbij soms zelfs kosten worden bespaard. Vervolgens sijpelt het door in grotere investeringsbeslissingen waarbij een bedrijf opnieuw wordt ingericht. En nog een stap verder is dat er systeem-innovaties plaats vinden waarbij de productieketen tussen bedrijven wordt aangepast of opnieuw wordt ontworpen.
Ondernemers kunnen niet zoveel sneller deze fasen doorlopen dan de economie voorschrijft, hoewel tijdig nadenken en rekenen aan de laatste twee stappen een voordeel kan opleveren. Beleidsmakers doen er vooral goed aan hun maatregelen ver van te voren aan te kondigen ("een verbod per 2015") zodat de economische effecten geringer zijn en vooral zich richten op de investeringen en het herontwerp van ketens.


De foto van dit doorkijkje nam ik in Maastricht

donderdag 15 november 2007

Lijstje: 5 krachten


Vandaag weer eens een lijstje. De 5 krachten die Michael Porter hanteert om de aantrekkelijkheid van een bedrijfstak te meten. Komt rechtstreeks uit de micro-economie en ik ben bang dat toepassing op ons akkerbouwbedrijf aangeeft dat we in de verkeerde business zitten:



  • het gemak waarmee nieuwe toetreders in de bedrijfstak zich kunnen aandienen

  • de onderhandelingsmacht van de afnemers

  • de onderhandelingsmacht van de toeleveranciers

  • de mate waarin klanten andere producten en diensten kunnen gebruiken als substituut om hun behoeften te bevredigen

  • de mate van concurrentie binnen de bedrijfstak

De foto is ter gelegenheid van de eerste nachtvorst, van de NL promotiesite van BZ

woensdag 14 november 2007

contract of dagprijs

Als boer kun je je productie van te voren op contract verkopen of via een cooperatie afzetten, en je kunt het in de dagmarkt verkopen. Dat die keuze bestaat vinden sommigen maar lastig, want als er een contract is, en de dagmarkt heeft een hogere prijs, dan heeft de boer spijt en zou het liefst tegen dagprijs verkocht hebben. Onder andere omdat in contracten ook wel afspraken over productiewijzen en duurzame productiemethoden worden gemaakt, vinden sommigen het maar lastig dat die dagmarkt bestaat en de contracten onder druk zet. Ook agroproductieparken met contracten tussen verschillende partijen op het zelfde terrein kunnen last hebben van dagmarkten elders. Er zijn dus mensen die ze het liefst willen afschaffen.
Maar dat lijkt niet handig. Ik las net een wetenschappelijk paper van - de mij bekende- George Hendrikse (EUR) in het gerenommeerde European Review of Agricultural Economics. De wiskunde daarin gaat mijn pet ver te boven moet ik bekennen, maar de resultaten van zijn model lijken me heel relevant, ook voor de praktijk en bovenstaande disussie. En niet alleen voor aardappelen of varkens, maar ook voor de markt voor olietankers zoals George zelf in een voetnoot toevoegt.
Zo leer ik er weer eens uit dat de kopers die veel willen betalen ("een hoge reserveringsprijs hebben" in ons jargon) meer in contracten zitten, want zij moeten boeren compenseren dat ze niet via de spotmarkt kunnen verkopen. Contracten worden gebruikt omdat de dagmarkt kosten van handelen (tranactiekosten zoals het zoeken van een goede prijs / koper) met zich mee brengt, maar veranderen ook de werking van de dagmarkt. Die dagmarkt heeft grote uitschieters naar boven (zeker in jaren met slechte oogsten) en prijzen kunnen nauwelijks negatief worden (de bodem ligt bij storten als afval of onderploegen), dus je moet met een goede contractprijs komen wil je een boer weghalen van de dagmarkt. Maar doordat een aantal kopers met contracten aan de slag gaan, gaat de dagmarkt anders functioneren en heeft als restmarkt nog grotere uitslagen.
Als het aantal contracten relatief klein is, is er dus vooral het effect dat de potentiele transacties met hoge prijzen van de markt verdwijnen, en de dagmarkt prijs dus wat daalt. Maar als het aantal contracten hoog is, dan werkt vooral het tweede effect: de uitslagen in prijzen naar boven nemen toe en de dagmarkt komt gemiddeld dus wat hoger uit. Conclusie: de markt vindt zelf een optimaal evenwicht tussen de contracten en de dagmarkt. En dat verklaart dat ze nog lang naast elkaar blijven bestaan en ieder hun functie hebben. Het model verklaart ook waarom in situatie met een groot aandeel cooperaties de boerenprijs hoger ligt (zoals bij suiker het geval lijkt): er gaat dan veel buiten de dagmarkt om en dat zijn transacties met een hoge reserveringsprijs.

