donderdag 29 juni 2006

Over zelforganisatie in cultureel erfgoed

Moderne tijden doen oude zaken verdwijnen. Dat is niets nieuws en het is ook niets nieuws dat dat betreurd wordt. Cabertier Wim Sonneveld had er in de jaren 60 of 70 al een mooie sketch over als de grootmeester van de koningin die zich ontfermde over de chocolademelk voor het kerstfeest voor het hofpersoneel. Wat van deze tijd is dat de globalisering een tegenkracht oproept rond regionale en locale identiteit en cultuur (zoals de streekproducten en de folklore) en dat mensen veel tijd en geld hebben om daar aandacht aan te besteden.
Bij sommigen is dat meer dan een hobby en vrijetijdsbesteding. Zij professionaliseren zich, maken er deels een bedrijfje of een subsidiezoekende stichting van, en organiseren zichzelf en anderen, zodat er ook continuiteit over de generaties heen kan ontstaan en erfgoed echt behouden blijft.
Dat roept de vraag op wat die mensen drijft. Op mijn verzoek hebben studenten uit Wageningen dat geprobeerd uit te zoeken door vijf van zulke mensen diepgaand te ondervragen. Er komt allereerst uit naar voren dat er twee kanten aan de globalisering zitten: het roept niet alleen dit verschijnsel op, maar de mensen maken er in het beheer van het erfgoed ook dankbaar gebruik van. Zo kwam een van de ondervraagden op het idee zich over oude Friese fruitrassen te ontfermen door contact met gelijkgestemden in Oost-Duitsland; internationaal is er veel overleg in bewegingen als Slow-Food.
Belangrijker is nog een tweede duale kant: aan de ene kant moet het onderwerp (oude rassen, een type molens, een soort aardewerk) door de uniformerende en moderniserende krachten van de globalisering met uitsterven bedreigd worden, anderzijds moet er wel aandacht of respons zijn bij anderen dat de ondernemende cultuurbeschermer met wat nuttigs bezig is. Het is namelijk de inhoud van het onderwerp mensen drijft, zeker in de start. Maar de overgang van een hobby naar meer dan dat is een onzekere fase en dan is positieve aandacht van familie, vrienden, de locale media, een expositieruimte, een interview uit de wetenschap en andere positieve feedback essentieel.
De trigger in die fase om er meer van te maken zit vaak ook in persoonlijke omstandigheden: men gaat met pensioen, wordt werkeloos of krijgt anderzins meer tijd of geld. Pas daarna komt de expansie naar een bedrijf of een stichting en komt eventueel de markt of de overheid via subsidies in beeld. En die laatste vorm van ondersteuning wil nog al eens met veel rompslomp gepaard gaan. Soms krijg je de indruk dat een locale tv uitzending die leidt tot een aantal klanten of belangstellenden voor een expositie een betere vorm van ondersteuning is dan een subsidietje.
Al met al lijkt het erop dat mensen mede met de inkomensstijging uit de globalisering heel goed in staat zijn om zich ook zo te organiseren dat bewaard blijft wat men waardevol vindt in de cultuur. De overheid kan te hulp worden geroepen en dat ondersteunen maar een paternalistische opvatting doet onrecht aan de krachten die er van nature aanwezig lijken te zijn in de maatschappelijke orde: actie en reactie, kracht en tegenkracht, power and countervailing power.

dinsdag 20 juni 2006

Lijstje: Cotton fields back home

Katoen heeft al heel wat op zijn geweten. Recentelijk kwamen de wereldhandels-onderhandelingen in CanCun tot stilstand door geruzie over katoen. En dat terwijl katoen in Europa ooit zijn intrede maakte in de toch al bijgelovige Middeleeuwen als de mythe van het plantaardige lam uit Tartarstan. Ergens tussen Teheran en Samarkand zou er een soort kruising tussen een plant en een lam (met wol!) bestaan.
In de meer recente geschiedenis speelde katoen vaak een dominerende rol. The Economist maakte een paar jaar geleden een 'uittreksel van het CV':
c 1750 - 1820: belangrijke rol in de start van de industriele revolutie in Engeland
c 1810 - 1860: verlengt de slavernij in de USA
1861: speelt een rol in de uitbraak van de Amerikaanse burgeroorlog
1960s: zorgt voor het opdrogen van het Aral meer, het op 3 na grootste zoetwater meer ter wereld.

