weblog over de toekomst van de Nederlandse landbouw en het platteland. Gemotiveerd vanuit het werk als econoom, de nevenfuncties als bestuurder en de woonomgeving van de moderator, maar als persoonlijke stellingname geheel buiten de verantwoordelijkheid van mijn werkgevers - zoals het hoort bij een weblog.
maandag 7 augustus 2006
Motieven om te veranderen
In het Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie van deze maand staat een artikel over de invoer van de zgn. balanced score card en daarin halen de auteurs Abrahamson aan, die vier motieven aandraagt voor de invoer van een administratieve technologie, afhankelijk van of de diffusie afhangt van organisaties binnen / buiten de groep en of er wel of niet sprake is van imitatie:
efficiente keuze (organisaties uit de groep zijn het voorbeeld, geen imitatie)
gedwongen selectie (organisaties van buiten, bijvoorbeeld afnemers bepalen, geen imitatie)
mode (organisaties van buiten, en imitatie)
rage ('fad': organisaties van binnen, imitatie)
Verder ook een mooi artikel met een E-scan om uw ondernemerschap te beoordelen.
Zie: Rudy Balogh, Michael Corby en Paula van Veen-Dirks: De balanced score card in Nederland. In: MAB juli / augustus 2006
Martijn Dirissen en Peter Zwart: De E-Scan Ondernemertest ter beoordeling van ondernemerschap.
woensdag 2 augustus 2006
in een duurzame sector worden verliezen gemaakt
Het leverde weinig nieuwe argumenten op. Wel maken veel discussanten de fout om bedrijven en de sector door elkaar te haspelen: bedrijven zijn te klein om het zonder subsidie te redden en daarom is de sector noodlijdend. De werkelijkheid is dat de vraag naar landbouwproducten als melk stabiel is, en er (om de arbeidsproduktiviteit te verhogen en daarmee het inkomen in stand te houden) wordt gemechaniseerd en geautomatiseerd. Dan hebben we dus minder bedrijven nodig. En omdat bedrijven niet onmiddelijk stoppen maar vooral als er zich geen opvolger aandient, zijn veel bedrijven dus te klein en verliesgevend. Maar dat wil niet zeggen dat de productie hier niet meer thuis hoort of dat het slecht gaat met de sector. Zoals oud-LEI directeur Jan de Veer vroeger zei: een sector / bedrijfstak kan alleen goed draaien als er bedrijven stoppen.
En verder willen velen zonder meer landschapssubsidies aan boeren voor voetpaden, houtwallen e.d. Het lijkt me slimmer om gewoon te bepalen (via de politiek) hoeveel meter voetpad of houtwal we willen, en daar dan (eventueel via offertes) voor te betalen. Dat is een helderder systeem dan eerst subsidie te betalen per ha en dan te bedenken of we wel genoeg houtwal krijgen.
donderdag 27 juli 2006
vee aan de vaart
woensdag 26 juli 2006
lood en oud ijzer
Mijn buurman hier is de troep bij een oude tuinbouwkas aan het opruimen en ik begreep dat hij voor oud ijzer en oud alluminium geld toekrijgt op de afvoer. Zo dragen de hoge grondstofprijzen bij aan een mooier landschap.
dinsdag 25 juli 2006
lijstje: graan in de economie
1. David Ricardo met zijn rent theorie: graan is niet duur omdat de grond duur is, maar grond is duur omdat graan duur is.
2. Ronald Coase met de basis van de institutionele economie: voor de efficiency in de maatschappij maakt het niet uit of de aansprakelijkheid ligt bij de ene partij (de eigenaar van het graanveld) of de andere (de spoorwegmaatschappij)
3. Hayami & Ruttan met hun induced innovation theorie: als er weinig arbeid is zoals in de Amerikaanse graangebieden van de 19e eeuw, komt er innovatie naar arbeidsbesparende technieken op gang.
maandag 24 juli 2006
zaterdag 22 juli 2006
opgewekte innovatie en graan

Van de Engelse graanvelden uit 1800 van David Ricardo naar de Amerikaanse graanvelden in de Mid-west die Vernon Ruttan in de zestiger jaren inspireerden, is een kleinere stap dan het lijkt. Want eigelijk lag de inspiratie in de Mid-west van de 19e eeuw, en de Induced innovation theorie van Hayami & Ruttan begint bij het zgn. Ricardo-effect. Dat effect beschrijft dat als arbeid duurder wordt, het vervangen wordt door machines. Maar tot Hayami & Ruttan viel de innovatie van nieuwe machines buiten de economische modellen: innovatie gebeurde, maar waarom en waarom juist die innovaties was niet erg duidelijk. De Japanner Hayami en de Amerikaan Ruttan lieten zien dat in de 19e eeuw in Amerika, een immigratieland, de arbeid schaars was: er viel veel land te ontginnen, en arbeid was beperkt. Een gevolg was dat er niet alleen in machines werd geinvesteerd, maar dat ze ook werden uitgevonden. Uitvinders als McCormick kwamen met tal van machines om achter het paard te spannen en zo de arbeidsproductiviteit te verhogen. En die machines vonden gretig aftrek. In Japan daarentegen was er veel arbeid en maar weinig grond: daar beoogden de uitvindingen, en zeker degene die ingevoerd werden, een verbetering van de grondproductiviteit: meer productie (en arbeidsinzet) per ha. Dat is in het kort het voorbeeld van de (door schaarste) opgewekte innovatie - waaraan we dus de uit de dorsmachine voortgekomen combine te danken hebben.
