weblog over de toekomst van de Nederlandse landbouw en het platteland. Gemotiveerd vanuit het werk als econoom, de nevenfuncties als bestuurder en de woonomgeving van de moderator, maar als persoonlijke stellingname geheel buiten de verantwoordelijkheid van mijn werkgevers - zoals het hoort bij een weblog.
donderdag 19 januari 2023
column food+agribusiness
woensdag 18 januari 2023
Boer Braat
dinsdag 17 januari 2023
Dierlijke consumptie
maandag 16 januari 2023
Boer en politiek in interbellum
Tot slot van de reeks blogposts gebaseerd op artikelen in KZGW's Archief 2020-I een analyse van historicus Jan Zwemer over de tegenstellingen tussen boeren en landbarbeiders in het interbellum en met name wat dat betekende voor de politiek en de stembusuitslagen. De voorgeschiedenis is een liberale 19e eeuw waarin het klassieke liberalisme de boventoon voerde, en er onder arbeiders en de laagste klassen van de maatschappij veel armoede was. Het leidde tot de opkomst van alternatieve maatschappijvisies zoals het socialisme en daarop gebaseerd het communisme maar ook het corporatisme. Op het Zeeuwse platteland hadden de (grote) boeren de macht in handen.
Die macht van boeren in de contractonderhandelingen met individuele landarbeiders maakten de lokale sociale verhoudingen niet makkelijk. Er kwamen wel arbeidersvereniging op als een soort vakbond maar pas in 1941 zou de bezetter een nationaal contract verplicht stellen, wat lokale en regionale verhoudingen gemakkelijker maakte.Er lijken een paar specifieke ontwikkelingen tussen regio's te detecteren. Allereerst waren er regio's van grote pachtboeren, zoals West-Zeeuws-Vlaanderen (waar ook veel Belgische en Franse verpachters waren) met scherpe verhoudingen tussen vrijzinnig liberale boeren en de landarbeiders. Het liberale Schouwen had ook die scherpe verhoudingen kunnen hebben, maar dat lag dichter bij de groeikern Rotterdam zodat er minder overschot aan arbeid was. Schouwen had ook een middenstand die verdeeld was over betrokkenheid bij arbeiders en boeren, terwijl in Zeeuws-Vlaanderen de middenstand bij de boerenelite aanschoof.
Anderzijds waren er regio's (zoals Walcheren) met eigengeerfde boeren die nog wel eens een stukje land aan hun arbeiders wilden verhuren zodat ze in de schaarse vrije uren hun eigen groente en aardappels konden telen en een varken of kalf konden houden. Sommigen klommen op die manier op tot zelfstandig boer. Dat maakte de tegenstellingen minder scherp, er was kans op opwaartse mobiliteit voor individuen. Overigens zaten daar ook nadelen aan: voor Tholen is vastgesteld dat het tot veel minder activiteiten in het verenigingsleven leidde, zodat die emancipatiemogelijkheid minder werd benut.
Soms leidden de sociale verhoudingen tot specifieke landarbeiderspartijen omdat de door boeren gedomineerde confessionele partijen te arbeidersonvriendelijk werden gevonden (zoals in het katholieke Oost-Zeeuws-Vlaanderen). Daarnaast, of dwars door de landbouwstructuur waren er regio's waar de verzuiling sterk toesloeg (vaak met een bevindelijke richting in de Hervormde kerk of bepaalde richtingen in de Gereformeerde Kerken) en partijen als de ARP naast boeren ook een landarbeider op de lijst zetten.
Een bijzondere rol speelde nog de Landbouwcrisisorganisatiebeschikking 1934 II die een grote overwinning voor de landarbeidsersbonden was op het confessionele kabinet. Boeren die steun wilden ontvangen moesten de landbarbeidsrsbonden erkennen als overlegpartner en arbitrage aanvaarden als men lokaal niet tot een arbeidscontract kwam. Veel boeren schoot die koppeling in het verkeerde keelgat en voelden zich gedwongen te kiezen tussen de alternatieven SGP en NSB. Het dreef vooral liberale boeren naar Mussert. Het lijkt er ook op dat de middenstanders en kleine boeren zorgden voor een verrechtsing van de SGP, terwijl sommige arbeiders zouden emanicperen via de SDAP / PvdA.