Uitgelezen: George Hendrikse: On the co-existence of spot and contract markets: the delivery requirement as contract externality in: European Review of Agricultural Economics, volume 34.2, 2007
Posted by Picasa

dinsdag 13 november 2007

Oogst

Net als bij akkerbouwers is het ook voor onderzoekers leuk om de oogst van alle inspanningen te zien. Voor de een is dat positieve feedback van een klant, voor de ander het feit dat haar rapport in bijvoorbeeld de tweede kamer wordt gebruikt. En nog weer anderen schrijven vooral voor de wetenschap. Die kijken in een relevante publikatie van collega's eerst of ze geciteerd worden, en zijn ook al blij als ze iets gepubliceerd krijgen.
In dat kader verheugt het me dat ons verhaal over de kosten en baten van maatregelen om campylobacter in kipvlees tegen te gaan, verschenen is een een wetenschappelijke journal. Wat vooral de verdienste is van de eerste auteur overigens. Vraag niet hoe het kan, profiteer ervan.

Marie-Josee J. Mangen, Arie H. Havelaar, Krijn J. Poppe, G. Ardine de Wit and the Carma Project Team: Cost-Utiliy Analysis to Control Campylobacter on Chicken Meat – Dealing with Data Limitations in: Risk Analysis, vol. 27 no.4, 2007.

maandag 12 november 2007

agro-mediation

Zouden er nog veel landbouweconomen zijn die hun Franse vakliteratuur bijhouden? Omdat ik qualitate qua het blad Economie Rurale ontvang en nog een beetje mijn zeer gebrekkige frans probeer te onderhouden (c'est bosser), las ik een boeiende bijdrage van ene Lionel Bobot in de meest recente editie.

Hij constateert dat mediation (La mediation) ook op het Franse platteland een grote vlucht neemt. Door toenemende vraag en afnemend aanbod van andere bemiddelingsvormen. De toegenomen vraag komt uit een groei van conflicten over grondgebruik, burenruzies en familieconflicten. Priesters, onderwijzers (met status?) en (onpartijdige) burgemeesters zijn als traditionele mediators in short supply.

Voor iedereen die naar Frankrijk emigreert: het platteland is daar ook al niet meer wat het was - maar de instituties passen zich zelfs daar aan.

Lionel Bobot; Le developpement de la mediation dans le monde agricole francais. In: Economie Rurale 296

zondag 11 november 2007

bloemlezen

Vandaag een blog met de leesoogst van een aantal herfstdagen, met een noordwesterstorm die het water deed opstuwen tot een niveau dat sinds de watersnoodramp niet meer was gemeten. In dat klimaat blijft het plan om de kust te versterken met polders of eilanden de gemoederen bezig houden. De NRC publiceerde zaterdag een mooie artist' impression satellietfoto van Nederland met daarin de nieuwe Hollandse waddeneilanden, naar ontwerp van Adriaan Geuze's Bureau West8.
Het ziet er fraai uit. Op een party met SinteMaarten invloeden, vroegen we ons af wat het zou kosten. Iemand wist me te melden dat het opspuiten van 2000 ha Tweede Maasvlakte 1,3 miljard had gekost, wat 650.000 euro per ha zou zijn. Dat is toch zo' 15 keer de waarde waarvoor je een ha landbouwgrond zou kunnen kopen voor natuur, een dure grap dus. Het moet wel heel bijzondere natuur worden...
Het leidde ook tot het inzicht dat je voor de kustversterking vermoedelijk helemaal geen eilanden nodig hebt, maar dat een soort Groot-Barierre Zandbank voldoende is. De kust van Zeeland laat zien dat die ontstaat als je de stroming de Oosterschelde in, verandert. Er ontstaan zandplaten waar je naar toe kunt kanoen, koffie drinken en weer terug. In plaats van eilanden opspuiten met duinen en al, kun je misschien ook de Noorderpier bij Hoek van Holland wel 30 km verlengen en dan ontstaan er wellicht vanzelf zandbanken voor de kust die de gewenste werking hebben. Misschien moet iemand uit Delft daar maar eens een waterloopkundig laboratorium voor maken en de kosten uitrekenen.