Dat ter overdenking bij het aanmoedigen van voetballers met de uitdrukking 'geef hem van katoen'

bron: A great yarn - the Economist, 20 December 2003

maandag 19 juni 2006

Ruimtelijke ordening en liberalisering

Vanmiddag bezocht ik in het Haagse Carlton Ambassador hotel het Vakdebat 'Liberalisering van het ruimtegebruik'. Het was een genoegen de kamerleden en andere prominenten in de ruimtelijke ordening te beluisteren, de ambiance was prima, maar ik moet ook constateren dat er nog een hele transitie te gaan is.
Nu heeft ruimtelijke ordening het bijna per definitie te kwaad met een terugtredende overheid die minder wil ordenen. Het is niet alleen het liberalisme an sich dat hier als heersende ideologie de boosdoener is. De overheid ziet ook geen kans meer om de heterogeniteit van woonwensen te bedienen, dus doen projectontwikkelaars dat en die organiseren parken als de Golfresidentie in Dronten, waar een mij bekende agrarier zonder opvolgers zijn bedrijf aan een projectontwikkelaar verkocht die de residentie realiseerde. Mijn (niet-golvende) schoonouders hebben er ooit nog de prospectus voor de aankoop van een huis van in huis gehad.
En nu klagen de eigenaren (die hun woningen aardig in waarde hebben zien stijgen) dat ze in de vereniging van eigenaren zoveel werk hebben en ook nog OZB moeten betalen terwijl de gemeente voor hen minder doet dan voor andere bewoners (hoewel het me niet zou verbazen als de bewoners oververtegenwoordigd zijn in het theaterbezoek in het verlieslatende Meerpaal theater). En er is onderling discussie over het wel of niet plaatsen van wipkippen, wat blijkbaar indringender is bij hole 19 dan tijdens de inspraak bij de wethouder. Dergelijke communities komen dus met voor- en met nadelen.
Sommige van dergelijke communities bieden bewoners voor hun gevoel veiligheid door enige afscherming van de openbare weg (zoals ieder hofje, maar soms is er een bord of een slagboom) en ze hebben een uniformer karakter dan de Vinex-locaties: ons kent ons. Maar dat lijkt me niet veel nieuws: in Kralingen wonen ook andere mensen dan in Crooswijk.
Het werk in de vereniging van eigenaren lijkt hier en daar rijp voor uitbesteding (outsourcing) aan een gespecialiseerd bedrijf want sommige bestuurders zijn er wel erg veel tijd aan kwijt. Overigens zie ik op het eerste gezicht weinig verschil met de vorige generatie in Dronten (van wie sommigen nu op dat park wonen): die heeft in de jaren zestig in de nieuwe polder de hele community opgebouwd door het oprichten van verenigingen, kerken, scholen etc etc. En daar hoorde je zelden over klagen, maar wellicht wisten die mensen waar ze als pionier aan begonnen, en in deze voorbeelden lijkt in de marketing van de projectontwikkelaar het korte termijn voordeel van het mooie huis wat meer benadrukt (of door de kopers belangrijker gevonden) dan de organisatiekosten in de toekomst.
Marketing heeft de inspraak vervangen, zo stelde vanmiddag iemand. Een filosoof merkte nog op dat het in deze constructies onduidelijk is hoe het zit met de publieke zaak, die ook gevormd wordt door de publieke ruimte. Het is nog maar de vraag of het tegenwoordig zo makkelijk is voor mensen om verantwoordelijkheid te nemen en zich aan (eigen) normen te houden. De wereld is zo veelomvattend geworden, dat de zicht op sturing is ontnomen en hoe kun je dan verantwoordelijkheid nemen. Nu even niet.
Maar in het vakdebat ging het daar helemaal niet meer over. Er bleek bij de professionals een sterke behoefte aan inhoudelijke visie, niet alleen proces, toetsing van decentrale plannen en besluiten. Er is een onderliggende angst dat het op zijn beloop laten van economische processen niet tot 'optimale' kwaliteit kan leiden (behalve misschien ooit aan de grachtengordel en in Venetie, maar dat moet toeval zijn geweest). Wat mij betreft was er veel te weinig aandacht hoe je bij decentralisatie / liberalisatie de kwaliteit van plannen via kennis verbetert en hoe je uitsluiting van bepaalde belangen (met name externe en publieke) voorkomt. Op dat vlak is er nog een hele gedachtenordening nodig.