Tot slot: het boekje bevat ook nog een mooi artikel dat documenteert hoe de huidige Zeeuwse landbouw er qua activiteiten uitziet en welke uitdagingen er zijn. Van de hand van Gerard Magnus.
zondag 15 januari 2023
EEAC advies
Even tussendoor: Food + Agribusiness publiceerde mijn opinieartikel dat probeert een samenvatting te zijn van een eerder EEAC advies over de Framework Lauw Sustainable Food Systems. Ik zette het stuk ook op LinkedIn
vrijdag 13 januari 2023
Zeeuwse tarweteelt
Het Archief 2022-I, de KZGW uitgave waar de blogposts van deze week op gebaseerd zijn, bevat ook nog 2 papers over de landbouwpolitiek. De eerste is van Piet van Cruyningen (WUR) over de rol van de politiek op de landbouw in de eerste helft van de 19e eeuw. In de steden ging het al een halve eeuw minder goed en de landbouw kreeg meer de belangstelling van de notabelen, de deftige elite, Die las internationale literatuur en vond dat de landbouw verder vooruit geholpen kon worden. Met de Engelse landbouw als lichtend voorbeeld. Dat leidde in 1805 tot een staatsregeling die het mogelijk maakte dat in alle provincies van de Bataafse republiek een Commissie van Landbouw kon worden aangesteld.
Zo ook in Zeeland. Waar er zo waar een paar echte landbouwers in de Commissie zaten, naast zgn. experts die er wat van zouden weten. Over het algemeen was de praktijkkennis in de Commissies beperkt. De Zeeuwse commissie hekelde het te lage bemestingsniveau van de akkers. Er was (en is) in Zeeland relatief weinig vee. Door die lage hoeveelheid mest zou de opbrengst beneden het haalbare niveau liggen. Theoretische kennis, zoals later door Von Liebig geponeerd, ontbrak echter. Het landbouwstelsel van de 'Zeeuwse tarweteelt' (zoals W. Staring het betitelde) dateerde al van voor 1600 en was typerend voor het Z.W. Kleigebied: een 6-jarige cyclus van braak, koolzaad of gerst, tarwe, paardenbonen, tarwe, paardenbonen of een ander voedergewas. Hier werden dus "witte" of "rovende" gewassen (granen) afgewisseld met "zwarte" vlinderbloemigen zoals paardenbonen, erwten of klaver. Die laatsten zorgden voor de stikstofbinding. Na de braak werd met opzet geen tarwe geteeld om legering van de lange halmen te voorkomen, want in de braak werd de mest opgebracht: 25 karren per gemet en werd de structuur verbeterd en onkruid bestreden.Opbrengstcijfers die boeren al wel verzamelden onderbouwden de kritiek van de zelfbenoemde experts niet, De discussie richtte zich vooral op de paardenbonen, maar daarvan werden de opbrengsten niet verkocht en dus waren die kg-opbrengsten niet erg duidelijk. Die hadden misschien inderdaad wel beter door klaver of voederbieten (met meer mest) vervangen kunnen worden. Al met al was de invloed van de Commissie op de praktijk niet groot. Belangrijkste wapenfeit lijkt het oprichten van de ZLM te zijn geweest, waar boeren en masse lid van werden. En onder die organisatie zou de veestapel in Zeeland verdubbelen, met meer voederbieten en klaver in het bouwplan. Maar daar speelde mogelijk ook de landbouwcrisis nog wel een rol in, zo vermoed ik.
donderdag 12 januari 2023
historie van de fruitteelt
Van Zigeunerin tot Pink Lady - onder die titel beschrijft Jan de Jonge de geschiedenis van de Zeeuwse fruitteelt in een Nederlandse context in Archief 2022-I van het KZGW. Een lang en boeiend verhaal. Ik pik er met economische blik een paar punten uit ter stimulering om het helemaal te lezen.
Allereerst dat de vraag er toe doet: na 1700 nam de vraag uit de steden af, en prompt daalde het areaal. De vernieuwing van de fruitteelt vond vooral na 1890 plaats en daarin speelden investeerders en investeringsmaatschappijen een grote rol. Met half-hoogstammen en daartussen geen weiland maar bessen.De auteur geeft ook een mooie uiteenzetting van de voordelen van het veilingsysteem, ook voor de handel en laat zien hoe die hier en daar het voortouw nam voor het organiseren van een veiling. In WO I wordt dat verplicht en ontstaat veildwang (als de overheid de verplichting instelt heeft het dwang, als de coƶperatie dat doet in de statuten heet het plicht).