Natuur wint
Leuk in de NRC van vrijdag was ook de boekbespreking van Alan Weisman's De Wereld Zonder Ons. Als de mens verdwijnt (door een dodelijk virus bijvoorbeeld) herwint de natuur terrein en draait de aarde door. Weisman is o.a. gaan kijken bij oude ruines en gedemilitariseerde zones waar de mens verdwenen is en de natuur afbreekt wat de mens ooit gemaakt heeft. Duurt even, vooral bij plastic buizen in de grond, maar op den duur vind je niets meer terug.
Daarvoor had Weisman ook naar Walcheren kunnen afreizen, zo begrijp ik uit een speciale jubileumuitgave van het blad De Wete, uitgave van de lokale heemkundige kring. Dat bespreekt zo'n tien oude kerkdorpen die verdwenen zijn terwijl we er bij stonden: Boudewijnskerke, Zanddijk, Ter Buttinge, Hoogelande, Poppekensdamme etc. Veel van die gehuchten (soms niet meer dan een paar boerderijen) ken ik sinds mijn jeugd, maar wat ik niet wist is dat het in de Middeleeuwen dorpen op kreekruggen waren met een kerk en mogelijk even belangrijk als nog bestaande dorpen als Zoutelande, Grijpskerke, Meliskerke, Biggekerke etc. In de 80jarige oorlog leden de kerken en dorpen onder de Beeldenstorm en de guerilla-oorlog met slag om Middelburg. Er bleek geen geld allles te herstellen en betrokken kerkdorpen kregen hun kerk niet terug. Sommige werden van hogerhand "samengevoegd": inwoners van Boudewijnskerke ("Buiskerke") werden geacht in Zoutelande te gaan kerken, en mettertijd verhuisde iedereen behalve een paar boeren en inwonende landarbeiders. Grijpskerke dreigde het te verliezen van Buttinge ("Ter Bottinge"), maar zette een succesvolle lobby in. Met als gevolg dat het nog bestaat en de kerk van Buttinge vervallen is tot een volledige ruine waarvan het laatste stukje nog in een mediterane tuin van een landhuis staat - een van de weinige middeleeuwse kerkruines in ons land zo meldt De Wete.

Sinister
Het duurde zo'n 300 jaar voor de meeste ruines verdwenen waren en het materiaal hergebruikt. Van verschillende kerkruines bestaan foto's uit de 19e eeuw. Kerkhoven leven voort in veldnamen. Nu zijn ze weg en een enkel gehucht is helemaal niet meer terug te vinden zonder archeologisch onderzoek. Een specifiek geval is Hoogelande. Het lag op een verkeerde plek, in een nat gedeelte van het eiland waar ook nog eens zout uit veen werd gewonnen. In mijn jeugd was het een fraaie, sinistere ruine midden in de weilanden waar je allerlei fantasien bij kreeg. Harry Potter sfeer avant la lettre zoals je die ook in kathedraal ruines in York aantreft. Op verzoek reden we nog wel eens langs die weg Walcheren uit, met nog een paar honderd kilometer voor de boeg naar Flevoland. De ambachtsheer heeft later succesvol gelobbied voor een restauratie zodat het oude koor nu een kerkje is voor koorzangavonden. Jammer want de ruine in het kale landschap was volgens mij unieker.
Kortom, het lijkt volstrekt normaal dat ook in de bewoonde wereld, op korte afstand van steden, er verval optreedt in dorpen en gehuchten en de bevolking zich op andere centra richt. Het duurt soms honderden jaren, maar dan vindt je er niets meer van terug. Dat is toch iets om bij alle miljarden die besteed worden aan plattelandsontwikkeling om dit soort processen te voorkomen, nog eens over na te denken.
Daarmee zijn we terug bij het heden. Emotie-aardbeienteler Jan Robben meldt in de NRC dat de innovatie van de agrarische sector gebaat is bij het opheffen van het Ministerie van LNV. Dat in een goede rapportage over de ontwikkelingen in de landbouw in Brabant: het groene front is gebroken, de inrichting van het platteland wordt bepaald door de burger die het als zijn achtertuin ziet (paar meanderende beekjes met riet en nog wat meer natuur a.u.b.) en de ondernemers kiezen of voor dienstverlening of voor mega-productie voor de wereldmarkt. Conform de denkbeelden en modellen van de tekentafel van 10 a 15 jaar geleden. En de uitsmijter van het verhaal: de reconstructie werkt niet want die is teveel van boven opgelegd. Iets wat enkele Alterra collega's afgelopen week ook al in Resource beweerden.