De foto toont een IHC McCormick Farmall van www.tractorshed.com
vrijdag 21 juli 2006
graan en ricardo
Hij beredeneerde dat de kostprijs van graan niet hoog is omdat de grond duur is, maar dat de grond duur is vanwege de hoge opbrenst van graan. Not corn is high as land is high, but land is high as corn is high. Als er veel vraag is naar graan zal er extra land in productie worden genomen die minder geschikt zijn dan de al in gebruik zijnde. Woeste gronden worden ontgonnen. Op die grond kun je net geen winst maken, de grondwaarde is ongeveer nul, alle opbrengsten gaan op aan de teeltkosten (zoals heden tendage achterin Argentinie of Oekraine). De kostprijs van die (laatste) tonnen granen bepalen de marktprijs. Op goede gronden waar meer groeit levert een kg tarwe hetzelfde op, maar is er dus een grotere opbrengst per ha. En dus kan er meer betaald worden voor een hectare grond.
Tegenwoordig zijn het de grootwinkelbedrijven die de macht in de keten hebben, maar er was een tijd dat de echte macht bij de grootgrondbezitters lag: die eigenen zich via genoemd mechanisme de 'rent', de overwinst toe. Meer algemeen: die eindigt bij de meest schaarse factor.
donderdag 20 juli 2006
Ce n'est pas nostalgie, c'est ma vie

Er zijn nog meer economen dan de in Amerika werkende Engelsman Ronald Coase geinspireerd door graanvelden. Maar voor ik dat lijstje afmaak even naar de NRC van vandaag. Daar is het voor wie in landbouw en platteland geinteresseerd is, nog geen komkommerseizoen. Op de opiniepagina drie ingezonden stukken met reacties op het stuk van Herman Versteijlen - waar ik in het weekend hier al over blogde. Aanbevolen voor de disussie, hoewel het met nieuwe argumenten wel meevalt. De teneur is in de lijn van de suggesties van OECD's Stefan Tangermann en ook het commentaar dat ik eerder in Eurochoices zette: betaal maar gewoon de kostprijs voor diensten van boeren die anders niet tot stand komen en maatschappelijk wel gewenst zijn. En dat kan nationaal. Targetting in het jargon.
Verder de nodige nostalgie op de achterpagina: er blijkt in Frankrijk een film uit over een 75 jarige boer uit Normandie, die nog net zo werkt als zijn vader. Machines uit de jaren vijftig, woont met twee zussen op de boerderij, de vier Normandische koeien zijn net de deur uit. Boer Paul is nu filmster. Kaskraker in Cherbourg en wijde omgeving. Het is geen nostalgie zegt hij, het is mijn leven. De film heet dan ook Paul, c'est ma vie. De filmmaker komt uit hetzelfde dorp. Het doet daarmee sterk denken aan de debuut film van Jos de Putter uit 1993: Het is een schone dag geweest - over de laatste dagen van zijn ouders op hun Zeeuwsvlaamse boerderij. Geweldige film - kan die op DVD?
Ter illustratie daarom nog maar iets uit www.reclamearsenaal.nl
O ja, en het FD van vandaag meldde in het kader van de droogte dat de Franse landbouw de grootste watergebruiker in de Europese landbouw. Of de olijfbomen terug kunnen komen in plaats van de mais.
brandende graanvelden en coase
Een van de bekendste economische inzichten is gebaseerd op brandende graanvelden. Maar dan in de Midwest van de VS, waar het een eeuw geleden blijkbaar wel vaker voorkwam dat vonken van een spoorlijn een graanveld in de as legden. De latere Nobelprijs-winnaar Coase vroeg zich af of het voor de meest efficiente oplossing wat uit zou maken wie er aansprakelijk zou worden gesteld voor de schade: boeren zouden langs de spoorlijn een stukje van bijvoorbeeld 10 meter braak kunnen leggen (akkerranden-beheer zouden we nu zeggen), en de spoorwegen zouden kappen naast de wielen kunnen lassen, zodat vonken niet het veld inspringen. De eerste gedachte is dat als de boeren voor de schade opdraaien, ze overgaan tot braken zodra de kosten van geen oogst op de eerste 10 meter lager zijn dan een keer in de x jaar een afgebrand graanveld. En als de spoorwegen aansprakelijk zijn dan wegen ze de kosten van het aanbrengen van de kappen af tegen de claims van boeren met schade.