zaterdag 17 juni 2006

Farmgirl Fare

Vandaag een leuke blog uit Missouri, USA: Farmgirl Fare. Ik las overigens in de Economist dat ook in de USA organic en 'natural' food nu in de mode is . Wallmart heeft er in Texas of all places in een testwinkel veel ruimte voor ingeruimd.

foto

maandag 12 juni 2006

boeren zonder grenzen

Dat boeren het dorp ontgroeid zijn, blijkt uit een nieuw rapport van Alterra waarin het verschijnsel 'semigratie' wordt geanalyseerd. Als boeren en tuinders een bedrijf in het buitenland beginnen, maar ook hun bedrijf in Nederland aanhouden, spreken de onderzoekers van 'semigratie'. Er zijn tal van redenen om voor die situatie te kiezen, die eigenlijk in twee groepen uiteen vallen. Bij tuinders die ook in bijvoorbeeld Afrika een productielocatie opzetten gaat het vaak om het benutten van kostenvoordelen ter plekke: lagere lonen, meer zon om het hele jaar te produceren en minder energiekosten. De hoogwaardige activiteiten blijven hier: die zijn moeilijker of moeten dichter bij de klant plaats vinden. Dat lijkt dus op wat er gebeurt in veel andere industrien.
Bij boeren speelt nog al eens de belastingwetgeving een rol: die willen eigenlijk wel emigreren omdat het in het buitenland goedkoper is om een grootschalig bedrijf op te zetten - door allerlei wetgeving zijn grond en quota hier duur. Maar als ze hier hun bedrijf verkopen moeten ze afrekenen met de fiscus. Dat geld houden ze voorlopig liever in kas, soms zal lenen hier ook makkelijker zijn dan in het onbekende buitenland met een andere bankenstructuur. Op termijn zullen deze bedrijven dus wellicht wel volledig vertrekken.

W.J.H. Meulenkamp, R.P. Kranendonk, C.M.L. Hermans en W.A. Rienks: Quickscan (S)emigratie van Nederlandse agrariers, Alterra Wageningen.

zondag 11 juni 2006

de smaak van slow food




De zomer in Zevenhuizen begon gisteren met de markt van slow food producenten. Om onduidelijke reden is dit dorp in de smaak gevallen als centrumpje voor een jaarlijkse manifestatie in Zuidholland.
Er was een grote varieteit van producenten die unieke producten aan de man brachten: naast de gebruikelijke geitenkaas iemand die alles met frambozen doet (van planten tot jams) tot iemand die vanuit een hobby het blad (of wellicht beter: de club) smaak had ontwikkeld. Verder waren de worsten van de kloostervarkens van Frans de Rond en collega's uit Limburg present. En er waren zeer smaakvolle aardbeien te koop. Met veel verhalen en kennis werden de producten toegelicht. Dat in schril contrast tot de locale C1000 waar ik nog even heen liep voor de knoflook. Die kon ik eerst niet vinden omdat de vakkenvuller ze had omgewisseld met de gember. Productkennis in supermarkten blijft lastig. Smaakvol sloten we de dag dan ook af met een culinair hoogtepunt in het Tolhuysch in Oegstgeest.