En tot slot: het is Wapenstilstandsdag, waarmee we WO I herdenken. De effecten daarvan zijn nog elke dag in het leven terug te vinden (van de Belgische kabinetsformatie tot de part-time werkende Nederlandse vrouw) en een uitstekende dag voor de VPRO om Geert Mak's in Europa uit te gaan zenden.

Op de foto: Westkapelle, achter de zeedijk met de vuurtoren van Mondriaan kaliber, een herbestemde oude kerktoren zoals er ook een in Buiskerke stond.

vrijdag 9 november 2007

Beleggen

Ik bracht gisteren een deel van mijn dag door in beleggingsland. Onder andere met het lezen van de nieuwste editie van het blad Technische en Kwantiatieve Analyse. Daarin veel aandacht voor een vondst van het geplaagde Citigroup, dat met de "Kredietcyclus" komt. Ik begreep van mijn bankier dat de vondst ook daar inmiddels bekend is.

De kredietcyculs bestaat uit vier fasen. In de eerste gaat het niet zo best met bedrijven, die reorganiseren en centrale banken strooien met krediet. Geen beste tijd voor aandelen, en dat hebben we tussen 2001 en 2003 meegemaakt. In fase 2 daalt de rente nog steeds door het ruime krediet, maar hebben bedrijven de reorganisaties achter de rug en gaan weer winst maken: stijgende aandelen. Citigroup hangt daar de periode 2004-2006 aan.

Waarmee we nu in fase 3 zouden zitten: risico's krijgen weer aandacht, rente daalt niet meer, obligaties zijn uit maar aandelen kunnen nog stijgen omdat er nog veel geld ergens belegd moet worden. Markten worden dan beweeglijker, we krijgen hypes en vooral bepaalde beleggingsthema's gaan bubbles vertonen. Dat zijn de thema's die in fase 2 al populair geworden zijn. Dus China en Zuid Oost Azie en grondstoffen. Het blad noemt het niet, maar de soft commodities als granen mag je daar vermoedelijk ook toe rekenen. Dus dat is ook voor de landbouw relevant. Het gerestylde blad Boerderij (net als TKA ook Elsevier, dus wellicht praten ze daar met elkaar) besteedde afgelopen week ook al aandacht aan beleggen en de stijging van agri-food fondsen. Sommige van die fondsen beginnen overigens steeds meer op energiefondsen te lijken, zo heb ik de indruk dus je hoeft niet echt van Exxon naar ADM te switchen.

Als taxi-chauffeurs en schoonmoeders over aandelen beginnen is er een sterke aanwijzing om uit te stappen, zo heb ik altijd geleerd, maar de Boerderij zou ik niet meteen in die categorie willen plaatsen.

Overigens wordt er op verschillende plekken op gewezen dat in de VS ook grote jongens en beroemde beleggers / speculanten als Ted Turner (CNN), George Soros en Warren Buffet al enkele jaren geleden in grond zijn gestapt. Als een soort aanbeveling. Amerikanen hebben mij verteld dat hier ook belangrijke fiscale motieven aan ten grondslag zouden kunnen liggen, in de vorm van een soort landbouwvrijstelling. Amerika kent een vrij forse belasting bij overlijden (voor degene die overlijdt, niet voor de erfgenamen) en die kun je nauwelijks ontlopen. Grond die je beboert (of laat beboeren) zou daarvan uitgezonderd zijn. En de heren hebben in ieder geval heel wat geld te vererven. Dus of dat nu een aanbeveling is?

Enfin, kredietfase drie geeft dus hypes en volatility. Zoals vandaag op de beurs te merken was. Tot de rente echt gaat stijgen en de economische groei wegvalt. Dan wil iedereen zowel de aandelenmarkt als de obligatiemarkt uit. Volgens sommigen kon dat overigens wel eens sneller zijn dan Citigroup suggereert. Hoewel: Aandelen China zijn nog maar 70% omhoog dit jaar.