Maar dat betekent dat als de oplossing van de akkerranden veel goedkoper zou zijn dan die van de wielkappen (bijvoorbeeld omdat graan goedkoop is en ijzeren smeedwerk erg duur) het niet zo slim zou zijn om de spoorwegen aansprakelijk te stellen. Dat is voor de maatschappij als totaal niet het meest efficiente. En hoe kan de wetgeveer nu van te voren weten welke technische oplossing de beste is - temeer daar dat in de loop der tijd kan veranderen.
Maakt niet uit, beredeneerde Coase, want er is ook nog zoiets als een markt. Als je de spoorwegen aansprakelijk stelt in een situatie waar de akkerranden goedkoper zijn, zullen de spoorwegen geen treinen met wielkappen laten bouwen, maar de boeren betalen voor het braken van hun akkerranden. Voor de wetgever geldt dus: don't worry, de markt komt er wel uit.
Dat geldt overigens alleen als er geen transactiekosten zijn. Als het heel duur is voor een spoorwegbedrijf om alle kleine boertjes en volkstuinen langs de spoorbaan af te gaan voor een contract, dan werkt de marktoplossing niet ideaal en worden het de dure wielkappen. En het mag dan niet uitmaken voor de technische oplossing en de welvaart van de samenleving, de keuze van de aansprakelijkheid in het rechtssysteem heeft wel gevolgen voor de welvaartsverdeling: in het ene geval betaalt uiteindelijk de koper van brood, in het andere geval de spoorweg-reiziger. En niet iedereen die brood eet, neemt ook de trein.
Brandende graanvelden kunnen dus enorm inspirerend zijn - een extern effect dat soms vergeten wordt.
woensdag 19 juli 2006
Lange staarten: het eind van 80/20
Algemeen bekend is de 20/80 regel: 20% van de producten levert 80% van de omzet of de winst. Omgekeerd: 80% van de producten kun je beter niet meer in het assortiment opnemen, want die dragen maar weinig bij aan de winst, en nemen wel veel plaats in (in de catalogus en in het magazijn). Regelmatig uitdunnen dus. Maar Anderson kwam tot het inzicht dat die regel in de digitale wereld niet op hoeft te gaan. Ook daar zijn er hits in de vorm van zeer goed verkopende boeken, platen, films ('the winner takes all' in showbiz) die zich als het ware op de kleinste gemene deler van smaken richt. Maar het kost vrijwel niets om ook alle andere zaken in het assortiment te houden en er blijken allerlei niche-markten of mensen met speciale smaken te zijn die dat willen kopen. En die eventueel ook met elkaar die smaak op afstand via het net kunnen delen. Statistische verdelingen krijgen dus een lange staart, waarin ook nog profijtelijke producten zitten.
Op die manier biedt het internet (en lage distributiekosten) dus een mogelijkheid voor een geweldige productdifferentiatie voor zeer heterogene, individuele consumenten. Misschien iets voor de wijnmarkt, hoewel je daar juist ziet dat kleine onbekende terroir het moeilijk hebben tegenover de marketing van de grote wijnhuizen met hun BIN95 Merlot.
Chris Anderson: The long tail: why the future of business is selling less of more. Hyperion / Random House Business Books.
dinsdag 18 juli 2006
Economen doen het met een model

The Economist van afgelopen zaterdag had een goed verhaal over het feit dat we niet meer zonder economische modellen kunnen - maar dat ze ook te gemakkelijk op hun uitkomsten worden geloofd. Het deed me op deze zwoele avond denken aan wat wij in de jaren 80 op de Erasmus universiteit in de bar grapten: alle modellen zijn minder dan de werkelijkheid - behalve het fotomodel: dat is meer dan de werkelijkheid.
De foto hiernaast komt van www.reclamearsenaal.nl Een warm aanbevolen site.
Caoutchouc is een (taalkundige?) voorloper van rubber.
maandag 17 juli 2006
faites divers
Verder een informatief stuk van mijn LEI collega's Marie-Jose Smits en Gerdien Meijerink die laten zien dat op basis van vrij vergelijkbare onderzoeksuitkomsten er veel negatiever wordt gegaan over de biodiversiteitsvoordelen van agrarisch natuurbeheer dan van biologische landbouw. Wellicht komt dat ook door verschillen in de benchmark. Het publiek (maar ook het onderzoek) heeft niet de neiging die twee te vergelijken, maar het agrarisch natuurbeheer met het (duurdere) natuurpark en de biologische landbouw met de gangbare.