zaterdag 10 juni 2006

Het dorp, telkens weer

Het avondblad meldt het overlijden van twee artiesten, Billy Preston en Friso Wiegersma. De vijfde Beatle was de grootste popartiest van beide, maar terecht stond het journaal uitgebreid stil bij het overlijden van Wiegersma. Aanvankelijk bekend geworden als de ‘vaste vriend’ (zoals dat in sommige kringen heette) van caberetier Wim Sonneveld maar langzamerhand erkent als meer dan de ‘weduwe van..’ (zoals hij dat zelf eens uitdrukte).
Dat ik er in deze blog bij stil sta is niet vanwege zijn schilderwerk maar vanwege zijn liedteksten. En dan niet het lijflied Telkens weer van ‘Rooie Sien’ Willeke Alberti, noch het lellebellerige, nichterige Nikkelen Nelis lied 'Ze kon het lonken niet laten' (soms droeg zij slechts een veer) maar het onvergetelijke Het Dorp, dat na Sonnevelds plotselinge dood in 1974 alsnog een hit en een klassieker werd. Een cover van vijf jaar eerder van La Montagne van Jean Ferrat, een chanson over het leeglopen van de Franse bergdorpen.
Sonneveld was overigens niet meteen enthousiast, volgens Wiegersma’s autobiografie Telkens weer het dorp: “Een lied over de teloorgang van een ouderwets dorp? Dat lijkt me nou een heel vervelend idee”. Althans dat meldt single-verzamelaar Vic van der Reijt die het plaatje karakteriseert als het gezongen Anton Pieck-schilderij van Friso’s geboorte plaats Deurne. Waar zijn vader huisarts en kunstminnaar was, en zo model stond voor de roman Dorp aan de rivier. Langs het tuinpad van mijn vader. Thuis heb ik nog een ansichtkaart / waarop een kerk een man met paard.
Met respect voor het werk van Wiegersma een stukje uit een artikel dat ik vorig jaar in SPIL schreef en waarin ik het belang van dit lied voor de denkbeelden over het plattteland duidde:
We zijn vastgeroest in het idee dat de veehouderij een bijzondere bedrijfstak is. Ingegeven door de Ot & Sien schoolplaten van Cornelis Jetses - die niet eens over de landbouw gingen (Krips, 2003). Door het Dorp van chansonnier Wim Sonneveld, waar de functies van slagerij J. van der Ven allang zijn overgenomen door Nutreco en Ahold. En door het Jorwerd van Geert Mak, waar God niet verdween door teruglopende melkproductie maar door de tv, de auto en de supermarkt - Leeuwarden en Amsterdam waren te dichtbij. “Het boerenbedrijf is veranderd, terwijl het boerenicoon al die tijd hetzelfde is gebleven. []. De boerderij in ons hoofd valt niet te slopen” zo werd recent onder de titel ‘Landschapsverdriet’ in de NRC geconstateerd (Somers, 2004).

Deze blog had afgelopen donderdag moeten verschijnen maar technische problemen bij blogger.com maakten dat onmogelijk

zondag 28 mei 2006

Farmall, IJsland and all that

De jaarlijkse toertocht van de Moerkapelse trekkervrienden, die gisteren bij ons voorbij trok, was weer een nostalgisch genoegen. Naar schatting zo'n 30 oude tractoren, opgepoetst en een enkeling met een oude kunstmeststrooier reden in file met een reporter van TV West door het verstedelijkte landschap. De boeren versie van Keep them Rolling: Oude Porches, Alis Chalmers, Fordsons en natuurlijk de Farmall. Dat blijft mijn persoonlijke favoriet, maar dat komt natuurlijk omdat ik die als zesjarig jongetje mocht besturen bij het strobalen opladen in een warme augustusmaand op Tholen. En of dat niet leuk genoeg was kreeg ik aan het eind van de middag ook nog een van de eerste rijksdaalders, die tot kort daarvoor alleen als muntbiljet in omloop waren. Overigens spraken we altijd van far-mall, pas een paar jaar geleden drong het tot me door dat McCormick een multi-purpose tractor voor ogen had met de farm-all.
Uit economisch oogpunt inspireert de trekkertocht tot twee inzichten. Allereerst is het interessant om eens even stil te staan hoe hier nostalgie en wellicht conservatisme bijdraagt aan het instandhouden van een (industrieel) cultureel erfgoed dat schaars dreigt te worden. Er zijn mensen die een forse tijdsinspanning doen om iets wat zij belangrijk vinden, levend te houden en door te geven. Dat is wellicht niet meer als een hobby, maar soms ontwikkelen zulke activiteiten zich tot een commerciele business: handel in onderdelen, commerciele bladen, optredens bij jaarmarkten etc. Momenteel kijkt een groepje studenten in Wageningen op mijn verzoek naar de motieven en omstandigheden waar hobby's overgaan in meer commerciele activiteiten en zo bijdragen aan het behoud van cultureel erfgoed en innovatie.
Een tweede inzicht is dat het weer eens opvalt hoe in pakweg 40 jaar tijd de schaalvergroting, ook in tractoren, heeft toegeslagen. En dat niet alleen omdat er ook nog een grote nieuwe John Deere betrokken was bij de trekkertocht (als sleepdienst?). Het is die schaalvergroting die er voor zorgt dat een man steeds meer hectares kan bewerken en meer mensen kan voeden. Hogere arbeidsproductiviteit heet dat in het jargon. En dus wordt het leger op het platteland.
Dat verschijnsel doet zich overigens ook in andere sectoren voor. Ik was deze week een paar dagen op IJsland om met collega's te praten over visserij-onderzoek. Mooi lava landschap overigens, veel licht, en lage temperatuur hoewel IJsland een warmte overschot heeft in de vorm van warm water waar electriciteit mee wordt gewonnen voor aluminium smelterijen. We kregen daar een expose over het IJslandse systeem van visquota waarmee succesvol voorkomen wordt dat de zee wordt leeg gevist. Toen het stelsel zo'n twintig jaar geleden werd ingesteld had het grootste visserijbedrijf 4% van de nationale vangst. Dat leidde tot de regel dat niemand meer dan 12% van het quotum mag verwerven - uit mededingingsperspectief mijn inziens overigens een laag percentage. Opvallend overigens dat iedereen via de website van de regulator alle quota, quota-transacties en de aanvoer van vis per visserijbedrijf zo ongeveer real time kan volgen. Transparantie die tot betrouwbaarheid (via onderlinge controle) en geloofwaardigheid leidt.
We bezochten het aan de beurs genoteerde bedrijf HB Grandi dat inmiddels tegen die grens oploopt. Voor verdere groei moet men dus vis bijkopen of naar het buitenland expanderen of het zoeken in meer toegevoegde waarde of integratie met volgende schakels (visverwerking doet men overigens al sinds jaar en dag). Hoe groter hoe goedkoper dus, zodat we hogere inkomens realiseren en tijd krijgen om aan oude tractoren te sleutelen.