En de kleine lettertjes: alleen geanalyseerde ervaringen uit het verleden zijn een garantie voor de toekomst

donderdag 8 november 2007

de noordzee, de noordzee

De Nederlandse politiek is soms helemaal in voor wilde ideeen. En dan doel ik dit keer niet op dierwelzijn, maar op het plan een polder van 75.000 a 100.000 ha voor de kust te maken.

Ik hoorde het gistermiddag op de radio toen ik voor zaken naar Flevoland reisde. Een opvallend idee: heel de wereld denkt dat we door de klimaatsverandering weg moeten van de kust en minstens op 15 meter boven NAP moeten gaan bouwen. Architect Adriaan Geuze publiceerde vorige week voor de overheid nog een kaart met daarop een rode cirkel rond Rotterdam en Almere omdat daar op min 5 wordt gebouwd en dat vond hij geen slim idee. Maar de politiek bedenkt dat aanval de beste verdediging is: we gaan de zee in. Zo'n nieuwe kustlijn (zoals die ook voor de Oosterscheldedam boven water komt) lijkt me wel een goed idee, en dat mag natuurlijk veel kosten (zolang het niet duurder is dan het ophogen en versterken van de huidige duinen).

Maar die polder heeft meer voeten in de aarde. Ik sprak een trouwe lezer van de PZC die meteen een argument zag om eerst in Zeeland maar eens wat minder te ontpolderen. Op de terugreis hoorde ik op BNR dat het de bedoeling zou zijn er graan te telen en natuur aan te leggen, dan is er op het vaste land plaats voor woningen en landbouw. En iemand begon over de Markerwaard.

Markerwaard revisited
Dat deed me terugdenken aan begin jaren 80 toen ik als jong onderzoeker mee mocht werken aan een studie waarin we de waarde van de grond in de eventueel in te polderen Markerwaard uitrekenden. We hadden denk ik een prima methodologie (twee van de senior projectleiders zijn dan inmiddels ook hoogleraar) en dat was maar goed ook want de uitkomsten bevielen weinigen - behalve degenen die voor het behoud van het IJsselmeer waren.

Het wordt dus tijd die studie weer maar eens af te stoffen. Kort gezegd komt het er op neer dat de waarde van die boven water te brengen grond voor landbouw of natuur hooguit de waarde van de landbouwgrond op het oude land is. Nu dus pakweg 35 a 40.000 euro per ha, dus 4 euro de vierkante meter. Toendertijd beredeneerden we dat de maatschappelijke waarde zelfs nog lager ligt. Niet zozeer vanwege de natuurschade (je kunt ook weer natuur maken en daar ging de studie niet over) maar omdat er granen en suikerbieten geteeld zouden gaan worden waar Brussels geld bij moest (dat is nu nauwelijks meer het geval) of pootaardappelen en bloembollen (waar we zo'n belangrijk marktaandeel hebben dat uitbreiding tot marktbederf leidt, en waarom zou de Nederlandse belastingbetaler lagere prijzen voor Amerikaanse of Duitse consumenten moeten subsidieren).