En dan is er nog een informatief stuk van Pieter Lukkes die de geschiedenis van 60 jaar ruimtelijke ordening kenschetst als 'marginaal'. Ik leerde eruit dat het met het eerste streekplan, 576 gestencilde pagina's over IJsselmonde uit 1938, al mis ging: de toekomst was een gezapige voortzetting van het verleden zonder schaalvergroting en mechanisatie. En aangeraden werd om minder luxe tuinbouwproducten te telen dan op dat moment gebeurde, want daar was in Rotterdam behoefte aan. Een economisch zeer domme aanbeveling dus, ook al met de kennis van toen - Von Thunen had zijn boek al lang gepubliceerd waarin hij uiteen zet dat de producten met de hoogste toegevoegde waarde het dichtst bij de stad worden geproduceerd. Meer extensieve productie wordt verdreven naar verderweg. Sla bij de stad, exentensief rundvee (dat zelf naar de markt kan lopen) ver weg. Transportkosten maken het dat hoogwaardige, verse producten dichtbij worden geteeld. En die brengen zoveel op dat de grond duurder wordt en voor die producten nog wel kan worden gebruikt, maar dat een boer het zich niet kan veroorloven die grond voor extensieve productie in te zetten.
Verschijnsel valt overigens ook waar te nemen bij een winkelgebied of the Strip in Las Vegas. De dure winkels zitten in de hoofdstraat, de broodjeszaak en de kunstgalerie er een eindje vanaf.
Lukkes vindt dat planologen hun vak opnieuw moeten definieren. Wellicht met een insteek uit de economische geografie?
zondag 16 juli 2006
Sicco Mansholt: de biografie

Sicco Mansholt - architect van het Europese landbouwbeleid en Europa. Hij stond eerder centraal in het voortreffelijke boek De Graanrepubliek van Frank Westerman. En nu is er een biografie van Johan van Merrienboer. Ik kreeg het boek gisteren van C. & P. en het gaat mee op vakantie.
Het maandblad SPIL had een interview met de biograaf en daar leerde ik al vast een paar dingen uit. Zo kijkt Max Kohnstamm, ook zo'n Nederlandse EEG architect, genuanceerd aan tegen de kosten van het landbouwbeleid, omdat het nodig was om Duitsland weer een plaats in Europa te geven en tot duurzame vrede te komen. Op de vraag of dat niet veel geld heeft gekost, antwoordde Kohnstamm in 2003: 'Ja, maar niet meer dan een paar dagen oorlog".
En verder lag achter het beruchte structuurplan van Mansholt zijn grote ideaal om te komen tot een gezonde boerenstand in een industriele samenleving. Daarvoor was een sanering nodig. Die situatie lijkt weinig veranderd, maar momenteel lijkt het natuurlijker te gaan omdat boerenzoons vrijwillig voor andere sectoren kiezen. De fysieke en cognitieve afstand tussen platteland en andere delen van de samenleving is veel kleiner geworden. In economische termen: de arbeidsmarkt werkt beter.
Daarmee zie je nu wellicht een indirect mechanisme werken dat Mansholt zelf eerder toepaste bij zijn prijspolitiek: toen hij de klus van de politieke integratie in Brussel op zich nam en zag dat in Nederland en Belgie 1 op de 10 mensen in de landbouw werkte, tegen 1 op de 3 in Italie, pleitten velen voor het snel gelijk trekken van die structuren, via structuurbeleid. Mansholt koos ervoor dat slechts indirect te doen via marktintegratie. Gemeenschappelijke prijzen en markten leiden tot minder macht in de lidstaten en meer in Brussel zodat politieke integratie beter werd gediend.
Uiteindelijk bleek via de marktintegratie, de structuren (versneld) te worden gelijk getrokken. Vele kleine Italiener, zusammen aus Napoli, vertrokken alsnog naar Belgie en Duitsland en verruilden de paar olijfbomen voor de mijnen.
zaterdag 15 juli 2006
persoonsgebonden budget en de zorgboerderij
Een voorbeeld van de invloed van dergelijke instituties zie je bij zorgboerderijen. In een artikel over dit verschijnsel constateert de NRC vandaag dat de invoering van het persoonsgebonden budget, nu zo'n 10 jaar geleden deze boerderijen mogelijk heeft gemaakt. Naast zorg in natura kon je nu als zorgconsument ook geld krijgen en zelf je zorg organiseren, bv. via een zorgboerderij. Zodra dit PGB was ingevoerd sprongen ondernemers daar op in, zonder dat er veel ondernemerschap ontwikkeld moest worden door bv. de overheid.