Succesvol veranderen

De landbouw verandert. Voor succesvol veranderen zijn er vijf zaken noodzakelijk: visie, vaardigheden, prikkels, middelen en een plan. Ontbreekt een van deze vijf dan lukt het niet. In een rapport dat collega Gerben Splinter c.s. een paar maanden geleden publiceerde staat een mooi schemaatje dat de toestand benoemt als een van de zaken ontbreekt:
  • zonder visie treedt verwarring op
  • zonder vaardigheden ontstaat ongerustheid
  • zonder prikkels ontstaat weerstand
  • zonder middelen is er frustatie
  • en zonder plan komt men in een tredmolen terecht.

bron: G. Splinter, R. Derkx, N. Jukema en G. Peppleman: Zorgen dat, LEI, december 2005

vrijdag 26 mei 2006

Huur een deskundige

Waren boeren vroeger handige mensen die bijna alles zelf deden, ook zij zijn al jaren afhankelijk van deskundigen: het mechanisatiebedrijf, de accountant, de makelaar. Het kiezen van de goede deskundige is verre van eenvoudig vanwege twee risico's: ze smeren je teveel diensten aan ('overtreated' : "uw tractor is aan een nieuwe accu toe") of ze rekenen een te hoge prijs ('overcharged'). En dat allemaal omdat de klant de dienstverlener niet kan beoordelen.
Met gezond verstand zijn daar wel een paar oplossingen voor: je kunt als ondeskundige zien of er een nieuwe accu in je tractor zit, of je kunt vragen of je de vervangen accu of remschijven meekrijgt. Je weet dan in ieder geval welke behandeling je hebt gehad en wat je daarvoor betaalt, maar nog niet altijd of die behandeling terrecht was. Omdat je als klant weet aan welke prikkels de dienstverlener bloot staat, kun je je op die manier dus deels indekken.
Om dezelfde reden kiezen veel mensen niet voor de garage of makelaar die adverteert met de goedkoopste prijzen voor eenvoudige klusjes zoals de APK keuring als ze mogelijk een omvangrijker onderhoudsdienst nodig hebben, omdat ze weten dat ze maar zelden zo gelukkig zullen zijn die prijs te betalen. Je vermoedt al snel dat de winst dan op de ingewikkelder klussen wordt gemaakt. Veel mensen zullen dus kiezen voor de dienstverleners die de ingewikkelde diensten goedkoop aanbieden. In een concurrerende markt leidt dat er toe dat men te lage prijzen rekent voor ingewikkelde diensten en te hoge voor eenvoudige klusjes. Zodat er weer gespecialiseerde bedrijven ontstaan die alleen banden of uitlaten vervangen.
Het kan zelfs leiden tot een vlak tarief voor alle diensten. Bij makelaars komt dat wel voor, wat er dan weer toe kan leiden dat ze bij huizen die ze voor derden verkopen veel sneller tot zaken komen dan bij huizen die ze zelf bezitten. Het voordeel van adverteren met zo'n vlak tarief per uur is dat de uitvoerder geen belang meer heeft bij ingewikkelde en grote klussen, of juist bij kleintjes. Garages hebben dus ook belang bij een uniform uurtarief.
Overigens werkt dat alles alleen als de markt in evenwicht is en iedereen een baan heeft: dan heeft de taxi-chauffeur geen groter belang bij lange dan bij korte ritten, en er dus geen belang bij een omweg te nemen als hij weet dat jij de stad niet kent. Als er weinig vraag is naar taxi-ritjes dan is dat gevaar er wel. Maar ook daar is soms met gezond verstand nog wat aan te doen: ga naar de taxichauffeur of de garage die het het drukst heeft, die heeft het minste belang bij aansmeergedrag /overbehandeling. Dat voordeel is misschien groter dan dat een lagere prijs krijgt van iemand met weinig werk. Maar het blijft een inschatting en het kan dus zinvol zijn om geld te besteden aan informatie vooraf (offertes).