Kortom, zo'n polder van 100.000 ha mag zeker niet meer dan 4 miljard kosten. Anders kun je die natuur of nieuwe bebouwing beter aanleggen op het oude land. En daar lijkt me persoonlijk ruimte zat: de Zuidplaspolder waar net de bouwopgave door Rotterdam fors is verlaagd, het gebied ten zuiden van de N11 Leiden-Alphen-Gouda is ook al lang geen Groene Hart meer, Goeree Overflakkee (Stad aan 't Haringvliet wordt dan echt een Stad, en we maken den Bommelstad, zoiets stond al op toekomstkaarten van de Rotterdamse haven in de jaren 60), West Brabant langs de nieuwe TGV lijn, Flevoland langs de nieuwe Hanzelijn en zo kun je wel even doorgaan. De Gelderse Vallei en de Peel, gebieden die hoog scoren op de lijst milieu-hotspots lijken me ook goede kandidaten, en daar kunnen dierwelzijnsliefhebbers in de politiek zich vermoedelijk ook in vinden. Of een TGV-lijn naar de Blauwe Stad, dan is de plattelandsontwikkeling in het Noorden ook geregeld. Kortom een hoop alternatieven om het Noordzeeplan tegen af te wegen.
Als je al ruimte voor een nieuwe stad nodig hebt overigens. Er liggen de nodige studies van o.a. het RPB die er op wijzen dat de behoefte komende jaren gaat afnemen, tenzij we de grenzen voor immigratie opener maken. En we kunnen nog de hoogte in zou MVRDV zeggen. In de NRC las ik dat promotor Atsma bang is voor grondprijzen van 100.000 euro. Dat lijkt me een onjuiste angst: als er een industrieterrein gepland is, betaalt men zonder problemen al minstens het dubbele van dat bedrag en het viervoudige is bij woningbouw voor een Vinexwijk ook geen probleem. Dat is vele malen de landbouwkundige waarde. Dus wat dat betreft zijn er weinig nieuwe argumenten om grond bij te maken. De enige juiste afweging is degene die al eeuwen heeft gegolden, van de Beemster tot de Wilhelminapolder en Flevoland: zijn de aanlegkosten lager dan de landbouwkundige waarde.

Kortom, ik ben benieuwd naar het plan en de financiele doorrekening. Vooralsnog lijkt me voor de baggeraars meer werk weggelegd in mini-staatjes als Dubai, Hong Kong en Singapore die echt grond te kort komen en in het geld bulken. De Noordzeepolder komt me op voorhand voor de ingenieursbureaux over als een natte droom, met de nadruk op droom. Maar wie weet is de techniek zover dat het voor minder dan 4 euro de meter kan.

woensdag 7 november 2007

tulpen uit amsterdam - een fabeltje

Tulpen komen uit Turkije, niet uit Amsterdam. Althans botanisch. In de economie en -sinds Herman Emmink- in de populaire muziekcultuur worden ze wel met Amsterdam geassocieerd. En in de economie om twee redenen: de dominante positie van Nederland in de huidige bedrijfstak, maar vooral ook vanwege de tulpenmanie uit 1637. Een beetje beurskrach en er wordt weer melding gemaakt van een van de oudste beschreven crashes: de Nederlandse tulpenmarkt.


Nederland was in de Gouden Eeuw bevangen door een rage, voor de Viceroy en de Semper Augustus werden kapitalen betaald, oplopend tot 10.000 gulden (ofwel 5 jaarsalarissen voor een geschoolde ambachtsman); die handel stortte in en vervolgens waren -volgens een pamflet uit die tijd- wevers, garenkooplieden, blekers, studenten, schilders, apothekers, barbiers, bakkers, brouwers, winkeliers en jan en alleman vervallen tot de bedelstaf. Diepe armoede was hun loon voor het speculeren. Het halve land failliet en alsnog kreeg de schrijver Roemer Visscher gelijk, met zijn al twintig jaar eerder gedane uitspraak "een dwaas en zijn geld zijn snel gescheiden".


Onder deskundigen is al langer bekend dat die crash in de literatuur steed weer zwaar overtrokken wordt. Voor een deel broodje aap dat steeds weer tot de verbeelding spreekt. Er is nu een mooi boek over van Anne Goldgar: Tulipmania - money, honor and knowledge in the Dutch Golden Age". En Roelof van Gelder schreef er in de NRC van 20 juli 2007 een fraaie recensie over.


Het is waar dat vanaf het midden van de 16e eeuw de tulp geliefd werd. Net als exotische schelpen. Populair op schilderijen en in de tuin. Er werd in gehandeld en omdat bloembollen moeilijk te beoordelen zijn op momenten dat ze niet bloeien, was het een soort termijnhandel waarbij vertrouwen wel een erg grote rol speelde. En 'floristen' die de handel onderhielden als een soort market makers. In 1636 begonnen de prijzen te stijgen. Waarom is niet zo duidelijk, Goldgar speculeert dat een pest-epidimie voor veel erfenissen en geld onder groepen kooplieden had gezorgd en dat moest belegd worden. Dat leidde tot wat we nu kuddegedrag (herding) noemen en dat je ook nu in markten ziet: we gaan graan kopen omdat de prijzen stijgen en wel door zullen stijgen, en wachten dus niet tot we komend voorjaar het graan hadden willen kopen. En dan gaan echte speculanten en beleggers instappen die helemaal nooit graan willen hebben, maar alleen maar rendement.