Boeiend is ook hoe de introductie van spil-stammen met 2000 a 3000 bomen per ha in plaats van de 100 hoogstambomen (die wel 100 jaar kunnen worden) voor de oogst in volwassen stadium niet veel uitmaakt. Maar het duurt lang voor de hoogstam volgroeid is, en de spilbomen komen direct al tot een hoge productie van 10 kg per boom, net zoveel als de hoogstam in die eerste jaren. Na 10 jaar is het verschil per ha wel weg. De hoge kapitaalintensiteit van de vele bomen wordt echter in die eerste 10 jaar terugverdiend. En denk ik dan: vooral bij hogere rentes hebben die eerste jaren een doorslaggevende rol. Ook boeiend hoe in de appelteelt de rasverbetering sterk is, gezien ook de namen in de titel van het artikel. Bij peren, die nu de overhand hebben, is de Conference niet weg te branden.
dinsdag 10 januari 2023
De Franse revolutie en prijsfixatie
De graanoogst van 1788 was in Frankrijk slecht, wat bijdroeg aan de revolte die in juni uitbrak. Maar al voor die tijd liepen de prijzen op, zoals ook blijkt uit de noteringen van de internationale leidende markt van Danzig (Oostzeegebied). De gewesten gaan over het voedselsysteem, en Zeeland overweegt een uitvoerverbod. Maar dat blijkt niet haalbaar en niet nodig, het gebied is sterk exporterend. Op 28 juli, het is dan nog 2 maanden voor de eerste oogst beschikbaar komt (want die werd in herfst en winter met de vlegel gedorsen), stelt het gewest Holland een maximum broodprijs in, de zgn. broodzetting. Bakkers kunnen het bedrag dat ze bij hun inkoop meer betalen van de overheid. En graan mag alleen nog gebruikt voor brood.
Zeeland kiest voor een leveringsplicht van 5 zakken per gemet tegen een lage, de normale, prijs. De landbouwers hebben niet te klagen want ze kunnen de rest tegen forse prijzen afzetten voor de uitvoer. Het gewest en de steden leveren die 5 zakken door aan de bakkers van brood, de peperkoekbakkers etc. Toch zijn er volop klachten over uitvoeringsproblemen. Zo laat Schouwen (dat graan van Tholen is toegewezen) de Thoolse boeren hun graan tot eind seizoen bewaren.
Lang duurde het allemaal niet: binnen een jaar was de prijs van granen onder die van de fixatie gezakt en kon de regeling worden ingetrokken.
maandag 9 januari 2023
Tienden voor de Nassaus
Allereerst een bijdrage van Adrie de Kraker. Hij analyseerde de oogstresultaten van de Nassau-Domeinen in Zeeland en Staat-Vlaanderen (het huidige Zeeuws-Vlaanderen). De rentmeesters van de domeinen van de familie (Oranje)Nassau moesten uitgebreid rapporteren over die opbrengsten. Op zich lijkt dat raar voor verpachte hoeves, maar dat kwam voort uit het tiendrecht: men had recht op 10% van de oogst. Ooit een katholieke belasting, maar die was overgegaan op de eigenaar en gold nog in de onderzochte periode (eind 18e eeuw, voor de Franse overheersing). Tot die domeinen behoorde het Hulster ambacht (ten Noorden van Hulst), dat ooit eigendom was van de Abdij Ter Duinen (die het had ingepolderd) maar dat was in de 80-jarige oorlog geconfisqueerd en in handen gekomen van de Nassaus. En de heerlijkheid St. Maartensdijk (Tholen) was door Anna van Buren (Egmond) bij haar huwelijk met de Zwijger ingebracht, net als een domein op Noord-Beveland. (Geen wonder dat men belang had bij de herinpoldering nadat het bijna een eeuw drijvende was geweest).