Gebaseerd op The Economist, Economics focus, 15 april 2006, die zich baseert op een paper van Dulleck and Kerschbamer: On doctors, mechanics and computer specialists: the economics of credence goods, Journal of economic literature, march 2006

donderdag 25 mei 2006

Lijstje: Bellen blazen

Hoge grondstofprijzen, dalende aandelen - het roept de vraag op hoe het mogelijk is dat beleggers gedurende een langere periode een 'te hoge' waarde toekennen aan aandelen of grondstoffen en door te kopen meewerken aan een verdere stijging. Onder de titel 'Bellen blazen' geeft Frans Tempelaar in het Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie, editie april 2006, een lijstje gedragskenmerken die volgens de 'behavioral finance' dit kunnen verklaren:
  • we oordelen vaak op basis van (vermeende) patronen (heuristics) zodat we geneigd zijn toekomstverwachtingen te baseren op gepercipieerde patronen uit het recente verleden
  • daar komt bij deat we geneigd zijn patronen te zien, ook als zijn die er in werkelijkheid niet; we houden nu eenmaal niet van toeval (randomness) en zoeken naar representativiteit.
  • zelfoverschatting door we een te positief beeld hebben van onze eigen capaciteiten. Daarbij is er een confirmation bias: goede resultaten uit het verleden worden toegeschreven aan de eigen bekwaamheid, slechte resultaten aan pech of falen van anderen
  • overmatig optimisme: we hebben een te rooskleurig beeld van de verwachtingen in de toekomst
  • we vermijden toekomstige spijt (regret avoidance) en zijn daarmee zijn we bang om toekomstige koersstijgingen mis te lopen
  • het house money effect, ontleend aan het casino, zorgt dat als er winst is behaald, de risico-bereidheid toeneemt. Gevoelsmatig is niet meer het eigen geld in geding, maar gewonnen geld 'van het huis'.
  • Kuddegedrag (herding) treedt op omdat we ons laten leiden door het gedrag dat we bij anderen waarnemen, niet op basis van eigen analyse.
  • Er is een neiging tot conservatisme (voortkomend uit de heuristiek anchoring and adjustment) die er toe leidt dat we een al gevestigd oordeel (zoals een waargenomen patroon) moeilijk aanpassen. Het duur tussen een poosje voor nieuwe afwijkende informatie effect heeft.

woensdag 24 mei 2006

lijstje: motieven om te sparen

Vandaag kreeg ik een leuk bedrag terug van de Belastingdienst naar aanleiding van mijn aangifte 2005. Leve de hypotheekrente aftrek, waar ik ruimschoots van profiteer maar wat eigenlijk aan herziening toe is. Dit alles is een goede aanleiding voor een lijstje 'Motieven voor individuen om te sparen':