Tot er -op vaak onverklaarbare reden- iets gebeurt en de markt over de top is. Bij de bloembollen gebeurde dat in februari 1637. Prijzen beginnen te dalen en iedereen wil de markt uit, er onstaat een stampede naar de deur. Dan vallen er slachtoffers.


Broodje aap
Wat er overtrokken is aan dat verhaal is niet bovenstaande, maar het idee dat half Nederland aan die speculatie meedeed en failliet ging. De tulpenhandel deed zich niet voor op het platteland en bleef beperkt tot Hollandse en Utrechtse steden, waaronder natuurlijk Amsterdam. De handelaren waren een beperkte groep mensen: kleine kooplieden, middenstanders, ambachtslieden veelal werkzaam in de textiel of de bierbrouwerij. Die mensen kenden elkaar (wat voor het benodigde vertrouwen ook wel nodig was) en in die tijd waren Nederlanders dol op speculeren, wedden, gokken, dobbelen en loterijen. Absurd hoge bedragen voor bloembollen kwamen voor, maar dat heeft in 1637 zelden tot een faillisement geleid. Wel vond de overheid het nodig maatregelen te nemen voor een goede afwikkeling van de crisis in deze beperkte sector, omdat het algemene handelsvertrouwen in het geding was. Kortom de sector had een fors probleem, maar van een stedelijke crash, laat staan een landelijke was geen sprake.

Blijft de vraag waarom het overtrokken beeld is ontstaan en blijft bestaan. Het is ontstaan door een Engels en een Duits boek uit de 19e resp. 18e eeuw die zeer selectief enkele niet-representatieve spotprenten uit de 17e eeuw hebben uitvergroot. Waarom het blijft bestaan is niet zo helder. Ik hou het erop dat een mooi verhaal met veel moraal niet door feiten kan worden ontkracht.

En tot slot: vergeet even het sombere herfstweer en vergeet niet om de tulpen te poten. Dit is het seizoen.

dinsdag 6 november 2007

what's in a name

Al tijden geleden heeft de het Genootschap Onze Taal een fraaie CD gemaakt met daarop integraal met Adobe Reader doorzoekbaar alle belangrijke spreekwoordenboeken van 1840 tot 1950. Dus je kunt op "kaas" zoeken en je vindt dan alle uitdrukkingen met Kaas en de beschrijvingen van die spreekwoorden.

Nu is mijn voornaam niet zo veel voorkomend, maar hij levert toch 1 hit op, het mij niet bekende spreekwoord "hij komt te pas als Krijn te Basselt". Basselt ligt bij Voorst zo melden verschillende auteurs maar men tast verder in het duister. De betekenis zou zijn dat het gebruikt wordt om iemand aan te duiden die zich met een zaak bemoeit waar hij zich beter niet mee bezig had kunnen houden, en ook wel voor iemand die te laat komt.

Harrebomee meldt in 1858 ook "zij komt te pas als Trijn in Baffelt" en daar zou het dus wel eens een verbastering van kunnen zijn. Baffelt is dan Baflo in Groningen, waar ene Trijn tot een geselstraf werd veroordeeld, vluchtte en na verloop van tijd de stommiteit begin terug te keren in Baffelt op het moment dat er een geseling voltrokken werd, met als gevolg dat ze zonder verdere vorm van proces ook haar straf onderging.

Mooi verhaal, mooie CD.

nootmuskaat: een rectificatie

Zondag blogde ik hier over de nootmuskaat en de kruidnagelen, vaststellend dat het niet erg duidelijk is wie nu het VOC-monopolie in de Molukken doorbrak: vogels, de Fransen (Joep Habets) of de Engelsen (Cambridge History of Food). Inmiddels ben ik er terecht op gewezen dat ik twee zaken door elkaar heb gehaald: Habets schreef over kruidnagelen, SILVO, Kalkman en de Cambridge encyclopedie raadpleegde ik op nootmuskaat. Ze hebben met elkaar gemeen dat ze beide een VOC-monopolie op de Molukken waren, maar het zou heel goed kunnen zijn dat het ene door de Fransen werd gebroken en de ander door de vogels of de Engelsen. Dus tegenspraak is er niet, maar vreemd blijft het wel. Waarvan acte.