Enfin, dat tiendrecht was in de 8e eeuw door de paus ingesteld als een kerkelijke belasting op de opbrengst van de gewassen en vee. Dat recht werd ook (onrechtmatig) geclaimd door feodale heren. Graven en hertogen schonken ook wel tienden aan kloosters en kerken. Tegen het eind van de middeleeuwen ging dat niet meer in natura (de 10e schoof etc.) maar boden ze de tienden in delen (blokken) te koop aan. Dat gebeurde dan jaarlijks, vlak voor de oogst zodat de waarde door potentiele kopers goed in te schatten was. Veelal waren het de boeren zelf, of hun buren of kleine handelaren die als koper optraden. Hoewel men spreekt over tiendverpachting, was het een jaarlijks fenomeen. Het bieden gebeurde veelal "bij kaarsbranding": er kon geboden worden tot de kaars uitging, en het laatste bod was dan finaal.
zondag 8 januari 2023
De vrije markt als idee
zaterdag 7 januari 2023
Vicon en Prolion
vrijdag 6 januari 2023
discounters en nationaal merk
Nog een Frans paper uit ERAE 2022/5 en wel over de drijfveren van de hard discounters om nationale merken te introduceren. Celine Bonnet et al. keken naar zuiveltoetjes. In die markt zijn er veel merken van fabrikanten. De discounters introduceren dan graag een nationaal merk, dat levert ze meer winst op en het is goed voor de consument want die krijgt lagere ririjzen. Ook de leveranciers van die producten onder nationaal label profiteren maar de gangbare retailers leiden onder deze strategische zet. De harde discounters trekken niet alleen nieuwe segmenten klanten aan en breiden hun marktaandeel uit, maar ze profiteren ook van een variƫteitseffect: ze kunnen nu de leveranciers van de private labels (van de merkfabrikanten) in de onderhandelingen onder druk zetten.
donderdag 5 januari 2023
oudjes en voedsel
Maar hun onderzoek toont aan de ouderen meer zelf doen in de keuken. Waar de middelbare consument tijd te kort komt en geld genoeg heeft, worden meer services in het voedsel gekocht: kant-en-klaaar, voorgesneden. Ouderen doen meer zelf. Het onderzoek is wel met wat methodische problemen behept: het is niet mogelijk mensen door al die leeftijdsklassen te volgen (dus gaan de huidige jongeren later ook de keuken in?) en de restaurantbestedingen en food service zitten niet in de dataset. Toch interessant dat opportunity cost een rol lijken te spelen,
dinsdag 3 januari 2023
kokosnoten in de eilandeconomie
maandag 2 januari 2023
Lijstje: a-typisch voedsel
we beginnen het nieuwe jaar met nog wat informatie ontleend aan stukken die ik in de kerstvakantie las. In de kersteditie van The Economist maakte de columnist Charlemagne zich vrolijk over de Europese traditie van typische, historische, levensmiddelen. Het leidt tot een lange lijst van producten die helemaal niet zo oud zijn, en ook niet typisch. Een lijstje.
- Ciabatta: typisch Italiaans, in 1982 geĆÆntroduceerd door Italiaanse bakkers om de opmars van het Franse stokboord, de barquette, een halt toe te roepen.
- Trdelnik: sinds een jaar of tien op elke straathoek in toeristisch Praag te koop: Deens deeg met daarin een rotisserie van kip. Misschien Roemeens of Slovaaks, zeker niet Boheems.
- Belgische bieren, de dubbels en tripels. ontwikkeld omdat het tussen 1919 en 1983 er in cafƩs in Belgiƫ geen sterke drank mocht worden verkocht. (ik heb ook wel eens het verhaal gehoord dat er eerder al sterke drank alleen per liter mocht worden verkocht, dit moeten we nog eens nazoeken)
- Zwitserse fondue: geïntroduceerd door de Schweizerische Käseunion toen in de jaren dertig er een overschot was van Emmentaler en Gruyère door de crisis en ingestorte internationale handel. Asteris en OBelix hebben dus geen kaasfondue genuttigd
- Ploughmen's Lunch, het met kaas overladen pubfood werd om vergelijkbare reden bedacht door de Milk Marketing Board in het VK in de zestiger jaren
- Bailey's Irish Cream: Iers drankje (the Economist; een ziekelijke mix van wiskey, room en cacao extract) dat in de jaren zeventig populair werd gemaakt om de room weg te werken die overbleef toe Ierse zuivelfabrieken veel afgeroomde melk gingen produceren omdat dit populair werd.
- Karper is in Polen bij uitstek een gerecht voor de kerst. De volgens sommigen wat modderige vis werd in 1940 populair gemaakt toen er tekorten waren aan andere vissoorten, door de karper uit te delen als bonus en bij feesten
- Zalm-sushi eten de Japanners sinds de Noren in de jaren 80 een overschot aan zalm hadden en het in Japan introduceerden. Voor die tijd was alleen tonijn en zeebaars acceptabel