  1. Life-cycle hypthesis. Geintroduceerd door de bekende Italiaanse econoom Franco Modigliani. Gaat er vanuit dat mensen hun inkomen glad strijken over hun leven: er wordt weinig gespaard als je jong bent, meer op middelbare leeftijd bij goede inkomens en er wordt ontspaard als men met pensioen is. Meest invloedrijke theorie van dit rijtje.
  2. Voorzichtigheidsbeginsel: mensen sparen niet voor hun oude dag maar voor een regenachtige dag, voor als het tegen zit. Men spaart dus relatief meer bij fluctuerende inkomens en als het lastig of duur is om te lenen.
  3. Erflater-beginsel (bequest theory of thrift): mensen sparen omdat ze wat na willen laten aan hun kinderen en maken hun geld dus niet op als ze oud zijn. Hetzij omdat ze van ze houden, hetzij omdat ze ze om willen kopen om hen te verzorgen (economen zijn nogal wantrouwend over altruisme).
  4. Compenseren van de overheid: mensen sparen meer als de overheid het niet doet, omdat ze later hogere belastingen (voor bijvoorbeeld pensioenverplichtingen) verwachten. Rationele verwachtingen die bekend staan als de ‘Ricardian equivalence’.

    Uit: Zindy Minton Beddoes: The great thrift shift, Survey of The Economist, 24 september 2005, pagina 8

maandag 22 mei 2006

na de flatrate

Vandaag even reclame voor eigen werk: op de deurmat viel dit weekend het blad EuroChoices met daarin een editorial van mijn hand waarin ik pleit voor gedegen onderzoek naar nieuwe vormen van voedselbeleid en landschapbeleid, die in mijn ogen zullen voortkomen uit het huidige landbouwbeleid. En voor de korte termijn is dan de vraag of dat beleid makkelijker realiseerbaar is vanuit een Gemeenschappelijk Landbouw Beleid met subsidies op basis van historische aanspraken of op basis van een voor iedereen gelijk bedrag per ha ('flatrate' of 'vlakpremie'). Leuk om te merken dat er adhesie is voor die zienswijze.

zondag 21 mei 2006

reflectie uit kampina op veenweide- en ruimtelijke transities

Na gisteren Heusden, vestingstadje uit de middeleeuwen en tachtigjarige oorlog, te hebben bezocht, wandelden we vanochtend door den Kampina. Een mooi natuurgebied, momenteel met vele kleuren groen. Hier en daar een ven. En soms een weiland vol met bloemen, kruiden en wat vetweiders. De regen van gisteren en vannacht deed de veenstroompjes stromen. Een enkele roodbruin van ijzer, de meeste gitzwart van het veen.
En daarmee was ik terug bij een bijeenkomst die we vrijdagochtend hadden bij het Innovatienetwerk over de veenweide. Na de natuurlijke afwatering in het gebied tot ongeveer het jaar 1400, hebben we 600 jaar bemaling gehad. De zorg over de kosten van de inklinking en de CO2 emissie doen waterschappen nu besluiten om peilen te verhogen en hier en daar drasland te creeren, dat dan ongeschikt is voor zuivelproductie. Een zoektocht dus naar alternatieve mogelijkheden (bedrijfssystemen) om de kosten van het grondbeheer te betalen. Zuivel brengt per ha nog het nodige op (ook al verdwijnen veel bedrijven door schaalvergroting), maar natuur kost geld. Vetweiderij (rundvlees), of toch nog zuivel met andere koeien (blaarkoppen) zijn een paar van die mogelijkheden. In deze bijeenkomst was er een voorstel voor rietplantages voor energie. Verkoopt mogelijk beter als de Weerribben bij Gouda. Over de economische haalbaarheid leek me het laatste woord nog niet gezegd.
We waren het er in die bijeenkomst ook over eens dat er veel te weinig mechanismes zijn om geld uit de stad te gebruiken voor investering in het landelijk gebied. Het veenweide slagenlandschap is een internationaal uniek gebied (waarom staat dat niet op de Unesco heritage lijst?) dat via een rechte lijn doorklinkt tot in de kunst. Maar wie we er voor kunnen laten betalen is nog onduidelijk. Urbane en rurale ruimtelijke planning zijn werelden apart, zo concludeerde prof. Adri van den Brink dan ook afgelopen donderdag op een Professionele Gesprek over transities in Wageningen.